Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Overig besluit van algemene strekking van de gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant houdende subsidies voor biodiversiteit Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 in de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met als doel behoud en herstel van biodiversiteit;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 september 2013 het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en Leefgebieden hebben vastgesteld, waarin ook alle leefgebiedsplannen en maatregelkaarten zijn opgenomen.

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 5 november 2013 de Subsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant hebben vastgesteld;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten die regeling op enkele onderdelen inhoudelijk wensen te wijzigen en daarbij tevens van de mogelijkheid gebruik willen maken om de regeling flexibeler in te richten;

Overwegende dat die ombouw tot een groot aantal technische wijzigingen leidt en Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten een geheel nieuwe regeling vast te stellen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Biodiversiteit en leefgebieden bedreigde soorten

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    maatregelkaart: Maatregelkaarten biodiversiteit en leefgebieden 2015;

  • b.

    prioritaire plant- of diersoorten: plant- of diersoorten als opgenomen op bijlage 1 behorende bij deze regeling.

Artikel 1.2 Doelgroep

  • 1

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      rechtspersonen;

    • b.

      een samenwerkingsverband van rechtspersonen;

    • c.

      een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.

  • 2

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 1.3 Subsidievorm

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten, in de vorm van:

  • a.

    projecten gericht op communicatie en draagvlakvergroting;

  • b.

    projecten gericht op:

    • 1°.

      onderzoek naar de uitvoering;

    • 2°.

      onderzoek naar innovatie van de uitvoering.

  • c.

    uitvoeringsprojecten in:

    • 1°.

      agrarische gebieden;

    • 2°.

      stedelijke gebieden;

    • 3°.

      natuurgebieden.

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het project geheel of gedeeltelijk is gericht op:

    • 1°.

      het edelhert;

    • 2°.

      de bever;

    • 3°.

      de otter;

    • 4°.

      de wisent;

    • 5°.

      de lynx.

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag:

    • 1°.

      lager is dan € 25.000, met uitzondering van communicatieprojecten als bedoeld in artikel 1.4, onder a;

    • 2°.

      hoger is dan € 750.000.

  • c.

    het project reeds is gestart op het moment van indiening van de subsidieaanvraag;

  • d.

    subsidieaanvrager reeds eerder subsidie heeft ontvangen ingevolge de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant of de Subsidieregeling verbindingen en landschap Noord-Brabant.

Artikel 1.6 Subsidievereisten

  • 1

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant;

    • b.

      het project is gericht op het behoud of herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten;

    • c.

      het project is gericht op:

      • 1°.

        vergroting van de kennis over het leefgebied van de desbetreffende plant- of diersoort, of;

      • 2°.

        verbetering van het leefgebied van de desbetreffende plant- of diersoort;

    • d.

      aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

        een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling;

      • 2°.

        ondersteunend kaartmateriaal;

      • 3°.

        een sluitende begroting.

  • 2

    Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het projectplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 1, bevat een uitwerking van de maatregelen, genoemd in de desbetreffende maatregelkaart;

    • b.

      aan het project ligt een monitoringsplan ten grondslag, waarin de wijze van monitoring gedurende vijf jaar na de vaststelling van deze subsidie is beschreven.

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

  • 2

    Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c, en artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe.

  • 3

    In afwijking van artikel 13, eerste lid, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant, bedraagt het tarief voor personeelsuren en arbeidsuren:

    • a.

      € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau;

    • b.

      € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau;

    • c.

      € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau.

Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.7 komen de kosten voor reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 1.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 1 januari 2016 tot en met 17 februari 2016.

Artikel 1.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, voor de tenderperiode, genoemd in artikel 1.9, vast op 2.800.000.

Artikel 1.11 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.000 per project.

Artikel 1.12 Verdeelcriteria

  • 1

    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 1.10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende afwegingscriteria:

    • a.

      voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder a:

      • 1°.

        de mate waarin het project de doelgroep bereikt, te waarderen met maximaal 75 punten;

      • 2°.

        de mate waarin derden financieel bijdragen aan het project, te waarderen met maximaal 25 punten.

    • b.

      voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder b:

      • 1°.

        de kwaliteit van het onderzoeksproject, te waarderen met maximaal 50 punten;

      • 2°.

        de kwantitatieve reikwijdte in leefgebiedenbenadering, te waarderen met maximaal 25 punten;

      • 3°.

        de mate waarin derden financieel bijdragen aan het project, te waarderen met 25 punten.

    • c.

      voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder c:

      • 1°.

        de mate waarin het project bijdraagt aan de verbetering van de leefgebieden van bedreigde soorten, te waarderen met maximaal 50 punten;

      • 2°.

        de kwaliteit van het eventuele vervolgproject, te waarderen met maximaal 20 punten;

      • 3°.

        de mate waarin derden financieel bijdragen aan het project, te waarderen met maximaal 25 punten;

      • 4°.

        de mate waarin het project leidt tot draagvlakvergroting, te waarderen met maximaal 5 punten.

  • 2

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door:

    • a.

      de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onderdeel a, onder 1, voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder a;

    • b.

      de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onderdeel b, onder 1, voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder b;

    • c.

      de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onderdeel c, onder 1, voor projecten als bedoeld in artikel 1.4, onder c.

  • 3

    Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen wederom op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project is uiterlijk drie jaar na verlening gerealiseerd, met een maximale verlengingsmogelijkheid van een jaar;

  • b.

    bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • c.

    bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • d.

    de subsidieontvanger stelt de resultaten van het project ter beschikking van de provincie met uitzondering van onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 1.4, onder b.

Artikel 1.14 Prestatieverantwoording

  • a.

    Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd door het overleggen van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • b.

    Bij subsidies van € 25.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling door het overleggen van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 procent van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

    Bij subsidies van € 25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 80 procent van het verleende subsidiebedrag.

  • 3

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 2 Biodiversiteit en Natura 2000/PAS

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

  • a.

    beheerplan: plan als bedoeld in artikel 19a van de Natuurbeschermingswet 1998;

  • b.

    Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1, sub n, van de Natuurbeschermingswet 1998;

  • c.

    PAS: Regeling programmatische aanpak stikstof.

Artikel 2.2 Doelgroep

  • 1

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      rechtspersonen, met uitzondering van waterschappen;

    • b.

      natuurlijke personen;

    • c.

      een samenwerkingsverband van de personen, genoemd onder a, b of beide.

  • 2

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 2.3 Subsidievorm

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of herstel van:

  • a.

    habitattypen;

  • b.

    plantsoorten;

  • c.

    diersoorten.

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het project geheel of gedeeltelijk is gericht op:

    • 1°.

      het edelhert;

    • 2°.

      de bever;

    • 3°.

      de otter;

    • 4°.

      de wisent;

    • 5°.

      de lynx.

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag:

    • 1°.

      lager is dan € 25.000;

    • 2°.

      hoger is dan € 1.000.000;

  • c.

    Subsidieaanvrager reeds eerder subsidie heeft ontvangen ingevolge de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant of de Subsidieregeling verbindingen en landschap Noord-Brabant.

Artikel 2.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    het project ziet op habitattypen, plant- of diersoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, die opgenomen zijn in:

    • 1°.

      een aanwijzingsbesluit Natura2000-gebied, vastgesteld door de minister van Economische Zaken;

    • 2°.

      een ontwerp beheerplan Natura2000-gebied;

    • 3°.

      een beheerplan Natura2000-gebied, of;

    • 4°.

      de PAS;

  • c.

    het project voorziet in de monitoring van de resultaten van het project voor de plant- of diersoorten;

  • d.

    aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

      een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling;

    • 2°.

      ondersteunend kaartmateriaal;

    • 3°.

      een sluitende begroting.

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

  • 2

    Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c en artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe.

  • 3

    In afwijking van artikel 13, eerste lid, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant bedraagt het uurtarief voor personeelsuren en arbeidsuren:

    • a.

      € 50 voor werkzaamheden op MBO-niveau;

    • b.

      € 80 voor werkzaamheden op HBO-niveau;

    • c.

      € 100 voor werkzaamheden op WO-niveau.

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor grondverwerving;

  • b.

    kosten voor reguliere beheer- en onderhoudswerkzaamheden.

  • c.

    kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend.

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, worden ingediend in de tenderperiode van 1 januari 2016 tot en met 17 februari 2016.

Artikel 2.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de tenderperiode, genoemd in artikel 2.9, vast op € 5.500.000.

Artikel 2.11 Subsidiehoogte

  • 1

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000 per project.

  • 2

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 2.12 Verdeelcriteria

  • 1

    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende afwegingscriteria:

    • a.

      de mate waarin het project bijdraagt aan het versterken van het leefgebied van prioritaire planten- of diersoorten, te waarderen met maximaal 75 punten;

    • b.

      de mate waarin het project gebruik maakt van bijdragen van derden, te waarderen met maximaal 25 punten.

  • 2

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onder a.

  • 3

    Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project is uiterlijk drie jaar na verlening gerealiseerd, met een maximale verlengingsmogelijkheid van een jaar;

  • b.

    de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • c.

    bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • d.

    de subsidieontvanger stelt de resultaten van het project ter beschikking van de provincie.

Artikel 2.14 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling door het overleggen van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80 procent van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 3 Slotbepalingen

Artikel 3.1 Intrekking

De Subsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant wordt ingetrokken.

Artikel 3.2 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2020 en vervolgens telkens na vier jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze regeling.

Artikel 3.3 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 15 december 2015

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant.

Algemeen

Aanleiding De provincie heeft in de nota “Brabant Uitnodigend Groen” de ambities voor de Noord-Brabantse biodiversiteit benoemd. De aanpak is gebaseerd op de leefgebiedenbenadering. Het betreft een integrale en gebiedsgerichte aanpak gebaseerd op systeemherstel. Voor de analyse en aansturing van de uitvoering zijn leefgebiedsplannen en maatregelkaarten gemaakt.

Juridisch kader Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in deze subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Artikelsgewijs

Artikel 1.6 Subsidievereisten Onderdeel c, onder 2 verbetering leefgebied Als subsidievereiste is hier bepaald dat het project een aantoonbare verbetering oplevert voor de plant- of diersoorten waarvoor het project wordt uitgevoerd. Hiermee wordt bedoeld dat in het leefgebied van de betreffende soorten maatregelen worden uitgevoerd, waarvan op basis van kennis en inschatting van experts bekend is dat dat positieve effecten heeft voor die soorten. In het desbetreffende leefgebiedsplan is een analyse te vinden over de leefgebieden van de prioritaire soorten en het scala aan maatregelen dat verbeteringen voor het soortenspectrum zal opleveren. Op de maatregelkaarten zijn de maatregelen te vinden die gesubsidieerd kunnen worden. Onderdeel d, onder 2 Ondersteunend kaartmateriaal Als subsidievereiste is hier bepaald dat tevens ondersteunend kaartmateriaal moet worden meegezonden. Hiermee wordt bedoeld dat aangegeven wordt op welk gebied het project gericht is en welke maatregelen op welke plek in het gebied uitgevoerd gaan worden.

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten Doordat op grond van artikel 1.4 uiteenlopende projecten voor subsidie in aanmerking kunnen komen, kunnen de subsidies op grond van deze regeling in het eerste, tweede of derde arrangement vallen (zie de artikelen 20, 21 en 22 van de Asv). Indien sprake is van subsidies tot € 125.000 gaat het in dit artikel om de begrote kosten en in geval van subsidies vanaf € 125.000 om de daadwerkelijke kosten. Zie voor verdere regels hierover de Asv.

Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter de secretaris prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingOverig besluit van algemene strekking van de gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant houdende subsidies voor biodiversiteit Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpflora en fauna, subsidies, financieel kader
Externe bijlageBijlage I behorende bij de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vervangen door de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art. 2 Algemene subsidieverordening Noord-Brabant

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-06-201618-12-201503-02-2017artikel 2.4, 2.5, 2.8

14-06-2016

Provinciaal blad 2016, 82

S0313391
18-12-201516-06-2016nieuwe regeling

15-12-2015

Provinciaal Blad, 2015, 162

S0306991