• Geldig sinds 05 mei 2020.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant van 22 april 2020 tot instelling van de vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant en vastlegging van de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van die commissie (Reglement vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning Noord-Brabant 2020)

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

 

gelezen het voorstel van het presidium, d.d. 23 maart 2020;

 

gelet op artikel 61 van de Provinciewet;

 

overwegende dat vanwege het aangekondigde vertrek van de huidige commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant, prof. dr. W.B.H.J. van de Donk, met ingang van 1 oktober 2020, een vacature is ontstaan waarin moet worden voorzien;

 

overwegende dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties bij circulaire van 2 november 2005, kenmerk 2005-0000278487 (Stcrt. 2005, 224) procedureregels heeft vastgesteld bij de benoeming van een commissaris van de Koning(in), waarin onder meer is vastgelegd de instelling door Provinciale Staten van een verordening tot instelling van een vertrouwenscommissie;

 

besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

commissaris: commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant;

commissie: vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant;

minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

secretaris: secretaris van de commissie;

voorzitter: voorzitter van de commissie.

Artikel 2 Instelling en opheffing commissie

  • 1.

    Er is een vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant.

  • 2.

    De commissie wordt opgeheven met ingang van de dag waarop het Koninklijk Besluit tot benoeming van de commissaris aan Provinciale Staten bekend is gemaakt.

Artikel 3 Taken en bevoegdheden

De commissie is belast met de voorbereiding van de aanbeveling van Provinciale Staten aan de minister tot benoeming van een commissaris.

Artikel 4 Samenstelling en benoeming

  • 1.

    De commissie bestaat uit ten minste vijf leden en ten hoogste zoveel leden als er op het moment van benoeming fracties zijn in Provinciale Staten.

  • 2.

    Provinciale Staten benoemen de leden van de commissie uit hun midden, met dien verstande dat per fractie maximaal één lid in de commissie benoemd kan worden.

  • 3.

    De commissie kent geen plaatsvervangende leden.

  • 4.

    Provinciale Staten wijzen uit de leden van de commissie een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 5.

    Indien een lid van de commissie gedurende meer dan een maand wegens ziekte niet in de gelegenheid is deel te nemen aan de werkzaamheden van de commissie, kan de commissie Provinciale Staten verzoeken ter vervanging van dit lid een nieuw lid te benoemen.

  • 6.

    Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing in geval van overlijden van een lid van de commissie.

Artikel 5 Secretariaat en ambtelijke ondersteuning

  • 1.

    De griffier van Provinciale Staten is secretaris van de commissie en verleent uit dien hoofde ambtelijke bijstand aan de commissie.

  • 2.

    De griffier neemt deel aan de vergaderingen van de commissie.

  • 3.

    Provinciale Staten kunnen de secretaris, bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet, benoemen tot tweede secretaris van de commissie.

  • 4.

    Provinciale Staten kunnen op voordracht van de griffier ten hoogste twee ambtenaren, werkzaam bij de provincie Noord-Brabant, aanwijzen die hem bijstaan in het verlenen van ambtelijke bijstand.

  • 5.

    De personen, bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen door de voorzitter worden uitgenodigd deel te nemen aan een vergadering van de commissie.

Artikel 6 Adviseur vanuit Gedeputeerde Staten

  • 1.

    Provinciale Staten kunnen één of meer gedeputeerden op voordracht van Gedeputeerde Staten als adviseur toevoegen aan de commissie.

  • 2.

    De adviseur kan door de voorzitter worden uitgenodigd om met raadgevende stem een vergadering van de commissie bij te wonen.

  • 3.

    Indien een adviseur gedurende meer dan een maand wegens ziekte niet in de gelegenheid is de taak, bedoeld in het tweede lid, uit te oefenen, kan de commissie Gedeputeerde Staten verzoeken een vervanger ter benoeming voor te dragen aan Provinciale Staten.

  • 4.

    Het derde lid is van overeenkomstige toepassing in geval van overlijden van een adviseur.

Artikel 7 Beoordeling sollicitanten

  • 1.

    De commissie is belast met de beoordeling van sollicitanten op basis van de door Provinciale Staten vastgestelde profielschets.

  • 2.

    De commissie voert gesprekken met de door de minister geselecteerde kandidaten en eventueel andere op de lijst van sollicitanten voorkomende kandidaten die hetzij zich eigener beweging tot de commissie hebben gewend, hetzij door de commissie worden uitgenodigd, overeenkomstig bepaling VII van de Procedureregels bij benoeming van een commissaris van de Koningin (circulaire Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 2 november 2005, 2005-0000278487, Stcrt. 2005, 224).

  • 3.

    Indien de commissie besluit met een niet door de minister doorgeleide sollicitant een gesprek te voeren, doet zij daarvan onverwijld mededeling aan de minister en betrekt het oordeel van de minister over deze kandidaat in haar eigen beoordeling.

  • 4.

    De commissie bepaalt haar standpunt over de geschiktheid van de door haar ontvangen kandidaten.

Artikel 8 Informatie over gesprekken met kandidaten

  • 1.

    De secretaris nodigt namens de voorzitter in overleg met de commissie kandidaten uit voor een gesprek met de commissie.

  • 2.

    De voorzitter stelt in overleg met de secretaris de plaats, de datum en het tijdstip van een gesprek zodanig vast, dat de naam van een kandidaat niet bekend kan worden bij een of meerdere andere kandidaten of bij derden.

  • 3.

    De commissie verschaft zich uitsluitend door tussenkomst van de minister de door haar noodzakelijk geachte informatie over kandidaten.

Artikel 9 Vergaderfrequentie, quorum en verslaglegging

  • 1.

    De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste de helft van het aantal leden dit noodzakelijk acht.

  • 2.

    De commissie vergadert slechts indien meer dan helft van het aantal leden aanwezig is. Indien dit niet het geval is, belegt de voorzitter op zo kort mogelijke termijn een nieuwe vergadering.

  • 3.

    De vergaderingen van de commissie vinden plaats achter gesloten deuren.

  • 4.

    Van het behandelde ter vergadering wordt door de secretaris een ontwerpverslag gemaakt. Dit verslag wordt door de commissie in een volgende vergadering vastgesteld. Indien geen volgende vergadering wordt gehouden, stelt de voorzitter het verslag vast nadat de leden van de commissie met het ontwerpverslag hebben ingestemd.

  • 5.

    De verslagen van de vergaderingen zijn geheim.

Artikel 10 Geheimhouding

  • 1.

    Gelet op artikel 61c van de Provinciewet geldt ten aanzien van al hetgeen voor, tijdens of na het verrichten van de werkzaamheden van de commissie direct of indirect door de commissie wordt besproken, schriftelijk wordt vastgelegd of aan de leden van de commissie wordt voorgelegd, voor de voorzitter en leden van de commissie, de secretaris en tweede secretaris van de commissie, ondersteunende ambtenaren als bedoeld in artikel 5, vierde lid, alsmede voor de adviseur of adviseurs, bedoeld in artikel 6 eerste lid, een geheimhoudingsplicht.

  • 2.

    Voor zover de commissie aan Provinciale Staten stukken, gegevens of informatie overlegt, mededeelt of anderszins ter kennis brengt, geldt gelet op artikel 61c van de Provinciewet een geheimhoudingsplicht.

  • 3.

    Voor zover het in een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid gaat om overlegging van documenten, wordt van de opgelegde geheimhouding op die stukken melding gemaakt.

Artikel 11 Stemming

  • 1.

    De commissie streeft naar een gedragen meervoudige aanbeveling van 2 personen in een voorkeursvolgorde.

  • 2.

    De commissie besluit over de vaststelling van een concept aanbeveling bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft.

  • 3.

    Indien de stemmen staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering.

  • 4.

    Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden de verschillende meningen opgenomen in het in door de commissie uit te brengen verslag over haar werkzaamheden.

Artikel 12 Verslag

  • 1.

    De commissie brengt over haar werkzaamheden ter voorbereiding op het doen van een aanbeveling schriftelijk een verslag van bevindingen uit aan Provinciale Staten en aan de minister.

  • 2.

    Het verslag, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:

    • a.

      een weergave van de wijze waarop de commissie haar werkzaamheden heeft verricht;

    • b.

      een concept aanbeveling van twee kandidaten met een gemotiveerde weergave van de bevindingen van de commissie.

Artikel 13 Archivering

  • 1.

    De secretaris draagt er zorg voor dat alle archiefbescheiden in verzegelde enveloppen en gerubriceerd als ‘geheim’ vóór het tijdstip van ontbinding van de commissie ter beschikking worden gesteld aan de beheereenheid belast met de uitvoering van de documentaire informatievoorziening.

  • 2.

    De voorzitter en de leden, de eventuele tweede secretaris van de commissie, ambtenaren als bedoeld in artikel 5, vierde lid, alsmede de adviseur of adviseurs, bedoeld in artikel 6, eerste lid, overhandigen alle aan hun verstrekte bescheiden, dan wel kopieën die zij van deze bescheiden onder zich hebben, uiterlijk vóór de opheffing van de commissie aan de secretaris, dan wel eerder indien de secretaris daar om verzoekt.

  • 3.

    De in het tweede lid bedoelde bescheiden, alsmede de bescheiden en de kopieën die de secretaris onder zich heeft, worden, voor zover het geen archiefbescheiden betreffen, door de secretaris onverwijld vernietigd.

Artikel 14 Vergoeding

De leden van de commissie ontvangen een vergoeding overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 15 Uitleg reglement

Bij twijfel omtrent de uitleg van deze verordening en in gevallen waarin het niet voorziet, besluit de voorzitter na overleg met de commissie en indien hij dit noodzakelijk acht na overleg met de minister.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van de dag waarop het Koninklijk Besluit tot benoeming van de commissaris aan Provinciale Staten bekend is gemaakt.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Reglement vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning Noord-Brabant 2020.

 

’s-Hertogenbosch, 22 april 2020

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter,

M.V. de Kort, plv.

de griffier,

mw. mr. K.A.E. ten Cate

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBesluit van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant van 22 april 2020 tot instelling van de vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant en vastlegging van de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van die commissie (Reglement vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning Noord-Brabant 2020)
CiteertitelReglement vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koning Noord-Brabant 2020
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervalt met ingang van de dag waarop het Koninklijk Besluit tot benoeming van de commissaris aan Provinciale Staten bekend is gemaakt.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 61 van de Provinciewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

05-05-2020nieuwe regeling

22-04-2020

prb-2020-2702

4681677