• Geldig sinds 15 januari 2013.
    Geldig tot 25 november 2016.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel afwijkingsbevoegdheid uniforme openbare voorbereidingsprocedure bodemsanering Noord-Brabant

Gelet op artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 9 mei 2000 de Beleidsregel inzake de toepassing van de verkorte voorbereidingsprocedure bij beschikkingen ingevolge de artikelen 29 en 37 en/of beschikkingen ingevolge artikel 39 Wet bodembescherming (Wbb) hebben vastgesteld;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten daarbij gebruik hebben gemaakt van de hen toegekende bevoegdheid in de artikelen 6.1.2, vierde lid en 6.1.3, derde lid van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 om afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet toe te passen, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat aan het toepassen van die procedure geen behoefte bestaat;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het vanwege het grote aantal wijzigingen wenselijk achten een geheel nieuwe beleidsregel vast te stellen.

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    PMV: Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010;

  • b.

    Wbb: Wet bodembescherming.

Artikel 2 Toepassing afwijkingsbevoegdheid

  • 1

    Gedeputeerde Staten maken gebruik van de afwijkingsbevoegdheid, bedoeld in de artikelen 6.1.2, vierde lid en 6.1.3, derde lid, van de PMV bij de voorbereiding van:

    • a.

      een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wbb, waarbij zij vaststellen of sprake is van een geval van ernstige verontreiniging;

    • b.

      een besluit als bedoeld in artikel 39, van de Wbb, waarbij zij beslissen op een verzoek om in te stemmen met het saneringsplan;

    • c.

      een besluit als bedoeld in artikel 39c, van de Wbb, waarbij zij beslissen op een verzoek om in te stemmen met het saneringsverslag;

    • d.

      een besluit als bedoeld in artikel 39d, van de Wbb, waarbij zij beslissen op een verzoek om in te stemmen met het nazorgplan.

  • 2

    In afwijking van het eerste lid maken Gedeputeerde Staten geen gebruik van de afwijkingsbevoegdheid indien zij de bodemsanering zelf uitvoeren.

Artikel 3 Toetsingscriteria

  • 1

    Gedeputeerde Staten maken gebruik van de afwijkingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 2, onder a en b, indien:

    • a.

      de aanvrager hiertoe een verzoek indient;

    • b.

      Gedeputeerde Staten verwachten dat slechts een beperkt aantal derden als belanghebbenden aangemerkt moeten worden bij het nader onderzoek of de melding;

    • c.

      het geval van verontreiniging of de saneringslocatie niet perceelgrensoverschrijdend is;

    • d.

      het geval van verontreiniging of de saneringslocatie niet ligt in een bijzonder gebied, kwetsbaar gebied of stiltegebied als bedoeld in de PMV;

    • e.

      er geen sprake is van een actueel blootstellingsrisico op een vrij toegankelijk terrein;

    • f.

      de openbare voorzieningen niet worden beperkt.

  • 2

    Gedeputeerde Staten maken gebruik van de afwijkingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 2, onder c en d, indien Gedeputeerde Staten verwachten dat slechts een beperkt aantal derden als belanghebbenden aangemerkt moeten worden bij het saneringsverslag of het nazorgplan.

 Artikel 4 Intrekking

De Beleidsregel inzake de toepassing van de verkorte voorbereidingsprocedure bij beschikkingen ingevolge de artikelen 29 en 37 en/of beschikkingen ingevolge artikel 39 Wet bodembescherming (Wbb) wordt ingetrokken. 

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel afwijkingsbevoegdheid uniforme openbare voorbereidingsprocedure bodemsanering Noord- Brabant.

’s-Hertogenbosch, 18 december 2012.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Toelichting

Artikelsgewijs

Artikel 2 Toepassing afwijkingsbevoegdheid Eerste lid Gebruik afwijkingsbevoegdheid Onder a Beschikking artikel 29 WbbIndien Gedeputeerde Staten vaststellen dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, stellen zij daarbij ook vast of een spoedige sanering noodzakelijk is.Tweede lid Uitzondering afwijkingsbevoegdheidIndien Gedeputeerde Staten de bodemsanering zelf uitvoeren en dus zowel bevoegd gezag als aanvrager zijn, achten zij het zorgvuldig om in alle gevallen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure toe te passen en geen toepassing te geven aan de afwijkingsbevoegdheid.

Artikel 3 Toetsingscriteria Eerste lid Toetsingscriteria artikelen 29 en 39 Wbb Onder b beperkt aantal belanghebbendenIngevolge artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht wordt met het begrip belanghebbende degene bedoeld wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In de saneringspraktijk zullen dat niet alleen de eigenaar of gebruiker van het te saneren perceel zijn, maar ook direct omwonenden alsmede eigenaren en gebruikers van omliggende percelen. Onder c niet perceelgrensoverschrijdendMet behulp van dit criterium wordt voorkomen dat omwonenden op naburige percelen in hun belangen worden geschaad. Onder e geen actueel blootstellingsrisicoBij dit criterium toetsen Gedeputeerde Staten of er geen gemakkelijk contact mogelijk is met de verontreinigende stoffen door aanraking, inademing of inname, waarbij de concentraties dusdanig zijn dat er een risico voor de gezondheid op kan treden.Onder f geen beperking openbare voorzieningDit is onder meer het geval indien een openbare weg, recreatieterrein of parkeerterrein bij een winkelcentrum tijdens de sanering normaal gebruikt kan worden.Tweede lid Toetsingscriterium artikelen 39c en 39dGedeputeerde Staten toetsen met behulp van dit criterium ambtshalve of er niet te veel belanghebbenden betrokken zijn bij het saneringsverslag of het nazorgplan. Als dat wel zo is achten Gedeputeerde Staten het zorgvuldiger om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure toe te passen en maken zij geen gebruik van de afwijkingsbevoegdheid.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter

de secretaris

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidsregel afwijkingsbevoegdheid uniforme openbare voorbereidingsprocedure bodemsanering Noord-Brabant
CiteertitelBeleidsregel afwijkingsbevoegdheid uniforme openbare voorbereidingsprocedure bodemsanering Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpbodem, milieubeheer

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is ingetrokken door het besluit van Gedeputeerde Staten van 12 september 2016.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht
  2. Wet bodembescherming
  3. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-01-201325-11-2016nieuwe regeling

18-12-2012

Provinciaal Blad, 2013, 4

s3309257