Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 2 en artikel 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant; Overwegende dat Gedeputeerde Staten het van belang achten om de ontwikkeling van artistiek belangwekkend aanbod en afname op het gebied van professionele kunsten die bijdragen aan een kwalitatief goed aanbod van cultuur binnen de provincie Noord-Brabant financieel te ondersteunen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten daartoe op 22 december 2005 de Beleidsregel Kunst en Media hebben vastgesteld, alsmede op 11 november 2008 de Beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2009-2012 hebben vastgesteld; Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk vinden dat alle subsidies ten behoeve van projecten op het gebied van de professionele beeldende kunst, muziek, dans, theater, letteren, film en animatie, fotografie, vormgeving, audiovisuele en digitale kunstvormen, en interdisciplinaire mengvormen, in één overkoepelende subsidieregeling worden opgenomen;\ Overwegende dat Gedeputeerde Staten hoofdstuk 2 ‘Projectsubsidies’ van de Beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2009-2012 wensen toe te voegen aan de Beleidsregel Kunst en Media; Overwegende dat Gedeputeerde Staten de Beleidsregel Kunst en Media wensen te wijzigen en vanwege de omvang van deze wijziging een nieuwe integrale subsidieregeling wensen vast te stellen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    adviescommissie: adviescommissie, ingesteld op grond van artikel 82 van de Provinciewet;

  • b.

    kunst: activiteit of product van een professionele maker op het gebied van beeldende kunst, muziek, dans, theater, letteren, film en animatie, fotografie, vormgeving, audiovisuele en digitale kunstvormen, en interdisciplinaire mengvormen daarvan;

  • c.

    kunstvakopleiding: door het ministerie van OCW erkende HBO-opleiding in een kunstdiscipline, waaronder ook lerarenopleidingen voor dans, muziek, beeldende vorming, film, schrijven en theater;

  • d.

    omgevingsanalyse: analyse van de wijze waarop het project zich verhoudt tot soortgelijke projecten in Noord-Brabant;

  • e.

    professionele maker: natuurlijk persoon, die maker is van kunst en zich professioneel manifesteert, blijkend uit het curriculum vitae en documentatie;

  • f.

    publieksgericht: voor het publiek waarneembaar en openbaar toegankelijk;

  • g.

    reprise: herhaalde uitvoering van een presentatie in een volgend seizoen;

  • h.

    reguliere programmering: programmering die met structurele middelen tot stand wordt gebracht en behoort tot het vaste aanbod van de aanvrager.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1 Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      professionele makers;

    • b.

      rechtspersonen;

    • c.

      samenwerkingsverbanden tussen de onder a en b genoemde doelgroepen.

  • 2 Indien sprake is van een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder c:

    • a.

      treedt een van de deelnemers op als penvoerder;

    • b.

      draagt de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend voor projecten op het gebied van kunst.

Artikel 4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het project betrekking heeft op reprises;

  • b.

    het project behoort tot of deel uitmaakt van de reguliere programmering;

  • c.

    het project wordt uitgevoerd in het kader van een kunstvakopleiding;

  • d.

    het project zich richt op industriële vormgeving of modevormgeving en leidt tot industriële serie- of massaproductie;

  • e.

    het project is gerealiseerd op het moment van indiening van de aanvraag;

  • f.

    de aangevraagde subsidie minder dan € 1.000 bedraagt.

Artikel 5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project is publieksgericht;

  • b.

    het project heeft artistieke kwaliteit, hetgeen blijkt uit vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht;

  • c.

    het project getuigt van visie, hetgeen blijkt uit de samenhangende, artistieke en inhoudelijke onderbouwing van het project;

  • d.

    het project is artistiek onderscheidend;

  • e.

    het project is van bovenlokale betekenis;

  • f.

    het project is van belang voor het Noord-Brabantse publiek en de Noord-Brabantse kunstsector;

  • g.

    het project getuigt van een deskundige en professionele aanpak;

  • h.

    aan het project liggen ten grondslag:

    • een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de onderdelen a tot en met g;

    • een marketingplan, waarin in ieder geval een nadere uitwerking is opgenomen van de wijze waarop aan de onderdelen a, e en f wordt voldaan;

    • een omgevingsanalyse, waarin in ieder geval een nadere uitwerking is opgenomen van de wijze waarop aan de onderdelen d, e en f wordt voldaan;

    • een sluitende begroting.

Artikel 6 Subsidiabele kosten

Voorzover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de daadwerkelijk gerealiseerde kosten die direct verband houden met realisatie van het project voor subsidiëring in aanmerking.

Artikel 7 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    structurele exploitatiekosten;

  • b.

    kosten voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;

  • c.

    bemiddelingskosten van externe commerciële subsidieadviseurs;

  • d.

    de kosten voor de vervaardiging van informatiedragers, tenzij de aanvrager aantoont dat deze:

    • noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van het project;

    • als artistiek product met een autonoom karakter kunnen worden beschouwd, of;

    • ter verslaglegging dienen van een gesubsidieerd onderzoek of experiment.

Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2 Subsidieaanvragen worden ingediend in de periode 1 april 2011 tot en met 31 oktober 2011.

  • 3 Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.

  • 4 Een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode 1 april 2011 tot en met 31 oktober 2011 vast op € 629.265,--

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 25.000.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, bedraagt de hoogte van de subsidie de maximaal € 10.000 indien de subsidie wordt aangevraagd door een professionele maker.

Artikel 11 Behandeling subsidieaanvragen

  • 1 Subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • 2 Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de subsidieaanvraag wel volledig is.

  • 3 Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 12 Subsidieverlening

  • 1 Gedeputeerde Staten leggen subsidieaanvragen voor advies voor aan de adviescommissie.

  • 2 Gedeputeerde Staten beslissen binnen zestien weken op een aanvraag voor subsidie.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de subsidieontvanger vangt het project aan binnen 12 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening;

  • b.

    het project is uiterlijk 24 maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

Gedeputeerde Staten verlenen op verzoek een voorschot van maximaal 80%.

Artikel 15 Intrekking

De beleidsregel Kunst en Media wordt ingetrokken.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling professionele kunsten Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 8 februari 2011 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter de secretaris prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. W.G.H.M. Rutten

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling professionele kunsten Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling professionele kunsten Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpcultuur, kunst, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bij het besluit tot vaststelling van deze regeling is ingetrokken de beleidsregel Kunst en Media.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2
  2. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-02-201123-12-2011nieuwe regeling

08-02-2011

Provinciaal Blad 2011, 39

39/11