Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

gelet op de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant; gelet op art. 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat het voor het verlenen van:

wenselijk is een beleidsregel vast te stellen:

Besluiten:

A: Vast te stellen de beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2009-2012.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

  • b.

    Adviescommissie kunsten: de door Gedeputeerde Staten ingestelde externe, onafhankelijke commissie voor de advisering over in behandeling genomen subsidieaanvragen;

  • c.

    Culturele instelling: organisatie die activiteiten verricht op het terrein van de professionele podiumkunsten, te weten muziek, theater, dans of mengvormen daarvan, of op het terrein van film;

  • d.

    Functieketen: het geheel van de functies opleiding / deskundigheidsbevordering, ontwikkeling/experiment, productie (voor volwassenen en/of jeugd), spreiding/presentatie en advies/begeleiding;

  • e.

    Vlakke vloertheaters: podia die zijn aangesloten bij de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties / sectie Vlakke Vloer Theaters;

  • f.

    Schouwburgen: podia die zijn aangesloten bij de Vereniging Schouwburg- en Concertgebouwdirecties;

  • g.

    Kleinschalig gesubsidieerd theater- en dansaanbod: voorstellingen die worden verzorgd door een klein aantal kunstenaars en/of op een klein podium en waarvoor subsidie is verstrekt omdat het een eigentijdse en op ontwikkeling gerichte vorm van theater en dans betreft;

  • h.

    Professionele podiumkunsten: activiteiten op het vlak van podiumkunsten (muziek, theater, dans en mengvormen daarvan) die worden uitgevoerd door professionele kunstenaars, blijkend uit een afgeronde kunstvakopleiding, de mate waarin met het uitvoeren van podiumkunstactiviteiten een zelfstandig inkomen wordt gegenereerd, of de mate waarin de artistieke leider of het artistieke team op grond van een cv aantoonbaar beschikt over de vaardigheden en het inzicht in de discipline of een mengvorm van disciplines om de thema’s of het repertoire zodanig vorm te geven dat de persoonlijke fascinatie daarvoor zicht- en hoorbaar wordt;

  • i.

    Brabantse makers: makers van podiumkunstproducties die in Brabant? woonachtig en/of werkzaam zijn;

  • j.

    Uitkoopsom: het bedrag dat een podium aan een gezelschap betaalt om een voorstelling te kunnen programmeren;

  • k.

    Recettes; inkomsten door de verkoop van toegangskaartjes;

  • l.

    Reprise; het opnieuw uitvoeren van een voorstelling in een volgend theaterseizoen;

  • m.

    Openbaar toegankelijk: een voorstelling waarvoor publiek wordt uitgenodigd door middel van het bekend maken van datum, tijdstip en lokatie van de voorstelling;

  • n.

    Meerjarige activiteitensubsidie: een meerjarige subsidie (in de zin van art 4 lid 1a van de Algemene Subsidie Verordening Provincie Noord-Brabant), gericht op het in de gelegenheid stellen van Brabantse podiumkunstinstellingen om het podiumkunstaanbod in Brabant te ontwikkelen en de Brabantse culturele infrastructuur te versterken;

  • o.

    Meerjarige programmeringssubsidie: een meerjarige subsidie (in de zin van art 4 lid 1a van de Algemene Subsidie Verordening Provincie Noord-Brabant) ten behoeve van Brabantse schouwburgen en vlakke vloertheaters, gericht op de programmering van kleinschalig, gesubsidieerde aanbod op het terrein van theater en dans van bij voorkeur Brabantse makers;

  • p.

    Meerjarige makerssubsidie: een meerjarige subsidie (in de zin van art 4 lid 1a van de Algemene Subsidie Verordening Provincie Noord-Brabant) ten behoeve van professionele, zelfstandige makers van podiumkunstproducties, erop gericht om hen in de gelegenheid te stellen zichzelf verder te ontwikkelen, zonder een eigen gezelschap hiervoor in stand te hoeven houden;

  • q.

    Bovenlokale betekenis: de betekenis van een podiumkunstproject of -instelling voor Brabant, blijkend uit de wijze waarop de aanvragende instelling zich verhoudt tot andere culturele instellingen, (publieks)groepen, en andere subsidiënten én de functie die de instelling of het project heeft of naar verwachting zal hebben in de regionale dan wel nationale culturele infrastructuur, op het moment van de aanvraag.

Artikel 2. Doel

Het algemene doel van de beleidsregel is: Middels financiële ondersteuning bijdragen aan een kwalitatief sterk en levendig cultureel klimaat, in het bijzonder gericht op de ontwikkeling en de versterking van het aanbod en de afname van podiumkunsten in de provincie Noord-Brabant. In bijgaande toelichting wordt nader ingegaan op het doel en de criteria van de beleidsregel.

Artikel 3. Relatie met de provinciale verordening

Op de subsidieverlening zijn de bepalingen van toepassing zoals vastgelegd in de Algemene Subsidie Verordening Provincie Noord-Brabant, voorzover niet nader geregeld in deze beleidsregel.

Hoofdstuk 2. Projectsubsidies

Artikel 4. Doel

Doel van de projectsubsidies is het ondersteunen van de ontwikkeling van artistiek belangwekkend aanbod op het gebied van de professionele podiumkunsten en film.

Artikel 5. Doelgroep
  • 1 De beleidsregel staat open voor aanvragen van in de provincie Noord-Brabant gevestigde culturele instellingen en producenten op het gebied van professionele podiumkunsten en film.

  • 2 Indien het aanvragen betreft van niet in de provincie Noord-Brabant gevestigde aanvragers, wordt een aanvraag uitsluitend in behandeling genomen indien er samengewerkt wordt met een of meerdere Brabantse partners en indien de activiteiten ten goede komen aan de inwoners van de provincie Noord-Brabant.

  • 3 Filmmakers hoeven geen rechtspersoon te zijn.

Artikel 6. Subsidiabele activiteiten
  • 1 Gedeputeerde Staten beoordelen projectaanvragen binnen de disciplines muziek, dans, theater of mengvormen daarvan en film. Bij de projectsubsidies komen ook festivals, concoursen, publicaties, toegepast onderzoek voor subsidiëring in aanmerking, mits deze betrekking hebben op een of enkele van de genoemde disciplines.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen zich terughoudend op bij de toekenning van subsidies voor projecten van instellingen die reeds meerjarige subsidie ontvangen van de provincie. Dit betekent dat er bij de beoordeling van de aanvragen van de desbetreffende instelling ondermeer wordt gekeken of er sprake is van projecten met een bijzonder karakter, die bovendien niet behoren tot de activiteiten waarvoor de instelling al meerjarige subsidie ontvangt. Indien een project voor subsidie in aanmerking komt, komen bij de vaststelling van de hoogte van de financiële bijdrage in principe alleen die kosten in aanmerking, die behoren tot de directe kosten van desbetreffend project.

Artikel 7. Subsidiecriteria
  • 1 Inhoudelijke criteria:

    • a.

      Er dient sprake te zijn van artistiek belangwekkend aanbod, blijkend uit de artistieke kwaliteit van het project;

    • b.

      Het project dient artistiek onderscheidend te zijn, blijkend uit de wijze waarop het project zich verhoudt tot soortgelijk aanbod binnen en buiten Noord-Brabant;

    • c.

      Indien de aanvraag betrekking heeft op een festival, dient aan de programmering een samenhangende artistieke, inhoudelijke visie ten grondslag te liggen;

    • d.

      Het project dient van belang te zijn voor de ontwikkeling van de professionele podiumkunstsector in de provincie Noord-Brabant;

    • e.

      Het project dient een bovenlokale betekenis te hebben, en;

    • f.

      Projecten moeten leiden tot een openbaar toegankelijk resultaat in de provincie Noord-Brabant.

  • 2 Organisatorische criteria:

    • a.

      Er dient sprake te zijn van een professionele aanpak van het project, blijkend uit een gedegen en realistisch plan ten aanzien van de organisatie, het publieksbereik en het financieel beheer;

    • b.

      De organisatorisch verantwoordelijke(n) dienen op grond van hun cv aantoonbaar te beschikken over kwaliteiten op het gebied van organisatie, publieksbereik en financieel beheer;

    • c.

      De spreiding van het aanbod over de provincie Noord-Brabant en het te verwachten publieksbereik, blijkend uit een realistische onderbouwing in de aanvraag, en;

    • d.

      De verhouding tussen gevraagde subsidie en de overige inkomsten en de verwachtingen over de financiële haalbaarheid.

  • 3 Indien positieve advisering op grond van voornoemde criteria leidt tot overschrijding van het vastgestelde subsidieplafond, krijgen aanvragers waarvan nog niet eerder in dat jaar een aanvraag gehonoreerd is, prioriteit. Tevens gelden de provinciale beleidsuitgangspunten op het terrein van cultuur bij de toetsing van de aanvragen. Deze zijn, in volgorde van belang:

    • a.

      De mate waarin sprake is van een evenwichtige spreiding over de diverse kunstdisciplines als theater, dans, muziek, film, nieuwe media en crossovers, en;

    • b.

      De mate waarin sprake is van een evenwichtige, geografische spreiding van de subsidiabele projecten over Noord-Brabant;

Artikel 8. Subsidiabele kosten
  • 1.

    Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking, die direct verband houden met de realisering van het project.

  • 2.

    Geen subsidie wordt verstrekt voor de kosten die betrekking hebben op:

  • a.

    Structurele (exploitatie)kosten, zoals kosten voor huisvesting en inrichting;

  • b.

    Amateurproducties;

  • c.

    Projecten in het kader van een kunstvakopleiding;

  • d.

    Reprises;

  • e.

    Duurzame gebruiksgoederen als computers en geluidsapparatuur, of;

  • f.

    Activiteiten waarvoor de instelling al meerjarige subsidie krijgt van een overheidsorgaan.

Artikel 9. Maximaal subsidiebedrag
  • 1 De subsidie voor projectsubsidies podiumkunsten bedraagt maximaal € 25.000,- per project.

  • 2 Bij aanvragen voor films worden drie fases onderscheiden: de ontwikkelings- en scenariofase (storyboard), de productiefase en de postproductiefase.

    Voor elk van deze fases afzonderlijk kan maximaal een subsidiebedrag van € 10.000,-- worden aangevraagd (dus in totaal maximaal € 30.000,- voor één project).

Artikel 10. Procedure
  • 1 Aanvragen worden jaarlijks in twee tranches in behandeling genomen. Aanvragen voor de eerste tranche dienen vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar in bezit te zijn van Gedeputeerde Staten (directie SCO, bureau Cultuur). Voor deze tranche worden aanvragen in behandeling genomen waarvan het project start in de periode januari tot en met juli van het betreffende jaar. Aanvragen voor de tweede tranche dienen vóór 1 maart van het betreffende jaar in bezit te zijn van de provincie. Voor de tweede tranche worden aanvragen in behandeling genomen waarvan het project start in de periode augustus van hetzelfde jaar tot en met februari van het volgend jaar.

  • 2 Projectaanvragen worden alleen in behandeling genomen als de aanvraag is ingediend volgens een door de provincie vastgesteld, volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier. Alvorens Gedeputeerde Staten besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen, stellen zij de aanvrager in de gelegenheid binnen een termijn van 10 dagen na de kennisgeving hiervan de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.

  • 3 Gedeputeerde Staten leggen aanvragen ter advisering voor aan de adviescommissie. De adviescommissie geeft een oordeel aan de hand van de in artikel 9 genoemde criteria en prioriteiten en verwerkt dit in een advies aan Gedeputeerde Staten. Dit advies gaat vergezeld met een aanbeveling

Artikel 11. Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor de projectsubsidies. Het subsidieplafond wordt in het Provinciaal Blad bekendgemaakt.

Hoofdstuk 3. Meerjarige activiteitensubsidies

Artikel 12. Doel

Doel van de meerjarige activiteitensubsidies is om Brabantse podiumkunstinstellingen in de gelegenheid te stellen het podiumkunstaanbod in Brabant te ontwikkelen en de Brabantse culturele infrastructuur te versterken.

Artikel 13. Doelgroep
  • 1 Subsidie kan eenmaal per vier jaar worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten (directie SCO, bureau Cultuur) door culturele instellingen die activiteiten ontwikkelen op het terrein van de professionele podiumkunst. Onderwijsinstellingen komen niet voor subsidie in aanmerking. Afstudeeropdrachten zijn niet subsidiabel.

  • 2 Instellingen moeten voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      De instelling vervult een of meerdere functies uit de functieketen, en;

    • b.

      De instelling is gevestigd in Noord-Brabant of vestigt zich met ingang van de desbetreffende subsidieperiode in Noord-Brabant.

Artikel 14. Subsidiecriteria
  • 1 Inhoudelijke criteria:

    • a.

      De mate waarin er bij de activiteiten van de instellingen sprake is van artistiek belangwekkend aanbod en een professionele aanpak, mede gebaseerd op in het verleden uitgevoerde activiteiten;

    • b.

      De mate waarin de activiteiten van de culturele instellingen van bovenlokale betekenis zijn en van belang zijn voor de ontwikkeling van de professionele podiumkunstsector in de provincie Noord-Brabant;

    • c.

      De mate waarin een culturele instelling bijdraagt aan de ontwikkeling en instandhouding van de Brabantse culturele infrastructuur, en;

    • d.

      De mate waarin sprake is van een publieksgerichtheid ten behoeve van de uit te voeren activiteiten in de provincie Noord-Brabant.

  • 2 Organisatorische criteria:

    • a.

      Bij de instelling is aantoonbaar in voldoende mate sprake van professionaliteit op het terrein van organisatie en financieel beheer, ondermeer blijkend uit ingediende jaarstukken;

    • b.

      De instelling verricht ten behoeve van de uit te voeren activiteiten aantoonbare inspanning ten aanzien van publieksbereik;

    • c.

      De beschikbare provinciale bijdrage is onmisbaar voor het uitvoeren van de activiteiten en voor het goed functioneren van de instelling;

    • d.

      Bij de meerjarenbegroting is sprake van een redelijke bijdrage vanuit een gemeente en een evenwichtige verhouding tussen gevraagde subsidie en overige inkomsten, en;

    • e.

      De verwachtingen omtrent de financiële haalbaarheid van de meerjarenbegroting.

  • 3 Indien positieve advisering op grond van voornoemde criteria met betrekking tot artistiek inhoudelijke benadering en professionele werkwijze leidt tot overschrijding van het vastgestelde subsidieplafond, betrekt de adviescommissie de provinciale beleidsprioriteiten op het terrein van cultuur bij de toetsing van de aanvragen. Deze zijn in volgorde van belang:

    • a.

      De mate waarin sprake is van een evenwichtige spreiding over de diverse podiumkunstdisciplines als theater, dans, muziek, en cross-overs, en;

    • b.

      De mate waarin sprake is van een evenwichtige, geografische spreiding van de activiteiten over Noord-Brabant.

Artikel 15. Procedure
  • 1 Subsidie kan eenmaal per vier jaar worden aangevraagd. Aanvragen moeten worden ingediend door middel van een door de provincie vastgesteld aanvraagformulier. Niet volledig ingevulde aanvraagformulieren worden niet in behandeling genomen.

  • 2 Gedeputeerde Staten leggen aanvragen ter advisering voor aan de adviescommissie. De adviescommissie geeft een oordeel aan de hand van de in artikel 14 genoemde criteria en prioriteiten en verwerkt dit in een advies aan Gedeputeerde Staten. Dit advies gaat vergezeld met een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen subsidie.

Artikel 16. Subsidieverlening

Subsidie wordt verleend voor een periode van vier jaar.

Hoofdstuk 4. Meerjarige programmeringssubsidie

Artikel 17. Doel

Het budget van de programmeringssubsidie wordt ingezet om Brabantse podia te stimuleren om kleinschalig, gesubsidieerd theater- en dansaanbod te programmeren. Bij voorkeur wordt het provinciale programmeringsbudget besteed aan het kleinschalige, gesubsidieerde aanbod van Brabantse makers, waarmee de provincie Noord-Brabant, het ministerie van OCW of het Fonds NFPK+ een meerjarige of incidentele subsidierelatie heeft.

Artikel 18. Doelgroep

Voor de programmeringssubsidie komen in aanmerking Brabantse vlakke vloertheaters en schouwburgen in Brabantse steden waar geen vlakke vloer theater is.

Artikel 19. Subsidieaanvraag

Subsidie kan eenmaal voor de periode 2009-2012 bij Gedeputeerde Staten (directie SCO, bureau Cultuur) worden aangevraagd door schouwburgen en vlakke vloertheaters in de provincie Noord-Brabant, die voornemens zijn in deze periode het kleinschalig, gesubsidieerd theater- en dansaanbod (van bij voorkeur Brabantse makers/ gezelschappen) een structurele plaats te bieden in hun programmering. Aanvragen voor de periode 2009-2012 moeten vóór 1 januari 2009 worden ingediend.

Artikel 20. Subsidiabele activiteiten

Alleen de programmering van kleinschalig, gesubsidieerd theater- en dansaanbod is subsidiabel, waarbij een substantieel deel van het totale aanbod van het podium dient te bestaan uit producties van Brabantse makers.

Artikel 21. Subsidiecriteria
  • 1 De standplaatsen van de podia die een meerjarige programmeringssubsidie ontvangen zijn geografisch gespreid over de provincie Noord-Brabant;

  • 2 Inhoudelijke criteria:

    • a.

      De visie van het podium ten aanzien van het belang van de programmering van kleinschalig gesubsidieerd theater- en dansaanbod zoals geformuleerd in het beleidsplan van het podium;

    • b.

      De mate waarin een visie is ontwikkeld op het ontwikkelen van marketingactiviteiten om publiek te werven voor het kleinschalig, gesubsidieerd aanbod. Dit gebeurt bij voorkeur samen met de makers / gezelschappen, en;

    • c.

      Het verwachte publieksbereik voor het kleinschalig, gesubsidieerd aanbod gedurende de subsidieperiode.

  • 3 Organisatorische criteria:

    • a.

      Bij de instelling is aantoonbaar in voldoende mate sprake van professionaliteit op het terrein van organisatie en financieel beheer, ondermeer blijkend uit ingediende jaarstukken;

    • b.

      De instelling verricht ten behoeve van de uit te voeren activiteiten aantoonbare inspanning ten aanzien van publieksbereik;

    • c.

      Bij de meerjarenbegroting is sprake van een evenwichtige verhouding tussen gevraagde subsidie en overige inkomsten, en;

    • d.

      De verwachtingen omtrent de financiële haalbaarheid van de meerjarenbegroting.

Artikel 22. Subsidiabele kosten
  • 1 Voor vlakke vloertheaters zijn de volgende kosten subsidiabel: Het verschil tussen de uitkoopsom en de recettes, tot maximaal 50% van de uitkoopsom.

  • 2 Voor schouwburgen zijn de volgende kosten subsidiabel:

    • a.

      De kosten van de uitkoopsommen van het kleinschalig, gesubsidieerd theater- en dansaanbod minus de recettes, en;

    • b.

      De kosten van specifieke marketingactiviteiten, aantoonbaar gericht op vergroting van het publieksbereik van dit aanbod.

Artikel 23. Maximaal subsidiebedrag
  • 1 Maximaal subsidiebedrag voor een vlakke vloertheater is € 15.000,- per jaar

  • 2 Maximaal subsidiebedrag voor een schouwburg is € 8.000,- per jaar.

Artikel 24. Procedure
  • 1 Subsidie kan eenmaal per vier jaar worden aangevraagd. Aanvragen moeten worden ingediend door middel van een door de provincie vastgesteld aanvraagformulier. Aanvragen dienen vergezeld te gaan van een beleidsplan met meerjarenbegroting waarin ingegaan wordt op het artistiek beleid van het podium, de programmering van kleinschalig gesubsidieerd theater- en dansaanbod en de marketinginspanningen die nodig zijn om het publieksbereik van dit aanbod te vergroten. Niet volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulieren worden niet in behandeling genomen.

  • 2 Gedeputeerde Staten leggen aanvragen ter advisering voor aan de adviescommissie. De adviescommissie geeft een oordeel aan de hand van de in artikel 21 genoemde criteria en prioriteiten en verwerkt dit in een advies aan Gedeputeerde Staten. Dit advies gaat vergezeld met een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen subsidie.

Artikel 25. Subsidieverlening

Subsidie wordt verleend voor een periode van vier jaar.

Artikel 26. Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast voor de meerjarige programmeringsubsidies. Het subsidieplafond wordt in het Provinciaal Blad bekendgemaakt.

Hoofdstuk 5. Meerjarige makerssubsidie

Artikel 27. Doel

Doel van de meerjarige makerssubsidie is het ondersteunen van de ontwikkeling van professionele, zelfstandige makers van podiumkunstproducties, zonder dat zij een eigen professioneel gezelschap hiervoor hoeven te vormen of in stand te houden. In de periode 2009-2012 komen maximaal vier individuele makers voor de makerssubsidie in aanmerking.

Artikel 28. Doelgroep
  • 1 De volgende makers komen in aanmerking voor een makerssubsidie:

    • a.

      De aanvrager dient minstens 3 jaar geleden afgestudeerd te zijn aan een kunstvakopleiding;

    • b.

      Hij heeft enkele producties op zijn naam, waarvan een of meerdere in co-productie bij een werkplaats, productiehuis of festival, en;

    • c.

      Met deze producties heeft de aanvrager zich artistiek geprofileerd, of er blijkt een artistiek potentieel uit.

  • 2 De regeling staat open voor makers uit de verschillende disciplines: theater, dans, muziek.

  • 3 De aanvrager hoeft geen rechtspersoon te zijn.

Artikel 29. Subsidiabele activiteiten
  • 1 Die activiteiten zijn subsidiabel die bijdragen aan de verdere artistieke ontwikkeling van de aanvrager. Met de subsidie kan de aanvrager eigen producties maken of coproducties aangaan.

  • 2 Projecten dienen publieksgericht te zijn, er dient sprake te zijn van een eindproduct waar het publiek kennis van kan nemen.

Artikel 30. Subsidiecriteria
  • a.

    Uitvoering van het activiteitenplan dient gericht te zijn op de artistieke ontwikkeling van de aanvrager;

  • b.

    Er dient sprake te zijn van een solide en professionele basis met betrekking tot organisatie en financieel beheer, waarbij de zakelijke en productionele ondersteuning (per project) belegd kan zijn bij hetzij een coproducent hetzij een productiebureau, en;

  • c.

    Er dient sprake te zijn van een aantoonbaar commitment vaneen of meerdere Brabantse podiumkunstinstellingen, blijkend uit referenties opgenomen in het activiteitenplan.

Artikel 31. Subsidiabele kosten

Alleen die kosten zijn subsidiabel die direct in verband staan met de ontwikkeling van de aanvrager en toerekenbaar zijn aan concrete projecten of producties. Structurele exploitatiekosten zijn niet subsidiabel

Artikel 32. Maximaal subsidiebedrag

Het maximale subsidiebedrag is € 50.000,- per jaar.

Artikel 33. Procedure
  • 1 Aanvragen voor de periode 2009-2012 moeten vóór 1 januari 2009 worden ingediend. Aanvragen moeten worden ingediend door middel van een door de provincie vastgesteld aanvraagformulier. Niet volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulieren worden niet in behandeling genomen.

  • 2 Gedeputeerde Staten leggen aanvragen ter advisering voor aan de adviescommissie kunsten. De adviescommissie geeft een oordeel aan de hand van de in artikel 30 genoemde criteria en prioriteiten en verwerkt dit in een advies aan Gedeputeerde Staten. Dit advies gaat vergezeld met een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen subsidie.

  • 3 In de meerjarige subsidieperiode dient de aanvrager jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan elk nieuw kalenderjaar een werkplan en begroting in. In het werkplan en de begroting worden de voorziene activiteiten voor dat jaar gespecificeerd en gekwantificeerd. In de begroting wordt gespecificeerd hoe het provinciaal subsidiebedrag wordt besteed.

Artikel 34. Subsidieverlening

Subsidie wordt verleend voor een periode van drie aaneengesloten jaren.

Artikel 35. Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast voor de meerjarige makerssubsidies. Het subsidieplafond wordt in het Provinciaal Blad bekendgemaakt.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 36. Vermelding provincie Noord-Brabant

De instelling die een subsidie ontvangt op grond van deze beleidsregel, is verplicht het logo van de provincie op te nemen in alle publicaties (programmaboekjes, uitnodigingen, persberichten, affiches, website) en ander materiaal.

Artikel 37. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 38. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2009-2012.

B: In te trekken de Beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film nr 183/07.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 11 november 2008  

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris  drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingBeleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2009-2012
CiteertitelBeleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2009-2012
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpcultuur, kunst, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film nr 183/07.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene Subsidie Verordening
  2. Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-02-201111-01-2012art. 4, art. 5, art. 6, art. 7, art. 8, art. 9, art. 10, art. 11

08-02-2011

Provinciaal Blad, 2011, 40

40/11
20-11-200811-02-2011nieuwe regeling

11-11-2008

Provinciaal Blad, 2008, 210

1463323