Inhoud regeling

Tekst van de regeling

GEDEPUTEERDE STATEN van Noord-Brabant

Gelet op artikel 152 van de Provinciewet;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant.

besluiten:

vast te stellen de navolgende subsidieregeling.

Algemene definities

Artikel 1
  • -

    “Convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant”: Convenant, op 20 juni 1995 overeengekomen en daarna verlengd, tussen de Zuidelijke Land en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) en de Provincie Noord-Brabant om een duurzame land- en tuinbouw in Noord-Brabant verder te ontwikkelen.

  • -

    “Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant”: Verordening van Provinciale Staten van 30 september 2005 waarin wordt geregeld dat op het terrein van openbare orde en veiligheid, economie, onderwijs, toerisme, recreatie, werkgelegenheid, welzijn, zorg, cultuur, verkeer, vervoer, infrastructuur, stedelijke vernieuwing, ruimte, volkshuisvesting, cultuurhistorie, natuur en landschap, milieu, landbouw, water en openbaar bestuur, Gedeputeerde Staten, onder voorwaarden, subsidie kunnen verstrekken.

  • -

    “Beleidsregels”: Een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan (artikel 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht).

  • -

    “Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant”: Bestuurlijk overlegplatform, op basis van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant.

  • -

    “ZLTO”: De Vereniging Zuidelijke Land en Tuinbouw Organisatie, gevestigd te Tilburg met de daaraan gelieerde vereniging NCB-Ontwikkeling (NCB-O) die bijdraagt aan de financiële middelen voor het LIB-fonds.

  • -

    “LIB”: Landbouw Innovatie Bureau Noord-Brabant, belast met de uitvoering van het Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB 2008 – 2011 waarvan de hoofdactiviteit is om projectmatig innovaties te ondersteunen en daarmee een stimulans te geven aan de verdere ontwikkeling van een duurzame land- en tuinbouw.

  • -

    “LIB-fonds”: Een voor de realisering van de doelstellingen van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, door de Provincie Noord-Brabant en de ZLTO gevormd fonds.

  • -

    “Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB 2008 - 2011”: Programma en activiteiten ter realisering van de doelstellingen van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, gedurende deze periode.

  • -

    “Biologische landbouw”: Een gecontroleerde vorm van duurzame landbouw, waarvan de principes zijn neergelegd in richtlijnen en waarvan de naleving wordt geborgd door middel van het EKO-keurmerk.

  • -

    “De minimis-verordening”: Verordening (EG) Nr. 1860/2004 van de Commissie van 6 oktober 2004 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun in de landbouwsector en de visserijsector, PbEG 2004, L 325/4.

  • -

    “Vrijstellingsverordening”: Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001.

Relatie met de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant

Artikel 2

Voor zover de toekenning van subsidie in deze Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant niet is geregeld, worden de bepalingen zoals vastgesteld bij de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant toegepast.

Subsidiabele activiteiten en subsidiecriteria

Artikel 3
  • a. Om voor subsidiëring in aanmerking te kunnen komen dienen de projecten te passen binnen het Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB 2008 – 2011 De betreffende project activiteiten zullen worden getoetst aan de in het Activiteitenprogramma neergelegde uitgangspunten en doelstellingen.

  • b. Wanneer het Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB 2008 – 2011 periodiek opnieuw wordt vastgesteld, worden bij de uitvoering van het gewijzigde Activiteitenprogramma de onderhavige, vigerende Beleidsregels inzake de uitvoering van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, in acht genomen.

  • c. Beoordeling van een activiteit gebeurt op basis van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant en het daarbij, ten tijde van de ontvangst van de aanvraag, geldende Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB.

  • d. Wanneer tot subsidiering van een activiteit wordt overgegaan, dragen zowel de provincie als de Zuidelijke Land en Tuinbouw Organisatie hieraan bij. Indien de Zuidelijke Land en Tuinbouw Organisatie geen bijdrage verleent, is het college van Gedeputeerde Staten bevoegd om de enkele omstandigheid, dat het ontbreekt aan medesubsidiëring te hanteren als afwijzingsgrond voor het subsidieverzoek.

    Bij de beoordeling van subsidieverzoeken ter zake van het LIB-fonds, op basis van het Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB 2008 -2011, worden de volgende definities, omschrijvingen en beoordelingscriteria gehanteerd:

    • -

      Het project moet vernieuwende aspecten in zich bergen. Dit heeft betrekking op de toepassing van innovatieve technieken, bedrijfssystemen en samenwerkingsverbanden die nog niet gebruikelijk zijn in de Noord-Brabantse agrarische sector. Deze vernieuwende aspecten worden als zodanig ontwikkeld dan wel de informatie erover wordt uitgedragen of verspreid.

    • -

      Er moet voldoende draagvlak zijn in de betreffende sector en het project moet een reëel slagingskans hebben. Het project moet voordeel bieden voor meerdere bedrijven en de innovaties moeten door een grote groep van agrariers kunnen worden overgenomen. Het draagvlak wordt ingeschat op basis van de waardering die het project in het landbouwbedrijfsleven verkrijgt, in de vorm van belangstelling in en financiële bijdrage door deze sector.

    • -

      Het project moet, na voldoende en adequate theoretische toetsing ervan, praktijkrijp zijn en concrete, meetbare resultaten opleveren. Met betrekking tot projecten die zich richten op de agrarische productie dienen de doelen en resultaten te worden uitgedrukt in parameters, zoals bijvoorbeeld areaal en aantal bedrijven. Bij projecten gericht op de verwerking en markt worden als parameter gehanteerd bijvoorbeeld omzet en marktaandeel.

    • -

      Ondersteuning van individuele bedrijven is bij uitzondering mogelijk indien het bedrijf als voorbeeldbedrijf wordt ingericht en de resultaten naar de doelgroep worden uitgedragen.

    • -

      Onderzoek wordt in beginsel niet ondersteund. Dit geldt niet voor kennisontwikkeling door het valideren van innovaties in de praktijk, marktonderzoeken, ontwikkeling van kwaliteitsproducten, (haalbaarheids) studies voor verbetering van verwerking en afzet.

    • -

      De LIB-bijdrage (steunintensiteit) aan door derden ingediende projecten bedraagt maximaal 40%. Voor training en voorlichting van agrarische ondernemers kan de LIB-bijdrage incidenteel maximaal 100% bedragen. Voor investeringen in de extra kosten verband houdende met de bescherming of de verbetering van het milieu, de verbetering van hygiënische omstandigheden van veebedrijven of het welzijn van dieren kan maximaal 60% steun worden verleend, voorzover deze investeringen verder gaan dan de minimale geldende voorschriften van de Europese Unie. Wanneer het overheidsbelang erg groot is kan het LIB als opdrachtgever optreden (voor onderzoeken en inventarisaties) met een maximale bijdrage van 100%.

    • -

      Per subsidieaanvraag wordt niet meer dan 35.000,- euro per jaar aan steun verleend, met een maximum van 100.000,- euro voor drie jaar per project.

    • -

      Er wordt afstemming gezocht met andere fondsen om projecten bij het juiste fonds onder te brengen en onnodige cumulatie van subsidies te voorkomen.

    • -

      Alleen meerkosten ten opzichte van de gangbare bedrijfsvoering komen voor ondersteuning in aanmerking. Hierbij kan worden gedacht aan specifieke voorlichting, opzetten van samenwerkingsverbanden, marktontwikkeling, advisering, marktonderzoeken, specifieke investeringen met een verhoogd risico en dergelijke.

    • -

      Een bijdrage wordt voor maximaal één jaar toegezegd. Voortzetting van meerjarige projecten wordt op basis van de voortgang en het perspectief, jaar op jaar beoordeeld.

    • -

      In het project moet ruimte zijn gecreëerd om de resultaten uit te dragen naar zowel sectorgenoten als partners in de keten.

Relatie met en toetsing aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag)

Artikel 4

Ieder voornemen tot de toekenning van subsidie op grond van deze Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant zal door Gedeputeerde Staten worden getoetst aan de “De minimisverordening”.

Artikel 5

Ieder voornemen tot de toekenning van subsidie op grond van deze Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, dat niet onder de termen van de in artikel 4 genoemde verordening valt, zal door Gedeputeerde Staten worden getoetst aan de “Vrijstellingsverordening”.

Artikel 6

De Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant is belast met de uitvoering van de volgende onderdelen van de Vrijstellingsverordening:

  • - Artikel 14, inhoudende beoordeling met betrekking tot bevordering van productie van kwaliteitslandbouwproducten, voor zover het betreft marktonderzoeken, bedenken dan wel vormgeven van producten ter bevordering van de productie en afzet van kwaliteitsproducten als bedoeld in artikel 32 van de verordening 1698/2005 (art. 14 lid 2 onder a, lid 3 en lid 5 verordening 1857/2006).

  • - Artikel 15, inhoudende de beoordeling met betrekking tot technische ondersteuning in de landbouwsector, voor zover het betreft ondersteuning in kennisontwikkeling en kennisoverdracht voor landbouwers en bedrijfsmedewerkers in de vorm van kosten voor het organiseren van voorlichtings- en opleidingsprogramma’s, adviezen gericht op innoveren van het bedrijf, kosten voor het organiseren van fora voor kennisuitwisseling tussen bedrijven bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel d van Verordening 1857/2006, toepassing van wetenschappelijke kennis op bedrijfsniveau en kennisverspreiding door middel van publicaties (art. 15 Verordening 1857/2006).

  • - Artikel 4 Investeringen in landbouwbedrijven, voor zover het betreft investeringen in onroerend goed, materieel en de daarvoor benodigde inhuur van adviseurs en (haalbaarheids)studies ten behoeve van verlaging productiekosten, verbetering en omschakeling van de productie, verhoging van de productkwaliteit, verbetering dierwelzijn en ten behoeve van verbetering van het natuurlijk milieu (art. 4, lid 4 Verordening 1857/2006).

  • - De subsidie zoals vermeld in de artikelen 14 en 15 van de Verordening wordt niet verleend aan de agrariërs (producenten) maar aan de dienstverlenende partijen.

  • - De subsidie wordt alleen verleend aan activiteiten die plaatsvinden op gezonde levensvatbare kleine en middelgrote landbouwbedrijven en concrete resultaten leveren voor soortgelijke bedrijven.

Middelen en Subsidieplafond

Artikel 7
  • 1.

    Ten behoeve van de subsidieverlening in het kader van het Activiteitenprogramma Stuurgroep LIB 2008-2011 gelden de volgende subsidieplafonds:

1-1-2008 tot 1-1-2009€ 368.015,76€ 149.747,47
1-1-2009 tot 1-1-2010€ 368.015,76€ 149.747,47
1-1-2010 tot 1-1-2011€ 368.015,76€ 149.747,47
1-1-2011 tot 1-1-2012€ 368.015,76€ 149.747,47

Ten behoeve van de biologische landbouw gelden de volgende subsidieplafonds:

1-1-2008 tot 1-1-2009€ 113.445,05€ 56.722,53
1-1-2009  tot 1-1-2010€ 113.445,05€ 56.722,53
1-1-2010 tot 1-1-2011€ 113.445,05€ 56.722,53
1-1-2011 tot 1-1-2012€ 113.445,05€ 56.722,53
  • 2.

    De volgorde van binnenkomst van de complete, voor inhoudelijke beoordeling in aanmerking komende subsidieverzoeken bij de secretaris van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant is bepalend voor de afhandeling ervan.

  • 3.

    Per project wordt een maximale subsidie van € 35.000,- euro per jaar verstrekt.

Toekennen van extern mandaat

Artikel 8

Bij de tenuitvoerlegging van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, en bij de toepassing van de onderhavige “Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant” wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat het college van Gedeputeerde Staten extern mandaat heeft verleend.

Artikel 9

Het extern mandaat luidt overeenkomstig het schriftelijk besluit van het college van Gedeputeerde Staten waarin het is vastgesteld en is gepubliceerd.

Aanvraagprocedure

Artikel 10
  • a.

    Aanvragen om subsidie worden ingediend bij de secretaris van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant.

  • b.

    Aanvragen die bij het college van Gedeputeerde Staten worden ingediend worden geacht te zijn ingediend bij de secretaris van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant.

    Het college van Gedeputeerde Staten zendt aanvragen, bedoeld onder het voorgaande lid, onverwijld door aan de secretaris van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, onder gelijktijdige vermelding daarvan aan de aanvrager.

  • c.

    Ten aanzien van de uitvoering van deze Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, is de datum van ontvangst van de aanvraag, eventueel na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht gecompeteerde stukken, bepalend.

Afwijken van de Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant

Artikel 11

Gedeputeerde Staten kunnen van het, in deze Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant bepaalde, afwijken, dan wel daarvoor toestemming geven, indien de onverkorte toepassing ervan de doelstellingen van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, zou doorkruisen.

Citeertitel

Artikel 12

De onderhavige beleidsregels kunnen worden aangehaald als: “Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant”.

Inwerkingtreding

Artikel 13

De “Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant” treden in werking op de tiende werkdag na publicatie ervan in het Provinciaal Blad.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 28 maart 2006.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten 

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingBeleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant
CiteertitelBeleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpagrarische sector, innovatie, subsidies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant
  2. Provinciewet, art. 152
  3. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

21-02-200831-12-2011nieuwe regeling

19-02-2008

Provinciaal Blad, 2008, 18

1375623