• Geldig sinds 15 april 2017.
    Geldig tot 15 april 2017.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling van de invorderingsambtenaar van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent mandaat invordering leges Dienst Wegverkeer (Mandaatbesluit invordering leges Dienst Wegverkeer)

De invorderingsambtenaar van de provincie Noord-Brabant,

 

Gelet op afdeling 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten om redenen van doelmatigheid bij besluit van 24 januari 2017 hebben besloten aan de Directeur van de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid te mandateren voor het behandelen van en beslissen op aanvragen om ontheffing ten behoeve van de voertuigen als bedoeld in de hoofdstukken 5 en 9 van de Regeling voertuigen;

 

Overwegende dat de bevoegdheid om leges in te vorderen als bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onderdeel c, van de Provinciewet is toegekend aan de provincieambtenaar belast met de invordering van provinciale belastingen, waartoe ook de leges worden gerekend;

 

Overwegende dat het uit een oogpunt van efficiency de voorkeur geniet aan de Directeur van de Dienst Wegverkeer de bevoegdheid te mandateren tot het invorderen van leges in die gevallen, waarin hij door de heffingsambtenaar is gemandateerd om te beslissen op aanvragen om een ontheffing en is gemandateerd tot het heffen van leges;

 

Gezien de schriftelijke instemming, 30 november 2016 bedoeld in artikel 10:4, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht van deze directeur;

 

besluit vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    directeur: Directeur van de Dienst Wegverkeer;

  • b.

    mandaatregister: openbaar register als bedoeld in de Regeling mandaat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

Artikel 2 Mandaatverlening

  • 1.

    De invorderingsambtenaar verleent aan de directeur mandaat tot het namens hem invorderen van leges voor het in behandeling nemen van aanvragen om een ontheffing voor zover:

    • a.

      Gedeputeerde Staten aan de directeur mandaat hebben verleend tot het beslissen op de desbetreffende aanvraag;

    • b.

      voor het in behandeling nemen van de aanvraag leges verschuldigd zijn op grond van de Legesverordening Noord-Brabant 2012.

  • 2.

    Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens de invorderingsambtenaar genomen besluiten.

Artikel 3 Ondermandaat

  • 1.

    De directeur kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2, eerste lid, aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende leidinggevende functionarissen voor zover aan deze ondermandaat is verleend voor het beslissen op aanvragen waarop de legesheffing betrekking heeft.

  • 2.

    Elk verleend ondermandaat, of wijziging wordt aangetekend op een ondermandaatlijst, die ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan de heffingsambtenaar.

  • 3.

    De ondermandaatlijst wordt gevoegd in het mandaatregister.

  • 4.

    De directeur stelt instructies vast over de wijze waarop van het ondermandaat gebruik mag worden gemaakt.

Artikel 4 Ondertekening

Uit de ondertekening van besluiten, alsmede van daarmee verband houdende uitgaande stukken, waar het mandaat betrekking op heeft, moet blijken dat deze namens de invorderingsambtenaar genomen zijn.

Artikel 5 Instructies

De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden algemene instructies en instructies per geval van de invorderingsambtenaar in acht, bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6 Informatieplicht

  • 1.

    De directeur stelt de invorderingsambtenaar tijdig in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten, waarvan hij redelijkerwijs moet aannemen dat kennisneming door hem gewenst is.

  • 2.

    Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid vindt in ieder geval plaats indien de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  • 3.

    De invorderingsambtenaar voorziet de directeur van alle benodigde informatie ten behoeve van de invulling van zijn mandaat.

Artikel 7 Verantwoording

  • 1.

    De directeur doet volgens door de invorderingsambtenaar nader te stellen regels periodiek verslag van de krachtens dit mandaatbesluit genomen besluiten.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid verschaft de directeur desgevraagd alle informatie aan de invorderingsambtenaar terzake van de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden.

Artikel 8 Registratie en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt gevoegd in het mandaatregister.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 9 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit invordering leges Dienst Wegverkeer.

’s-Hertogenbosch, 5 april 2017

De invorderingsambtenaar voornoemd,

M.A. van Kleef.

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling van de invorderingsambtenaar van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent mandaat invordering leges Dienst Wegverkeer (Mandaatbesluit invordering leges Dienst Wegverkeer)
CiteertitelMandaatbesluit invordering leges Dienst Wegverkeer
Vastgesteld doorgemandateerde functionaris
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-04-201715-04-2017nieuwe regeling

05-04-2017

prb-2017-1702

C2206683/4171521