Inhoud regeling

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent rechtspositie ambtsdragers (Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers Noord-Brabant)

Geldend van 13-02-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent rechtspositie ambtsdragers (Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers Noord-Brabant)

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten d.d. 29 januari 2019, 12/19;

gelet op artikel 143 Provinciewet;

gelet op de artikelen 2.1.1, vierde lid, 2.1.3, eerste lid, 2.1.4, eerste lid, 2.1.9, eerste lid, 2.3.3, tweede lid, 2.4.2 en 2.4.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

gelet op de artikelen 2.1, vijfde lid, en 2.6, vijfde lid, van de Regeling rechtspositie decentrale ambtsdragers;

gezien het advies van het Presidium d.d. 21 januari 2019 en 11 februari 2019;

overwegende dat met ingang van 28 maart 2019 de rechtspositie van zowel staten- en commissieleden, als van gedeputeerden en van de commissaris van de Koning zullen worden vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

overwegende dat voornoemd besluit, voor een aantal zaken nader uitgewerkt in de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers, veel elementen van de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers al uitputtend regelt, zodat slechts beperkte ruimte is om op provinciaal niveau bepaalde keuzes te maken of nadere regels te stellen;

overwegende dat de gevolgen hiervan zodanig zijn, dat het de voorkeur heeft de huidige verordening in te trekken en te vervangen door een nieuwe verordening;

Besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      besluit: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

    • b.

      regeling: Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;

    • c.

      commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81, en 82 van de Provinciewet, dat niet tevens statenlid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;

    • d.

      statenlid: lid van Provinciale Staten;

    • e.

      gedeputeerde: lid van Gedeputeerde Staten;

    • f.

      commissaris: commissaris van de Koning;

    • g.

      ambtsdrager: statenlid, commissaris of gedeputeerde.

  • 2. Waar in deze verordening wordt gesproken over vergaderingen van een commissie, worden daar tevens onder verstaan themabijeenkomsten, en rondvraagmomenten.

  • 3. Voor de toepassing van deze verordening wordt met een commissielid gelijk gesteld een burgerlid als bedoeld in artikel 6 van het Reglement van orde Provinciale Staten Noord-Brabant 2020.

Hoofdstuk 2 Voorzieningen voor statenleden

Artikel 1a Beloning, vergoedingen en voorzieningen
  • 1. Een statenlid ontvangt een vergoeding voor de werkzaamheden alsmede een tegemoetkoming in of vergoeding van de kosten en voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van Provinciale Staten conform de paragrafen 1 tot en met 3, met uitzondering van artikel 2.1.1, vierde lid, van afdeling 2.1 van het besluit en artikel 2.1 van de regeling.

  • 2. Een statenlid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte ontvangt een vergoeding voor de werkzaamheden alsmede een tegemoetkoming in of vergoeding van de kosten en voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van Provinciale Staten conform artikel 2.1.13 van het besluit.

Artikel 2 Toelage lid onderzoekscommissie
  • 1. Het statenlid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de Provinciewet, ontvangt per jaar voor dat lidmaatschap een toelage die overeenkomt met 300% van de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, genoemd in artikel 2.1.1, eerste lid, van het besluit.

  • 2. Indien de commissaris de duur van de activiteiten voor de onderzoekscommissie niet op een heel kalenderjaar vaststelt, wordt de omvang van de toelage naar rato aangepast.

Artikel 3 Toelage lid bijzondere commissie

Het statenlid dat lid is van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van het besluit, ontvangt per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage die gelijk is aan de maximum toelage, genoemd in artikel 2.1.4, eerste lid, van het besluit.

Artikel 4 Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

Jaarlijks ontvangt het statenlid een bedrag gelijk aan de vergoeding van hun werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, van het besluit, voor één maand, om voorzieningen te kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

Hoofdstuk 2a Vergoedingen voor commissieleden

Artikel 4a Vergoeding voor vergaderingen en reis- en verblijfskostenvergoeding
  • 1. Een commissielid ontvangt een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen conform artikel 2.4.1 van het besluit.

  • 2. Een commissielid ontvangt reis- en verblijfskostenvergoeding voor reizen binnen de provincie conform artikel 2.4.3 van het besluit en artikel 2.1 van de regeling.

Hoofdstuk 3 Gemeenschappelijke voorzieningen

Artikel 5 Vergoeding kosten scholing
  • 1. De ambtsdrager die of het commissielid dat scholing wenst die niet door of namens de provincie wordt verzorgd of aangeboden, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij Provinciale Staten, onderscheidenlijk Gedeputeerde Staten.

  • 2. De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 3. De kosten komen voor rekening van de provincie als deelname naar het oordeel van Provinciale Staten, onderscheidenlijk Gedeputeerde Staten van belang is in verband met de vervulling van de functie van de ambtsdrager of het commissielid.

Artikel 6 Informatie- en communicatievoorzieningen

Voor de informatie- en communicatiemiddelen die door Gedeputeerde Staten ter beschikking worden gesteld, ondertekent de ambtsdrager of het commissielid een door Gedeputeerde Staten opgestelde bruikleenovereenkomst.

Artikel 7 Geschikte vervoersvoorziening
  • 1. De ambtsdrager die of het commissielid dat een tijdelijke functionele beperking heeft en niet in staat is met het openbaar vervoer of met eigen vervoer te reizen voor woon- werkverkeer of voor de uitoefening van de functie, kan op kosten van de provincie gebruik maken van een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening.

  • 2. Indien het een staten- of commissielid betreft, is het aan Provinciale Staten om te beoordelen of de gewenste vervoersvoorziening geschikt geacht kan worden en door de provincie kan worden vergoed of ter beschikking gesteld.

  • 3. Indien het de commissaris of een gedeputeerde betreft, maken Gedeputeerde Staten de in het tweede lid genoemde beoordeling.

Hoofdstuk 4 De procedure van betalen en declareren van kosten

Artikel 8 Rechtstreekse facturering aan de provincie
  • 1. De ambtsdrager of het commissielid draagt ten behoeve van het vergoeden van kosten die voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de provincie in aanmerking komen, zorg voor rechtstreekse toezending van de factuur aan de provincie.

  • 2. Verantwoording van de vergoeding door de ambtsdrager of het commissielid vindt plaats volgens een door Gedeputeerde Staten vastgesteld verantwoordingsproces.

  • 3. Verantwoording vindt plaats binnen twee maanden na de factuurdatum bij de griffier, onderscheidenlijk de provinciesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar.

Artikel 9 Declaratie van zelf betaalde kosten en de vergoeding aan commissieleden voor het bijwonen van vergaderingen
  • 1. De ambtsdrager of het commissielid voldoet kosten alleen uit eigen middelen als rechtstreekse facturering aan de provincie niet mogelijk is.

  • 2. Declaratie van de kosten die uit eigen middelen zijn betaald, de vergoeding aan commissieleden voor het bijwonen van vergaderingen als bedoeld in artikel 4a, en de vergoeding van de reiskosten met de eigen auto vindt plaats volgens een door Gedeputeerde Staten vastgesteld verantwoordingsproces.

  • 3. Verantwoording vindt plaats vóór 31 januari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de declaratie betrekking heeft bij de griffier, onderscheidenlijk de provinciesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 10 Intrekking

De Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten en commissieleden 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 28 maart 2019.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 22 februari 2019

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier,

mw. mr. K.A.E. ten Cate

Wetstechnische informatie

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent rechtspositie ambtsdragers (Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers Noord-Brabant)

Geldend van 13-02-2021 t/m heden

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Noord-Brabant
Organisatietype Provincie
Officiële naam regeling Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent rechtspositie ambtsdragers (Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers Noord-Brabant)
Citeertitel Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers Noord-Brabant
Vastgesteld door provinciale staten
Onderwerp bestuur en recht
Eigen onderwerp

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 143 van de Provinciewet
  2. artikel 2.1.1, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  3. artikel 2.1.3, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  4. artikel 2.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  5. artikel 2.1.9, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  6. artikel 2.3.3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  7. artikel 2.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  8. artikel 2.4.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
  9. artikel 2.1, vijfde lid, van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers
  10. artikel 2.6, vijfde lid, van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-02-2021 hoofdstuk 2a, artikel 1, 1a, 4a, 9

22-01-2021

prb-2021-1085

4820754
17-03-2020 13-02-2021 artikel 1

06-03-2020

prb-2020-2373

4661776
28-03-2019 17-03-2020 nieuwe regeling

22-02-2019

prb-2019-2142

4481923