• Geldig sinds 01 juni 2015.
    Geldig tot 01 juli 2018.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling mandaat Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

De Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant;

Gelet op de artikelen 59a, tweede lid, en 176, tweede lid, van de Provinciewet, en op Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot herinrichting van de ambtelijke organisatie en vanwege de aard en de omvang van die wijzigingen daartoe op 10 december 2013 ter vervanging van de bestaande regeling de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant hebben vastgesteld;

Overwegende dat de Commissaris van de Koning om die reden de regeling omtrent de overdracht van zijn bevoegdheden daaraan wenst aan te passen;

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      presidium: presidium als bedoeld in artikel 5 van het Reglement van orde Provinciale Staten Noord- Brabant 2012;

    • b.

      secretaris: secretaris als bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet, tevens algemeen directeur van de ambtelijke organisatie;

    • c.

      algemeen directeur: secretaris in zijn hoedanigheid van algemeen directeur als bedoeld in de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant;

    • d.

      clusterdirecteur: clusterdirecteur als bedoeld in artikel 11 van de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant;

    • e.

      clustermanager: clustermanager als bedoeld in artikel 11 van de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant;

    • f.

       directeur Bedrijfsvoering/CIO: directeur Bedrijfsvoering/CIO als bedoeld in artikel 9 van de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant;

    • g.

      directeur Strategie & Beleid: directeur Strategie & Beleid als bedoeld in artikel 10 van de regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant;

    • h.

      hoofd: hoofd van een afdeling als bedoeld in artikel 12 van de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant;

    • i.

      kabinetschef: hoofd van de afdeling Kabinetszaken;

    • j.

      mandaatregister: register als bedoeld in de Regeling mandaat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

    • k.

      machtigingslijst: lijst met verleende machtigingen en ondervolmachten;

    • l.

      mandaatlijst: lijst van verleende ondermandaten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Regeling mandaat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

  • 2

    Daar waar in deze regeling wordt gesproken over mandaat, respectievelijk ondermandaat tot het nemen van besluiten ter uitoefening van bestuurs- en beheersbevoegdheden, wordt daar tevens onder verstaan volmacht, respectievelijk ondervolmacht en machtiging tot het uitoefenen van daarmee verbonden procedurele bevoegdheden.

  • 3

    Daar waar in deze regeling wordt gesproken over volmacht, respectievelijk ondervolmacht tot vertegenwoordiging van de provincie, wordt daaronder tevens verstaan machtiging tot het uitoefenen van daarmee verbonden procedurele bevoegdheden.

  • 4

    Daar waar in deze regeling wordt gesproken over clusterdirecteur, clustermanager, respectievelijk hoofd, wordt daar tevens onder verstaan de voor wat betreft de toepassing van deze regeling gelijk gestelde functionaris.

Hoofdstuk 2 Vertegenwoordiging provincie buiten rechte

Artikel 2

  • 1

    De Commissaris van de Koning verleent aan de secretaris, de algemeen directeur, de directeur Bedrijfsvoering/CIO, de directeur Strategie & Beleid, de clusterdirecteuren en aan de clustermanagers, binnen hun respectieve takenpakket, ter uitvoering van door Provinciale Staten, dan wel door of namens Gedeputeerde Staten genomen besluiten volmacht tot het namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid vertegenwoordigen van de provincie buiten rechte.

  • 2

    De in het eerste lid bedoelde functionarissen kunnen ter uitoefening van de hen verleende volmacht schriftelijk ondervolmacht verlenen aan hoofden tot vertegenwoordiging van de provincie buiten rechte.

  • 3

    Bij het verlenen van ondervolmacht als bedoeld in het tweede lid kan de desbetreffende functionaris bevoegd worden verklaard ter uitoefening van de bevoegdheid op zijn beurt schriftelijk ondervolmacht te verlenen aan een aan deze laatste ondergeschikte functionaris.

  • 4

    In incidentele gevallen kan de schriftelijke ondervolmacht, bedoeld in het derde lid, worden verleend aan een niet-ondergeschikte.

  • 5

    Het verlenen van ondervolmacht geschiedt zo nodig onder het stellen van voorwaarden en beperkingen en blijft achterwege voor zover de aard van de volmacht of de machtiging zich daartegen verzet.

  • 6

    De in het eerste lid bedoelde functionaris draagt er zorg voor dat elk besluit tot verlening, wijziging of intrekking van een ondervolmacht wordt opgenomen in het mandaatregister.

Hoofdstuk 3 Afdoeningsmandaat en ondertekeningsmandaat terzake van de beslissingsbevoegdheid Commissaris van de Koning

Artikel 3

  • 1

    De Commissaris van de Koning verleent aan de kabinetschefmandaat om namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid zaken op het werkterrein van deze afdeling af te doen, een en ander met inachtneming van de in dit hoofdstuk overigens gestelde voorwaarden en beperkingen.

  • 2

    De afdoening van de zaken, bedoeld in het eerste lid, omvat zowel de beslissing als de ondertekening namens de Commissaris van de Koning.

Artikel 4

Het mandaat aan de kabinetschef heeft, onverminderd artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, geen betrekking op:

  • a.

    besluiten met betrekking tot stukken die bestemd zijn voor het presidium en Provinciale Staten;

  • b.

    besluiten tot het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    besluiten tot het aangaan van convenanten;

  • d.

    besluiten op bezwaar- of beroepschriften waarbij wordt afgeweken van het advies van de Hoor- en adviescommissie voor bezwaar- en beroepschriften, dan wel van de desbetreffende kamer uit haar midden;

  • e.

    beslissingen naar aanleiding van een klacht in de zin van Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht ingeval de kabinetschef zelf direct betrokken is bij de klacht, of beslissingen waarbij wordt afgeweken van het advies van de Commissie voor klachten en verzoeken;

  • f.

    besluiten tot het voordragen ter vernietiging of schorsing van besluiten van andere bestuursorganen;

  • g.

    besluiten tot bemiddeling in geschillen tussen andere bestuursorganen;

  • h.

    besluiten tot het benoemen of het ter benoeming voordragen van bestuurders in functies of commissies.

     

     

Artikel 5

  • 1

    De kabinetschef kan ter uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheid in specifieke gevallen ondermandaat verlenen aan een andere functionaris.

  • 2

    De kabinetschef kan bij het verlenen van ondermandaat aanvullende voorwaarden en beperkingen stellen.

  • 3

    Onverminderd artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zijn van de in het eerste lid gegeven bevoegdheid uitgezonderd:

    • a.

      besluiten op een bezwaarschrift;

    • b.

      beslissingen naar aanleiding van een klacht in de zin van Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, ingeval de andere functionaris, bedoeld in het eerste lid, zelf direct betrokken is bij de klacht;

    • c.

      besluiten strekkende tot advisering aan het Rijk inzake besluiten van andere bestuursorganen.

  • 4

    De kabinetschef legt zijn besluit tot verlening van ondermandaat als bedoeld in het eerste lid, ter goedkeuring voor aan de Commissaris van de Koning.

  • 5

    De kabinetschef actualiseert de mandaatlijst ten minste eenmaal per twee jaar.

  • 6

    Besluiten tot verlening, wijziging of intrekking van mandaat zijn slechts rechtsgeldig voor zover zij door de Commissaris van de Koning zijn goedgekeurd.

  • 7

    De kabinetschef draagt er zorg voor dat de besluiten, bedoeld in het zesde lid, worden opgenomen in het mandaatregister.

Hoofdstuk 4 Ondertekeningsmandaat terzake van de beslissingsbevoegdheid van Gedeputeerde Staten

Artikel 6

  • 1

    Met instemming van Gedeputeerde Staten verleent de Commissaris van de Koning op grond van artikel 59a, tweede lid, van de Provinciewet ondertekeningsbevoegdheid aan de secretaris en de algemeen directeur in geval van afdoening van besluiten, die door Gedeputeerde Staten op grond van de Regeling mandaat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zijn gemandateerd aan de secretaris en de algemeen directeur.

  • 2

    Van het ondertekeningsmandaat, bedoeld in het eerste lid, is uitgesloten correspondentie die geen bestuurlijke afdoening vereist, maar die op grond van een wettelijk voorschrift of gezien de aard daarvan toch door de voorzitter van Gedeputeerde Staten en de secretaris persoonlijk ondertekend moet worden.

  • 3

    De secretaris en de algemeen directeur kunnen het hen verleende ondertekeningsmandaat conform de hen opgelegde voorwaarden en beperkingen, schriftelijk rechtstreeks ondermandateren aan de directeur Bedrijfsvoering/CIO, de directeur Strategie & Beleid, de clusterdirecteuren, de clustermanagers en aan de hoofden.

  • 4

    De secretaris en de algemeen directeur kunnen bij het verlenen van ondermandaat als bedoeld in het derde lid, de op te leggen voorwaarden en beperkingen zo nodig aanvullen.

  • 5

    De secretaris en de algemeen directeur kunnen het hen verleende ondertekeningsmandaat rechtstreeks ondermandateren aan een functionaris die ondergeschikt is aan een in het derde lid genoemde ondermandataris.

  • 6

    De secretaris en de algemeen directeur maken van hun bevoegdheid, bedoeld in het vijfde lid, geen gebruik dan na goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 7

  • 1

    De uitoefening van de op basis van deze regeling gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen van de bij of krachtens de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant vastgestelde taken en met inachtneming van het ter zake geldende recht, alsmede van de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

  • 2

    Het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op aangelegenheden met financiële of mogelijke financiële gevolgen, geschiedt met inachtneming van het bepaalde in deze regeling en overigens voor zover daartoe in een vastgestelde begroting financiële middelen zijn toegekend.

Artikel 8

  • 1

    De gemandateerden stellen de Commissaris van de Koning en hun leidinggevenden in kennis van krachtens mandaat of ondermandaat te nemen of reeds genomen besluiten, waarvan zij moeten aannemen dat kennisneming door de Commissaris van de Koning of de leidinggevende van belang is.

  • 2

    De Commissaris van de Koning en de leidinggevenden kunnen zich door de gemandateerden laten informeren over de krachtens mandaat of ondermandaat genomen besluiten en verrichte handelingen.

Artikel 9

Het Mandaatbesluit Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2015

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling mandaat Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 31 maart 2015

De Commissaris van de Koning voornoemd,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk  

Toelichting bij Regeling mandaat Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant

Algemeen

Deze toelichting geldt tevens als algemene instructie ter zake van de uitoefening van de overgedragen bevoegdheden.

Het onderhavige mandaatbesluit is opgedeeld in een vijftal hoofdstukken:

  • 1. Begripsbepalingen.

  • 2. Vertegenwoordiging van de provincie buiten rechte, waarbij de provincie als rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam moet optreden. Gedeputeerde Staten zijn meestal beslissingsbevoegd, doch de Commissaris van de Koning treedt op als vertegenwoordiger.

  • 3. Beslissings- en ondertekeningsmandaat aan de kabinetschef met betrekking tot taken en bevoegdheden die direct toebehoren aan de Commissaris van de Koning, (veelal wettelijke taken aangaande politie, brandweer etc.).

  • 4. Het verlenen van ondertekeningsmandaat voor zaken waarvoor Gedeputeerde Staten de beslisbevoegdheid bezitten, maar waarvoor de Commissaris van de Koning op grond van het bepaalde in artikel 59a, tweede lid, van de Provinciewet in eerste instantie verplicht is de uitgaande stukken namens het bestuursorgaan Gedeputeerde Staten te ondertekenen, tezamen met de secretaris.

  •  5. Overige bepalingen, onder meer inhoudende algemene instructies met betrekking tot de uitoefening van bevoegdheden en de controle en verantwoording.

Artikelsgewijs

Artikel 1

De definities in dit artikel leggen een relatie met de voor deze provincie vastgestelde Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant. Voor de wijze waarop de verdeling van de bevoegdheden is geregeld, is de gekozen organisatiestructuur en de daaraan ten grondslag gelegde filosofie uiteraard van groot belang.Overigens zij er op deze plaats op gewezen, dat het mandaatbesluit niet afdoet aan de binnen de organisatie ten aanzien van de voorbereiding van besluiten geldende overleg- en coördinatieprocedures. Deze blijven onverkort hun gelding houden.Dit geldt evenzeer de vervangingsregelingen; hiervoor zijn, overwegend in de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant, afzonderlijke regelingen vastgesteld.

Artikel 1,eerste lid, onder i

Het hoofd van de afdeling Kabinetszaken vervult een specifieke rol waar het betreft zijn functioneren namens de Commissaris van de Koning in zijn hoedanigheid van rijksorgaan. Om die reden is ervoor gekozen om daar de bij die rol behorende functieaanduiding van ‘kabinetschef’ te gebruiken.

Artikel 1, tweede en derde lid

Gelet op de definitie van het begrip mandaat in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt in deze regeling niet uitsluitend over ‘mandaat’ gesproken, maar ook over volmacht, respectievelijk machtiging. Volmacht is de privaatrechtelijke tegenhanger van mandaat uit het publiek recht, terwijl machtiging betrekking heeft op feitelijke handelingen.

Artikel 2, eerste lid

Bij vertegenwoordiging van de provincie buiten rechte moet worden gedacht aan de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, veelal de ondertekening van overeenkomsten (convenanten daaronder begrepen) of het doen van aanbestedingen.

De volmacht/machtiging betreft vertegenwoordigingshandelingen inzake besluiten van Provinciale Staten en van Gedeputeerde Staten. In de meeste gevallen zal het om besluiten door of namens Gedeputeerde Staten gaan. Als uitgangspunt geldt, dat ingeval van besluitvorming krachtens mandaat of ondermandaat, de vertegenwoordiging buiten rechte door dezelfde functionaris plaats heeft. Hoewel het derhalve meestal ambtenaren zullen zijn die de vertegenwoordiging zullen verrichten, kan het in specifieke situaties gewenst zijn dat de Commissaris van de Koning zélf, dan wel een individuele gedeputeerde daarvoor het meest in aanmerking komt. In dit laatste geval kan een incidentele volmacht worden verleend.

Artikel 2, tweede en derde lid

Om praktische redenen en om af te kunnen stemmen op hetzelfde niveau als de onderliggende besluitvorming, is voorzien in de mogelijkheid van ondervolmacht. Omdat het veelal gaat om handelingen met belangrijke rechtsgevolgen, dient niettemin zorgvuldig te worden omgegaan met ondervolmacht. Daarom wordt ondervolmacht schriftelijk verleend en blijft verlening achterwege voor zover de aard van de volmacht zich daartegen verzet.

Artikel 2, vierde lid

In incidentele gevallen komt het voor, dat het verlenen van een schriftelijke ondervolmacht aan een niet ondergeschikte wenselijk is. Bijvoorbeeld aan medewerkers van een notariskantoor in standaard- en routinematige gevallen. Daartoe is in dit artikellid de mogelijkheid geopend.

Bij de vertegenwoordiging van de provincie in rechte gaat het, in verband met de verplichte procesvertegenwoordiging bij civiele procedures, veelal om advocaten die namens de provincie optreden. Op grond van artikel 176, eerste lid, treedt de Commissaris van de Koning op als vertegenwoordiger van de provincie in rechte. Aangezien het opdragen van deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen persoon in voorkomende gevallen op ad hoc basis zal plaatsvinden, hoeft in deze regeling daarover niets te worden vastgelegd.

Artikel 3

Aan de kabinetschef wordt hier een open mandaat verleend. Uitgangspunt is dat de afdoening mede de ondertekening omvat.

Artikel 4

In dit artikel is, onverminderd artikel 10:3 Awb, een aantal categorieën van besluiten opgenomen dat niet voor mandatering in aanmerking komt. De bevoegdheid blijft derhalve bij de Commissaris van de Koning zelf berusten.Uiteraard kan ook in alle andere gevallen door de gemandateerde worden besloten van zijn bevoegdheid geen gebruik te maken en worden aangestuurd op een besluit van de Commissaris van de Koning. Ook kan de Commissaris in incidentele gevallen het initiatief daartoe nemen en de besluitvorming aan zichzelf voorbehoudt.

Artikel 4, onder a

Hieronder worden mede begrepen stukken die bestemd zijn voor een Statencommissie, uitgezonderd die voor de Commissie voor klachten en verzoeken. Voor dit laatste is gekozen omdat dit een praktische werkwijze is en hiermee binnen de in deze procedure geldende termijnen gebleven kan worden. De uitzondering in dit artikellid vergt voor de gemandateerde overigens bijzondere attentie voor wat binnen de duale provinciale praktijk c.q. de ter zake gevoerde bestuursfilosofie gebruikelijk is met betrekking tot onderwerpen die – via de griffie – richting het presidium, de Staten of een Statencommissie gaan.

Artikel 4, onder b

Het vaststellen van beleidsregels als zodanig is uitgezonderd. De verdere uitwerking daarvan kan, indien de beleidsregels zulks toestaan, aan de gemandateerde worden overgelaten. Onder het vaststellen van een beleidsregel wordt mede begrepen het wijzigen of intrekken daarvan.

Artikel 4, onder c

Beoogd wordt aan te geven dat de bevoegdheid te besluiten tot het aangaan van een convenant, wanneer die bevoegdheid aan de Commissaris van de Koning toekomt, is voorbehouden aan de Commissaris zélf.

Artikel 4, onder d

Het afwijken van een advies is verstrekkend en behoort daarom aan de Commissaris van de Koning.

Artikel 4, onder e

Deze beperking waarborgt onpartijdigheid bij de afhandeling van klachten. Voor afwijking van het advies van de klachtencommissie geldt hetzelfde als voor de afwijking van de beslissingen op bezwaar.

Artikel 4, onder f, g en h

De consequenties van deze besluiten zijn in het algemeen van dien aard, dat mandaat op ambtelijk niveau niet in de rede ligt.

Artikel 5

De Kabinetschef wordt gemachtigd het hem verleende mandaat te ondermandateren aan een andere functionaris. Dit ondermandaat is een benoemd mandaat.

De medewerker zendt een afschrift van het besluit aan zijn naasthogere leidinggevende.

Artikel 5, derde lid

Onverminderd artikel 4 zijn enkele bevoegdheden in het derde lid van artikel 5 uitgezonderd van ondermandaten. Dit betekent dat zij door de kabinetschef zelf, en in voorkomende gevallen door de Commissaris van de Koning, dienen te worden uitgeoefend.

Artikel 5, derde lid, onder a

Het herroepen van een primair besluit in bezwaar is verstrekkend. De verwijzing naar artikel 10:3, derde lid, van de Awb is van belang, omdat het mandaat of ondermandaat niet mag worden uitgeoefend door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt heeft genomen.

Artikel 5, derde lid, onder b

Deze beperking waarborgt de onpartijdigheid bij de afhandeling van klachten.

Artikel 5, derde lid, onder c

De consequenties van deze besluiten zijn in het algemeen van dien aard, dat ondermandaat op ambtelijk niveau niet in de rede ligt.

Op een ondermandaatlijst, ingericht naar analogie van het voor ondermandaat van bevoegdheden van Gedeputeerde Staten voorgeschreven model, wordt nauwkeurig aangegeven bij wie en in welke gevallen de afdoenings- en ondertekeningsbevoegdheid ligt. Zaken die niet op een ondermandaatlijst staan vermeld, kunnen alleen worden afgedaan door de kabinetschef.

Daarnaast blijft het in uitzonderingsgevallen, onder goedkeuring van de Commissaris van de Koning, toegestaan om voor andere besluiten mandaat aan een medewerker te verlenen.

Bij het gebruikmaken van de ondertekeningsbevoegdheid en ter bepaling of hij daarvoor de verantwoordelijkheid kan dragen, slaat de mandataris acht op de navolgende aspecten:

-      aard/type/soort brief/besluit;

-      politieke gevoeligheid van het moment;

-      de ontvanger van de brief/het besluit;

-      mate waarin reactie op het besluit richting de Commissaris van de Koning valt te verwachten;

-      mate waarin de ontvanger gevoelig kan zijn voor de wijze waarop de brief is gesteld.

Zodra kan worden aangenomen dat één van deze aspecten een overwegende rol kan gaan spelen behoort ondertekening en afdoening in het geval van ondermandaat toch door het hoofd van de afdeling Kabinetszaken plaats te vinden dan wel, ingeval van mandaat, toch door de Commissaris van de Koning.

De wijze van ondertekening van de betreffende besluiten dient als volgt te zijn:

De Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant,

namens deze,

de kabinetschef.

………………..(naam kabinetschef), kabinetschef

Ingeval van ondermandaat worden de gegevens van de kabinetschef vervangen door die van de medewerker.

 

Artikel 6

In dit artikel wordt ondertekeningsmandaat verleend door de Commissaris van de Koning op grond van artikel 59a, tweede lid, van de Provinciewet aan de secretaris en de algemeen directeur voor zover het betreft de ondertekening van stukken voortvloeiende uit besluiten waarbij de afdoening door Gedeputeerde Staten is gemandateerd aan deze functionarissen. Tevens is voorzien in een regeling voor het verlenen van ondermandaat. De in artikel 59a, tweede lid, voorgeschreven toestemming van Gedeputeerde Staten is neergelegd in de Regeling mandaat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

De secretaris heeft ondertekeningsbevoegdheid indien stukken zijn afgedaan door het college.

Artikel 7

Dit artikel geeft het kader aan waarbinnen de op basis van dit mandaatbesluit verleende bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend.

Artikel 8

Omdat de Commissaris van de Koning als mandaatgever uiteindelijk verantwoordelijk is, dient deze over de mogelijkheid te beschikken deze verantwoordelijkheid waar te maken. De gemandateerde dient derhalve verantwoording af te leggen aan de Commissaris van de Koning en deze laatste dient over controlemogelijkheden te beschikken. Dit geldt evenzeer de ondergemandateerde en zijn leidinggevende.

De controle beperkt zich, gelet op de aard van de mandaatverhouding en een verondersteld vertrouwen van het bestuursorgaan in de gemandateerde, in beginsel tot controle achteraf, waarbij het initiatief primair ligt bij degene aan wie het mandaat is verleend.

De mandaatgever kan het initiatief zonodig aan zich trekken (art.10:7 Awb) of de gemandateerde verzoeken hem alle inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid (art.10:6, tweede lid, Awb).

Voor de terugkoppeling naar de Commissaris van de Koning en leidinggevenden is in het tweede lid van artikel 8 een regeling getroffen. Een basisvoorwaarde voor het kunnen uitoefenen van deze controle is wel, dat registratie van de bevoegdheidsuitoefening krachtens mandaat, ondermandaat, volmacht en ondervolmacht of machtiging plaatsheeft. Alleen dan is controle op zinvolle wijze mogelijk.

De Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant,

 prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling mandaat Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant
CiteertitelRegeling mandaat Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant
Vastgesteld doorcommissaris van de koningin
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerppersoneelsbeleid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt het Mandaatbesluit Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Provinciewet, art. 59a, lid 2
  2. Provinciewet, art. 176, lid 2
  3. Algemene wet bestuursrecht, afdeling 10.1.1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-06-201501-07-2018nieuwe regeling

31-03-2015

Provinciaal Blad, 2015, 41

3799414