Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten vast te stellen de beleidsregel :

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    verordening (EG) nr. 1698/2005: verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PB L 277);

  • b.

    verordening (EG) nr. 1974/2006: verordening (EG) nr. 1974/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 368);

  • c.

    verordening (EG) nr. 1975/2006: verordening (EG) nr. 1975/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling (PbEU L 368);

  • d.

    richtlijn 2004/18/EG: richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134);

  • e.

    plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013: Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15 van verordening (EG) nr. 1698/2005;

  • f.

    randvoorwaarden: voorschriften, bedoeld in de artikelen 3 en 6 en Bijlage I van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en, voor zover van toepassing, in Bijlage 2 bij deze beleidsregels, waarvan de naleving voorwaarde is voor de verkrijging van subsidies als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005;

  • g.

    controle: uitoefening door ambtenaren van DR, DLG of AID van de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving;

  • h.

    jaarbetaling: jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag van een verleende oppervlaktegebonden subsidie;

  • i.

    beheerspakket: in één van de bijlagen van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer, de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer of de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies beschreven samenstel van in een terrein voorkomende flora, fauna, boomsoorten of gebiedskenmerken en de daarbij behorende beheersvoorschriften;

  • j.

    landschapspakket: in één van de bijlagen van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheerverordening natuur- en landschapsbeheer, de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer of de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies beschreven samenstel van in een terrein voorkomende landschappelijke elementen met de daarbij behorende bepalingen.

Artikel 2

Gedeputeerde Staten besluiten voor subsidies voor plattelandsontwikkeling in het kader van verordening (EG) nr. 1698/2005 tot het verlagen van steun in de in deze beleidsregels genoemde gevallen op basis van de in de afdelingen 4.2.5 en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde bevoegdheden.

Artikel 3

De bepalingen inzake het verlagen van subsidies zoals die zijn opgenomen in verordening (EG) nr. 1975/2006, zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 en die volledig worden bekostigd met nationale middelen.

Hoofdstuk 2 Voorschriften inzake oppervlaktegebonden subsidies

Artikel 4

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 en waarbij de hoogte van de subsidie is gebaseerd op de oppervlakte van landbouwgrond waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Artikel 5
  • 1 Indien een subsidieontvanger voorschriften inzake het beheer niet naleeft of de betrokken landbouwgrond niet voldoet aan de terreinkenmerken die voor de subsidie zijn voorgeschreven, wordt de subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 1.

  • 2 Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de aanvrager verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van 4 tot 20 weken verzocht, tenzij:

    • a.

      sprake is van opzettelijke nalatigheid;

    • b.

      herstel niet meer mogelijk is.

  • 3 Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.

  • 4 Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidie.

  • 5 De verlaging, zoals bedoeld in het eerste en vierde lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling.

  • 6 Indien een ontvanger van een probleemgebiedenvergoeding als bedoeld in paragraaf 4.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer niet voldoet aan de verplichting om een beheerspakket te ontwikkelen of in stand te houden, wordt in de beschikking tot subsidievaststelling de subsidie op nul vastgesteld.

Artikel 6

Indien een subsidieontvanger een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 23 van verordening (EG) nr. 1975/2006 lager vastgesteld. Voor het vaststellen van het percentage van de verlaging zijn de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB van overeenkomstige toepassing. Indien de niet-naleving een of meerdere aanvullende randvoorwaarden betreft, genoemd in Bijlage 2 bij deze verordening, geldt het bepaalde in Bijlage 2 bij deze beleidsregels inzake:

  • a.

    het wetgevingskader, de artikelen en het onderwerp van controle;

  • b.

    het randvoorwaardenterrein;

  • c.

    de ernst, de omvang en het permanente karakter;

  • d.

    de initiële korting, en

  • e.

    de opzet;

als ware het onderdeel van de Bijlage bij de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB.

Artikel 7
  • 1 Indien een subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling 25 werkdagen na het moment waarop hij op grond van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer of de beschikking tot subsidieverlening een aanvraag tot subsidievaststelling had moeten indienen, de aanvraag tot subsidievaststelling niet heeft ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld op de wijze zoals beschreven in het derde en vierde lid van dit artikel.

  • 2 Indien de in de aanvraag tot subsidievaststelling verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor een volledige beoordeling van de aanvraag heeft de subsidieontvanger gedurende 15 werkdagen vanaf de dag dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld de mogelijkheid om zijn aanvraag aan te vullen. Indien na het verstrijken van deze periode de verstrekte gegevens nog steeds onvoldoende zijn voor een volledige beoordeling van de aanvraag, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld op de wijze zoals beschreven in het derde en vierde lid van dit artikel.

  • 3 Indien bij een aanvraag tot subsidievaststelling geen of onvoldoende gegevens zijn ontvangen over de realisatie van het doel dat als subsidievoorwaarde is opgenomen, wordt de subsidie verlaagd overeenkomstig het subsidiabele bedrag ten aanzien waarvan de aanvraag tot subsidievaststelling onvolledig is.

  • 4 Indien bij een aanvraag tot subsidievaststelling geen of onvoldoende gegevens zijn ontvangen over de naleving van de voorschriften inzake het beheer of de terreinkenmerken, wordt de subsidie verlaagd met het bedrag dat behoort bij het laatste beheerjaar van de zesjarige agromilieuverbintenis.

Artikel 8

Indien de in artikelen 5 en 7 bedoelde niet-nalevingen of tekortkomingen het gevolg zijn van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 47, eerste lid, de onderdelen a tot en met f, van verordening (EG) nr. 1974/2006, kan de subsidie worden vastgesteld zonder de in artikel 5 of 7 bedoelde verlagingen toe te passen, op voorwaarde dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1974/2006.

Artikel 9

In geval van cumulatie van verlagingen als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 7, worden verlagingen toegepast in de volgorde van artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006. Bij de achtereenvolgende verlagingen wordt steeds rekening gehouden met de reeds toegepaste verlaging. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidie.

Hoofdstuk 3 Voorschriften inzake niet-oppervlaktegebonden subsidies

Artikel 10

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 en waarbij de hoogte van de subsidie niet is gebaseerd op de oppervlakte van landbouwgrond.

Artikel 11

Indien een subsidieontvanger, die aangemerkt moet worden als een aanbestedende dienst als bedoeld in artikel 1, negende lid, van Richtlijn 2004/18/EG, zich niet heeft gehouden aan subsidieverplichtingen inzake aanbesteding, wordt de subsidie lager vastgesteld als volgt:

  • a.

    Indien de subsidiabele activiteiten hadden moeten worden aanbesteed overeenkomstig het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, bedraagt de verlaging 100% van het gedeelte van de subsidie dat is ingezet voor de activiteiten die ten onrechte niet zijn aanbesteed;

  • b.

    Indien de subsidiabele activiteiten niet behoefden te worden aanbesteed op grond van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, maar artikel 2 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten niet is nageleefd, bedraagt de verlaging het gedeelte van de subsidie dat is ingezet voor de activiteiten die in strijd zijn met artikel 2 Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten.

Artikel 12
  • 1 Indien een subsidieontvanger de te subsidiëren activiteit gedeeltelijk niet realiseert als gevolg waarvan de doelstelling van de subsidie die op grond van de subsidieverleningsbeschikking vereist is gedeeltelijk niet gerealiseerd wordt, wordt de subsidie lager vastgesteld naar rato van het bedrag ten aanzien waarvan de doelstelling van de activiteit niet is gerealiseerd.

  • 2 Indien een subsidieontvanger de gesubsidieerde investering binnen vijf jaar na de subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk teniet heeft gedaan, wordt de subsidie ambtshalve lager vastgesteld.

Artikel 13

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichtingen inzake de plaatsing van informatieplaquettes en informatieborden, wordt de subsidie lager vastgesteld. De verlaging bedraagt 3% van het gehele subsidiebedrag.

Artikel 14

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de administratieverplichtingen die zijn opgenomen in de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Noord-Brabant 2009 of de beschikking tot subsidieverlening wordt de subsidie lager vastgesteld naar rato van het bedrag ten aanzien waarvan de rechtmatigheid van de betalingen niet kan worden aangetoond.

Artikel 15
  • 1 Indien een subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling 25 werkdagen na het moment waarop hij op grond van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Noord-Brabant 2009 of de beschikking tot subsidieverlening een aanvraag tot subsidievaststelling had moeten indienen, de aanvraag tot subsidievaststelling niet heeft ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld op de wijze zoals beschreven in het derde en vierde lid van dit artikel.

  • 2 Indien de in de aanvraag tot subsidievaststelling verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor een volledige beoordeling van de aanvraag heeft de subsidieontvanger gedurende 15 werkdagen vanaf de dag dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld de mogelijkheid om zijn aanvraag aan te vullen. Indien na het verstrijken van deze periode de verstrekte gegevens nog steeds onvoldoende zijn voor een volledige beoordeling van de aanvraag, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld op de wijze zoals beschreven in het derde en vierde lid van dit artikel.

  • 3 Indien bij een aanvraag tot subsidievaststelling geen of onvoldoende gegevens zijn ontvangen over de realisatie van het doel dat als subsidievoorwaarde is opgenomen, wordt de subsidie verlaagd overeenkomstig het subsidiabele bedrag ten aanzien waarvan de aanvraag tot subsidievaststelling onvolledig is.

  • 4 Indien bij een aanvraag tot subsidievaststelling geen of onvoldoende gegevens zijn ontvangen over de naleving van de voorschriften inzake het beheer of de terreinkenmerken, wordt de subsidie verlaagd met het bedrag dat behoort bij het laatste beheerjaar van de zesjarige agromilieuverbintenis.

Artikel 16

Indien een subsidieontvanger een op grond van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Noord-Brabant 2009 of de beschikking tot subsidieverlening voorgeschreven voortgangsrapportage niet of niet tijdig aanlevert of de voortgangsrapportage niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, worden, voor het tijdvak waarop de voortgangsrapportage ziet, geen tussentijdse betalingen verricht aan de subsidieontvanger.

Artikel 17

Indien de in de artikelen 12 tot en met 16 bedoelde niet-nalevingen het gevolg zijn van overmacht of uitzonderlijke gevallen als bedoeld in artikel 47, eerste lid, de onderdelen a tot en met f, van verordening (EG) nr. 1974/2006 kan de subsidie worden vastgesteld zonder de in de artikelen 12 tot en met 16 bedoelde verlagingen toe te passen, op voorwaarde dat is voldaan aan de in artikel 47, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1974/2006 opgenomen voorwaarden.

Artikel 18
  • 1 Indien een niet-naleving als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 16 wordt geconstateerd, kan de subsidieontvanger eenmalig een termijn van maximaal 10 werkdagen worden geboden om de niet-naleving als bedoeld in de genoemde artikelen te herstellen of om alsnog te voldoen aan de daar bedoelde verplichtingen. Voor een tekortkoming als bedoeld in artikel 12 kan eenmalig ambtshalve een langere hersteltermijn worden geboden.

  • 2 Indien overeenkomstig het eerste lid een hersteltermijn wordt geboden, wordt de subsidie in afwijking van de artikelen 12 tot en met 16 pas verlaagd nadat de hersteltermijn is verlopen en het herstel niet heeft plaatsgevonden.

  • 3 Indien de in het eerste lid bedoelde niet-nalevingen een permanent karakter hebben en niet kunnen worden hersteld of indien niet alsnog aan de in de artikelen 12 tot en met 16 bedoelde verplichtingen kan worden voldaan, wordt de subsidieontvanger de in het eerste lid bedoelde hersteltermijn niet geboden.

Artikel 19

In geval van cumulatie van verlagingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 16, wordt bij de berekening of vaststelling van de verlagingen de volgorde van de artikelen aangehouden waarbij steeds rekening wordt gehouden met de reeds toegepaste verlaging.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 20

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels verlagen subsidie POP2.

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst. Dit besluit zal met toelichting in het Provinciaal Blad worden geplaatst.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 5 oktober 2010

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter de secretaris

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. W.G.H.M. Rutten

Bijlagen

Bijlage 1: Verlaging subsidie (artikel 5)

De hoogte van de subsidieverlaging wordt vastgesteld overeenkomstig de onderstaande tabel.

  Kolom AKolom BKolom C
            Omvang Ernst en Permanent karakterEffect op 0 tot en met 25% van het beheerde oppervlakEffect op 25 tot en met 50% van het beheerde oppervlakEffect op 50 tot en met 100% van het beheerde oppervlak
 Niet-naleving beheervoorschriften   
Rij ADe geconstateerde niet-naleving heeft weinig effect op de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket/ landschapspakket en is hersteld binnen een termijn van 4 tot20 weken, afhankelijk van de betreffende fysieke omstandigheden Geen verlagingGeen verlagingGeen verlaging
Rij BDe geconstateerde niet-naleving heeft weinig effect op de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket/ landschapspakketVerlaging bedraagt 10% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaaldVerlaging bedraagt 15% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaaldVerlaging bedraagt 30% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaald
Rij CDe geconstateerde niet-naleving heeft een aanzienlijk effect op de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket/ landschapspakketVerlaging bedraagt 15% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaaldVerlaging bedraagt 30% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaaldVerlaging bedraagt 60% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaald
Rij DDoor de geconstateerde niet-naleving loopt de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket/ landschapspakket gevaarVerlaging bedraagt 30% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaaldVerlaging bedraagt 60% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaaldVerlaging bedraagt 100% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaald
Rij EDoor de geconstateerde niet-naleving kan de realisatie van de doelstelling van het beheerspakket/ landschapspakket permanent of gedurende de verdere looptijd van de agromilieuverbintenis niet meer behaald wordenVerlaging bedraagt 100% van de totale subsidie. De subsidieverlening wordt overeenkomstig artikel 4:48 Awb ingetrokken.
 Niet-naleving terreinkenmerken   
Rij FTerreinkenmerken komen niet overeen met de op grond van het beheerspakket vereiste terreinkenmerkenVerlaging bedraagt 100% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaald, als de niet-naleving een afwijking betreft van het op grond van het beheerspakket vereiste percentage aan terreinkenmerken en deze niet-naleving binnen een termijn van 4-20 weken kan worden hersteld, afhankelijk van de betreffende fysieke omstandigheden.   In overige gevallen: Verlaging bedraagt 100% van de totale subsidie. De subsidieverlening wordt overeenkomstig artikel 4:48 Awb ingetrokken.  
Rij GTerreinkenmerken komen niet overeen met het op grond van het landschapspakket vereiste terreinkenmerkenVerlaging bedraagt 100% van het bedrag dat – rekening houdend met artikel 24 van verordening (EG) nr. 1975/2006 – in het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden aan de subsidieontvanger wordt betaald, als de niet-naleving een afwijking betreft van het op grond van het landschapspakket vereiste percentage aan terreinkenmerken en deze niet-naleving binnen een termijn van 4-20 weken kan worden hersteld, afhankelijk van de betreffende fysieke omstandigheden.   In overige gevallen: Verlaging bedraagt 100% van de totale subsidie. De subsidieverlening wordt overeenkomstig artikel 4:48 Awb ingetrokken.

Bijlage 2: Aanvullende randvoorwaarden GLB (artikel 6)

1MeststoffenwetArt.7 in samenhang met art.8 onder c, 11 en 12, lid 4 en 5 en in samenhang met art.30 t/m 35 van de Uitvoeringsregeling MeststoffenwetHet verbod om in enig kalenderjaar op een bedrijf (fosfaathoudende) meststoffen op of in de bodem te brengen.Milieu3115%Nee
2Wet gewas-beschermings-middelen en biocidenArt.76 lid 1Het verbod op het ontvangen, voorhanden hebben of gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden zonder een geldig bewijs van vakbekwaamheidGezondheid2103%Nee
3Wet gewas-beschermings-middelen en biocidenArt.18De verplichting om voldoende zorg in acht te nemen voor een juiste en veilige opslag van bestrijdingsmiddelen en biocidenGezondheid3103%Nee
4Lozingenbesluit open teelt en veehouderijArt. 13De verplichting bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen een teeltvrije zone aan te houdenGezondheid3115%Nee
5Lozingenbesluit open teelt en veehouderijArt. 15De verplichting, bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater, de daarbij horende voorschriften na te levenGezondheid31

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingBeleidsregels verlagen subsidie POP2
CiteertitelBeleidsregels verlagen subsidie POP2
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpleefomgeving, reconstructie, sociaal-economische zaken, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

14-10-201023-06-2012nieuwe regeling

05-10-2010

Provinciaal Blad, 2010, 195

195/10