• Geldig sinds 20 oktober 2017.
    Geldig tot 01 september 2019.

    Print deze versie:

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020
CiteertitelBeleidsregels categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de De Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP Zuid 2014-2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 1.8 van de Regeling Europese EZ-subsidies

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-10-201701-09-2019nieuwe regeling

03-10-2017

prb-2017-4688

4255365

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant als zodanig en in de hoedanigheid van managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

 

Gelet op artikel 1.8 van de Regeling Europese EZ-subsidies;

 

Overwegende dat de Managementautoriteit aan afdeling 4.2.5 en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid ontleent subsidies te wijzigen of lager vast te stellen bij niet-naleving van subsidievoorschriften;

 

Overwegende dat artikel 143 van de Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) Nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013, bepaalt dat de Lidstaat zelf en hierdoor de managementautoriteit verantwoordelijk is voor het onderzoeken van onregelmatigheden, het toepassen van financiële correcties en het doen van terugvorderingen. Dit dient te worden toegepast bij het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020;

 

Overwegende dat omwille van de uniformiteit landelijk een zelfde beleid wordt gehanteerd voor de registratie van bevindingen en toepassen van correcties in geval van tekortkomingen bij de beoordeling van ingediende uitgaven of een verzoek om vaststelling en dat het Besluit van de Europese commissie van 19 december 2013 (C(2013) 9527 final) en het kader van de Europese Rekenkamer als leidraad hebben gediend bij het formuleren van dit beleid;

 

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregels:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    betalingsaanvraag: verzoek door de subsidieontvanger bij de Managementautoriteit om een voorschot van de subsidieverstrekking /verzoek om een voorschot als bedoeld in artikel 1.7 van de Subsidieregeling OPZuid;

  • b.

    cofinancieringsregeling: paragraaf 1 Cofinanciering Operationeel Programma Zuid-Nederland van de Subsidieregeling cofinanciering Europese programma’s 2014-2020 Noord-Brabant;

  • c.

    EFRO-bijdrage: steun van de Europese Commissie uit hoofde van Verordening 1303/2013 opgenomen in het besluit van de Europese Commissie tot vaststelling van het Operationeel Programma;

  • d.

    medefinancieringspercentage: percentage op grond van artikel 120 van Verordening 1303/2013 dat in het besluit van de Europese Commissie tot vaststelling van het Operationeel Programma is opgenomen voor de prioritaire as waaronder een project is goedgekeurd;

  • e.

    Managementautoriteit: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant aangewezen als managementautoriteit, bedoeld in artikel 123, eerste lid, van Verordening 1303/2013 voor het Operationeel Programma Zuid 2014-2020;

  • f.

    REES: Regeling Europese EZ-subsidies;

  • g.

    subsidieontvanger: subsidieontvanger als bedoeld in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en begunstigde als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, van verordening 1303/2013

  • h.

    Subsidieregeling OPZuid: Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020;

  • i.

    Verordening 480/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (PbEU L138);

  • j.

    Verordening 821/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 821/2014 van Commissie van 28 juli 2014 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft gedetailleerde regelingen voor de overdracht en het kenmerken van voorlichtings- en communicatiemaatregelen voor concrete acties, en het systeem voor de vastlegging en opslag van gegevens (PbEU L 223);

  • k.

    Verordening 966/2012: Verordening (EU, Eurotom) Nr. 966/ 2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002;

  • l.

    Verordening 1303/2013: Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) Nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013.

Artikel 2 Verlagen subsidie

  • 1.

    De Managementautoriteit past de bevoegdheid tot wijzigen of lager vaststellen van de subsidie als bedoeld in de afdeling 4.2.5. en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht toe op de subsidie die is verstrekt op grond van de Subsidieregeling OPZuid, indien sprake is van een tekortkoming in de nakoming van verplichtingen verbonden aan de subsidie, die volgen uit Europese of nationale regelgeving.

  • 2.

    Alle tekortkomingen die kunnen leiden tot een wijziging of lager vaststellen als bedoeld in het eerste lid, en het daarbij toe te passen verlagingspercentage, zijn opgenomen in de bijlage.

  • 3.

    Een verlaging of wijziging als bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op:

    • a.

      de beschikking tot subsidieverlening;

    • b.

      de hoogte van het voorschot op het verleende subsidiebedrag, bedoeld in artikel 1.7 van de Subsidieregeling OPZuid;

    • c.

      de totaal vast te stellen subsidie, bedoeld in artikel 1.6 van de Subsidieregeling OPZuid.

Artikel 3 Toepassen verlaging

  • 1.

    Het verlagingspercentage, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt toegepast op het deel van de subsidiabele kosten waar de tekortkoming op ziet.

  • 2.

    Iedere geconstateerde tekortkoming leidt slechts één keer tot verlaging van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Indien de Managementautoriteit meerdere tekortkomingen constateert die leiden tot een verlaging van hetzelfde deel van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt het hoogste percentage toegepast.-

Artikel 4 Netto correctie

  • 1.

    Indien sprake is van een tekortkoming aangeduid met (*) in de bijlage, wordt de verlaging van de subsidiabele kosten aangeduid als netto correctie.

  • 2.

    De netto correctie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast indien de tekortkoming leidt tot een correctie van meer dan €10.000 van de EFRO-bijdrage, berekend op basis van het geldende medefinancieringspercentage.

  • 3.

    In afwijking van het voorgaande leidt ,een tekortkoming die een gevolg is van bewezen fraude, altijd tot een netto correctie.

  • 4.

    Indien een netto correctie van toepassing is leidt dit tot het lager vaststellen van subsidie.

Artikel 5 Verlaging van de subsidiabele kosten

  • 1.

    Indien sprake is van een tekortkoming niet aangeduid met een (*) in de bijlage, dan leidt het toepassen van het verlagingspercentage pas tot het lager vaststellen van de subsidie, indien de subsidieontvanger in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen uiterlijk bij het verzoek om vaststelling van de subsidie.

  • 2.

    De tekortkoming leidt niet tot een lager vaststellen, indien de subsidieontvanger uiterlijk bij het verzoek om vaststelling van de subsidie :

    • b.

      de tekortkoming herstelt;

    • c.

      de subsidiabele kosten waar de tekortkoming op ziet, vervangt door andere subsidiabele kosten.

Artikel 6 Cofinanciering

Gedeputeerde Staten besluit tot het verlagen van een subsidie die is verstrekt op grond van de cofinancieringsregeling als gevolg van een verlaging van de subsidie als bedoeld in artikel 1.

Artikel 7 Intrekking

  • 1.

    De Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP Zuid 2014-2020 worden ingetrokken.

  • 2.

    De beleidsregels bedoeld in het eerste lid, blijven van toepassing op tekortkomingen die blijken uit betalingsaanvragen of aanvragen om vaststelling ingediend tot 1 januari 2018.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en is van toepassing op tekortkomingen die blijken uit betalingsaanvragen of aanvragen om vaststelling ingediend op of na 1 januari 2018.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020.

’s-Hertogenbosch, 3 oktober 2017

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant als zodanig en in de hoedanigheid van managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020,

de voorzitter de secretaris

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger

Bijlage bij de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020

 

Rubr.

Code

Omschrijvingen

Correctie-percentage of bedrag

Bron

A

 

Het project / de financiering is niet conform Europese regels

(*)

2-A1

Er is sprake is van ongeoorloofde staatsteun.

100% van de projectkosten in het project waarop de ongeoorloofde steun betrekking heeft 1 .

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 107

(*)

2-A2

De gehele of gedeeltelijke projectadministratie ontbreekt waardoor er geen controlespoor is.

100% van de projectkosten t.a.v. het gedeelte dat ontbreekt.

Verordening 1303/2013, artikel 72, onder g

 

2-A3

De milieueisen zijn niet nageleefd.

0% tot 100% 2 .

Verordening 1303/2013artikel 8; specifiek zijn relevant: 85/377/EEC; 90/313/EEC; 79/409/EEC; 2000;60/EC; 2006/2/EC; 1999/31/EC en 2000/76/EC

(*)

2-A4

Er is voor dezelfde kosten in het project al een bijdrage verleend uit een ander Europees fonds of uit een ander operationeel programma binnen het hetzelfde fonds.

100% van de kosten waarover al een bijdrage is verleend.

Verordening 1303/2013, artikel 65, lid 11

 

2-A5

De subsidiabele uitgaven van een inkomsten genererend project zijn hoger dan de investeringskosten na aftrek van de actuele waarde van de netto inkomsten.

100% van het verschil.

Verordening 1303/2013, artikel 61, lid 2

 

2-A6

Het project voldoet niet aan de instandhoudingsverplichting.

20% - 100%, afhankelijk van de omvang en aard van de wijziging. Vervolgens naar rato van het aantal jaren 3 .

Verordening 1303/2013, artikel 71

 

2-A7

De subsidiabele kosten zijn niet goed berekend.

100% van het foutief berekende bedrag.

Verordening 1303/2013

 

2-A8

Er is door de begunstigde niet voldaan aan de voorwaarden voor gelijke kansen.

 

Verordening 1303/2013, artikel 7

 

 

  • a.

    De begunstigde heeft structureel niet voldaan aan de voorwaarden voor gelijke kansen.

5% van de subsidiabele kosten van het project.

 

 

 

  • b.

    In alle andere (incidentele) gevallen.

Nader te bepalen 4 .

 

 

 

B

 

De uitgaven zijn (mogelijk deels) niet conform Europese en nationale aanbestedingsregels

(*)

2-B1

 

  • a.

    De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt.

     

    Hieronder valt ook de uitvoeringsopdracht waarbij de oproep tot mededinging is beperkt tot de opdrachtnemer(s) van de voorafgaande opdracht tot projectdefiniëring (Arresten C-340/02 en C-299/08).

100% van de opdracht.

Bronnen bevinding 2-B1 tot en met 2-B27:

  • Guidelines for determining financial corrections to be made by the Commission to Expenditure financed by the Union under shared management, for non-compliance with the rules on public procurement, C(2013) 9527

  • De arresten van het Europese Hof van Justitie ter zake

 

  • b.

    De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren.

25% van de opdracht.

(*)

2-B2

  • a.

    Kunstmatige splitsing van opdracht en daardoor niet gepubliceerd volgen de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt.

100% van de opdracht.

 

 

  • b.

    Kunstmatige splitsing van opdracht, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren.

25% van de opdracht.

 

2-B3

Niet-naleving van de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname. De geboden termijn was korter dan de minimaal toegestane.

25% van de opdracht indien de geboden tijd(en) 50% of minder is van de eigenlijke tijd, 10% indien 70% of minder en anders 5%.

 

2-B4

Onvoldoende tijd voor potentiële inschrijvers/gegadigden om aanbestedingsstukken te verkrijgen. De geboden tijd was korter dan de minimaal toegestane.

25% van de opdracht indien geboden tijd minder is dan 50% van de eigenlijke tijd, 10% indien minder dan 60% en 5% indien minder dan 80%.

 

2-B5

De verlenging van termijnen voor inschrijving en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname is niet (correct) gepubliceerd.

Hieronder valt ook de situatie dat gevraagde nadere informatie niet (tijdig) aan alle inschrijvers is verstrekt.

10% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte 5 van de onregelmatigheid.

 

2-B6

  • a.

    Er is ten onrechte gebruik gemaakt van de procedure van gunning door onderhandelingen na voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, omdat het geen geval betreft als bedoeld in de richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24 / EU of 2014/25/ EU

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

 

  • b.

    Nationale openbare opdracht is gegund zonder te zijn gepubliceerd op TenderNed.

25% van de opdracht indien er 1 offerte is opgevraagd, 10% bij 2 offertes en 5% bij 3 of meer offertes.

 

 

  • c.

    Bij meervoudig onderhandse opdracht zijn te weinig offertes opgevraagd.

10% bij 2 te weinig en 5% bij 1 te weinig.

 

2-B7

De aanbestedende dienst heeft een opdracht op het gebied van defensie en beveiliging vallende onder richtlijn 2009/81/EC toegekend via concurrentiegerichte dialogen of onderhandelingsprocedure zonder aankondiging van de opdracht terwijl de omstandigheden het gebruik van deze procedures niet rechtvaardigen.

100% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B8

In de aankondiging stonden niet alle selectiecriteria en/of in de aankondiging of het bestek stonden niet alle gunningscriteria (incl. de weging) of zijn deze onvoldoende beschreven.

25% van de opdracht indien ze niet waren vermeld en 5% indien ze onvoldoende waren beschreven.

(*)

2-B9

In de aankondiging of aanbestedingsstukken waren onwettige selectie- en/of gunningscriteria opgenomen waardoor ondernemingen ontmoedigd zijn om in te schrijven (bijv.: de verplichting om reeds een vestiging of vertegenwoordiging in het land of de regio te hebben en de eis om ervaring in het land of de regio te hebben).

 

Hieronder valt ook het gebruik van subjectieve criteria voor bepaling type aanbestedingsprocedure en ondernemer(s) die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B10

Selectiecriteria, gunningscriteria, geschiktheidseisen en/of uitsluitingsgronden zijn niet relevant voor en/of staan niet in verhouding tot de opdracht. Dat wil zeggen dat kan worden aangetoond dat de vereisten niet relevant zijn voor en/of niet in verhouding staan tot de opdracht waardoor de gelijke toegang van inschrijvers niet kan worden gegarandeerd of ze hebben geleid tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van de aanbesteding.

 

Hieronder valt ook het gebruik van niet-proportionele criteria voor bepaling type aanbestedingsprocedure en ondernemer(s) die worden toegelaten tot de aanbestedingsprocedure.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B11

De voorwaarden waren discriminerend c.q. te specifiek, waardoor de gelijke behandeling van inschrijvers niet kan worden gegarandeerd of bij de start van de aanbesteding ongerechtvaardigde belemmeringen zijn opgeworpen.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B12

De omschrijving in de aankondiging en/of het bestek was dermate gebrekkig dat de potentiële inschrijvers\gegadigden het voorwerp van de opdracht niet konden vaststellen.

 

Hieronder valt ook ten onrechte samenvoeging.

10% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

 

2-B13

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn geaccepteerd .

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn geaccepteerd die niet zouden zijn geaccepteerd als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B14

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn afgewezen.

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn afgewezen die niet zouden zijn afgewezen als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B15

Bij de beoordeling zijn onwettige gunnings- en/of selectiecriteria gebruikt, zijnde criteria die niet zijn toegestaan (bijv.: het gebruik van selectiecriteria als gunningscriteria, het niet naleven van criteria die in het bestek of de aankondiging van de opdracht stonden, het onjuist of discriminerend toepassen van gunningscriteria en bij een NOP/CDP/GOPA 6 is niet het minimum aantal gegadigden uitgenodigd en het gebruik van niet-relevante en/of onredelijke uitsluitingsgronden en/of geschiktheidseisen).

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B16

Gebrek aan transparantie en/of gelijke behandeling tijdens de beoordeling. Dat wil zeggen de audit trail van met name de weging is onduidelijk/ongerechtvaardigd/ontbreekt en/of het beoordelingsrapport ontbreekt of bevat niet alle voorgeschreven onderdelen.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B17

Aanpassing van een offerte tijdens de beoordeling. Dat wil zeggen dat de aanbestedende dienst tijdens de beoordeling heeft toegestaan dat een inschrijver/ gegadigde zijn offerte mocht aanpassen.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B18

Er vonden tijdens de gunning onderhandelingen met de indiener(s) van een offerte plaats met als gevolg dat de oorspronkelijke voorwaarden zoals vastgelegd in het bestek of de aankondiging substantieel zijn veranderd.

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

2-B19

In het kader van een onderhandelingsprocedure met vooraankondiging zijn de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht substantieel gewijzigd, om zodoende een nieuwe opdracht te kunnen publiceren dan wel waardoor een nieuwe opdracht had moeten worden gepubliceerd 7 .

25% van de opdracht.

De correctie kan worden verlaagd naar 5%, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid.

 

 

2-B20

Afwijzing van, gezien de opdracht, abnormaal lage inschrijver(s) zonder dat de aanbestedende dienst schriftelijk om uitleg heeft gevraagd over de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende offerte(s).

25% van de opdracht.

(*)

2-B21

Door een rechter is vastgesteld dat er sprake was van een belangenconflict bij de begunstigde of de aanbestedende dienst.

100% van de opdracht.

 

2-B22

Substantiële verandering van bestanddelen van de opdracht zoals vastgelegd in de aankondiging of het bestek.

Tot de essentiële elementen c.q. onderdelen van de gegunde opdracht zijn met name de contractwaarde, de aard van de werkzaamheden, de uitvoeringstermijn, de betalingsvoorwaarden en de gebruikte materialen. Maar het is van belang om per geval te bepalen of iets een essentieel onderdeel is of niet.

25% van de waarde van de opdracht plus de extra waarde van de opdracht a.g.v. de wezenlijke verandering.

 

2-B23

De opdracht is toegekend volgens de aanbestedingsregels, maar werd gevolgd door een vermindering van te verrichten werk zonder dat daar een evenredige vermindering van de waarde van het contract tegenover stond.

(Deze correctie wordt ook toegepast indien het bedrag van de verlaging wordt gebruikt om andere werkzaamheden uit te voeren.)

 

100% van de waarde van het verminderde werk.

Vermeerderd met 25% van het eindbedrag van het fysieke eindvoorwerp c.q. de opdracht.

 

2-B24

De oorspronkelijke opdracht is wel juist aanbesteed, maar de aanvullende diensten, leveringen of werken (waardoor het oorspronkelijk contract substantieel veranderde), zijn niet (juist) aanbesteed én er was geen sprake van extreme urgentie als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen of van onvoorziene omstandigheden 8 voor aanvullende diensten, leveringen of werken.

 

 

 

  • a.

    De totale waarde van de aanvullende opdracht(en) is lager dan de van toepassing zijnde Europese drempel en maximaal 50% van de waarde van de originele opdracht.

25% van de aanvullende opdracht(en).

 

 

  • b.

    In andere gevallen

100% van de aanvullende opdracht(en).

 

2-B25

De oorspronkelijke opdracht is wel juist aanbesteed, maar de totale waarde van de onvoorzienbare aanvullende dienst(en), levering(en) of werk(en) is meer dan 50% van het oorspronkelijke contract 9 .

100% van het deel van de aanvullende opdracht(en) dat boven de 50% van de waarde van het oorspronkelijke contract uitkomt.

 

2-B26

Vervallen.

Vervallen.

 

2-B27

Indien de onregelmatigheid slechts van formele aard is, zonder (mogelijke) financiële gevolgen.

0%.

 

 

 

C

 

De uitgaven zijn niet conform de Europese subsidiabiliteitsregels

 

2-C1

De uitgaven van projecten / stortingen in fondsen zijn buiten de programmaperiode gemaakt en / of betaald .

100% van de kosten.

Verordening 1303/2013,

Artikel 41,

artikel 65, lid 2

en art 67 lid 1.

 

2-C2

De uitgaven betreffen (debet)rente.

100% van de kosten.

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 3, onder a

 

2-C3

De gedeclareerde grondkosten overschrijden de 10% van de totale voor steun in aanmerking komende uitgaven.

100% van de overschrijding.

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 3, onder b

 

2-C4

De uitgaven betreffen terugvorderbare BTW, zoals terugvorderbaar vanuit het BTW compensatiefonds .

100% van de kosten.

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 3, onder c

 

2-C5

Er is niet voldaan aan de publiciteitsvoorwaarden door de begunstigde.

 

Verordening 1303/2013, artikel 115, lid 3

 

 

  • a.

    De begunstigde heeft de permanente plaquette niet zichtbaar aangebracht c.q. de permanente plaquette voldoet niet aan de daaraan gestelde eisen.

2% van de subsidiabele kosten van het project 10 .

Verordening 1303/2013, bijlage XII, paragraaf 2.2, onder 5

Verordening 821/2014, artikel 3, 4 en 5

 

 

  • b.

    De begunstigde heeft tijdens de uitvoering van het project het bord niet opgesteld c.q. het bord voldoet niet aan de daaraan gestelde eisen..

2% van de subsidiabele kosten van het project.

Verordening 1303/2013, bijlage XII, paragraaf 2.2, onder 4 en 5

Verordening 821/2014, artikel 3, 4 en 5

 

 

  • c.

    De begunstigde heeft deelnemers (zijnde natuurlijke personen) aan een concrete actie niet op de hoogte gesteld van medefinanciering vanuit EFRO.

2% van de subsidiabele kosten van het project 10 .

Verordening 1303/2013, bijlage XII, paragraaf 2.2, onder 3

Verordening 821/2014, artikel 3, 4 en 5

 

 

  • d.

    De begunstigde heeft tijdens de uitvoering van het project niet voldaan aan het bepaalde inzake de website en/of de affiche niet op een voor het publiek goed zichtbare plek opgehangen.

0-2% van de subsidiabele kosten van het project10, afhankelijk van de aard en omvang van het niet voldoen aan de bepalingen

Verordening 1303/2013, bijlage XII, paragraaf 2.2, onder 2

Verordening 821/2014, artikel 3, 4 en 5

 

2-C6

De gedeclareerde uitgaven stemmen niet overeen met de boekhoudkundige bewijsstukken en gegevens van de begunstigde.

100% over het verschil.

Verordening 480/2014, artikel 27, lid 2, onder b

 

2-C7

De gedeclareerde uitgaven zijn niet, of niet volledig toereikend in overeenstemming met het principe van “Sound Financial Management”, zijnde dat voldaan dient te worden aan de principes van economie (binnen een toepasselijke tijd, passende hoeveelheid en kwaliteit tegen de beste prijs (dus niet te laat, te veel, verkeerde kwaliteit en/of te duur)), efficiency (een goede prijs-prestatieverhouding) en effectiviteit (gericht op de specifieke doelen van het project en de beoogde resultaten).

100% over het verschil / indien het verschil niet te berekenen is, maximaal 25% van de totale uitgave.

Verordening 966/2012 (Financieel Reglement), artikel 30.

 

2-C8

De aan bijdrage in natura toegekende waarde is hoger dan de marktwaarde.

100% over het verschil.

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 1 onder b

 

2-C9

Een bewijsstuk van een onafhankelijke beoordeling en verificatie m.b.t. de bijdrage in natura ontbreekt.

 

Indien sprake is van grond of onroerend goed, dan moet de waarde daarvan worden gecertificeerd door een onafhankelijke gekwalificeerde deskundige of een hiertoe gemachtigde officiële instantie.

100% van de uitgaven

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 1 onder c

 

2-C10

De aan de concrete actie betaalde overheidssteun die bijdrage in natura omvat, is aan het einde van de concrete actie hoger dan de totale subsidiabele uitgaven, exclusief bijdrage in natura.

100% over het verschil.

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 1onder a.

 

2-C-11

Er is overheidssubsidie verleend voor de aanschaf van de afgeschreven activa.

100% van de uitgaven.

Verordening 1303/2013, artikel 69, lid 2 onder d.

 

 

D

 

De uitgaven zijn niet conform de nationale regels

 

 

De uitgaven zijn niet conform de nationale subsidiabiliteitsregels

 

2-D1

Het project is niet uitgevoerd conform het projectplan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

Objectief in geld uit te drukken afwijking.

Artikel 5.2.9 van de REES

 

2-D2

Het project is niet tijdig afgerond en er is geen schriftelijke ontheffing aangevraagd.

100% over het te laat gemaakte en/of betaalde deel.

Artikel 5.2.9 van de REES

 

2-D3

Er is sprake van niet-subsidiabele kosten:

 

 

 

 

  • a.

    administratieve en financiële sancties en boetes;

100% van het niet subsidiabele deel.

 

 

 

 

 

 

Artikel 1.15 van de REES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • b.

    winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband;

 

 

  • c.

    fooien en geschenken;

 

 

  • d.

    representatiekosten en -vergoedingen;

 

 

  • e.

    kosten van personeelsactiviteiten;

 

 

  • f.

    kosten van overboekingen en annuleringen;

 

 

  • g.

    gratificaties en bonussen;

 

 

  • h.

    kosten van outplacementtraject.

 

2-D4

De kosten zijn niet direct verbonden met de uitvoering van het project.

 

100% van de kosten

Artikel 1.3 van de REES

 

2-D5

Urenstaten zijn niet in functiescheiding getekend en/of tijdigheid van ondertekening is niet vast te stellen

 

 

 

 

  • a.

    Autorisatie medewerker ontbreekt

5% van de betreffende kosten

Art. 1.4 van de REES (toelichting)

 

 

 

 

 

  • b.

    Autorisatie leidinggevende ontbreekt

5% van de betreffende kosten

 

 

  • c.

    Tijdigheid onjuist of niet vast te stellen

5% van de betreffende kosten

 

2-D6

De subsidiabele uitgaven zijn niet of onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken:

 

 

Art. 5.2.12 van de REES

 

 

  • a.

    Factuur ontbreekt of onvoldoende specifiek om projectgerelateerdheid aan te tonen.

maximaal100% van de betreffende kosten.

 

 

 

  • b.

    Prestatie niet of onvoldoende aangetoond.

Maximaal 100% van de betreffende kosten.

 

 

 

  • c.

    Betaling niet of onvoldoende aangetoond.

Maximaal 100% van de betreffende kosten.

 

 

  

E

 

De uitgaven zijn niet conform de regels vanuit de specifieke OP’s/beleidsregels/beschikkingen

 

 

De uitgaven zijn niet conform het gestelde in de van toepassing zijnde beleidsregel(s) / beschikkingen

Beleidsregel(s) / beschikkingen

 

2-E1

De uitgaven voldoen niet aan de gestelde eisen in de Subsidieregeling / Beleidsregel of de beschikking tot subsidieverlening.

100% van de betreffende kosten

Afhankelijk van de betreffende beleidsregel(s) / beschikkingen

 

2-E2

De uitgaven zijn buiten de in de Subsidieregeling / Beleidsregel of de beschikking tot subsidieverlening gestelde subsidiabele periode gemaakt of betaald.

100% van de betreffende kosten

Afhankelijk van de betreffende beleidsregel(s) / beschikkingen

 

 

 

Toelichting behorende bij de Beleidsregels categoriseringstabel en financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020.

Algemeen

Deze beleidsregels bepalen de wijze waarop en de gevallen waarin de Managementautoriteit een correctie toepast in de berekening van de subsidie die is verstrekt op grond van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 (hierna: Subsidieregeling OPZuid). Omdat subsidie die Gedeputeerde Staten verstrekt als cofinanciering op de Subsidieregeling OPZuid, gebaseerd is op dezelfde subsidiabele kosten, bepalen deze beleidsregels tegelijk dat cofinanciering overeenkomstig wordt gecorrigeerd.

 

De Subsidieregeling OP Zuid is opgesteld ter uitvoering van het Operationeel Programma voor Zuid-Nederland- Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2014-2020. De Subsidieregeling geeft aan voor welke activiteiten en onder welke voorwaarden subsidiegelden afkomstig uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) worden verstrekt. De Managementautoriteit legt op grond van Verordening 1303/2013 verantwoording af aan de Europese Commissie over het verstrekken van deze subsidies voor zover deze worden betaald uit het EFRO. Indien de Managementautoriteit bij het doen van uitgaven verplichtingen niet nakomt, kunnen vanuit Europa financiële correcties worden opgelegd aan de Managementautoriteit. Feitelijk worden deze uitgaven door de subsidieontvangers gedaan en moet de Managementautoriteit controleren of de subsidieontvangers de uitgaven op juiste wijze doen. Deze verplichtingen zijn doorgelegd aan de subsidieontvangers. Dit is gebeurd in de Subsidieregeling OPZuid zelf, in de Regeling Europese EZ-Subsidies (hierna: REES) en door rechtstreekse werking van de Verordening 1303/2013.

 

De beleidsregels vullen de controlevereisten in die voortvloeien uit artikel 143 van Verordening 1303/2013 en zorgen er voor dat doeltreffend wordt nagegaan of subsidieontvangers de uitgaven, ingediende kosten, doen volgens de verplichtingen gesteld in de Verordening 1303/2013, de REES en de Subsidieregeling OPZuid.

 

Om tot deze beleidsregels te komen, is onder andere gebruik gemaakt van het Besluit van de Europese Commissie van 19 december 2013 (C(2013) 9527 final) en het kader dat ook door de Europese Rekenkamer wordt gehanteerd, bijvoorbeeld in het Jaarverslag 2014 en Speciaal Verslag 10/2015.

 

Wettelijk kader

De bevoegdheid tot het stellen van beleidsregels is binnen het Nederlands wettelijk kader neergelegd in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en voor het EFRO-programma in artikel 1.8 van de Regeling Europese EZ-Subsidies (REES). De bevoegdheid om een subsidie te wijzigen of lager vast te stellen bij niet naleving van de verplichtingen is ontleend aan de artikelen 4:46, 4:48, 4:49 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht. Feitelijk behoeven alleen die tekortkomingen die uiteindelijk leiden tot een verlaging van de subsidie, beleid omdat alleen in die gevallen nadrukkelijk gebruik wordt gemaakt van een bevoegdheid uit de Algemene wet bestuursrecht om de subsidieverlening of subsidievaststelling te verlagen.

 

Inherente afwijkingsbevoegdheid

Wellicht ten overvloede wordt gewezen op artikel 4:84 van de Awb waarin de bevoegdheid wordt gegeven aan de Managementautoriteit om af te wijken van de beleidsregels indien wegens bijzondere omstandigheden de gevolgen van het toepassen van de beleidsregels onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die worden gediend met de beleidsregels. Te denken valt bijvoorbeeld aan onvoorziene omstandigheden of tekortkomingen die niet toerekenbaar zijn.

 

Behalve een bevoegdheid om af te wijken, zijn de beleidsregels niet uitputtend. Ondanks dat getracht is zo volledig mogelijk te zijn, is het mogelijk dat er tekortkomingen worden geconstateerd die niet expliciet zijn opgenomen in deze beleidsregels die evenwel op grond van de Europese of nationale regelgeving gecontroleerd en hersteld, opgevolgd dan wel gehandhaafd dienen te worden. In die gevallen kan de Managementautoriteit gemotiveerd opvolging aan deze gebreken geven door het opleggen van een sanctie die niet in de bijlage is opgenomen.

 

Netto correctie en lager vaststellen

Zowel bij een door de begunstigde ingediende betalingsaanvraag als ook bij het vaststellen van de subsidie onderzoekt de Managementautoriteit of is voldaan aan de verplichtingen die voor de subsidieontvanger volgen uit de beschikking en genoemde wet- en regelgeving. Als niet is voldaan aan de verplichtingen, is sprake van een tekortkoming. Het verlagingspercentage wordt toegepast op de subsidiabele kosten waar de tekortkoming op ziet.

 

Met deze werkwijze wordt de Europese werkwijze gevolgd die wordt toegepast door de Managementautoriteit.

 

Landelijke uniformiteit

De tabel is landelijk tot stand gekomen met de vier Managementautoriteiten, de Certificeringsautoriteit, de Auditautoriteit en het Ministerie van Economische Zaken. Het registreren van bevindingen is onderdeel van een digitaal beheer- en controlesysteem dat bij alle vier de Managementautoriteiten in gebruik is. Uniforme registratie en codering van bevindingen is hiertoe noodzakelijk

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor begrippen die tevens in de Subsidieregeling OPZuid zijn gebruikt, is aangesloten bij de aldaar gebruikte schrijfwijze of afkorting. In de bijlage zijn diverse Europese richtlijnen aangehaald die niet als zodanig zijn gedefinieerd in de begripsbepalingen. Bij de toelichting op de bijlage, is ingegaan op de wet- en regelgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd.

 

Onder a. betalingsaanvraag

Een betalingsaanvraag is een verzoek om een voorschot op subsidie. Artikel 1.7 van de Subsidieregeling OPZuid biedt deze mogelijkheid aan de subsidieontvanger (begunstigde). Dit is gebaseerd op artikel 132 van Verordening 1303/2013.

 

De beslissing om een voorschot op een subsidie toe te kennen wordt genomen bij beschikking (gezien artikel 4:95 van de Awb) .

 

Onder e. Managementautoriteit

Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant is bij besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 december 2014 aangewezen als managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020.

 

Artikel 2 Verlagen subsidie

Eerste lid

De bevoegdheid om een subsidie te wijzigen of lager vast te stellen bij niet naleving van de verplichtingen is ontleend aan de artikelen 4:46, 4:48, 4:49 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht.

Tweede lid

In de bijlage zijn de tekortkomingen opgenomen die onder de reikwijdte van deze beleidsregels vallen.

Derde lid

Een tekortkoming komt aan het licht bij een betalingsaanvraag of bij een verzoek om vaststelling. Maar kan ook aan het licht komen tijdens een controle ter plaatse of door controles van andere controlerende instanties. Indien een tekortkoming bij een betalingsaanvraag aan het licht komt, kan dit leiden tot een verlaging van het voorschot en mogelijk tot een verlaging van de subsidieverlening. De aanvrager ontvangt dan niet alleen een voorschotbeschikking maar tevens ook een wijziging van de beschikking tot subsidieverlening.

 

Artikel 3 Toepassen verlaging

Eerste lid

Het registeren van tekortkomingen en toepassen van verlagingen is onderdeel van de algehele controle en bevindingen bij een aanvraag om een voorschot of een aanvraag tot subsidievaststelling. Iedere uitgave kan worden gecontroleerd. Indien een uitgave niet voldoet aan de hiertoe opgelegde verplichtingen, wordt voor die uitgave onderzocht of sprake is van een tekortkoming die leidt tot een verlaging. De verlaging wordt vervolgens alleen op die uitgave, ingediend als subsidiabele kosten, toegepast.

Tweede lid

Indien een tekortkoming wordt geconstateerd bij een aanvraag om een tussentijdse betaling (voorschot) wordt deze bevinding opnieuw gecontroleerd bij een nieuwe aanvraag om een tussentijdse betaling (voorschot) of een aanvraag om subsidievaststelling, indien de kosten hiervoor opnieuw worden ingediend. Indien de tekortkoming niet is opgeheven, blijft de eerder toegepaste verlaging van kracht op de uitgaven. De verlaging wordt niet nogmaals toegepast.

 

Artikel 4 Netto correctie

Eerste lid

Zoals in het algemeen deel is toegelicht, leiden de tekortkomingen die in de bijlage met een (*) zijn aangeduid, tot een verlaging van de subsidie die wordt aangeduid als netto correctie. Dit geeft invulling aan artikel 143, van Verordening 1303/2013 en is tot stand gekomen in overleg met de vier Managementautoriteiten, de Certificeringsautoriteit, de Auditautoriteit en het Ministerie van Economische Zaken.

Tweede lid

Als drempel wordt een bedrag van € 10.000 EFRO gehanteerd, conform artikel 122 van Verordening 1303/2013. De drempel wordt toegepast op de bijdrage, subsidie zoals die door de Europese Commissie voor het Operationeel Programma is toegekend en onderverdeeld.

Derde lid

Enkel ingeval van bewezen fraude geldt deze drempel niet en wordt de verlaging opgelegd voor het deel van het project dat hierdoor wordt geraakt; ook dit sluit aan bij de meldingsplicht voor onregelmatigheden. Bovendien is dit in lijn met de gangbare praktijk om in zo’n geval de subsidieverlening voor dat deel van het project in te trekken of de subsidie voor dat deel van het project op nihil vast te stellen en alle reeds uitbetaalde gelden terug te vorderen

 

Artikel 5 Verlaging subsidiabele kosten

In sommige gevallen kan de eventuele tekortkoming bij een volgende betalingsaanvraag of de aanvraag tot subsidievaststelling worden hersteld. Dan leidt deze tekortkoming niet tot een verlaging van de uiteindelijk vast te stellen subsidie.

Voorts leidt niet iedere tekortkoming tot een verlaging van de subsidie omdat deze bijvoorbeeld wordt hersteld bij een volgende betalingsaanvraag of het verzoek om vaststelling, danwel omdat er bijvoorbeeld vervangende kosten zijn waardoor de tekortkoming niet tot een verlaging leidt.

 

Artikel 8

Er is gekozen voor de datum van 1 januari 2018, zodat subsidieontvangers de mogelijkheid hebben kennis te nemen van deze beleidsregel. Eventuele tekortkomingen die zijn ingediend in een eerdere betalingsaanvraag vallen onder de beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OPZuid 2014-2020.

 

Bijlage bij de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OPZuid 2014-2020

De tabel is mede tot stand gekomen op basis van de richtsnoer van de Europese Commissie inzake correcties bij aanbestedingen (C(2013) 9527 van 19 december 2013). Waar nodig is deze aangepast en aangevuld op basis van nationale standpunten en inzichten uit jurisprudentie. De coderingen in de eerste kolom worden gebruikt bij de digitale verwerking en registratie van bevindingen.

 

De aangehaalde Europese Richtlijnen zijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. Het gaat onder andere om:

  • -

    85/377/EEC: Beschikking van de Commissie van 7 juni 1985 houdende invoering van een communautaire typologie van de landbouwbedrijven (PbEG L 220);

  • -

    79/409/EEC: Richtlijn van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (pbEG L 103);

  • -

    90/313/EEC:

  • -

    1999/31/EC: Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182);

  • -

    2000/60/EC: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327);

  • -

    2000/76/EC: Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332);

  • -

    2006/2/EC: richtlijn nr. 2006/2/EG van de Commissie van 6 januari 2006 (PbEU L 5) tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang.

  • -

    Richtlijn 2004/17: Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEU L134).

 

Deze richtlijnen zijn in diverse wetten en regels geïmplementeerd waaronder in de Wet Milieubeheer.

 

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant als zodanig en in de hoedanigheid van managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020,

 

de voorzitter de secretaris


1

Dat wil zeggen dat als in een project aan meerdere instanties steun wordt verleend en de steun aan één van die instanties ongeoorloofd is, de correctie is: de totale subsidiabele kosten behorend bij c.q. ten behoeve van die ene instantie.

2

De hoogte van het correctiepercentage is afhankelijk van redelijkheid & billijkheid, verwijtbaarheid en proportionaliteit.

3

Dat wil zeggen, dat indien de instandhoudingsplicht een periode van 5 jaren na betaling van het eindbedrag aan de eindbegunstigde betreft en die verplichting na 3 jaar is geschonden, dan betreft correctie 2/5de deel.

4

De hoogte van het correctiepercentage is afhankelijk van redelijkheid & billijkheid, verwijtbaarheid en proportionaliteit.

5

Wanneer de onregelmatigheid geen ontmoedigend effect heeft gehad op potentiële inschrijvers of daardoor de opdracht niet aan een andere partij is gegund, is dat een sterke indicatie dat de onregelmatigheid niet zwaar is en het lagere percentage kan worden gehanteerd.

6

Zijnde respectievelijk een niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog procedure en een gunning door onderhandelingsprocedure met aankondiging.

7

Bij de toepassing van deze bevinding kan er een beperkte flexibiliteit worden aangewend voor wijzigingen in een reeds gegunde opdracht, op voorwaarde dat de wijzigingen niet substantieel zijn. Een wijziging wordt als substantieel beschouwd indien: 1) de aanbestedende dienst voorwaarden heeft toegevoegd waardoor, als ze direct zouden zijn opgenomen, andere inschrijvers zouden hebben toegestaan; 2) de opdracht door de wijziging aan een ander wordt gegund; 3) de aanbestedende dienst breidt de omvang van de opdracht uit door werk/diensten/leveringen op te nemen die aanvankelijk niet waren opgenomen; 4) de wijziging veranderd de opdracht in het voordeel van de aanbestedende dienst op een wijze die aanvankelijk niet was voorzien.

8

Het concept van “onvoorziene omstandigheden” moet worden uitgelegd met inachtneming van wat een goede aanbestedende dienst zou kunnen voorzien, zoals nieuwe voorwaarden a.g.v. nieuwe EU of nationale wetgeving of technische voorwaarde die niet te voorzien waren ondanks technische, state of the art onderzoeken naar het ontwerp.

9

De Richtijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU kennen geen maximum. Voor de berekening van de drempel van 50% is het bedrag van het oorspronkelijke contract bepalend – minder werk dient buiten beschouwing te worden gelaten.

10

 

10