Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende het verstrekken van subsidie ter stimulering van isolatie van woningen door energiecorporaties Subsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerpduurzaamheid, leefomgeving, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art. 2 Algemene subsidieverordening Noord-Brabant

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

08-11-201613-06-2014artikel 12

01-11-2016

Provinciaal Blad 2016, 163

S0317552
20-09-201408-11-2016Art. 1, 6, 8, 9, 13

16-09-2014

Provinciaal Blad, 2014, 107

3647570
13-06-201420-09-2014nieuwe regeling

10-06-2014

Provinciaal Blad, 2014, 76

S3595220

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende het verstrekken van subsidie ter stimulering van isolatie van woningen door energiecorporaties Subsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten een werkgelegenheidsimpuls willen geven aan het midden- en kleinbedrijf;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten de CO2-emissie van woningen in Noord-Brabant willen verlagen, waardoor de woonlasten voor bewoners worden verminderd en het energiebewustzijn wordt vergroot;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten dit wensen te bereiken door een subsidie te geven aan energiecoöperaties in Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten hierbij gebruik willen maken van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013);

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.12. 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

    • b.

      energie-coöperatie: coöperatie als bedoeld in artikel 2:53 van het Burgerlijk Wetboek, die zich blijkens de statuten ten doel stelt om in energiemaatregelen voor haar leden te voorzien;

    • c.

      energielabel: energieprestatiecertificaat bestaande woningen als bedoeld in artikel 1.1, onder 1, van het Besluit energieprestatie gebouwen, afgegeven door een gecertificeerd energie-adviseur met een NL-EPDB keurmerk;

    • d.

      energielabelstap: verbetering van het niveau van het energielabel met een stap;

    • e.

      EnergiePrestatieAdvies: maatwerkrapport bestaande woningen als bedoeld in de BRL9500-00 en BRL9500-02, opgesteld door een gecertificeerd energie-adviseur;

    • f.

      gecertificeerd energie-adviseur: adviseur die beschikt over een geldig KOMO of NL-EPBD keurmerk voor het opstellen van een EnergiePrestatieAdvies of het afgeven van een energielabel;

    • g.

       KOMO keurmerk: keurmerk voor onafhankelijk getoetste kwaliteit in de bouw;

    • h.

       NL-EPBD keurmerk: keurmerk voor energielabels;

    • i.

       verdienmodel: manier waarop geld verdiend kan worden met een bepaalde activiteit;

    • j.

       projectorganisatie: samenwerkingsverband dat omwille van de uitvoering van een project in het leven wordt geroepen;

    • k.

       woningeigenaar: natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft en daarin zijn hoofdverblijf heeft, niet zijnde een appartementseigenaar als bedoeld in artikel 5:106 van het Burgerlijk Wetboek. 

  • 2

    Met een gecertificeerd adviseur als bedoeld in deze regeling, wordt gelijk gesteld een adviseur die voldoet aan beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het beroepsniveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      energiecoöperaties;

    • b.

      samenwerkingsverbanden van energiecoöperaties.

  • 2

    Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het opzetten van een projectorganisatie, die voorbereidende en begeleidende werkzaamheden verricht ten behoeve van woningisolatie.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    aan de subsidieaanvrager reeds op grond van deze regeling of een andere provinciale regeling op het gebied van energie subsidie is verstrekt;

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 125.000.

Artikel 6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de subsidieaanvrager heeft aantoonbare ervaring met het realiseren van energieprojecten;

  • b.

    de subsidieaanvrager zet een projectorganisatie voor woningisolatie op;

  • c.

    de subsidieaanvrager zorgt dat de woningisolatie, bedoeld onder b:

    • 1°.

      wordt aangebracht en uitgevoerd bij ten minste 400 leden van direct of indirect bij de subsidieaanvraag betrokken energiecoöperaties;

    • 2°.

      wordt uitgevoerd bij particuliere woningeigenaren;

    • 3°.

      wordt uitgevoerd bij woningen gelegen in de provincie Noord-Brabant;

    • 4°.

      wordt uitgevoerd met isolatieproducten met het KOMO-certificaat;

    • 5°.

      leidt tot een verbetering van ten minste een energielabelstap per woning;

  • d.

    de op te zetten projectorganisatie, bedoeld onder b, is verantwoordelijk voor:

    • 1°.

      de administratie en het beheer van het woningisolatieproject;

    • 2°.

      het aanbesteden van de woningisolatie tegen gunstige voorwaarden voor haar leden in de markt;

    • 3°.

      de werving van nieuwe leden voor de energiecoöperatie ten behoeve van het woningisolatieproject;

    • 4°.

      de communicatie over het totale woningisolatieproject;

    • 5°.

      het geven van advies en voorlichting over woningisolatie op wijkniveau en individueel;

    • 6°.

      het bieden van een totaalpakket voor woningisolatie, dat de particuliere woningeigenaar ontzorgt;

  • e.

    de projectorganisatie sluit voor advisering over en uitvoering van de woningisolatie contracten met daartoe gekwalificeerde ondernemingen;

  • f.

    aan het opzetten van de projectorganisatie voor woningisolatie ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      de wijze waarop aan de vereisten in deze regeling wordt voldaan;

    • 2°.

      een analyse van risico’s en kansen van het project;

    • 3°.

      een realistische sluitende begroting met onderbouwing;

    • 4°.

      een verdienmodel, waaruit blijkt dat de projectorganisatie zichzelf ten minste twee jaar na afronding van het project in stand kan houden teneinde nieuwe woningisolatieprojecten uit te kunnen voeren.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking.

  • 2

    Subsidieaanvrager past bij de berekening van uurtarieven uitsluitend de berekeningswijze toe, bedoeld in artikel 10, onder c, juncto artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant.

Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 23 juni 2014 tot en met 3 november 2014.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, voor de tenderperiode van 23 juni 2014 tot en met 3 november 2014, vast op € 1.000.000.

Artikel 10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, bedraagt 100% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000.

Artikel 11 Verdeelcriteria

  • 1

    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      een beoordeling van het totale project, op basis van de aanvraag en het projectplan, te waarderen met maximaal 20 punten, waarvan:

      • 1°.

        10 punten voor de kwaliteit van het project;

      • 2°.

        10 punten voor de uitvoerbaarheid van het project;

    • b.

      een beoordeling van het totale project, op basis van een mondelinge presentatie van de subsidieaanvrager, te waarderen met maximaal 20 punten, waarvan:

      • 1°.

        10 punten voor de kwaliteit van het project;

      • 2°.

        10 punten voor de uitvoerbaarheid van het project;

    • c.

      de mate waarin de subsidieaanvrager kennis en kunde heeft met het realiseren van energieprojecten, te waarderen met maximaal 20 punten;

    • d.

      de mate waarin het verdienmodel, bedoeld in artikel 6, onderdeel f, onder 4°, realistisch en renderend is, te waarderen met maximaal 20 punten;

    • e.

      als er sprake is van een samenwerkingsverband van ten minste 2 coöperaties of anderszins kan worden aangetoond dat er sprake is van samenwerking, die leidt tot kennisuitwisseling en vergroting van het te isoleren woningpotentieel, te waarderen met 10 punten;

    • f.

      als er sprake is van samenwerking met ten minste een gemeente, te waarderen met 10 punten.

  • 2

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger isoleert ten minste het aantal te isoleren woningen conform het aantal te behalen labelstappen als genoemd in de subsidieaanvraag en het projectplan.

  • b.

    De subsidieontvanger betrekt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de uitvoering van het project;

  • c.

    de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • d.

    de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • e.

    het project is afgerond voor 15 december 2017.

Artikel 13 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag, waarin ten minste is opgenomen:

    • 1°.

      het aantal en de wijze waarop woningeigenaren zijn benaderd;

    • 2°.

      het totale aantal geïsoleerde woningen;

    • 3°.

      per geïsoleerde woning een bewijs dat de woningisolatie is gerealiseerd en heeft geleid tot verbetering van ten minste een energielabelstap per woning;

    • 4°.

       per geïsoleerde woning een bewijs van het gebruik van isolatieproducten met het KOMO-certificaat;

    • 5°.

       het totaal van de gerealiseerde investeringen in woningisolatie;

  • b.

    een financieel overzicht waaruit de eerste deelresultaten blijken van het verdienmodel en een prognose wordt gegeven naar de jaren daarna.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80 % van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

    Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 15 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2017 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 16 Inwerkingtreding

 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 10 juni 2014

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris ir. A.M. Burger