Inhoud regeling

Tekst van de regeling

PROVINCIALE STATEN van Noord-Brabant,

gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 3 september 2002;

besluiten de navolgende Landschapsverordening Noord-Brabant 2002 vast te stellen:

Artikel 1 verklaring begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 ;

  • b.

    borden: opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, constructies ten behoeve daarvan of kennelijk voor reclamedoeleinden gebezigde vervoer- en/of transportmiddelen en overige objecten;

  • c.

    vlaggen: opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, aangebracht op doek, plastic of vergelijkbaar materiaal voor dat doel bestemd, dat aan één of twee zijden bevestigd is;

  • d.

    spandoeken: opschriften, aankondigingen, afbeeldingen aangebracht op een uitgespannen doek, plastic of vergelijkbaar materiaal voor dat doel bestemd;

  • e.

    objecten: overige landschapsontsierende elementen voor reclamedoeleinden, niet zijnde borden, vlaggen of spandoeken;

  • f.

    bedrijventerrein: gerealiseerd industrie- of bedrijventerrein, als zodanig bestemd in het vigerende bestemmingsplan of waarop artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is toegepast;

  • g.

    sportterrein: terrein, waar men sport kan beoefenen en dat als zodanig bestemd is in een bestemmingsplan, hetzij als hoofdbestemming, hetzij als subbestemming, dan wel in de voorschriften als zodanig is aangegeven of waar sprake is van bestendiging van bestaand gebruik of waarop artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening is toegepast;

  • h.

    gebouw: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 onder c van de Woningwet;

  • i.

    strokenbord: bord als bedoeld in de provinciale Beleidsnota Wegenbeheer; module bewegwijzering, vastgesteld op basis van de provinciale Wegenverordening.

Artikel 2 Verbodsbepaling

  • 1 Het is verboden, behoudens het bepaalde in artikel 3, om buiten de bebouwde kom borden, vlaggen, spandoeken en objecten te plaatsen, te doen plaatsen, aan te brengen, te houden, dan wel als eigenaar of andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak plaatsing op, aan of tegen die onroerende zaak toe te staan;

  • 2 Het verbod bedoeld in het eerste lid van dit artikel geldt niet als de borden, vlaggen, spandoeken en objecten niet zichtbaar zijn vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats;

  • 3 Het verbod bedoeld in het eerste lid van dit artikel geldt niet als de borden, vlaggen, spandoeken en objecten zijn of worden geplaatst op een bedrijventerrein;

  • 4 Het verbod bedoeld in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor vlaggen op sportterreinen en voor borden, spandoeken en objecten welke zijn of worden geplaatst op een sportterrein, mits de zijde met de tekst of de afbeelding naar het speelveld gericht is.

Artikel 3 Vrijstellingen

  • 1 Het in artikel 2 bedoelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      borden, vlaggen en spandoeken die kennelijk tot de meubilering of stoffering van een gebouw behoren, mits

      • 1.

        deze tegen het gebouw zijn geplaatst;

      • 2.

        borden en spandoeken niet boven het gebouw uitsteken;

      • 3.

        vlaggen niet meer dan 2 meter uitsteken boven de nokhoogte van het gebouw;

      • 4.

        er een relatie bestaat tussen de borden, vlaggen en spandoeken en de functie van het gebouw.

    • b.

      borden, vlaggen, spandoeken en objecten die zich in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak bevinden;

    • c.

      borden die moeten worden aangebracht ter voldoening aan een wettelijk voorschrift, mits de wettelijk voorgeschreven maten niet worden overschreden; worden er geen maten vermeld, dan mag de oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 en de grootste afmeting in één richting ten hoogste 1 meter bedragen;

    • d.

      borden, vlaggen en spandoeken die betrekking hebben op enig beroep, enig bedrijf of enige dienst, uitgeoefend in een gebouw, mits niet meer dan twee borden of spandoeken en maximaal vier vlaggen bij het gebouw of bij de inrit naar het gebouw toe zijn aangebracht;

    • e.

      borden en spandoeken die op of in de onmiddellijke nabijheid bij een onroerende zaak zijn aangebracht, waarbij deze onroerende zaak te koop, te huur of te pacht wordt aangeboden:

      • 1.

        zolang zij feitelijke betekenis hebben en

      • 2.

        het aantal borden of spandoeken niet groter is dan twee;

    • f.

      borden die betrekking hebben op een werk in uitvoering, mits;

      • 1.

        deze in de onmiddellijke nabijheid van het werk zijn geplaatst en

      • 2.

        deze niet langer aanwezig zijn dan de uitvoering van dat werk duurt en

      • 3.

        het aantal niet meer bedraagt dan twee;

    • g.

      borden, spandoeken en vlaggen die zijn geplaatst in verband met een openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling, mits

      • 1.

        niet behorend tot de gebruikelijke commerciële uitoefening van een beroep, bedrijf of dienst;

      • 2.

        niet eerder dan twee weken daaraan voorafgaand geplaatst;

      • 3.

        zij een week na afloop van de openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling worden weggehaald;

      • 4.

        niet meer dan twee borden of spandoeken en maximaal vier vlaggen zijn aangebracht op het terrein waar het evenement et cetera plaatsvindt, en

      • 5.

        niet meer dan twee borden of spandoeken zijn geplaatst bij invalswegen, conform de voorschriften van de betrokken wegbeheerder.

    • h.

      borden voor de verkoop van agrarische streekproducten, mits niet meer dan drie borden worden geplaatst, waarvan

      • 1.

        twee in de onmiddellijke nabijheid van het verkooppunt of het agrarisch bouwblok van het bedrijf waar de verkoop plaatsvindt, en

      • 2.

        één elders, binnen een straal van 1 km gemeten vanaf het bedrijf waar de verkoop plaatsvindt, en dit derde bord geen bedrijfsnaam of reclame bevat;

    • i.

      alle verkeersborden als bedoeld in artikel 4 BABW; borden als bedoeld in de Module Bewegwijzering van de Beleidsnota Wegenbeheer 2002 en nadien vastgestelde versies; en overige (dynamische) informatie op borden die een wegbeheerder op/aan de weg plaatst vanuit haar zorgplicht voor de weg (artikel 2 Wegenverkeerswet);

    • j.

      borden behorend tot de verkeerstekens en verkeersaanwijzingen als bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten;

    • k.

      borden en spandoeken die zijn geplaatst voor een campagne ten behoeve van de verkeersveiligheid, mits de borden en spandoeken geen handelsreclame bevatten;

    • l.

      borden die zijn aangebracht op een wachtruimte bij een halteplaats voor het openbaar vervoer;

    • m.

      borden en informatiezuilen die educatieve en/of geografische informatie bevatten over een bezienswaardigheid, een gebied of daarin aanwezige primaire watergangen:

      • 1.

        geplaatst bij de bezienswaardigheid, het gebied of de watergang

      • 2.

        mits de handels- c.q. bedrijfsreclame, indien noodzakelijk, niet meer dan 5% van de totale oppervlakte van het bord beslaat;

      • 3.

        borden bij watergangen mogen maximaal 35 centimeter hoog en 100 centimeter breed zijn, en alleen de naam van de watergang, en daarnaast eventueel een calamiteitennummer en logo bevatten, waarbij het logo niet meer dan 5% van de totale oppervlakte van het bord beslaat;

    • n.

      borden, spandoeken en vlaggen die op of in de onmiddellijke nabijheid van tankstations en ANWB Wegenwachtstations zijn aangebracht, mits

      • 1.

        naast het bord met brandstofprijzen als bedoeld in het hiernavolgende onderdeel 3, niet meer dan twee borden of spandoeken en maximaal vier vlaggen bij het tankstation zijn aangebracht;

      • 2.

        die borden direct betrekking hebben op de aldaar uitgeoefende activiteiten;

      • 3.

        De totale hoogte van het bord bij tankstations waarop de brandstofprijzen worden aangeduid mag maximaal 7,50 meter boven het maaiveld zijn, de breedte maximaal 2,40 meter;

    • o.

      borden, spandoeken en vlaggen die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, waaronder verkiezingsborden; mits deze borden geen handelsreclame bevatten;

    • p.

      borden die langs de provinciale of gemeentelijke weg de weg wijzen naar enig beroep, enig bedrijf of enige dienst, uitgeoefend in of op een onroerende zaak in de nabijheid van het desbetreffende bord, of borden die verwijzen naar toeristische bezienswaardigheden, mits;

      • 1.

        de borden conform de voorschriften van de betrokken wegbeheerder zijn geplaatst;

      • 2.

        de borden feitelijke betekenis hebben; en

      • 3.

        verwezen wordt door middel van borden, behorende tot de reguliere bewegwijzering (RVV1990) of door middel van strokenborden.

    • q.

      borden die tijdelijk geplaatst zijn langs een weg teneinde het verkeer naar een openbare wedstrijd, manifestatie, evenement, tentoonstelling of een werk in uitvoering te geleiden dan wel borden die geplaatst zijn ten behoeve van een omleidingsroute, mits:

      • 1.

        de borden conform de voorschriften van de betrokken wegbeheerder zijn geplaatst;

      • 2.

        niet eerder dan drie dagen daaraan voorafgaand geplaatst;

      • 3.

        de borden uiterlijk een week na afloop van de openbare wedstrijd, de manifestatie, het evenement, tentoonstelling of beëindiging van het werk worden weggehaald.

    • r.

      borden die geplaatst zijn ten behoeve van recreatieve en toeristische routebewegwijzering, mits

      • 1.

        de oppervlakte van routeoverzichtsborden maximaal 1,5 m2 bedraagt;

      • 2.

        de oppervlakte van de overige borden maximaal 0,2 m2 bedraagt; en

      • 3.

        de handels- c.q. bedrijfsreclame, indien noodzakelijk, niet meer dan 15% van de totale oppervlakte van het bord beslaat;

      • 4.

        zolang zij feitelijk onderdeel uitmaken van de route.

    • s.

      Vervallen bij besluit van 22 juni 2006.

    • t.

      vlaggen die zijn aangewezen als officiële binnenlandse en buitenlandse vlaggen.

  • 2 De afmetingen van een bord dan wel spandoek worden gemeten langs de buitenomtrek. De onder- of achtergrond en constructie die kennelijk tot het bord dan wel spandoek behoren, wordt hierin begrepen.

  • 3 De oppervlakte van de borden dan wel spandoeken, bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder d, e, g sub 5, h, m en o mag maximaal 1,5 m2 bedragen.

    • 3.a.

      De oppervlakte van informatiezuilen als bedoeld in het eerste lid onder m mag maximaal 6 m2 bedragen, en wordt berekend door de projectie van de totale oppervlakte op een plat vlak.

  • 4 De oppervlakte van een vlag bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder a, d, g, n, o en t mag maximaal 6 m2 bedragen.

  • 5 De totale hoogte van de borden en spandoeken bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder d, e, g, h, m, n, o, q, r en s, en van informatiezuilen als bedoeld in het eerste lid onder m, mag niet meer zijn dan 2,5 meter boven het maaiveld.

    • 5.a.

      Voor borden bij een werk in uitvoering als bedoeld in eerste lid onder f. gelden de volgende afmetingen:

      • 1.

        bij autosnelwegen mogen borden in totaal maximaal 8 meter boven het maaiveld hoog zijn, en maximaal 6,5 meter breed;

      • 2.

        bij overige, niet-autosnelwegen mogen borden in totaal maximaal 5,0 meter boven maaiveld hoog zijn, en maximaal 4,0 meter breed.

  • 6 De totale hoogte van een vlag bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder d, g, n, o en t mag niet meer zijn dan 7 meter boven het maaiveld.

  • 7 De borden, spandoeken en vlaggen bedoeld in het eerste lid van dit artikel mogen niet verlicht zijn, met uitzondering van de onderdelen a, b, d, i, j, k, l, m, n, o en de informatiezuilen als bedoeld onder m.

  • 8 Borden, spandoeken, vlaggen en informatiezuilen bedoeld in het eerste lid van dit artikel dienen in goede staat van onderhoud te verkeren.

Artikel 4 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zijn bevoegd al dan niet onder het stellen van nadere voorwaarden af te wijken van het bepaalde in artikel 2 voor zover de toepassing daarvan, mede gelet op het belang van de bescherming van het landschap, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 5 Strafbaarstelling

Een gedraging in strijd met artikel 2 van deze verordening is een strafbaar feit en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 6 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening gestelde, zijn belast de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aan te wijzen ambtenaren. Met de opsporing van de bij deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn belast de bij of krachtens artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren.

Artikel 7 Overgangsrecht

  • 1 Het in 1999 in artikel 2 gestelde verbod voor borden was tot 30 juli 1999 niet van toepassing op borden die waren geplaatst in overeenstemming met destijds ter plaatse vigerende regelgeving ten behoeve van de bescherming van het landschapsschoon. Na 30 juli 1999 werden ook deze borden in strijd met artikel 2 gehouden (Landschapsverordening 1999, Prov. blad 188/98).

  • 2 Het in 2002 in artikel 2 gestelde verbod ten aanzien van objecten trad pas werking met ingang van 8 weken na de dag van inwerkingtreding van de gewijzigde verordening (zijnde 30 januari 2003) voor zover het objecten betrof die vóór de datum van inwerkingtreding van de verordening waren geplaatst in overeenstemming met destijds ter plaatse vigerende regelgeving ten behoeve van de bescherming van het landschapsschoon. Na afloop van deze overgangstermijn werden ook deze objecten in strijd met artikel 2 gehouden (Landschapsverordening 2002, Prov. blad 149/02).

  • 3 Het besluit tot wijziging van artikel 3 eerste lid onder n, sub 1. (aantalsbeperking tankstations) treedt pas in werking vier maanden na inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit van 22 juni 2006. Na afloop van deze overgangstermijn worden alle borden die in afwijking met het gewijzigde voorschrift artikel 3 lid 1 onder n. zijn geplaatst in strijd met artikel 2 gehouden; ook de borden die vóór de datum van inwerkingtreding van de wijziging zijn geplaatst in overeenstemming met destijds ter plaatse vigerende regelgeving ten behoeve van de bescherming van het landschapsschoon en/of het wegbeheer.

Artikel 8 Titel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Landschapsverordening Noord- Brabant "(2002). De integrale tekst van de verordening zal na elke wijziging met de bijbehorende toelichting in het Provinciaal Blad worden geplaatst. Daarbij wordt het jaartal waarin de laatste wijziging is vastgesteld toegevoegd aan de titel.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt ingevolge de Tijdelijke referendumwet op 5 december 2002 in werking, zijnde 6 weken na bekendmaking van dit besluit in het Provinciaal Blad (149/02, datum van uitgifte: 23 oktober 2002) en treedt in de plaats van de Landschapsverordening Noord-Brabant 1999.

Ondertekening

's-Hertogenbosch, 18 oktober 2002

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

De voorzitter mr. F.J.M. Houben

De griffier M. Bruinsma

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingLandschapsverordening Noord-Brabant (2002), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 juni 2006
CiteertitelLandschapsverordening Noord-Brabant (2002), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 juni 2006
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpnatuur en landschap

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Provinciewet, art. 118 en 136
  2. Provinciewet, art. 136
  3. Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-08-200614-03-2012art. 1, 3, 7

22-06-2006

Provinciaal Blad, 2006, 124

Statenvoorstel 31/06