Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

gelet op de Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

A Vast te stellen de navolgende beleidsregel Sociale Veiligheid 2007.

In deze beleidsregel wordt nader bepaald:

Artikel 1. Doel van de Beleidsregel

Het provinciebestuur beoogt met haar Programma Integrale Veiligheid concrete activiteiten te ontwikkelen op het gebied van externe veiligheid (met name gerelateerd aan gevaarlijke stoffen), sociale veiligheid en op het gebied van openbare orde en rampenbestrijding. Het programma beoogt een meerwaarde te hebben ten opzichte van de bestaande, reguliere taken. Onder ‘Sociale Veiligheid’ wordt in deze beleidsregel verstaan: Het zich in de dagelijkse leefomgeving vrij kunnen voelen van dreiging, agressie of geweld van anderen.

Deze beleidsregel is een uitwerking binnen de programmalijn ‘Sociale Veiligheid’. Naast een algemene doelstelling kent deze programmalijn vier inhoudelijke speerpunten (zie hierna). Projectaanvragen die in het kader van deze Beleidsregel worden ingediend, kunnen betrekking hebben op de algemene doelstelling, maar ook zijn gericht op één van de vier speerpunten.

Algemene doelstelling programmalijn

Het bevorderen van sociale veiligheid in Noord-Brabant en de veiligheidsgevoelens van Brabanders.

Subdoelstelling ‘Veiligheidshuizen’

Bevorderen van structurele (keten)samenwerking tussen organisaties zoals justitie, politie, onderwijs, bedrijfsleven, gemeenten en zorg- en welzijnsaanbieders om recidive van daders te voorkomen en/of preventie van criminaliteit. Een voorbeeld van een dergelijke constructie is een ‘veiligheidshuis’.

Subdoelstelling ‘Veilige scholen’

Het bevorderen van veilige scholen door versterking van de zorgstructuur binnen het onderwijs (met name in het Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs), de aansluiting onderwijs-jeugdzorg en de relatie onderwijsbedrijfsleven. Het bevorderen van gevoelens van veiligheid in en om scholen.

Subdoelstelling ‘Bestrijding Huiselijk geweld’

Bevorderen van de bestrijding van huiselijk geweld. Ondersteunen van gemeenten bij het realiseren van (keten)samenwerking op lokaal en regionaal niveau t.b.v. van de bestrijding en aanpak van huiselijk geweld. Mogelijke betrokkenen zijn o.a. politie, het Openbaar Ministerie, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling/jeugdzorginstellingen, vrouwenopvang, reclassering, forensische psychiatrie en andere hulpverlenende instanties.

Subdoelstelling ‘Veilige bedrijfsterreinen/Midden- en Kleinbedrijf’

Het stimuleren van gestructureerde aandacht voor veiligheid op bedrijventerreinen en in winkelcentra als een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor bedrijfsleven, gemeente en politie. Hiertoe behoort ook het uitwisselen van kennis en ‘best practices’.

Artikel 2. Doelgroep

Alle rechtspersonen in Noord-Brabant kunnen een projectaanvraag indienen, mits:

  • -

    het project niet exclusief is gericht op één van de vijf grote steden van Brabant (Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg, ofwel de B5);

  • -

    de projectaanvraag niet wordt ingediend door een provinciale steunfunctie-instelling Zorg en Welzijn. Middelgrote gemeenten worden met name uitgenodigd projectaanvragen in te dienen.

Artikel 3. Beschikbare middelen

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Het subsidieplafond wordt in het Provinciaal Blad bekend gemaakt De financiële middelen worden in één tranche tot besteding gebracht (zie artikel 6). Het maximale subsidiebedrag per projectaanvraag is € 75.000. Het minimale subsidiebedrag per projectaanvraag is € 25.000,-. Er zal gestreefd worden naar een evenwichtige besteding van de middelen over de verschillende speerpunten en over de provincie.

Cofinanciering

Voor alle projectaanvragen is cofinanciering vereist. De mate waarin sprake is van cofinanciering is een afwegings-criterium bij de beoordeling van projectaanvragen (zie artikel 5).

Bevoorschotting en eindafrekening

Subsidies worden bij verlening voor 80% bevoorschot. Vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van een verantwoording en een financieel verslag overeenkomstig de Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant binnen drie maanden na afronding van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel van het jaar, volgend op het subsidiejaar waarvoor subsidie is verleend.

Vermelding provinciale subsidie bij publiciteit

Bij publiciteit over het project dient bekend te worden gemaakt dat het project (mede) mogelijk is gemaakt door een subsidie op grond van de Beleidsregel Sociale Veiligheid van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten en kosten

Subsidiabel zijn in principe alle kosten van het project, mits:

  • -

    de kosten niet op reguliere wijze kunnen worden gefinancierd of wanneer sprake is van voorliggende voorzieningen;

  • -

    in het project geen verplichtingen worden aangegaan, welke de looptijd van het project overschrijden, zoals de aanstelling van personeel, tenzij financiering daarvan na beëindiging van de provinciale subsidie op voorhand is zekergesteld;

  • -

    het niet gaat om activiteiten die kunnen worden gezien als behorende tot de reguliere activiteiten van projectdeelnemers;

  • -

    het niet gaat om kosten met betrekking tot de fysieke infrastructuur zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van camera’s, verlichting en hekwerk.

Subsidiabele activiteiten en kosten zijn bijvoorbeeld projectbegeleiding, projectof methodiekbeschrijvingen, communicatie en uitvoeringskosten.

Artikel 5. Beoordelings- en afwegingscriteria

  • 5.1.

    Subsidieaanvragen worden beoordeeld op de volgende punten:

    • A.

      Past het project binnen de doelstellingen van de Beleidsregel (artikel 1)?

    • B.

      Zijn de activiteiten en kosten subsidiabel (artikel 4)?

    • C.

      Is voldaan aan de hiernavolgende voorwaarden?

      • -

        De projectaanvraag wordt vergezeld van een duidelijke en realistische projectopzet en planning.

      • -

        De projectopzet is integraal en mede gericht op versterking van de (keten)samenwerking.

      • -

        Uit de planning dient te blijken dat het project in 2007 wordt afgerond.

      • -

        Proceskosten (zoals verslaglegging, overleg, projectleiding e.d.) bedragen maximaal 10% van het totale gevraagde bedrag.

      • -

        Er is sprake van cofinanciering.

      • -

        Er is een aantoonbaar perspectief op implementatie en inbedding in de reguliere activiteiten (bij gebleken succes van het project).

      • -

        Overdraagbaarheid moet in de projectopzet zijn meegenomen.

      • -

        Verantwoordings- en evaluatie-activiteiten zijn in de projectopzet meegenomen.

      • -

        Er is aantoonbaar draagvlak bij minimaal de projectpartners.

  • 5.2.

    Wanneer deze vragen bevestigend kunnen worden beantwoord en het aantal aanvragen is hoger dan het aantal aanvragen dat gezien het subsidieplafond kan worden toegekend, worden bij de afweging tussen de verschillende subsidieaanvragen de volgende criteria betrokken:

    • -

      In welke mate is sprake van cofinanciering?

    • -

      In welke mate is sprake van (keten)samenwerking?

    • -

      In welke mate is sprake van een integrale aanpak?

    • -

      In welke mate is sprake van een vernieuwende aanpak/voorbeeldwerking?

    • -

      In welke mate is sprake van overdraagbaarheid?

  • -

    Daarnaast is het mogelijk dat bij overschrijden van het subsidieplafond, de beschikbare middelen worden verdeeld over meerdere projecten. Indien er ná vaststelling van het verdeelprogramma nog middelen resteren, worden deze verdeeld over de na de sluitingsdatum van 15 maart 2007, maar vóór 15 mei 2007, ingediende projectaanvragen; deze verzoeken worden dan behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • -

    Na 15 maart ingediende aanvragen worden alléén behandeld wanneer na behandeling van alle vóór 15 maart ingediende aanvragen het totale subsidieplafond voor het jaar 2007 nog niet is bereikt.

Artikel 6. Indienen van de projectaanvraag

  • -

    Waar?

    Projectaanvragen dienen te worden gericht aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

    Directie Sociale en Culturele Ontwikkeling

    Bureau Zorg en Welzijn

    o.v.v. Sociale Veiligheid

    Postbus 90151

    5200 MC ‘s-Hertogenbosch

    Indien het een samenwerkingsverband betreft dient één rechtspersoon namens alle partners de projectaanvraag in te dienen.

  • -

    Hoe?

    Aanvragen voor subsidie dienen schriftelijk ingediend te worden door middel van een volledig ingevuld ‘Aanvraagformulier subsidie Sociale Veiligheid’. Aanvragen dienen altijd vergezeld te gaan van een projectplan en een gespecificeerde begroting. Alleen volledig ingevulde aanvraagformulieren, vergezeld van alle gevraagde bescheiden, worden in behandeling genomen. Een digitale versie van het aanvraagformulier kan worden opgevraagd via pritsema@brabant.nl.

  • -

    Wanneer?

  • -

    Aanvragen kunnen in 2007 tot en met 15 maart van dat jaar schriftelijk worden ingediend. De poststempel of het bewijs van ontvangst geldt daarbij als bewijsmiddel.

  • -

    Meer informatie?

    Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met mevrouw Pieternel Ritsema, projectleider Sociale Veiligheid binnen de Directie Sociale en Culturele Ontwikkeling (tel. 073-681 2288 of e-mail pritsema@brabant.nl).

Artikel 7. Behandeling van de aanvraag

Gedeputeerde Staten nemen op basis van een verdeelprogramma een besluit over alle ingediende aanvragen. Gedeputeerde Staten beslissen uiterlijk 8 weken na de sluitingsdatum 15 maart 2007 op de subsidieverzoeken, behoudens toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Aanvragen die na de sluitingsdatum zijn ingediend worden, onverminderd het bepaalde onder 5.2, derde alinea, afgewezen.

Artikel 8. Hardheidsclausule

  • 81 In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslissen Gedeputeerde Staten.

  • 82 Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.

Artikel 9 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel Sociale Veiligheid 2007’.

B In te trekken de beleidsregel Sociale Veiligheid, Provincie Noord-Brabant 2006

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 23 januari 2007

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten  

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingBeleidsregel Sociale Veiligheid 2007
CiteertitelBeleidsregel Sociale Veiligheid 2007
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpleefomgeving, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant
  2. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-201301-03-2013Intrekking

26-02-2013

Provinciaal Blad, 2013, 21

S0259574
31-01-200703-01-2013nieuwe regeling

23-01-2007

Provinciaal Blad, 2007, 11

1256522