Inhoud regeling

Tekst van de regeling

GEDEPUTEERDE STATEN van Noord-Brabant;

gelet op het delegatiebesluit vervat in artikel 2 van de Algemene Subsidie Verordening Noord-Brabant 2005;

gelet op artikel 152 van de Provinciewet;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten vast te stellen:

BELEIDSREGEL SUBSIDIE STORTPLAATSEN

Artikel 1 Algemeen

Deze beleidsregel bestaat uit een aantal artikelen waarin wordt beschreven op welke wijze subsidie kan worden verstrekt voor het hergebruik van stortplaatsen. Deze beleidsregel beperkt zich thans tot subsidie voor het hergebruik van stortplaatsen. In elk geval wordt beschreven het doel, de subsidiabele activiteiten en de subsidiecriteria.

Artikel 2 Doel

Gedeputeerde Staten willen nieuwe ruimtelijke functies op stortplaatsen stimuleren door de weg voor het hergebruiken van stortplaatsen vrij te maken. In de onderhavige beleidsregel worden de randvoorwaarden aangegeven voor het verstrekken van subsidie aan projecten die een nieuwe ruimtelijke functie geven aan stortplaatsen.

Artikel 3 Definities

Deze beleidsregel verstaat onder:

  • a.

    Provinciale Staten: Provinciale Staten van Noord-Brabant;

  • b.

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

  • c.

    Commissie: de vaste Commissie van advies uit Provinciale Staten, belast met de zorg voor ruimte, milieu, natuur en landschap;

  • d.

    Nota: Nota "Hergebruik van stortplaatsen", vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 22 juni 2004;

  • e.

    Hergebruik: nieuwe gebruiksfunctie voor een stortplaats;

  • f.

    Hergebruikplan: het plan bedoeld in artikel 4.4.6 van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant

  • g.

    Provinciale milieuverordening: de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant, zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 4 juni 2004;

  • h.

    Stortplaatsen: 1? voormalige stortplaats als omschreven in artikel 4.4.1 van de Provinciale milieuverordening,of; 2? gesloten stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder b van de Wet milieubeheer;

  • i.

    ASV: Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant, zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 30 september 2005.

  • j.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4 Subsidie-activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen op grond van deze beleidsregel subsidies verstrekken voor projecten ter uitvoering van activiteiten waarvoor door hen op grond van artikel 4.4.4 van de Provinciale milieuverordening ontheffing is verleend.

Artikel 5 Subsidie-criteria

  • 1 In aanmerking voor een subsidie komen die projecten die gericht zijn op de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4 en die tevens voldoen aan één of meer van de hierna opgenomen criteria:

    • a.

      het project is innovatief of er gaat een voorbeeldwerking van uit;

    • b.

      het project levert een wezenlijke bijdrage tot de kennisontwikkeling op het gebied van het hergebruik van stortplaatsen;

    • c.

      het project roept nieuwe natuurwaarden in het leven dan wel draagt bij tot het behoud en/of herstel van bestaande natuurwaarden.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 6 ASV verlenen Gedeputeerde Staten geen subsidie aan projecten die

    • a.

      in strijd zijn met provinciale, nationale dan wel Europese regelgeving, of;

    • b.

      in strijd zijn of dreigen te komen met voorzienbare toekomstige ontwikkelingen.

Artikel 6 Subsidie-kosten

Indien een project voldoet aan de in artikel 5 genoemde criteria, wordt voor de subsidiering rekening gehouden met de volgende aspecten:

  • a.

    Een subsidie op grond van deze beleidsregel is in beginsel éénmalig;

  • b.

    De subsidie vervalt indien niet binnen één jaar na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening een aanvang is gemaakt met de uitvoering van het project. Gedeputeerde Staten hebben de mogelijkheid om na een schriftelijk verzoek van deze bepaling af te wijken;

  • c.

    Een subsidie zal nooit meer bedragen dan het aandeel in de kosten van het project dat de aanvrager zelf voor zijn rekening neemt en voorzover de kosten naar het oordeel van Gedeputeerde Staten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project. Hierbij geldt dat een subsidie nooit meer kan bedragen dan €40.000,- per project;

  • d.

    Een subsidie is inclusief eventueel verschuldigde BTW voorzover de BTW niet verrekenbaar en/of compensabel is;

  • e.

    Een subsidie bedraagt nooit meer dan nodig is voor een sluitende begroting van het project.

  • f.

    Een subsidie heeft in beginsel géén betrekking op de eigen apparaatskosten van de aanvrager.

  • g.

    Bij de vaststelling van de hoogte van het subsidiebedrag wordt rekening gehouden met de hefboomwerking, met de stimulans die van een project uitgaat en met de effectiviteit en efficiëntie bij de uitvoering.

  • h.

    Bij de vaststelling van de hoogte van het subsidiebedrag wordt rekening gehouden met de te realiseren functie, de fase van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en de oppervlakte van de stortplaats waarvoor een hergebruikplan is of wordt ontwikkeld.

Artikel 7 Prioriteitstelling

  • 1 Het beschikbare jaarlijkse subsidiebudget wordt gelijkelijk verdeeld over de in artikel 8 lid 1 genoemde twee indieningsperioden.

  • 2 De volgorde van binnenkomst binnen de daartoe gestelde termijn is niet relevant voor de subsidietoewijzing.

  • 3 Ingeval in de eerste indieningsperiode het beschikbare budget niet wordt overschreden, dan wordt het restant meegenomen naar de tweede indieningsperiode.

  • 4 Indien het beschikbare budget voor de betreffende periode wordt overschreden, dan wordt het overtekende bedrag in evenredigheid in mindering gebracht op de te verlenen subsidie aan elk project afzonderlijk.

Artikel 8 Aanvraag

  • 1 Aanvragen tot verlening van een subsidie kunnen jaarlijks worden ingediend in de perioden 1 december tot 1 maart en 1 juli tot 1 oktober.

  • 2 Na afloop van iedere periode zullen de aanvragen die in die periode zijn ontvangen en die volledig zijn, in behandeling worden genomen.

  • 3 Gedeputeerde Staten verstrekken een formulier waarop de aanvraag ingediend moet worden, alsmede, indien van toepassing, een formulier ter invulling van de "de minimis-verklaring".

  • 4 Naast het bepaalde in artikel 33 van de ASV, bevat een aanvraag tevens:

    • a.

      Een motivering door middel waarvan de aanvrager aangeeft waarom het project naar de mening van de aanvrager in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze beleidsregel;

    • b.

      Een overzicht van de overige procedures die ten behoeve van het project (zullen) worden gevoerd (procedure-overzicht);

    • c.

      Een omschrijving van de wijze waarop met alle betrokkenen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project is en zal worden gecommuniceerd (communicatieplan);

    • d.

      Indien van toepassing: een overzicht van bij andere bestuursorganen ingediende aanvragen om subsidie of toegekende subsidiebedragen ten behoeve van het project (subsidie-overzicht);

Artikel 9 Ontvangstbevestiging

  • 1 Gedeputeerde Staten sturen binnen twee weken na ontvangst van een aanvraag een ontvangstbevestiging.

  • 2 Indien de aanvraag niet volledig is, stellen Gedeputeerde Staten de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.

Artikel 10 Beslistermijn

  • 1 De termijn voor het nemen van een beslissing op een ontvankelijke aanvraag is 12 weken na afloop van één van de twee genoemde perioden zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 2 Indien de aanvrager om aanvulling is gevraagd zoals bedoeld in artikel 9 lid 2, en de termijn voor aanvulling vervalt na afloop van één van de twee genoemde perioden, dan zal de beslissing op de aanvraag binnen 12 weken na afloop van de termijn tot aanvulling genomen worden.

  • 3 De in het eerste en tweede lid genoemde termijn kan door Gedeputeerde Staten worden verlengd met ten hoogste 10 weken. De aanvragers worden van de verlenging zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 11 Beschikking tot subsidieverlening

  • 1 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in elk geval:

    • a.

      het percentage van de sluitende begroting van het project dat de subsidie maximaal voor zijn rekening neemt;

    • b.

      het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld;

    • c.

      de verplichtingen met betrekking tot kennisverspreiding en openbaarmaking van gebruikte technieken.

  • 2 De voorschriften kunnen onverminderd artikel 8 lid

  • 3 van de ASV, verplichtingen bevatten met betrekking tot de termijn waarop het project wordt uitgevoerd;

Artikel 12 Voorschot

  • 1 Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie-ontvanger op diens verzoek een voorschot betalen van maximaal 80% van de verleende subsidie.

  • 2 Een voorschot op een toegekende subsidie en het totale toegekende subsidiebedrag kunnen in gedeelten worden betaald.

Artikel 13 Aanvraag tot vaststelling van de subsidie

  • 1 De ontvanger van de subsidie dient binnen 3 maanden na afloop van het project waarvoor subsidie is verleend, bij Gedeputeerde Staten een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

  • 2 Naast het bepaalde in artikel 10 lid 2 ASV, bevat de aanvraag tot vaststelling tevens:

    • a.

      een overzicht van de tijdens de realisatie ondervonden problemen en de wijze waarop die vervolgens zijn opgelost;

    • b.

      een vergelijking van en een toelichting op mogelijke verschillen tussen de doelstellingen die ten tijde van de aanvraag werden nagestreefd en hetgeen is gerealiseerd na afloop van het project (project-evaluatie);

    • c.

      een verslag van de uitvoering van het communicatieplan (communicatieverslag);

  • 3 De resultaten van het project worden ter beschikking gesteld aan Gedeputeerde Staten om toegankelijk te maken voor anderen.

Artikel 14 Terugvordering

Naast de in artikel 6 ASV genoemde gevallen kan subsidieverlening dan wel subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk geweigerd worden indien:

  • a.

    aanvrager geen subsidie-overzicht heeft bijgevoegd terwijl er wel sprake is van andere aanvragen om subsidie;

  • b.

    blijkt dat voor het project subsidies zijn verkregen die niet aan Gedeputeerde Staten zijn gemeld.

Artikel 15 Afwijkingen van beleidsregel

  • 1 Gedeputeerde Staten brengen jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de toepassing van deze beleidsregel en de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen op grond van artikel 4:48 Awb afwijken van het bepaalde in deze beleidsregel. Indien Gedeputeerde Staten gebruik maken van deze bevoegdheid, maken zij behoudens zaken van ondergeschikt belang, daarvan melding in hun rapportage aan de Commissie.

Artikel 16 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: “Beleidsregels Subsidie Stortplaatsen ” en treedt in werking op 1 januari 2006.

Ondertekening

’s Hertogenbosch, 20 december 2005

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter de secretaris

J.R.H. Maij-Weggen drs. W.G.H.M. Rutten

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingBeleidsregel subsidie stortplaatsen
CiteertitelBeleidsregels Subsidie Stortplaatsen
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpafvalverwerking, subsidies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2
  2. Provinciewet, art. 152
  3. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-02-201104-02-2011intrekking

01-02-2011

Provinciaal Blad, 2011, 35

35/11
01-01-200604-02-2011nieuwe regeling

20-12-2005

Provinciaal Blad, 2005, 209

1150098