• Geldig sinds 12 mei 2016.
    Geldig tot 01 januari 2018.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP Zuid 2014-2020

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant in de hoedanigheid van managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020;

 

Gelet op artikel 1.8 van de Regeling Europese EZ-subsidies;

 

Overwegende dat de Managementautoriteit aan afdeling 4.2.5 en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid ontleent subsidies te wijzigen of lager vast te stellen bij niet-naleving van subsidievoorschriften;

 

Overwegende dat artikel 143 van de Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) Nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013, bepaalt dat een managementautoriteit zelf verantwoordelijk is voor het onderzoeken van onregelmatigheden, het toepassen van financiële correcties en het doen van terugvordering bij het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020;

 

Overwegende dat omwille van de landelijke uniformiteit landelijk een zelfde tabel wordt gehanteerd voor de registratie van bevindingen en toepassen van correcties in geval van tekortkomingen, die invulling geeft aan de door de Europese Commissie gebruikte tabel voor het toepassen van correcties bij onregelmatigheden en dat deze tabel als beleidsregel dient te worden vastgesteld;

 

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregels:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Managementautoriteit: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant aangewezen als managementautoriteit, bedoeld in artikel 123, eerste lid, van verordening 1303/2013 voor het Operationeel Programma Zuid 2014-2020;

  • b.

    REES: Regeling Europese EZ-subsidies;

  • c.

    Subsidieregeling OPZuid: Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020;

  • d.

    Verordening 480/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (PbEU L138);

  • e.

    Verordening 821/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 821/2014 van Commissie van 28 juli 2014 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft gedetailleerde regelingen voor de overdracht en het kenmerken van voorlichtings- en communicatiemaatregelen voor concrete acties, en het systeem voor de vastlegging en opslag van gegevens (PbEU L 223);

  • f.

    Verordening 966/2012: Verordening (EU, Eurotom) Nr. 966/ 2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002;

  • g.

    Verordening 1303/2013: Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) Nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013.

 

Artikel 2 Verlagen subsidie

  • 1

    De Managementautoriteit besluit tot verlagen van een subsidie die is verstrekt op grond van de Subsidieregeling OPZuid, indien sprake is van een tekortkoming in de nakoming van verplichtingen verbonden aan de subsidie, die volgen uit Europese of nationale regelgeving.

  • 2

    Een verlaging als bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op:

    • a.

      de hoogte van het voorschot op het verleende subsidiebedrag, bedoeld in artikel 1.7 van de Subsidieregeling OPZuid;

    • b.

      de totaal vast te stellen subsidie, bedoeld in artikel 1.6 van de Subsidieregeling OPZuid.

  • 3

    De tekortkomingen, bedoeld in het eerste lid, die in ieder geval kunnen leiden tot een verlaging van de subsidie en de daarbij toe te passen verlagingspercentages zijn opgenomen in bijlage 1.

Artikel 3 Toepassen verlaging

  • 1

    Het verlagingspercentage, bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt toegepast op het deel van de subsidiabele kosten waar de tekortkoming op ziet.

  • 2

    Iedere geconstateerde tekortkoming leidt slechts één keer tot verlaging van het deel van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid.

  • 3

    Indien de Managementautoriteit meerdere tekortkomingen constateert die leiden tot een verlaging van hetzelfde deel van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt het hoogste percentage toegepast.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP Zuid 2014-2020.

’s-Hertogenbosch, 10 mei 2016

Gedeputeerde Staten voornoemd in hun hoedanigheid als managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

Bijlage 1 bij de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP-Zuid 2014-2020

Bijlage 1 bij de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP-Zuid 2014-2020

 

Toelichting behorende bij de Beleidsregels categoriseringstabel en financiële correcties OP-Zuid 2014-2020.

Algemeen Deze beleidsregels bepalen wanneer de Managementautoriteit besluit tot verlaging van de subsidie die is verstrekt in het kader van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 (hierna: Subsidieregeling OPZuid). Het constateren van een tekortkoming is onderdeel van een algehele registratie van bevindingen bij de controle van de betalingsaanvragen om voorschotten of betalingsaanvragen om subsidievaststelling in het kader van de Subsidieregeling OPZuid. Deze bevindingen kunnen ook leiden tot diverse verschuivingen binnen de subsidiabele kosten. Alleen die bevindingen die duiden op een tekortkoming en aanleiding vormen voor een verlaging, behoeven regulering omdat alleen in die gevallen nadrukkelijk gebruik wordt gemaakt van een bevoegdheid uit de Algemene wet bestuursrecht om de subsidieverlening of subsidievaststelling te verlagen.

De Subsidieregeling OP Zuid is opgesteld ter uitvoering van het Operationeel Programma voor Zuid-Nederland- Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2014-2020. De Subsidieregeling geeft aan voor welke activiteiten en onder welke voorwaarden subsidiegelden afkomstig uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) worden verstrekt.

De Managementautoriteit legt op grond van Verordening 1303/2013 verantwoording af aan de Europese Commissie over het verstrekken van deze subsidies. Indien de Managementautoriteit bij het doen van uitgaven verplichtingen niet nakomt, worden vanuit Europa financiële correcties opgelegd. Feitelijk worden deze uitgaven door de subsidieontvangers gedaan en moet de Managementautoriteit controleren of de subsidieontvangers de uitgaven op juiste wijzen doen. Deze verplichtingen zijn doorgelegd aan de subsidieontvangers. Dit is gebeurd in de Subsidieregeling OPZuid zelf, in de Regeling Europese EZ-Subsidies (hierna: REES) en door rechtstreekse werking van de Verordening 1303/2013.

De beleidsregels vullen aldus de controlevereisten in die voortvloeien uit Verordening 1303/2013 en zorgen ervoor dat doeltreffend wordt nagegaan of subsidieontvangers de uitgaven, subsidiabele kosten, doen volgens de verplichtingen gesteld in de Verordening 1303/2013, de REES en de Subsidieregeling OPZuid.

Wettelijk kader De bevoegdheid tot het stellen van beleidsregels is binnen het Nederlands wettelijk kader neergelegd in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en voor het EFRO-programma in artikel 1.8 van de Regeling Europese EZ-Subsidies (REES). De bevoegdheid om een subsidie te wijzigen of lager vast te stellen bij niet naleving van de verplichtingen is ontleend aan de artikelen 4:46, 4:48, 4:49 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht. Wellicht ten overvloede wordt gewezen op artikel 4:84 van de Awb waarin de bevoegdheid wordt gegeven aan de Managementautoriteit om af te wijken van de beleidsregels indien wegens bijzondere omstandigheden de gevolgen van het toepassen van de beleidsregels onevenredig is in verhouding tot de doelen die worden gediend met de beleidsregels. Behalve een bevoegdheid om af te wijken, zijn de beleidsregels niet uitputtend. Ondanks dat getracht is zo volledig mogelijk te zijn, is het mogelijk dat er tekortkomingen worden geconstateerd die niet expliciet zijn opgenomen in deze beleidsregels die evenwel op grond van de Europese of nationale regelgeving gecontroleerd en hersteld, opgevolgd dan wel gehandhaafd dienen te worden. In die gevallen kan de Managementautoriteit gemotiveerd opvolging aan deze gebreken geven door het opleggen van een sanctie die niet in de tabel van bijlage 1 is opgenomen.

Proces De verlaging van subsidie wordt toegepast in de fase van bevoorschotting naar aanleiding van een tussentijdse door de begunstigde ingediende betalingsaanvraag en bij de vaststelling van de subsidie. Op grond van artikel 1.7 van de Subsidieregeling OPZuid kan een subsidieontvanger met een betalingsaanvraag verzoeken om een voorschot op de subsidie. Een voorschot op een subsidie wordt gezien artikel 4:95 van de Awb, toegekend bij beschikking. In de fase van betalingsaanvraag controleert de Managementautoriteit reeds of de uitgaven waarvoor een betalingsaanvraag is gedaan, zijn gedaan conform de verplichtingen opgenomen in de eerder genoemde wet- en regelgeving. Bij een volgende betalingsaanvraag of de aanvraag tot subsidievaststelling kan de eventuele tekortkoming worden hersteld. Dan leidt deze tekortkoming niet tot een verlaging van de uiteindelijk vast te stellen subsidie. Indien de tekortkoming niet is hersteld, of bij de aanvraag tot vaststelling wordt een nieuwe tekortkoming geconstateerd, leidt een tekortkoming tot verlaging van de vast te stellen subsidie.

Met deze werkwijze wordt de Europese werkwijze gevolgd die wordt toegepast door de Managementautoriteit.

Landelijke uniformiteit De tabel is landelijk tot stand gekomen met de managementautoriteiten, de Certificeringsautoriteit als onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, het Coördinatiepunt structuurfondsen als onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en de Audit Dienst Rijk als onderdeel van het Ministerie van Financiën. Het registreren van bevindingen is onderdeel van een digitaal beheer- en controlesysteem. Uniforme registratie en codering van bevindingen is hiertoe noodzakelijk

Artikelsgewijs

Artikel 1 Begripsbepalingen Voor begrippen die in de Subsidieregeling OPZuid zijn gebruikt, is aangesloten bij de aldaar gebruikte schrijfwijze of afkorting. In bijlage 1 zijn diverse Europese richtlijnen aangehaald die niet als zodanig zijn gedefinieerd in de begripsbepalingen. Richtlijnen hebben geen rechtstreekse werking en dienen geïmplementeerd te zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving. Bij de toelichting op de bijlage, is ingegaan op de wet- en regelgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd.

Onder a. Managementautoriteit Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant is bij besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 11 december 2014 aangewezen als managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020.

Artikel 2 Verlagen subsidie Eerste lid De bevoegdheid om een subsidie te wijzigen of lager vast te stellen bij niet naleving van de verplichtingen is ontleend aan de artikelen 4:46, 4:48, 4:49 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht. Tweede lid De verlaging van subsidie wordt toegepast in de fase van bevoorschotting en bij de vaststelling van de subsidie. Voor de uitleg hiervan wordt verwezen naar de algemene toelichting onder proces.Derde lid De beleidsregels zijn niet uitputtend. Ondanks dat getracht is zo volledig mogelijk te zijn, is het mogelijk dat er tekortkomingen worden geconstateerd die niet expliciet zijn opgenomen in deze beleidsregels die evenwel op grond van de Europese of nationale regelgeving gecontroleerd en hersteld, opgevolgd dan wel gehandhaafd dienen te worden. De Managementautoriteit kan dan gemotiveerd opvolging aan deze gebreken geven door het opleggen van een sanctie die niet in de tabel van bijlage 1 is opgenomen. Wellicht ten overvloede wordt gewezen op artikel 4:84 van de Awb waarin de bevoegdheid wordt gegeven aan de Managementautoriteit om af te wijken van de beleidsregels indien wegens bijzondere omstandigheden de gevolgen van het toepassen van de beleidsregels onevenredig is in verhouding tot de doelen die worden gediend met de beleidsregels.

Artikel 3 Toepassen verlaging Eerste lid Het registeren van tekortkomingen en toepassen van verlagingen is onderdeel van de algehele controle en bevindingen bij een aanvraag om een voorschot of een aanvraag tot subsidievaststelling. Iedere uitgave wordt gecontroleerd. Indien een uitgave niet voldoet aan de hiertoe opgelegde verplichtingen, wordt voor die uitgave onderzocht of sprake is van een tekortkoming die leidt tot een verlaging. De verlaging wordt vervolgens alleen op die uitgave toegepast. Tweede lid Indien een tekortkoming wordt geconstateerd bij een aanvraag om een tussentijdse betaling (voorschot) wordt deze bevinding opnieuw gecontroleerd bij een nieuw aanvraag om een tussentijdse betaling (voorschot) of een aanvraag om subsidievaststelling. Indien de tekortkoming niet is opgeheven, blijft de eerder toegepaste verlaging van kracht. De verlaging wordt niet nogmaals toegepast.

Bijlage 1 bij de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP-Zuid 2014-2020 De tabel is mede tot stand gekomen op basis van de richtsnoer van de Europese Commissie inzake correcties bij aanbestedingen (C(2013) 9527 van 19 december 2013). Waar nodig is deze aangepast en aangevuld op basis van nationale standpunten en inzichten uit jurisprudentie. De coderingen in de eerste kolom worden gebruikt bij de digitale verwerking en registratie van bevindingen.

De in de derde kolom aangehaalde Europese Richtlijnen zijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. Het gaat onder andere om:

  • -

    85/377/EEC: Beschikking van de Commissie van 7 juni 1985 houdende invoering van een communautaire typologie van de landbouwbedrijven (PbEG L 220);

  • -

    79/409/EEC: Richtlijn van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (pbEG L 103);

  • -

    1999/31/EC: Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182);

  • -

    2000/60/EC: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327);

  • -

    2000/76/EC: Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332);

  • -

    2006/2/EC: richtlijn nr. 2006/2/EG van de Commissie van 6 januari 2006 (PbEU L 5) tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang.

  • -

    Richtlijn 2004/17: Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEU L134).

Deze richtlijnen zijn in diverse wetten en regels geïmplementeerd waaronder in de Wet Milieubeheer.

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP Zuid 2014-2020
CiteertitelBeleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP Zuid 2014-2020
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpfinancieel beheer, financieel kader
Externe bijlageBijlage 1 bij de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties OP-Zuid 2014-2020

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vervangen door de Beleidsregels categoriseringstabel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Zuid-Nederland 2014-2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Regeling Europese EZ-subsidies, art. 1.8

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-05-201601-01-2018nieuwe regeling

10-05-2016

Provinciaal Blad, 2016, 73

S0312444