Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent subsidies voor het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden en landschappen (Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PB EU L 347/487) van toepassing is op de uitvoering van deze verordening;

Overwegende dat Verordening (EU) 1306/2013 en 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake financiering, beheer en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB EU L 347/549 van toepassing is op de uitvoering van deze verordening;

Overwegende dat Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betaling aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB EU L 347/608) van toepassing is op de uitvoering van deze verordening;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het vanwege het grote aantal noodzakelijke wijzigingen in het onderdeel agrarisch natuurbeheer van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Brabant wenselijk achten een geheel nieuwe subsidieregeling vast te stellen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

beheeractiviteit: activiteit opgenomen in bijlage 3;

beheerfunctie: functie van een beheeractiviteit

certificaat: certificaat afgegeven door de Stichting Certificering Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer, waarmee wordt gewaarborgd dat een natuurbeheerder of agrarisch collectief voldoet aan bepaalde beheereisen en het beheer op de afgesproken manier uitvoert;

gescheperde schaapskudde: rondtrekkende schaapskudde die niet permanent op een plaats graast en die gehoed wordt door een herder met een of meer honden;

grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen overschrijdt, en daarmee niet voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 2 van bijlage I van Verordening (EU) 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);

knooppuntennetwerk: bij de Stichting Landelijk Fietsplatform of de Stichting Wandelnet geregistreerd routenetwerk voor fietsen of wandelen bestaande uit genummerde knooppunten en bewegwijzering tussen de knooppunten;

landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon dan wel een groep van natuurlijke personen of rechtspersonen die een landbouwactiviteit als bedoeld in de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB uitoefent op landbouwgrond;

landbouwgrond: landbouwareaal als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van verordening 1305/2013, met daarbij eventuele landschapselementen of watergangen, waarbij er sprake kan zijn van een scheiding van die landbouwgrond door een kavelpad of watergang;

landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C 204);

landelijke fietsroutes: bij de Stichting Landelijk Fietsplatform geregistreerde landelijke fietsroutes en ANWB-bewegwijzerde routes als onderdeel van een landelijk fietsroutenetwerk;

landelijke wandelroutes: bij de Stichting Wandelnet geregistreerde Lange-Afstand-Wandelpaden en Streekpaden als onderdeel van een landelijk wandelroutenetwerk;

landschapsbeheertype: in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen en nader beschreven beheertype;

leefgebied: in het natuurbeheerplan begrensde landbouwgronden waarop planten of dieren voorkomen of kunnen voorkomen die bepaalde eisen stellen aan de inrichting, het beheer en het gebruik van hun omgeving;

monitoring: uitvoeren van metingen en het vastleggen van de ontwikkelingen op het natuurterrein of de landbouwgrond met uitzondering van metingen in het kader van natuur- en landschapsbeheer;

monitoringsprogramma: door Gedeputeerde Staten vastgesteld meerjarig programma van metingen om de effecten van maatregelen en ingrepen te kunnen volgen vanuit vastgestelde beleidsdoelen en beleidstaken;

monitoringstoeslag: extra vergoeding voor het uitvoeren van metingen en het vastleggen van de ontwikkelingen op het natuurterrein;

natuurbeheerplan: provinciaal plandocument waarin de overeengekomen doelen op het gebied van natuur- en landschapsbeheer en agrarisch natuur- en landschapsbeheer zijn vastgelegd;

natuurbeheertype: in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen en nader beschreven beheertype;

natuurcompensatie: het nemen van maatregelen om het verlies van beschermde natuur als gevolg van ingrepen, elders te compenseren;

natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als hoofdfunctie natuur die in het natuurbeheerplan is aangeduid, alsmede gronden waarvoor een subsidie functieverandering is verstrekt als bedoeld in de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant en het Investeringsreglement van het Groen ontwikkelfonds;

normbedrag: bedrag voor de openstellingsbijdrage, monitoringstoeslag, schapentoeslag, of de vaartoeslag, zoals opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling;

opslag voor de prijsstijging: op de consumentenprijsindex gebaseerde opslag van de subsidie om de kostenstijging gedurende de looptijd van de beschikking te compenseren;

openstellingsbijdrage: vergoeding voor het recreatief toegankelijk maken en houden van een natuurterrein of het houden van toezicht op een opengesteld natuurterrein;

toeslag gescheperde schaapskuddes: vergoeding voor de inzet van gescheperde schaapskuddes ten behoeve van het beheer van natuur- en landschapsbeheertypen;

tarief: tarief voor de in artikel 2.2 genoemde subsidiabele activiteiten, opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling;

transactiekosten: kosten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder e, van verordening 1305/2013, die niet direct met de uitvoering van de dienst te maken hebben, maar verbonden zijn aan het vervullen van de randvoorwaarden zodat de dienst daadwerkelijk uitgevoerd kan worden;

vaartoeslag: vergoeding voor transportkosten in verband met het beheer van natuur- en landschapsbeheertypen op een natuurterrein dat alleen varend kan worden bereikt, opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling;

verordening 1305/2013: Verordening (EU) 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

verordening 640/2014: Gedelegeerde verordening (EU) 640/2014 van de commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L 181);

verordening 809/2014: Uitvoeringsverordening (EU) 809/2014 van de commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L 227);

verordening 908/2014: Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 908/2014 van de commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie.

Artikel 1.2 Natuurbeheerplan

  • 1

    Gedeputeerde Staten stellen het natuurbeheerplan vast.

  • 2

    Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten in ieder geval een elektronische kaart met topografische ondergrond vast, waarop is aangeduid:

    • a.

      voor welke natuurterreinen een subsidie op grond van deze subsidieregeling kan worden verstrekt, met daarbij de aanduiding:

      • 1°.

         welk natuurbeheertype in stand kan worden gehouden;

      • 2°.

         welke landschapsbeheertypen in stand kunnen worden gehouden;

      • 3°.

         of het natuurterrein in aanmerking komt voor een vaartoeslag;

      • 4°.

        of het terrein in aanmerking komt voor toeslag gescheperde schaapskuddes.

    • b.

      voor welk leefgebied, of onderdeel van een leefgebied een subsidie agrarisch natuur- en landschapsbeheer kan worden verstrekt, met daarbij de aanduiding:

      • 1°.

        open akkerland;

      • 2°.

        open grasland;

      • 3°.

        droge dooradering;

      • 4°.

        natte dooradering;

      • 5°.

        categorie water.

  • 3

    Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten een elektronische ambitiekaart met een topografische ondergrond vast, waarop de begrenzing is vastgelegd van alle bestaande en nog te realiseren natuur waarvoor Gedeputeerde Staten een investeringssubsidie willen verstrekken met daarbij de aanduiding van de kwaliteit per natuurbeheertype of landschapselement.

Artikel 1.3 Nadere regels certificering

  • 1

    Gedeputeerde Staten besluiten op basis van het Programma van Eisen genoemd in de Nadere regels certificering Subsidiestelsel Natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant op een aanvraag om afgifte van certificaten:

    • a.

      natuurbeheer;

    • b.

      samenwerkingsverband natuurbeheer;

    • c.

      collectief agrarisch natuurbeheer.

  • 2

     Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om de in het eerste lid genoemde certificaten te schorsen of in te trekken.

  • 3

    Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de afgifte, schorsing of intrekking van certificaten.

Artikel 1.4 Verplichtingen algemeen

Aan de subsidieontvanger wordt in ieder geval de verplichting opgelegd dat de administratie en de daartoe behorende bescheiden die betrekking hebben op de verstrekte subsidie ten minste gedurende een periode van vijf jaar na vaststelling van de desbetreffende subsidie worden bewaard.

Artikel 1.5 Verplichtingen algemeen

[vervallen]

§ 2 Natuur- en landschapsbeheer

Artikel 2.1 Doelgroep

  • 1

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      natuurlijke personen, die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap hebben over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      privaatrechtelijke rechtspersonen en Staatsbosbeheer, die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap hebben over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid met als leden natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld onder a of b;

    • d.

       rechtspersonen die overeenkomstig het in bijlage 6 opgenomen model een overeenkomst zijn aangegaan met natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld onder a of b.

    • e.

      Staatsbosbeheer voor zover dat is belast met het beheer van natuurterreinen die in rijksbezit zijn en vóór 15 augustus 2009 reeds feitelijk in het beheer van Staatsbosbeheer waren.

  • 2

    Onverminderd het eerste lid kan subsidie worden aangevraagd door gemeenten en samenwerkingsverbanden als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen, voor zover deze voor het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd, subsidie ontvangen op basis van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant of de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant, waarbij:

    • a.

      de periode waarvoor de subsidie overeenkomstig de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant of de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant wordt verstrekt op of na 31 december 2015 eindigt; en

    • b.

      de subsidie natuurbeheer die op grond van de onderhavige regeling kan worden verstrekt niet later ingaat dan 1 januari van het kalenderjaar, volgend op het jaar waarin de in onderdeel a bedoelde subsidie eindigt.

  • 3

     Onverminderd het eerst lid, kan subsidie worden aangevraagd door personen als bedoeld in het eerste lid voor een natuurterrein waarvan zij nog geen eigenaar of erfpachter is indien tussen de aanvrager en de provincie voor het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd op het moment van aanvragen een koopovereenkomst is gesloten.

Artikel 2.2. Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

     het beheer van natuurbeheertypen;

  • b.

     het beheer van landschapsbeheertypen;

  • c.

     begrazing van natuurterrein door schapen;

  • d.

     monitoring van natuurterrein;

  • e.

     recreatief toegankelijk maken en houden van natuurterrein.

Artikel 2.3 Weigeringsgronden

  • 1

    Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      de subsidieaanvrager een rechtspersoon is die waterwinning als doelstelling heeft;

    • b.

      de subsidieaanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is die kennelijk is opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersoon, bedoeld onder a of een publiekrechtelijke rechtspersoon niet zijnde Staatsbosbeheer;

    • c.

      de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in het landbouwsteunkader;

    • d.

      jegens de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;

    • e.

      de subsidieaanvrager het natuurterrein waarop de subsidieaanvraag ziet heeft verkregen van:

      • 1°.

        een gemeente;

      • 2°.

        een samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen;

      • 3°.

        het Rijksvastgoed- en ontwikkelbedrijf van het ministerie van Financiën;

      • 4°.

        een waterschap; of

      • 5°.

        een waterleidingmaatschappij.

  • 2

    [vervallen]

Artikel 2.4 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteiten vinden plaats op een natuurterrein dat is aangemerkt als een onderdeel waarvoor subsidie kan worden aangevraagd in het natuurbeheerplan;

    • b.

      de activiteiten zijn gericht op de instandhouding van het natuurbeheertype of landschapsbeheertype;

    • c.

      de activiteiten zijn gericht op een beheer van 200 hectare of meer;

    • d.

      de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en b, beschikt over een certificaat natuurbeheer;

    • e.

      de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c en d, beschikt over een certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer, of de natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a of b, die het beheer uitvoeren beschikken elk afzonderlijk over een certificaat natuurbeheer;

    • f.

      de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, dient bij de subsidieaanvraag afschriften in van de in dat artikel genoemde overeenkomst die hij heeft gesloten met de natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, die het beheer uitvoeren;

    • g.

      de subsidieaanvrager, uitgezonderd de subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, vraagt subsidie aan voor een perceel waarvoor na 1 januari 2010 subsidie is verstrekt voor:

      • 1°.

        dezelfde subsidiabele activiteit op grond van deze subsidieregeling;

      • 2°.

        dezelfde subsidiabele activiteiten op grond van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant;

      • 3°.

        dezelfde subsidiabele activiteit op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant 2010;

      • 4°.

        dezelfde subsidiabele activiteit op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant;

      • 5°.

        hetzelfde natuurterrein ten behoeve van inrichting, verwerving of functieverandering op grond van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant; of

      • 6°.

        hetzelfde natuurterrein voor inrichting, verwerving of functieverandering op grond van het Investeringsreglement van het Groen ontwikkelfonds Brabant, tenzij het gaat om grond waarvan de functie wordt gecombineerd met natuurwaarden.

  • 2.

    Indien de subsidieaanvrager niet voldoet aan een van de vereisten in het eerste lid, onder g, wordt voldaan aan het vereiste dat het project wordt uitgevoerd:

    • a.

      op percelen met het label Nieuwe Natuur, als aangeduid op de kaart, genoemd in artikel 1.2, tweede lid;

    • b.

      op percelen met het label Bestaande natuur, als aangeduid op de kaart, genoemd in artikel 1.2, tweede lid, die zijn ingericht in het kader van natuurcompensatie waarbij de termijn voor het beheer op kosten van de initiatiefnemer geëindigd is;

    • c.

      op percelen van de in bijlage 7 opgenomen voormalige militaire terreinen; of

    • d.

      op percelen met het label Bestaande natuur, als aangeduid op de kaart, genoemd in artikel 1.2, tweede lid, waarvan de subsidieaanvrager aannemelijk kan maken dat de aanwezigheid van bodemverontreiniging of saneringsverplichting er toe geleid heeft dat de gronden na 1 januari 2010 verworven zijn, middels eigendom of erfpacht.

  • 3.

    Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder c, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de subsidieaanvrager ontvangt voor deze percelen tevens subsidie voor het beheer van natuurbeheertypen;

    • b.

      de begrazing wordt uitgevoerd door een gescheperde schaapskudde, bestaande uit Kempische Heideschapen.

  • 4.

    Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder d, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat de subsidieaanvrager tevens subsidie ontvangt voor het beheer van natuurbeheertypen.

  • 5.

    Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder e, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de subsidieaanvrager ontvangt voor deze percelen tevens subsidie voor het beheer van natuurbeheertypen;

    • b.

      het natuurterrein is niet ingevolge artikel 2.9, vierde lid, vrijgesteld van de openstellingsplicht;

    • c.

      de subsidieaanvrager is geen gemeente of samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen.

  • 6.

    Indien een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, niet beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder d en e, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een kopie van de aanvragen van het certificaat.

  • 7.

    Indien de subsidieaanvrager een grote onderneming is, dient de subsidieaanvraag vergezeld te gaan van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde van geen enkele overheidsinstantie steun voor de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, toegekend krijgt.

Artikel 2.5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder a, komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

       kosten voor het beheer van een natuurterrein;

    • b.

       kosten voor het transport in verband met het beheer van natuurbeheertypen op een natuurterrein dat alleen varend kan worden bereikt.

  • 2

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder b, komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in aanmerking:

    • a.

      kosten voor het beheer van landschapsbeheertypen;

    • b.

      kosten voor het transport in verband met het beheer van landschapsbeheertypen op een natuurterrein dat alleen varend kan worden bereikt.

  • 3

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder c, komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in aanmerking de kosten voor de inzet van schaapskuddes op een natuurterrein.

  • 4

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder d, komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in aanmerking, de kosten voor monitoring.

  • 5.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder e, komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in aanmerking:

    • a.

      de kosten voor het recreatief toegankelijk maken en houden van het betreffende natuurterrein;

    • b.

      het houden van toezicht op het betreffende natuurterrein.

  • 6

     In afwijking van het eerste tot en met het vierde lid, zijn kosten slechts subsidiabel indien zij zijn gemaakt nadat de aanvraag om subsidie is ingediend.

Artikel 2.5a Niet-subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.5 komen kosten waarvoor voor het betreffende natuurgebied al op grond van deze of enige andere regeling voor dezelfde periode of een deel van de periode een subsidie is verstrekt met betrekking tot natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.5b Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend:

  • a.

    van 15 november 2018 tot en met 31 december 2018;

  • b.

    van 15 november 2019 tot en met 31 december 2019;

  • c.

    van 15 november 2020 tot en met 31 december 2020.

Artikel 2.5c Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidie voor nieuwe aanvragen als bedoeld in artikel 2.2 en aanvragen tot wijziging als bedoeld in artikel 2.13 vast op:

  • a.

    € 15.600.000 voor de periode genoemd in artikel 2.5b, onder a;

  • b.

    € 54.000.000 voor de periode genoemd in artikel 2.5b, onder b;

  • c.

    € 5.700.000 voor de periode genoemd in artikel 2.5b, onder c.

Artikel 2.6 Subsidiehoogte

  • 1

     De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, wordt bepaald door het aantal subsidiabele hectares van het desbetreffende natuurbeheertype, en het aantal hectares, meters of stuks van het desbetreffende landschapsbeheertype, te vermenigvuldigen met het tarief vermenigvuldigd met zes jaar.

  • 2

    Indien van toepassing wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met het normbedrag voor de vaartoeslag, vermenigvuldigd met het aantal subsidiabele hectares.

  • 3

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.2, onder c, d en e, wordt bepaald door het aantal subsidiabele hectares van het desbetreffende natuurbeheertype te vermenigvuldigen met de desbetreffende normbedragen vermenigvuldigd met zes jaar.

  • 4

    Het tarief, bedoeld in het eerste lid, en de normbedragen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden verhoogd met de opslag voor de prijsstijging.

  • 5

    Indien toepassing van het eerste tot en met vierde lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 1.200, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 2.7 Verdeelcriteria

  • 1

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is geldt, voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

  • 4.

    De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 5.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.

  • 6.

    De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.

  • 7.

    De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

  • 8.

    Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 2.8 Subsidieverlening

  • 1

    De subsidie, bedoeld in artikel 2.2, wordt verleend voor een periode van zes aaneengesloten jaren, welke periode steeds begint op 1 januari.

  • 2

     [vervallen]

Artikel 2.9 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1

     Onverminderd artikel 1.4 worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      het verrichten van het beheer dat noodzakelijk is voor de instandhouding van de natuurbeheertypen en landschapsbeheertypen en geen handelingen te verrichten of te gedogen die afbreuk doen aan de instandhouding daarvan;

    • b.

      er voor zorgdragen dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd op het desbetreffende natuurterrein;

    • c.

      het van zonsopgang tot zonsondergang kosteloos openstellen en toegankelijk houden van het desbetreffende natuurterrein op ten minste 358 dagen per jaar;

    • d.

      ervoor zorg te dragen dat namens Gedeputeerde Staten audits kunnen worden uitgevoerd in het kader van de naleving van de certificeringsvoorwaarden;

    • e.

      voor de gehele duur van de subsidie over een certificaat natuurbeheer of certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer te beschikken.

  • 2

    In afwijking van het eerste lid, onder e, dient een aangevraagd certificaat natuurbeheer of certificaat samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onder d en e, te zijn ontvangen binnen negen maanden na aanvang van het eerste beheerjaar.

  • 3

    Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder c, de volgende verplichtingen:

    • a.

      bij het in standhouden van het op het natuurterrein aanwezig natuurbeheertype wordt gebruik gemaakt van een of meerdere rondtrekkende schaapskuddes, begeleid door een herder en bestaande uit Kempische Heideschapen;

    • b.

      het gebruik van de onder a bedoelde schaapskuddes strekt zich uit over de gehele oppervlakte waarvoor de subsidie wordt verstrekt;

    • c.

      indien de subsidieontvanger niet zelf over een schaapskudde beschikt, sluit hij voor de gehele duur van de subsidieperiode waarvoor de subsidie wordt verstrekt een overeenkomst voor het uit te voeren beheer met de eigenaar van een schaapskudde.

  • 4

     Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder d, de verplichting de monitoring te verrichten overeenkomstig het monitoringsprogramma van de provincie Noord-Brabant.

  • 5

     Onverminderd het eerste lid, heeft de subsidieontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 2.2, onder e, de volgende verplichtingen:

    • a.

      het natuurterrein is voldoende toegankelijk en bevat voldoende wegen, vaarwegen of paden, die recreatief gebruik mogelijk maken;

    • b.

      de wegen, vaarwegen of paden als bedoeld onder a, worden onderhouden;

    • c.

      de subsidieontvanger verleent medewerking aan de markering en beheer van routes voor wandelen en fietsen in het kader van de landelijke wandelroutes, landelijke fietsroutes en knooppuntennetwerken voor wandelen en fietsen.

  • 6

    De subsidieontvanger is vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder c, indien:

    • a.

      sluiting nodig is bij of krachtens de Wet natuurbescherming;

    • b.

      het terrein naar zijn aard buiten machte van de subsidieontvanger niet toegankelijk is;

    • c.

      er bescherming van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk is tot een maximum van een hectare;

    • d.

      het terrein vrijgesteld is op grond van het natuurbeheerplan.

  • 7

    Indien de subsidieontvanger niet kan voldoen aan een of meerdere verplichtingen als bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, doet hij daar een keer per jaar uiterlijk op 1 november melding van.

  • 8

    Indien subsidie wordt verstrekt aan een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, heeft de subsidieontvanger de verplichting dit natuurterrein alsnog in eigendom te verwerven of in erfpacht te verkrijgen voor 1 januari 2023.

Artikel 2.10 Verplichtingen van de niet-gecertificeerde subsidieontvanger

[vervallen]

Artikel 2.11 Verplichtingen van de gecertificeerde subsidieontvanger

[vervallen]

Artikel 2.12 Bevoorschotting en betaling

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van vijf zesde deel van het verleende subsidiebedrag, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.

  • 2

     Gedeputeerde Staten verstrekken het voorschot in 5 gelijke jaarlijkse termijnen, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.

  • 3.

    Het voorschot wordt uitbetaald uiterlijk binnen zes weken na afloop van het kalenderjaar waarin de subsidiabele activiteiten hebben plaatsgevonden, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.

Artikel 2.13 Wijziging subsidieverlening vanwege vergroting areaal

  • 1

     De subsidieontvanger kan eenmaal per kalenderjaar in de aanvraagperiode een aanvraag indienen tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening met ingang van het volgend kalenderjaar, gericht op vergroting van het areaal.

  • 2

    Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om, overeenkomstig de aanvraag bedoeld in het eerste lid, de beschikking tot subsidieverlening te wijzigen voor de resterende looptijd van de subsidie, indien:

    • a.

      de aanvraag voldoet aan de subsidievereisten genoemd in artikel 2.4, uitgezonderd het eerste lid onder c; en

    • b.

      die wijziging leidt in de resterende looptijd van de verlening tot een verhoging van het subsidiebedrag van minimaal € 1.200.

  • 3

     De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van het tarief en het normbedrag die van toepassing waren ten tijde van het nemen van de beschikking tot subsidieverlening.

  • 4

     Een subsidieontvanger die subsidie ontvangt voor dezelfde subsidiabele activiteit op grond van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant kan overeenkomstig het eerste lid ook eenmaal per kalenderjaar een uitbreiding verzoeken vanwege vergroting van het areaal.

  • 5

     Het tweede en derde lid is in het geval genoemd in het vierde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidie wordt verleend voor de resterende looptijd van de subsidie op grond van de hiervoor genoemde subsidieregeling.

  • 6.

    In afwijking van het derde lid blijven op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvangers bij hun aanvraag gedaan in 2017 gebruik hebben gemaakt van de ‘tarieven 2017 ten behoeve van herbeschikken’, de hiervoor genoemde ‘tarieven 2017 ten behoeve van herbeschikken’ van toepassing.

Artikel 2.13a Aanvraag om wijziging in verband met nieuwe tarieven 

  • [vervallen]

     

Artikel 2.14 Subsidievaststelling

  • 1

     Gelet op de toepasselijke Europese regelgeving stellen Gedeputeerde Staten, in afwijking van de artikelen 13, 20, 21 en 22 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, de subsidie na afloop van de zes aaneengesloten beheerjaren waarvoor de subsidie is verstrekt, ambtshalve vast.

  • 2

     Het resterende bedrag wordt uitbetaald binnen zes weken na de subsidievaststelling.

§ 3 Agrarisch natuur- en landschapsbeheer

Artikel 3.1 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond.

Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten met beheeractiviteiten gericht op behoud en versterking van:

  • a.

     het leefgebied open grasland natte dooradering;

  • b.

     het leefgebied akkerlandschap op klei natte dooradering;

  • c.

     het leefgebied akkerlandschap op zand;

  • d.

     het leefgebied natte dooradering laagveen;

  • e.

     het leefgebied droge dooradering vochtig;

  • f.

     het leefgebied droge dooradering Maasheggen;

  • g.

     het leefgebied water in het werkgebied van waterschap De Dommel;

  • h.

     het leefgebied water in het werkgebied van waterschap Aa en Maas;

  • i.

    het leefgebied water in het werkgebied van waterschap Rivierenland;

  • j.

    het leefgebied water in het werkgebied van waterschap Brabantse Delta.

Artikel 3.3 Weigeringsgronden

[vervallen]

Artikel 3.4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de aanvrager beschikt over een certificaat collectief agrarisch natuurbeheer;

  • b.

    het project voldoet aan de beoordelingscriteria voor gebiedsaanvragen zoals die in het natuurbeheerplan zoals geldend op het moment van indiening van de subsidieaanvraag in paragraaf 4.5 zijn opgenomen en wordt uitgevoerd binnen een leefgebied dat is aangemerkt als een onderdeel waarvoor subsidie kan worden aangevraagd in het natuurbeheerplan;

  • c.

    aan het project ligt een gebiedsaanvraag ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      het minimum en maximum aantal hectares waarvoor per leefgebied, of onderdeel van het leefgebied beheeractiviteiten worden uitgevoerd, waarbij het maximum aantal hectares niet meer dan 15% meer mag zijn dan het minimum aantal hectares;

    • 2°.

      per leefgebied, of onderdeel van het leefgebied een projectomschrijving op het niveau van beheerfunctie, een en ander afhankelijk van het gekozen abstractieniveau voor de beoordelingscriteria voor gebiedscriteria in het natuurbeheerplan, zoals geldend op het moment van indiening van de subsidieaanvraag.

    • 3°.

      de te realiseren doelen;

    • 4°.

      een berekening van de kosten voor het uitvoeren van het project, gesplitst naar leefgebied of onderdeel van het leefgebied;

    • 5°.

      een of meer topografische kaarten met een schaal van 1:5.000 of een of meer digitale bestanden waarop de buitengrenzen van de leefgebieden, of onderdelen van de leefgebieden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn aangegeven.

Artikel 3.5 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het uitvoeren van beheeractiviteiten;

  • b.

    gederfde inkomsten als gevolg van het uitvoeren van beheeractiviteiten;

  • c.

    transactiekosten.

Artikel 3.6 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.5 komen kosten waarvoor voor het betreffende leefgebied al op grond van deze of enige andere regeling voor dezelfde periode of een deel van de periode een subsidie is verstrekt met betrekking tot natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.6a Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 3 september 2019 tot en met 3 oktober 2019.

Artikel 3.6b Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 3.6a, voor nieuwe aanvragen en aanvragen om wijziging, als bedoeld in artikel 3.13, voor subsidies als bedoeld in:

  • a.

    artikel 3.2, onder a tot en met f, vast op € 0;

  • b.

    artikel 3.2, onder g, vast op € 280.000;

  • c.

    artikel 3.2, onder h, vast op € 124.000;

  • d.

    artikel 3.2, onder i, vast op € 40.000;

  • e.

    artikel 3.2, onder j, vast op € 240.000.

 

Artikel 3.7 Subsidiehoogte

  • 1

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.2, wordt bepaald door het maximumaantal hectares per leefgebied dat voldoet aan de subsidievereisten, genoemd in artikel 3.4, te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten per hectare leefgebied, vermenigvuldigd met zes.

  • 2

    De gemiddelde kosten per hectare leefgebied, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald door de begrote kosten per leefgebied, bedoeld in artikel 3.4, onderdeel c, onder 4, te delen door zes en daarna te delen door maximumaantal hectares dat voor dat leefgebied is aangevraagd.

  • 3

    Indien toepassing van het eerste en tweede lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 50.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 3.8 Verdeelcriteria

  • 1

    Indien binnen de aanvraagperiode meerdere volledige subsidieaanvragen of wijzigingsverzoeken van reeds afgegeven subsidiebeschikkingen voor dezelfde locatie binnen een leefgebied zijn ingediend, wordt een aanvraag geselecteerd door te bepalen welke aanvraag het meest ecologisch effectief wordt uitgevoerd.

  • 2

    Na toepassing van het eerste lid maken Gedeputeerde Staten, indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      de dekkingsgraad, zijnde de verhouding van het aantal hectares beheer dat is aangevraagd tot het totaal aantal hectares leefgebied waarop dat gedeelte van de aanvraag ziet, te waarderen met maximaal 50 punten;

    • b.

      de kwaliteit van beheer, zijnde:

      • 1°.

        variatie in beheer, te waarderen met maximaal 40 punten;

      • 2°.

        intensiteit van beheer, te onderscheiden in:

        • i.

          het aantal verschillende vormen van beheer dat is aangevraagd, te waarderen met maximaal 20 punten;

        • ii.

          de zwaarte van het aangevraagde beheer, te waarderen met maximaal 20 punten.

  • 3

    [vervallen]

  • 4

    Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het subsidieplafond te boven gaan, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen bepaald door de gemiddelde kosten per hectare leefgebied, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, waarbij de aanvraag met de laagste gemiddelde kosten het hoogst wordt gerangschikt.

  • 5

    Indien toepassing van het tweede en vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het subsidieplafond te boven gaan, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 3.9 Externe adviescommissie

Gedeputeerde Staten kunnen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2 voor advies over artikel 3.8 voorleggen aan de adviescommissie.

Artikel 3.10 Subsidieverlening

De subsidie, bedoeld in artikel 3.2, wordt verleend voor een periode van drie aaneengesloten kalenderjaren, welke periode steeds begint op 1 januari.

Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.4 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

    • a.

      hij voert het project uit in leefgebieden;

    • b.

      hij doet uiterlijk voor 1 januari van ieder beheerjaar in het daartoe door Gedeputeerde Staten aangewezen systeem een opgave op perceelsniveau van de beheeractiviteiten per leefgebied of onderdeel van een leefgebied waarvoor is beschikt;

    • c.

      hij kiest een beheeractiviteit of combinatie van beheeractiviteiten die past bij de gekozen beheerfunctie zoals beschikt en het bijbehorende leefgebied zoals aangewezen in het natuurbeheerplan dat geldt voor het beheerjaar waarop de gekozen beheeractiviteit of beheeractiviteiten zien;

    • d.

      hij meldt wijzigingen van activiteiten op perceelsniveau die gedurende het kalenderjaar optreden aan Gedeputeerde Staten door die wijzigingen binnen de termijnen, bedoeld in bijlage 8, onder 1, tweede kolom, bij deze regeling en uiterlijk 30 september van het lopende beheerjaar door te voeren via het systeem, bedoeld onder b;

    • e.

      hij meldt wijzigingen bestaande uit het toevoegen van percelen met de daarbij horende beheeractiviteit in het lopende beheerjaar aan Gedeputeerde Staten door die wijzigingen binnen de termijnen, bedoeld in bijlage 8, onder 1, tweede kolom, bij deze regeling en uiterlijk op de laatste dag waarop de Gecombineerde data inwinning kan worden ingediend door te voeren via het systeem, bedoeld onder b;

    • f.

      hij meldt wijzigingen bestaande uit het terugtrekken van percelen met de daarbij horende beheeractiviteit uiterlijk 30 september van het lopende kalenderjaar via het systeem, bedoeld onder b, tenzij artikel 3, tweede lid, van verordening 809/2014 zich tegen de wijziging verzet, in welk geval wijzigingen niet mogelijk zijn;

    • g.

      hij dient gedurende de periode waarin de Gecombineerde data inwinning wordt ingediend, ieder kalenderjaar tevens een verzoek in tot betaling van de jaarvergoeding voor dat kalenderjaar via het daartoe door Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde formulier;

    • h.

      hij dient uiterlijk 1 oktober van ieder kalenderjaar een verantwoording in waarin is beschreven:

      • 1°.

        welke activiteiten als bedoeld onder b, daadwerkelijk zijn uitgevoerd;

      • 2°.

        of en welke wijzigingen als bedoeld onder d, e en f, hebben plaatsgevonden en waarom;

    • i.

      hij beschikt voor de gehele duur van de subsidie over een certificaat collectief agrarisch natuurbeheer;

    • j.

      hij verleent medewerking aan door of vanwege Gedeputeerde Staten uit te voeren audits in het kader van de naleving van de certificeringsvoorwaarden;

    • k.

      hij verleent medewerking aan een toezichthouder als bedoeld in artikel 25 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant om toezicht te houden op de naleving van de subsidieverplichtingen en verleent een toezichthouder ongehinderd toegang tot percelen;

    • l.

      hij draagt er zorg voor dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in het desbetreffende leefgebied;

    • m.

      hij meldt de in bijlage 8, onder 2, bij deze regeling genoemde activiteiten, binnen de termijnen genoemd in bijlage 8, onder 2, tweede kolom, bij deze regeling, via het systeem, bedoeld onder b;

    • n.

      hij verleent medewerking aan een auditor van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën, voor zover dit nodig is ter uitvoering van de gegevensgerichte toetsing, bedoeld in artikel 7, derde lid, van verordening 908/2014, en verleent die auditor ongehinderd toegang tot percelen.

  • 2.

    Indien op een perceel meerdere activiteiten worden uitgevoerd, worden al deze activiteiten in het systeem, bedoeld in het eerste lid, onder b, opgenomen onder één en hetzelfde leefgebied en beheerfunctie.

Artikel 3.12 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken na afloop van elk van de eerste vijf kalenderjaren een voorschot op het verleende subsidiebedrag naar aanleiding van het ingediende betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onder h, en de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onder i.

  • 2

    Gedeputeerde Staten nemen binnen tien weken na afloop van ieder kalenderjaar een beslissing tot voorschotverlening.

  • 3

    De beslissing, bedoeld in het tweede lid, kan eenmaal met ten hoogste tien weken worden verdaagd.

  • 4

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt steeds betaald binnen 6 weken na afloop van de beslissingstermijn, bedoeld in het tweede of derde lid.

  • 5

    De hoogte van het voorschot wordt bepaald door per leefgebied het totaal aantal subsidiabele hectares, waarvoor daadwerkelijk subsidiabele beheeractiviteiten zijn uitgevoerd, te vermenigvuldigen met de voor het betreffende leefgebied geldende gemiddelde kosten per hectare leefgebied, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid en de daaruit resulterende bedragen bij elkaar op te tellen.

  • 6

    Als het bedrag, bedoeld in het vijfde lid, hoger is dan het totaalbedrag dat voor de uitgevoerde beheeractiviteiten op grond van de vergoeding opgenomen in bijlage 4 maximaal mag worden vergoed, geldt voor de berekening van het voorschot dit maximum bedrag.

  • 7.

    Het uitrijden van ruige stalmest is ten hoogste subsidiabel voor éénmaal de oppervlakte van het betreffende perceel, ook al maakt de subsidieontvanger in een kalenderjaar meerdere keren melding van het uitrijden van ruige stalmest op dat perceel.

Artikel 3.13 Wijziging subsidieverlening

  • 1

    De subsidieontvanger kan eenmaal per kalenderjaar in de aanvraagperiode een aanvraag indienen tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening met ingang van het volgend kalenderjaar, gericht op:

    • a.

      de vergroting van het areaal;

    • b.

      de verhoging van het bedrag per leefgebied per ha per jaar.

  • 2

    De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt beoordeeld aan de hand van het natuurbeheerplan dat geldt voor het beheerjaar waarvoor het wijzigingsverzoek is ingediend.

  • 3

    Onder vergroting van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:

    • a.

      vergroting van de minimale en maximale oppervlakte van het leefgebied of onderdeel van het leefgebied waarvoor reeds een beschikking is afgegeven;

    • b.

      uitbreiding van de bestaande beschikking met een nieuw leefgebied of een onderdeel daarvan.

  • 4

    Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om overeenkomstig de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, de beschikking tot subsidieverlening te wijzigen voor de resterende looptijd van de subsidie voor zover:

    • a.

      de aanvraag voldoet aan de subsidievereisten genoemd in artikel 3.4;

    • b.

      die wijziging leidt tot een verhoging van minimaal € 1.200; en

    • c.

      de vergroting maximaal 20 procent bedraagt van de totale maximale oppervlakte waarvoor reeds een beschikking is afgegeven.

  • 5

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de gemiddelde kosten per hectare leefgebied, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid.

  • 5.

    Het percentage, bedoeld in het derde lid, onder c, kan met terugwerkende kracht worden gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Europese Commissie.

Artikel 3.14 Subsidievaststelling

  • 1

    Gelet op de toepasselijke Europese regelgeving stellen Gedeputeerde Staten, in afwijking van de artikelen 13, 20, 21 en 22 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, de subsidie na afloop van de zes aaneengesloten beheerjaren waarvoor de subsidie is verstrekt, ambtshalve vast.

  • 2

    Het restantbedrag wordt binnen zes weken na afloop van de beslissing, bedoeld in het eerste lid uitbetaald.

  • 3

    De hoogte van het resterende bedrag wordt bepaald door het totaal aantal hectares opgegeven in het betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onder h, en waarvoor daadwerkelijk beheeractiviteiten zijn uitgevoerd, per leefgebied te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten per hectare leefgebied, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid.

  • 4

    Als het bedrag, bedoeld in het derde lid, hoger is dan het totaal bedrag dat voor de uitgevoerde beheeractiviteiten op grond van de vergoeding opgenomen in bijlage 4 maximaal mag worden vergoed, geldt voor de berekening van het resterende bedrag dit maximum bedrag.

Artikel 3.15 Sancties

  • 1

     Ter uitvoering van verordening 640/2014 verlagen Gedeputeerde Staten de verleende of vastgestelde subsidie indien bij de uitvoering van controles als bedoeld in artikel 28 en 37 van verordening 809/2014 is geconstateerd dat de subsidieontvanger niet voldoet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2

     Indien een landbouwer, of andere grondgebruiker van landbouwgrond, die ten behoeve van de subsidieontvanger beheeractiviteiten uitvoert, subsidieverplichtingen, de baseline of randvoorwaarden schendt, wordt de schending toegerekend aan de subsidieontvanger.

  • 3.

     Gedeputeerde Staten verklaren het sanctiebeleid betreffende het plattelandsontwikkelingsprogramma 2 en 3 opgenomen in de Beleidsregel verlagen subsidie POP, van toepassing op deze paragraaf.

  • 4

     [vervallen]

§ 4 Slotbepalingen

Artikel 4.1 Evaluatie

[vervallen]

Artikel 4.2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016.

’s-Hertogenbosch, 14 april 2015

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

 

Bijlage 4 als bedoeld in Maximale vergoeding als bedoeld in artikel 3.12, zesde lid, en 3.14, vierde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

 

Beheer code

Code beheer-activiteit

grond gebruik

x (datum)

y (datum)

F (percen-tage)

G (percen-tage)

A (tekst)

B (tekst)

component inkomsten-derving in tarief

maximale vergoeding beheeractiviteit

1a

A01

grasland

1 april

1 juni

291,64

752,25

1b

A01

grasland

1 april

8 juni

444,15

950,51

1c

A01

grasland

1 april

15 juni

607,95

1.163,46

1d

A01

grasland

1 april

22 juni

689,55

1.269,53

1e

A01

grasland

1 april

1 juli

1.208,79

1.944,54

1f

A01

grasland

1 april

8 juli

1.312,57

2.079,46

1g

A01

grasland

1 april

15 juli

1.403,38

2.197,51

1h

A01

grasland

1 april

22 juli

1.494,19

2.315,56

1i

A01

grasland

1 april

1 augustus

1.610,94

2.467,34

1j

A01

grasland

1 april

8 augustus

1.798,61

2.711,31

1k

A01

grasland

1 april

15 augustus

1.986,28

2.955,28

1l

A01

grasland

1 mei

15 juni

232,05

355,94

1l

A03

grasland

1 maart

1 mei

-

318,84

1m

A01

grasland

8 mei

22 juni

232,05

355,94

1m

A03

grasland

1 maart

8 mei

-

318,84

1n

A01

grasland

1 april

1 september

2.361,62

3.124,38

1o

A01

grasland

1 april

15 september

2.361,62

3.124,38

1p

A01

grasland

1 april

1 oktober

2.361,62

3.124,38

1q

A01

grasland

1 mei

1 juni

192,90

305,04

1q

A03

grasland

1 maart

1 mei

-

318,84

1r

A01

grasland

8 mei

8 juni

192,90

305,04

1r

A03

grasland

1 maart

8 mei

-

318,84

1s

A01

grasland

1 mei

8 juni

216,45

335,66

1s

A03

grasland

1 maart

1 mei

-

318,84

1t

A01

grasland

8 mei

15 juni

216,45

335,66

1t

A03

grasland

1 maart

8 mei

-

318,84

2a

A01

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

2 weken

262,63

714,53

2b

A01

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

3 weken

415,14

912,79

2c

A01

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

4 weken

567,64

1.111,05

2d

A01

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

5 weken

720,15

1.309,31

2e

A01

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

6 weken

872,66

1.507,57

3a

A04

grasland

15 februari

15 april

870,58

1.504,88

3b

A04

grasland

15 februari

15 mei

1.405,60

2.200,39

3c

A04

grasland

15 februari

15 juni

2.361,62

3.124,38

3d

A04

grasland

15 februari

1 augustus

2.361,62

3.124,38

3e

A04

grasland

15 februari

15 april

870,58

1.504,88

3f

A04

grasland

15 februari

15 mei

1.405,60

2.200,39

3g

A04

grasland

15 februari

15 juni

2.361,62

3.124,38

3h

A04

grasland

15 februari

1 augustus

2.361,62

3.124,38

3i

A04

grasland

inundatie van y tussen 1 mei tot 1 augustus

3 weken

708,49

1.256,15

3j

A04

grasland

inundatie van y tussen 1 mei tot 1 augustus

4 weken

944,65

1.568,59

3k

A04

grasland

inundatie van y tussen 1 mei tot 1 augustus

6 weken

1.416,97

2.193,47

3l

A04

grasland

inundatie van y tussen 1 mei tot 1 augustus

8 weken

1.889,30

2.818,34

3n

A04

grasland

inundatie van y tussen 1 november jaar x tot 31 januari jaar x+1

2 weken

-

318,84

3o

A04

grasland

1 maart

1 juni

1.567,07

2.410,30

3p

A04

grasland

1 maart

1 juli

2.361,62

3.124,38

4a

A05

grasland

50 m2

straal 3,5 meter

0,08

150,00

4b

A05

bouwland

15 april

15 mei

300,27

390,35

4c

A05

bouwland

-

66,79

4d

A05

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

2 weken

262,71

844,90

4e

A05

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

3 weken

415,14

1.043,16

4f

A05

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

4 weken

567,64

1.241,42

4g

A05

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

5 weken

720,15

1.439,67

4h

A05

grasland

rustperiode van y tussen 1 mei-1 augustus

6 weken

872,66

1.637,93

4i

A05

bouwland

15 april

22 mei

450,41

457,15

4j

A05

bouwland

15 april

1 juni

457,15

457,15

5a

A07

grasland

-

176,58

5a

A17

grasland

-

253,50

5a

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5a

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

15 juni

607,95

844,62

5b

A07

grasland

-

176,58

5b

A17

grasland

-

253,50

5b

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5b

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

22 juni

689,55

950,69

5c

A07

grasland

-

176,58

5c

A17

grasland

-

253,50

5c

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5c

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

1 juli

1.208,79

1.625,70

5d

A07

grasland

-

176,58

5d

A17

grasland

-

253,50

5d

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5d

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

8 juli

1.312,57

1.760,62

5e

A07

grasland

-

176,58

5e

A17

grasland

-

253,50

5e

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5e

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

15 juli

1.403,38

1.878,67

5f

A07

grasland

-

176,58

5f

A17

grasland

-

253,50

5f

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5f

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

22 juli

1.494,19

1.996,72

5g

A07

grasland

-

176,58

5g

A17

grasland

-

253,50

5g

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5g

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

1 augustus

1.610,94

2.148,50

5h

A07

grasland

-

176,58

5h

A17

grasland

-

253,50

5h

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5i

A07

grasland

-

176,58

5i

A17

grasland

-

253,50

5i

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

8 indicatorsoorten lijst b

1.208,79

1.944,54

5j

A07

grasland

-

176,58

5j

A17

grasland

-

253,50

5j

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5j

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

15 september

2.361,62

3.124,38

5k

A07

grasland

-

176,58

5k

A17

grasland

-

253,50

5k

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

5k

A01

kruidenrijk Grasland

1 april

15 oktober

2.361,62

3.124,38

6a

A08

grasland

1 mei

15 juni

1 GVE/ha

1,5 GVE/ha

539,33

1.074,24

6b

A08

grasland

1 mei

15 oktober

0,15 GVE/ha

0,5 GVE/ha

1.905,85

2.531,88

6c

A08

grasland

1 mei

15 juni

1 GVE/ha

3 GVE/ha

356,68

836,80

7a

A06

grasland

-

270,45

8a

A18

grasland

15 februari

15 juni

20 cm

105,05

136,57

8b

A18

grasland

15 februari

15 juni

30 cm

157,58

204,85

8c

A18

grasland

15 februari

15 juni

40 cm

210,10

273,13

8d

A18

grasland

15 maart

15 juni

20 cm

105,05

136,57

8e

A18

grasland

15 maart

15 juni

30 cm

157,58

204,85

8f

A18

grasland

15 maart

15 juni

40 cm

210,10

273,13

9a

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9a

A24

landschap

-

3.500,07

9b

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9b

A24

landschap

-

3.500,07

9c

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9c

A24

landschap

-

3.500,07

9d

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9d

A24

landschap

-

3.500,07

9e

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9e

A24

landschap

-

3.500,07

9f

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9f

A24

landschap

-

3.500,07

9g

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9g

A24

landschap

-

3.500,07

9h

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9h

A24

landschap

-

3.500,07

9i

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

9i

A24

landschap

-

3.500,07

10a

A07

landschap

-

176,58

10a

A23

landschap

25%

75%

-

2.475,17

10a

A24

landschap

-

3.500,07

10b

A07

landschap

-

176,58

10b

A23

landschap

25%

75%

-

2.475,17

10b

A24

landschap

-

3.500,07

11a

A23

landschap

25%

75%

-

2.475,17

11a

A24

landschap

-

3.500,07

11b

A23

landschap

25%

75%

-

2.475,17

11b

A24

landschap

-

3.500,07

12a

A26

landschap

25%

75%

-

1.462,50

12b

A23

landschap

25%

75%

-

2.475,17

12b

A24

landschap

-

3.500,07

12c

A23

landschap

25%

75%

-

2.475,17

12c

A24

landschap

-

3.500,07

12d

A23

landschap

25%

100%

-

3.300,23

12d

A24

landschap

-

3.500,07

13a

A07

grasland

-

176,58

13a

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13a

A21

grasland

1 maart

1 oktober

maximale veebezetting 2 GVE/ha

-

253,50

13b

A07

grasland

-

176,58

13b

A17

grasland

-

253,50

13b

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13c

A07

grasland

-

176,58

13c

A17

grasland

-

253,50

13c

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13d

A07

grasland

-

176,58

13d

A17

grasland

-

253,50

13d

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13e

A07

grasland

-

176,58

13e

A17

grasland

-

253,50

13e

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13e

A01

botanisch grasland

15 juni

20 juli

171,56

223,02

13f

A07

grasland

-

176,58

13f

A17

grasland

-

253,50

13f

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13f

A01

botanisch grasland

15 juni

3 augustus

269,59

350,46

13g

A07

grasland

-

176,58

13g

A17

grasland

-

253,50

13g

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

13g

A01

botanisch grasland

15 juni

17 augustus

367,62

477,91

14a

A09

bouwland

1 november jaar x

15 maart jaar x+1

90%

gewasresten c: graanstoppel

353,63

459,72

14b

A09

bouwland

periode van y tussen 15 oktober tot 31 december jaar x

4 weken

90%

gewasresten c: oogstresten van suikerbieten, winterwortel, witlof of pastinaak

353,63

459,72

14c

A09

bouwland

1 december jaar x

1 februari jaar x+1

90%

gewasresten c: oogstresten van suikerbieten, winterwortel, witlof en/of pastinaak

353,63

459,72

14d

A09

bouwland

1 november jaar x

1 februari jaar x+1

90%

gewasresten c: graanstoppel

353,63

459,72

15a

A09

bouwland

1 juni jaar x

1 maart jaar x+1

90%

gewas a of meerdere gewassen b: zomergraan, wintergraan, bladrammenas of een combinatie van deze gewassen.

1.932,00

2.511,60

15b

A09

bouwland

1 oktober jaar x

15 maart jaar x+1

90%

gewas a of meerdere gewassen b: zomergraan, wintergraan, bladrammenas of een combinatie van deze gewassen.

1.932,00

2.511,60

15c

A09

bouwland

1 oktober jaar x

1 augustus x + 1

90%

gewas a of meerdere gewassen b: zomergraan, wintergraan, bladrammenas of een combinatie van deze gewassen.

1.932,00

2.511,60

15d

A09

bouwland

1 oktober jaar x

1 februari x + 1

90%

gewas a of meerdere gewassen b of gewasresten c: geschikt vanggewas of gewasrest van een geschikt vanggewas uit de Pijler 1 lijst van de ecologische aandachtsgebieden (zie lijst onder de tabel)

-

520,00

16a

A09

bouwland

1 juni

31 december

90%

gewas a of meerdere gewassen b: granen (niet zijnde maïs of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eitwitgewassen (luzerne, rode klaver), groene braak, bladrammenas, gras of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

16b

A09

bouwland

1 juni

15 november

90%

gewas a of meerdere gewassen b: granen (niet zijnde maïs of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eitwitgewassen (luzerne, rode klaver), groene braak, bladrammenas, gras of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

16c

A09

bouwland

1 juni

15 november

90%

gewas a of meerdere gewassen b: granen (niet zijnde maïs of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eitwitgewassen (luzerne, rode klaver), groene braak, bladrammenas, gras of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

17a

A09

bouwland

1 juni

31 december

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs of graanstoppel), luzerne, bladrammenas, ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (klaver- of wikkesoorten) of een combinatie van deze.

2.324,48

3.021,82

17b

A09

bouwland

1 juni

31 december

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (klaver- of wikkesoorten) of een combinatie van deze

1.932,00

2.511,60

17c

A09

bouwland

1 mei

1 juli

40%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), luzerne, ingezaaide kruiden en/of eiwitgewassen (klaver- of wikkesoorten) of een combinatie van deze.

1.406,96

1.829,04

17d

A09

bouwland

1 mei

1 juli

40%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), luzerne, ingezaaide kruiden en/of eiwitgewassen (klaver- of wikkesoorten) of een combinatie van deze.

586,40

762,32

18a

A09

bouwland

15 mei

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze

1.978,16

2.571,61

18b

A09

bouwland

15 mei

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze

1.978,16

2.571,61

18c

A09

bouwland

15 mei

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze

1.978,16

2.571,61

18d

A09

bouwland

15 mei

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze

1.978,16

2.571,61

18e

A09

bouwland

15 mei

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde maïs), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze

1.978,16

2.571,61

18f

A09

bouwland

15 mei

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: eenjarig gewas (niet zijnde maïs of graan), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze.

104,38

135,69

19a

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19b

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19c

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19d

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19e

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19f

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19g

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19h

A09

bouwland

15 juli

1 oktober

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19i

A09

bouwland

1 januari

15 juni

90%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

2.530,38

3.289,50

19j

A09

bouwland

1 juni

15 augustus

50%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

1.252,69

1.628,50

19k

A09

bouwland

15 juli

1 oktober

50%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

1.252,69

1.628,50

19l

A09

bouwland

1 januari

15 juni

50%

gewas a of meerdere gewassen b: gras, granen (niet zijnde mais of graanstoppel), ingezaaide kruiden, eiwitgewassen (luzerne, rode klaver) , groene braak, of een combinatie van deze.

1.252,69

1.628,50

20a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

20a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

20a

A24

landschap

-

3.500,07

20b

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

20b

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

20b

A24

landschap

-

3.500,07

20c

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

20c

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

20c

A24

landschap

-

3.500,07

20d

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

20d

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

20d

A24

landschap

-

3.500,07

20e

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

20e

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

20e

A24

landschap

-

3.500,07

21a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

21a

A22

landschap

5%

40%

-

21a

A24

landschap

-

3.500,07

22a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

22a

A22

landschap

100%

100%

-

12.931,36

22a

A24

landschap

-

3.500,07

22b

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

22b

A22

landschap

20%

50%

-

32.328,40

22b

A24

landschap

-

3.500,07

23a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

23a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

23a

A24

landschap

-

3.500,07

23b

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

23b

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

23b

A24

landschap

-

3.500,07

24a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

24a

A23

landschap

5%

35%

-

1.155,08

24a

A24

landschap

-

3.500,07

25a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

25a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

25a

A24

landschap

-

3.500,07

26a

A22

landschap

25%

100%

-

32.328,40

26a

A24

landschap

-

3.500,07

26b

A22

landschap

25%

100%

-

32.328,40

26b

A24

landschap

-

3.500,07

27a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

27a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

27a

A24

landschap

-

3.500,07

27b

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

27b

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

27b

A24

landschap

-

3.500,07

28a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

28a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

28a

A24

landschap

-

3.500,07

29a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

29a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

29a

A24

landschap

-

3.500,07

30a

A05

kruidenrijk Grasland

1 april

1 juli

1.208,87

1.775,70

30a

A17

grasland

-

253,50

30a

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

31a

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

31a

A21

grasland

15 september

31 december

maximale veebezetting 2 GVE/ha

-

253,50

31b

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

31b

A21

grasland

15 september

31 december

maximale veebezetting 2 GVE/ha

-

253,50

32a

A19

botanisch grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.164,41

1.568,00

33a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

34a

A22

landschap

5%

40%

-

12.931,36

34a

A24

landschap

-

3.500,07

35a

A11

landschap

1 januari

31 december

-

197,93

35a

A23

landschap

100%

100%

-

3.300,23

35a

A24

landschap

-

3.500,07

36a

A27

landschap

-

263.445,00

36b

A27

landschap

-

263.445,00

37a

A23

bouwland

100%

100%

-

3.300,23

38a

A07

grasland

-

176,58

38a

A17

grasland

-

253,50

38a

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

38a

A16

grasland

-

121,11

39a

A06

grasland

-

270,45

39a

A07

grasland

-

176,58

39a

A17

grasland

-

253,50

39a

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

4 indicatorsoorten lijst b

1.021,12

1.700,57

39b

A06

bouwland

-

270,45

39c

A30

bouwland

-

493,74

40a

A09

bouwland

1 juni

15 december

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (niet zijnde mais), ingezaaide kruiden of gewasrest graanstoppel (geen mais) of een combinatie van deze.

1.340,39

1.742,51

40b

A09

bouwland

1 juni

15 juli

90%

gewas a of meerdere gewassen b: graan (geen mais), ingezaaide kruiden of een combinatie van deze.

662,67

861,47

41a

A05

grasland

1 april

27 april

-

149,90

41b

A05

grasland

1 april

22 mei

208,65

421,15

41c

A05

grasland

1 april

15 juni

607,95

940,24

41d

A05

grasland

1 april

15 juni

607,95

940,24

41a

A07

grasland

-

176,58

41b

A07

grasland

-

176,58

41c

A07

grasland

-

176,58

41d

A07

grasland

-

176,58

41a

A17

grasland

-

253,50

41b

A17

grasland

-

253,50

41c

A17

grasland

-

253,50

41d

A17

grasland

-

253,50

41a

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

2 indicatorsoorten lijst b

378,22

810,52

41b

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

2 indicatorsoorten lijst b

378,22

810,52

41c

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

2 indicatorsoorten lijst b

378,22

810,52

41d

A19

kruidenrijk Grasland

1 april

1 oktober

2 indicatorsoorten lijst b

378,22

810,52

geen beheercode in 2020

A17 (bouw)

bouwland

-

253,50

 

Mogelijke vanggewassen bij beheercode 15d: Bladrammanas (3504), Gele mosterd (428), Sarepta mosterd/Caliente (3517),Bladkool (3502), Engels raaigras (3506),Italiaans raaigras (3512), Westerwolds raaigras (3513), Rietzwenkgras, industriegras (3805), Rietzwenkgras, anders dan voor industriegras (3807), Soedangras/Sorghum (3519), Facelia (3508), Spurrie (3520), Japanse haver (670), Wikke, bonte (802), Wikke, voeder (803), Klaver, Alexandrijnse (3500), Klaver, Perzische (3515), Klaver, Rode (799), Klaver, Witte (3524), Bladraap (3503), Deder (3505), Ethiopische mosterd (3507), Franse boekweit (3510), Klaver, incarnaat (3511), Lupine (663), Niger (3514), Seradelle (3518), Stoppelknollen (3521), Festulolium (3509), Vezelvlas (3736), Zwaardherik (669), Beemdlangbloem (3501), Veldbeemdgras (3523), Timothee (3522), Erwten, groene/gele, groen te oogsten (244), Raketblad (671), Afrikaantje(hoog)/Tagetes erecta (346), Afrikaantje/Tagetes patula (347), Erwten (droog te oogsten) (308), Zonnebloem (515)

 

 

Bijlage 5 Tarieven natuurbeheer

 

 

Natuurtype

Beheertype

Subsidietarief

Landschapstypen natuur

2021

L01.01

Poel en klein historisch water

stuks

€ 134,39

L01.02

Houtwal en houtsingel

ha

€ 3.201,26

L01.03

Elzensingel

100 m

€ 101,19

L01.05

Knip- en scheerheg

100 m

€ 231,64

L01.06

Struweelhaag

100 m

€ 288,98

L01.07

Laan

100 m

€ 276,38

L01.08

Knotboom

stuks

€ 11,78

L01.09

Hoogstamboomgaard

ha

€ 1.794,02

L01.16

Bossingel

ha

€ 1.629,92

L02.01

Fortterrein

ha

€ 770,20

L02.02

Historisch bouwwerk en erf

ha

€ 35,60

L02.03

Historische tuin

ha

€ 4.673,60

L03.01

Aardwerk en groeve

ha

€ 872,17

Natuurtypen

N01.01

Zee en wad

ha

€ 0,39

N01.02

Duin- en kwelderlandschap

ha

€ 62,50

N01.03

Rivier- en moeraslandschap

ha

€ 104,53

N01.04

Zand- en kalklandschap

ha

€ 77,28

N02.01

Rivier

ha

€ 3,98

N03.01

Beek en bron

ha

€ 79,20

N04.01

Kranswierwater

ha

€ 45,65

N04.02

Zoete plas

ha

€ 45,98

N04.03

Brak water

ha

€ 57,41

N04.04

Afgesloten zeearm

ha

€ 0,39

N05.01

Moeras [OUD]

ha

N05.02

Gemaaid rietland (met ingebruikgeving)

ha

€ 519,20

N05.03

Veenmoeras [NIEUW]

ha

€ 511,48

N05.04

Dynamisch moeras [NIEUW]

ha

€ 366,37

N06.01

Veenmosrietland en moerasheide

ha

€ 1.056,77

N06.02

Trilveen

ha

€ 2.082,26

N06.03

Hoogveen

ha

€ 157,07

N06.04

Vochtige heide

ha

€ 241,75

N06.05

Zwakgebufferd ven

ha

€ 58,38

N06.06

Zuur ven of hoogveenven

ha

€ 76,81

N07.01

Droge heide

ha

€ 161,32

N07.02

Zandverstuiving

ha

€ 98,15

N08.01

Strand en embryonaal duin

ha

€ 8,75

N08.02

Open duin

ha

€ 239,70

N08.03

Vochtige duinvallei

ha

€ 1.095,10

N08.04

Duinheide

ha

€ 187,85

N09.01

Schor of kwelder

ha

€ 116,31

N10.01

Nat schraalland

ha

€ 1.782,70

N10.02

Vochtig hooiland

ha

€ 1.034,18

N11.01

Droog schraalland

ha

€ 642,02

N12.01

Bloemdijk

ha

€ 1.767,83

N12.02

Kruiden- en faunarijk grasland (met IGG)

ha

€ 191,72

N12.03

Glanshaverhooiland

ha

€ 389,16

N12.04

Zilt- en overstromingsgrasland

ha

€ 465,08

N12.05

Kruiden- en faunarijke akker [met IGG]

ha

€ 639,65

N12.06

Ruigteveld

ha

€ 89,42

N13.01

Vochtig weidevogelgrasland (met IGG)

ha

€ 578,67

N13.02

Wintergastenweide (met IGG)

ha

€ 23,06

N14.01

Rivier- en beekbegeleidend bos

ha

€ 35,20

N14.02

Hoog- en laagveenbos

ha

€ 17,64

N14.03

Haagbeuken- en essenbos

ha

€ 54,14

N15.01

Duinbos

ha

€ 60,21

N15.02

Dennen-, eiken- en beukenbos

ha

€ 95,16

N16.03

Droog bos met productie (nieuw)

ha

€ 27,26

N16.04

Vochtig bos met productie (nieuw)

ha

€ 48,33

N17.02

Droog hakhout

ha

€ 425,06

N17.03

Park- en stinzenbos

ha

€ 266,16

N17.04

Eendenkooi

ha

€ 2.298,73

N17.05

Wilgengriend

ha

€ 3.440,60

N17.06

Vochtig en hellinghakhout

ha

€ 599,36

Toeslagen

Openstellingsbijdrage: voorzieningenbijdrage

€ 38,99

Openstellingsbijdrage: toezichtsbijdrage

€ 0,00

toeslag gescheperde kuddes hoog (N06.03, N09.01 en N11,01)

€ 471,66

toeslag gescheperde kuddes laag (N06.04, N07.01, N07.02, N08.02 en N08.04)

€ 292,23

toeslag vaarland

€ 528,79

Monitoring

N01.02

Duin- en kwelderlandschap

ha

€ 17,44

N01.03

Rivier- en moeraslandschap

ha

€ 10,57

N01.04

Zand- en kalklandschap

ha

€ 9,50

N05.01

Moeras [OUD]

ha

N05.02

Gemaaid rietland

ha

€ 13,15

N05.03

Veenmoeras [NIEUW]

ha

€ 24,69

N05.04

Dynamisch moeras [NIEUW]

ha

€ 24,69

N06.01

Veenmosrietland en moerasheide

ha

€ 27,49

N06.02

Trilveen

ha

€ 23,59

N06.03

Hoogveen

ha

€ 31,88

N06.04

Vochtige heide

ha

€ 16,41

N06.05

Zwakgebufferd ven

ha

€ 102,19

N06.06

Zuur ven of hoogveenven

ha

€ 102,09

N07.01

Droge heide

ha

€ 15,11

N07.02

Zandverstuiving

ha

€ 15,11

N08.01

Strand en embryonaal duin

ha

€ 8,31

N08.02

Open duin

ha

€ 21,87

N08.03

Vochtige duinvallei

ha

€ 27,98

N08.04

Duinheide

ha

€ 15,11

N09.01

Schor of kwelder

ha

€ 19,51

N10.01

Nat schraalland

ha

€ 31,77

N10.02

Vochtig hooiland

ha

€ 23,06

N11.01

Droog schraalland

ha

€ 18,89

N12.01

Bloemdijk

ha

€ 16,83

N12.02

Kruiden- en faunarijk grasland

ha

€ 5,31

N12.03

Glanshaverhooiland

ha

€ 17,48

N12.04

Zilt- en overstromingsgrasland

ha

€ 19,51

N12.05

Kruiden- en faunarijke akker

ha

€ 9,48

N12.06

Ruigteveld

ha

€ 5,35

N13.01

Vochtig weidevogelgrasland

ha

€ 8,55

N14.01

Rivier- en beekbegeleidend bos

ha

€ 20,17

N14.02

Hoog- en laagveenbos

ha

€ 10,79

N14.03

Haagbeuken- en essenbos

ha

€ 18,21

N15.01

Duinbos

ha

€ 7,88

N15.02

Dennen-, eiken- en beukenbos

ha

€ 7,88

N16.03

Droog bos met productie

ha

€ 5,28

N16.04

Vochtig bos met productie

ha

€ 5,28

N17.02

Droog hakhout

ha

€ 3,21

N17.03

Park- en stinzenbos

ha

€ 3,21

N17.05

Wilgengriend

ha

€ 14,90

N17.06

Vochtig en hellinghakhout

ha

€ 14,90

 

De opslag voor prijsstijging bedoeld in artikel 1.1 van de SVNL’16, waarmee de tarieven in bijlage 5 voor het jaar 2021 worden verhoogd, bedraagt 3,24%.

Bijlage 6 Modelovereenkomst

Bijlage 6 Modelovereenkomst

Bijlage 7 Mob-complexen

  • Mob-complex Dongen

  • Munitiemagazijnencomplex Loon op Zand

  • Mob-complex Heesch te Bernheze

  • Magazijnencomplex Nistelrode te Bernheze (Hooge Vorssel)

  • Mob-complex Zeeland te Landerd

  • Mob-complex de Rips-Oploo te Sint Anthonis

  • Magazijnencomplex Baarle-Nassau

  • Mob-complex Spoordonk te Oisterwijk

  • Munitiemagazijnencomplex Elsendorp te Sint Anthonis.

  • Kamp Gilze, Buitenveld.

  • Magazijnencomplex Wanroy te Sint Anthonis.

  • Mob-complex Valkenswaard

  • Buitengebied Isabellakazerne

  • Logistieke inrichting Schaijk te Landerd.

  • Magazijncomplex Mill

  • Depot Woensdrecht

  • Munitiecomplex Ulicoten A

  • Munitiecomplex Ulicoten C

  • Zendmast Vessem

  • Zendmast Erp

  • Commandobunker Zeeland.

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent subsidies voor het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden en landschappen (Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016)
CiteertitelSubsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpnatuur en landschap, subsidies, financieel kader
Externe bijlageBijlage 2

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bijlage 4 treedt met terugwerkende kracht op 1 januari 2020 inwerking.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art. 2 Algemene subsidieverordening Noord-Brabant

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-10-2020artikel 1.1, 2.1, 2.3, 2.4, 2.5, 2.5a, 2.5b, 2.5c, 2.6, 2.9, 3.11, 3.13, bijlage 2, 4, 5

29-09-2020

prb-2020-7189

C2268653/4759038
22-10-201910-10-2020artikel 1.1, 1.2, 1.3, 2.1, 2.3, 2.4, 2.5, 2.5b, 2.5c, 2.7,2.9, 2.13, 2.14, 3.5, 3.11, 3.12, 3.14, 4.1, bijlage 5

08-10-2019

prb-2019-6954

06-09-201922-10-2019artikel 3.4, 3.6a, 3.6b, 3.7, 3.8, 3.11, 3.12, 3.13, 3.14, bijlage 4, 8

27-08-2019

prb-2019-6065

C2249323/4562200
03-11-201806-09-2019artikel 1.1, 1.3, 2.1, 2.3, 2.4, 2.5a, 2.5b, 2.5c, 2.6, 2.12, 2.13a, 3.6, 3.6a, 3.6b, 3.7, 3.8, bijlage 5

23-10-2018

prb-2018-8189

C2232977/ 4423924
15-08-201803-11-2018artikel 3.6b, 3.10

07-08-2018

prb-2018-5997

C2230178/4397624
26-05-201815-08-2018artikel 1.1, 1.5, 2.3, 2.5, 2.6, 2.9, 2.13, 3.4, 3.6a, 3.6b, 3.11, 3.12, 3.14, bijlage 3, 4, 8

15-05-2018

prb-2018-3802

11-11-201726-05-2018artikel 1.1, 1.2, 1.5, 2.3, 2.4, 2..5, 2.5a, 2.5b, 2.5c, 2.9, 2.13, 3.3, 3.6, 3..6a, 3.6b, 3.10, 3.11, 3.12, 3.15, bijlage 1, 2, 5, 7, 8

31-10-2017

prb-2017-5149

C2216403/ 4267519
13-06-201711-11-2017artikel 1.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.6a, 3.6b, 3.8, 3.11, 3.12, 3.13, 3.14, bijlage 3, 4

30-05-2017

prb-2017-2545

C2207641/4190824
10-11-201613-06-2017artikel 1.1, 1.2, 2.1, 2.2, 2.4, 2.5, 2.5a, 2.5b, 2.6, 2.8, 2.9, 2.10, 2.11, 2.12, 2.13, bijlage 3, 5, 6

01-11-2016

Provinciaal Blad 2016, 165

4068209
05-10-201627-07-201610-11-2016artikel 3.13

27-09-2016

Provinciaal Blad 2016, 147

S0316447
02-08-201615-07-201605-10-2016artikel 3.6a

26-07-2016

Provinciaal Blad 2016, 123

4046785
15-07-201602-08-2016artikel 3.2, 3.3, 3.4, 3.6a, 3.6b, 3.7, 3.8, 3.11, 3.12, 3.14, 3.15, bijlage 1, 4

12-07-2016

Provinciaal Blad 2016, 113

4004874
25-02-201601-01-201615-07-2016art. 3.11, 3.15

23-02-2016

Provinciaal Blad, 2016, 26

S0309450
06-11-201525-02-2016art. 1.1, 1.2, 1.3, 2.5, 2.14, 3.5, 3.6, 3.11, 3.12, 3.14, 3.15

03-11-2015

Provinciaal Blad, 2015, 126

S0304538
30-06-201506-11-2015art. 1.1, 3.2, 3.6a, 3.6b, 3.7, 3.11, 3.12, 3.14, bijlage 3

23-06-2015

Provinciaal Blad, 2015, 68

S0299977
25-04-201530-06-2015nieuwe regeling

14-04-2015

Provinciaal Blad, 2015, 54

3790346