• Geldig sinds 13 februari 2019.

    Print deze versie:

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingVerordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent zandgronden (Bijdrageverordening deltaplan hoge zandgronden Noord-Brabant 2019-2021)
CiteertitelBijdrageverordening deltaplan hoge zandgronden Noord-Brabant 2019-2021
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Bijdrageverordening deltafonds hoge zandgronden Noord-Brabant 2016-2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 105 van de Provinciewet
  2. artikel 143 van de Provinciewet
  3. artikel 145 van de Provinciewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-02-2019nieuwe regeling

01-02-2019

prb-2019-1013

4471348

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent zandgronden (Bijdrageverordening deltaplan hoge zandgronden Noord-Brabant 2019-2021)

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

 

gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 27 november 2018;

 

gelet op de 105, 143 en 145 van de Provinciewet;

 

overwegende dat op 7 september 2015 de Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021 Regio Zuid is ondertekend, waarin het Rijk Deltafondsmiddelen beschikbaar stelt aan de Hoge Zandgronden voor uitvoering van maatregelen in de zoetwatervoorziening die bijdragen aan een transitie naar een meer klimaatbestendige samenleving;

 

overwegende dat in bovengenoemde Bestuursovereenkomst is opgenomen dat de Deltafondsmiddelen voor Noord-Brabant worden toegekend aan de Provincie Noord-Brabant via het provinciefonds, welke vervolgens zorgt voor doorgeleiding van de Rijksmiddelen via een regeling naar de initiatiefnemers in de regio;

 

overwegende dat het uitgangspunt hierbij is dat de provincies geen aanvullende inhoudelijke beoordeling van maatregelen of projecten doen, aangezien dit al in het kader van het Werkprogramma heeft plaatsgevonden;

 

overwegende dat de partijen in de Bestuursovereenkomst zijn overeengekomen uiterlijk 31 juli 2018 de voortgang van de uitvoering te evalueren in de Zuidelijke en Oostelijke Zandgronden en op basis daarvan de verdeling van de Deltafondsmiddelen voor de periode 2019-2021 kunnen herzien;

 

overwegende dat uit de evaluatie is gebleken dat de verdeling van de Deltafondsmiddelen tussen de regio’s geen aanpassing behoeft voor de periode 2019-2021;

 

overwegende dat 80% van de Deltafondsmiddelen voor maatregelen is bestemd waarvan de waterschappen initiatiefnemer zijn en Provinciale Staten derhalve ingevolge artikel 4:21, derde lid, van de Awb, hebben besloten deze gelden via een bijdrageverordening over de waterschappen te verdelen;

 

overwegende dat Provinciale Staten op 11 maart 2016 de Bijdrageverordening deltafonds hoge zandgronden Noord-Brabant 2016-2018 hebben vastgesteld, waarmee de Deltafondsmiddelen van 2016 tot en met 2018 over de waterschappen zijn verdeeld;

 

overwegende dat het wenselijk is om voor de periode 2019-2021 een nieuwe bijdrageverordening vast te stellen, ter verdeling van de Deltafondsmiddelen;

 

Besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    bijdrage: aanspraak op financiële middelen, als bedoeld in artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    Deltaplan Hoge Zandgronden: regionale uitwerking van het Deltaprogramma Zoetwater;

  • d.

    DHZ: Deltaplan Hoge Zandgronden;

  • e.

    groen blauwe structuren: natuur, water en landschapsstructuren in stedelijk gebied met als doel het leefklimaat in stedelijk gebied te verbeteren;

  • f.

    KRW: Kaderrichtlijn Water;

  • g.

    PAS: Programmatische Aanpak Stikstof;

  • h.

    RBOM: Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas;

  • i.

    Stuurgroep RBOM/DHZ: bestuurlijk overleg met vertegenwoordigers van regionale overheden, het Rijk en andere maatschappelijke organisaties uit het beheergebied Deltaplan Hoge Zandgronden;

  • j.

    waterschappen: waterschap Aa en Maas, waterschap De Dommel en waterschap Brabantse Delta.

Artikel 2 Toepasselijkheid

De Algemene subsidieverordening Noord-Brabant en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op deze verordening.

Artikel 3 Delegatie

Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen en besluiten nemen betreffende:

  • a.

    het vaststellen van een aanvraagformulier;

  • b.

    het verstrekken van bijdragen;

  • c.

    het weigeren, intrekken of wijzigen van bijdragebeschikkingen;

  • d.

    het verlenen van voorschotten;

  • e.

    het betalen van bijdragen in gedeelten;

  • f.

    het opschorten van de verplichting tot betaling van bijdragen;

  • g.

    het terugvorderen van onverschuldigd betaalde bijdragen;

  • h.

    alle overig ter zake van bijdragen te nemen uitvoeringsbesluiten, waaronder het beslissen op bezwaarschriften tegen bijdragebesluiten.

Artikel 4 Doelgroep

Een bijdrage kan worden aangevraagd door waterschappen.

Artikel 5 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage

Een bijdrage kan worden verstrekt voor de volgende maatregeltypes, die bijdragen aan een meer klimaatbestendige zoetwatervoorziening:

  • a.

    toekomstbestendige maatregelen;

  • b.

    kansen en innovaties;

  • c.

    robuuste watersystemen;

  • d.

    overige maatregelen.

Artikel 6 Vereisten voor een bijdrage

Om voor een bijdrage als bedoeld in artikel 5, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de bijdragen worden verstrekt voor maatregelen:

    • 1°.

      die zijn gericht op de zoetwatervoorziening;

    • 2°.

      die worden uitgevoerd in het beheergebied van het Deltaplan Hoge Zandgronden, opgenomen in bijlage 1;

  • b.

    de maatregelen worden zo veel mogelijk uitgevoerd in synergie met andere programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening;

  • c.

    de maatregelen dragen bij aan:

    • 1°.

      een maatschappelijk gewenst voorzieningenniveau voor voldoende schoon water;

    • 2°.

      een op langere termijn klimaatbestendig, economisch vitaal en ecologisch leefbaar gebied;

    • 3°.

      een brede maatschappelijke coalitie om de doelen in onderdeel c, onder een en twee, integraal en duurzaam te realiseren;

  • d.

    de maatregelen hebben betrekking op:

    • 1°.

      peiloptimalisatie en dynamisch peilbeheer door een slimmer ontwerp of slimmere sturing van het watersysteem, met uitzondering van beekdalen;

    • 2°.

      het optimaliseren van de wateraanvoer door de capaciteitsuitbreiding van de Noordervaart van 4,3 m3 per seconde naar 5,4m3 per seconde;

    • 3°.

      efficiënter en slimmer beregenen op basis van veld- en satellietwaarnemingen;

    • 4°.

      waterconservering door vergroting van grondwatervoeding op perceel niveau;

    • 5°.

      het robuuster inrichten van beekdalen door het aanpassen van de drainagebasis, het aanpassen van het peilbeheer en tijdelijke waterberging op het maaiveld;

    • 6°.

      het vasthouden van water in natuurgebieden;

    • 7°.

      het aanleggen van groen blauwe structuren in bestaand en nieuw stedelijk gebied;

    • 8°.

      niet-fysieke maatregelen in de vorm van beleidskaders, planvorming, het uitwerken van het voorzieningenniveau, communicatie, educatie of het maken van themakaarten voor stedelijk gebied, of;

    • 9°.

      onderzoek met betrekking tot de zoetwatervoorziening;

  • e.

    de maatregelen:

    • 1°.

      zijn niet gericht op betaling van interne personeels- of bedrijfskosten van publiekrechtelijke bestuursorganen;

    • 2°.

      hebben niet rechtstreeks betrekking op PAS- en KRW-maatregelen.

  • f.

    de uitvoering van de maatregelen kan uiterlijk 31 juli 2021 starten.

Artikel 7 Vereisten aanvraag

Een aanvraag voor een bijdrage:

  • a.

    wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten;

  • b.

    wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier;

  • c.

    bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen;

  • d.

    wordt ingediend van 1 maart 2019 tot en met 31 maart 2021.

Artikel 8 Bijdrageplafond

Gedeputeerde Staten stellen het bijdrageplafond voor bijdragen als bedoeld in artikel 5, voor de periode, genoemd in artikel 7, vast op € 8.160.000.

Artikel 9 Hoogte van de bijdrage

De hoogte van de bijdrage, bedoeld in artikel 5, bedraagt het bedrag per aanvrager, opgenomen in bijlage 2.

Artikel 10 Verdeelcriteria

Het vastgestelde bijdrageplafond, bedoeld in artikel 8, wordt verdeeld onder de ingediende volledige aanvragen om een bijdrage, overeenkomstig de verdeelsystematiek, opgenomen in bijlage 2.

Artikel 11 Beslistermijnen verlenen van een bijdrage

Gedeputeerde Staten beslissen op een aanvraag voor een bijdrage binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 12 Verplichtingen van de ontvanger

De ontvanger van de bijdrage heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    de ontvanger zendt jaarlijks aan Stuurgroep RBOM/DHZ een rapportage, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      de voortgang van de uitvoering per categorie van maatregelen, uitgedrukt in het percentage dat in voorbereiding is, het percentage dat in uitvoering is en het percentage dat gereed is;

    • 2°.

      inzicht in de financiële uitgaven op basis van informatie die beschikbaar komt uit de horizontale verantwoording;

    • 3°.

      het verloop van het programma als geheel, uitgedrukt in het percentage dat verloopt volgens planning, het percentage dat enige vertraging oploopt en het percentage dat ernstige vertraging oploopt;

    • 4°.

      een verklaring van eventuele afwijkingen;

    • 5°.

      een voorstel voor eventuele aanpassing van het programma;

    • 6°.

      de voortgang van de klimaatpilots;

    • 7°.

      de voortgang van de uitwerking van het voorzieningenniveau;

    • 8°.

      een waar mogelijk kwalitatieve en kwantitatieve duiding van het doelbereik en effect van de maatregelen;

    • 9°.

      een prognose van de eindstand van het programma op de aspecten tijd, geld, kwaliteit en doelbereik;

  • b.

    de ontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan Gedeputeerde Staten, zodra aannemelijk is dat:

    • 1°.

      de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; of

    • 2°.

      niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de beschikking tot het verlenen van de bijdrage verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • c.

    de maatregelen zijn uiterlijk 31 december 2021 uitgevoerd.

Artikel 13 Betaling en bevoorschotting

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100 procent van de verleende bijdrage.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in drie jaren, overeenkomstig de verdeling, opgenomen in bijlage 2.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Door Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken, voor zover toepassing gelet op het belang van een klimaatbestendige zoetwatervoorziening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens telkens na drie jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze verordening.

Artikel 16 Intrekking

De Bijdrageverordening deltafonds hoge zandgronden Noord-Brabant 2016-2018 wordt ingetrokken.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Bijdrageverordening deltaplan hoge zandgronden Noord-Brabant 2019-2021.

 

’s-Hertogenbosch, 1 februari 2019

Provinciale Staten van Noord Brabant,

de voorzitter,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier,

drs. J.A. Deneer (plv.)

Bijlage 1 behorende bij artikel 6, onderdeel a, onder 2e, van de Bijdrageverordening deltafonds hoge zandgronden

Noord-Brabant 2016-2018

Kaart beheergebied Deltaplan hoge zandgronden

Bijlage 2 behorende bij artikel 9 en 10 van de Bijdrageverordening deltafonds hoge zandgronden Noord-Brabant 2019-2021

 

Tabel hoogte en verdeling bijdrage

 

Jaar

Bijdrageplafond

Waterschap Aa en Maas

Waterschap De Dommel

Waterschap Brabantse Delta

Voorschot 2019

 

€ 1.122.141

€ 901.739

€ 696.120

Voorschot 2020

 

€ 1.122.141

€ 901.739

€ 696.120

Voorschot 2021

 

€ 1.122.141

€ 901.739

€ 696.120

Hoogte bijdrage

 

€ 3.366.423

€ 2.705.217

€ 2.088.360

totaal

€ 8.160.000