Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpfinancieel beheer, sociaal-economische zaken, subsidies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Subsidieregeling buurtcultuurfonds Noord-Brabant.

Hoofdstuk 4 bevat overgangsbepalingen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

14-11-201527-05-2016nieuwe regeling

10-11-2015

Provinciaal blad, 2015, 133

S0305589

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 11 november 2014 de Subsidieregeling buurtcultuurfonds Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarbij door het Prins Bernard Cultuurfonds in mandaat subsidie wordt verstrekt aan buurtcultuurprojecten, die de leefbaarheid in buurten versterken;

Overwegende dat met die regeling en met de uitvoering daarvan in mandaat door het Prins Bernard Cultuurfonds goede ervaringen zijn opgedaan en een reeks aansprekende voorbeeldprojecten mogelijk zijn gemaakt en dat dit heeft geleid tot het over de streep trekken van andere financiers en het Prins Bernard Cultuurfonds zelf om ook in buurtcultuur te investeren;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten de succesvolle aanpak bij de buurtcultuurprojecten ook wensen toe te passen op buurtprojecten gericht op waternatuur en het herbestemmen van kerken;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten van mening zijn dat het door middel van buurtparticipatie oppakken van natuur- en met name waterprojecten, zoals waterberging en infiltratie in de bebouwde omgeving, niet alleen positieve effecten heeft voor de klimaatbestendigheid, het waterbewustzijn, educatie en een duurzame leefomgeving, maar tevens de leefbaarheid van buurten versterkt;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 19 maart 2013 de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarin onder andere subsidie wordt verstrekt voor de restauratie van her te bestemmen kerken;

Overwegende dat in het kader van die regeling aansprekende herbestemmingen voor kerken zijn gevonden en Gedeputeerde Staten die projecten nu willen koppelen aan buurtparticipatie, waarbij her te bestemmen kerken in woongebieden kansen bieden voor nieuwe culturele, welzijn- of zorgbestemmingen die de leefbaarheid van de buurt versterken;

Overwegende dat ook deze subsidieregeling door het Prins Bernard Cultuurfonds in mandaat zal worden uitgevoerd;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Buurtcultuur

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     buurt: buurt, wijk of dorp;

  • b.

     buurtorganisatie: organisatie die zich richt op activiteiten in de buurt;

  • c.

     landelijk kennisinstelling: instelling die op landelijk niveau expertise levert op het gebied van cultuur;

  • d.

     provinciale kennisinstelling: instelling die op provinciaal niveau expertise levert op het gebied van cultuur;

  • e.

     professionele maker: natuurlijke persoon die maker is van kunst en cultuur en zich professioneel manifesteert, blijkend uit het curriculum vitae en documentatie;

  • f.

     zzp-er: zelfstandig ondernemend natuurlijk persoon zonder personeel met een inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel.

Artikel 1.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

  • a.

     zzp-ers gericht op cultuurontwikkeling;

  • b.

     rechtspersonen.

Artikel 1.3 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op versterking van het lokale culturele vermogen in buurten in Noord-Brabant.

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     de uitvoering van het project reeds is gestart voor het indienen van de volledige subsidieaanvraag;

  • b.

     de aanvrager een provinciale verdeelinstelling of landelijk kenniscentrum is.

Artikel 1.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de aanvrager werkt voor de uitvoering van het project samen met:

    • 1°.

       een professionele kunst- of cultuurorganisatie of met een professionele maker;

    • 2°.

       bewoners, buurtorganisaties of kunst- of cultuuramateurs uit de buurt, waarop het project is gericht;

  • b.

     het project is gericht op een buurt in Noord-Brabant;

  • c.

     het project is gericht op het versterken van het culturele vermogen of de culturele zelfredzaamheid in de buurt waarop het is gericht;

  • d.

     het project is gericht op het verhogen van sociale weerbaarheid en sociale veerkracht;

  • e.

     het project is een initiatief van de bewoners, buurtorganisaties of amateurs uit de buurt waarop het is gericht;

  • f.

     de artistieke kwaliteit van het project wordt genoegzaam aangetoond;

  • g.

     het project is gericht op duurzame borging in de buurt waarop het project is gericht;

  • h.

     aan het project ligt ten grondslag:

    • 1°.

       een realistische en sluitende projectbegroting met onderbouwing en offertes van de te maken kosten;

    • 2°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten

  • 1  Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten van het project voor subsidie in aanmerking.

  • 2  Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c, en artikel 13, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe.

  • 3  Onverminderd het uurtarief, bedoeld in het tweede lid, wordt, indien de in het kader van het project aan betrokkenen uit te betalen uurtarieven lager zijn dan € 50 per uur, het daadwerkelijk uitbetaalde uurtarief toegepast.

Artikel 1.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 november 2015 tot 31 december 2016.

Artikel 1.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, voor de periode, genoemd in artikel 1.8, vast op € 100.000.

Artikel 1.10 Subsidiehoogte

  • a.

     De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, bedraagt 30% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000.

  • b.

     In afwijking van het eerste lid, bedraagt de hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, 30% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 5.000 indien subsidie wordt gevraagd door een aanvrager als bedoeld in artikel 1.2, onder a.

Artikel 1.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 1.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     de subsidieontvanger verschaft inzicht in de resultaten en opzet van het project aan derden;

  • b.

     de subsidieontvanger draagt op verzoek van het Prins Bernhard Cultuurfonds bij aan communicatie over buurtcultuurprojecten.

Artikel 1.13 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 1.14 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 2 Buurtnatuur en buurtwater

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     buurt: buurt, wijk of dorp;

  • b.

     buurtorganisatie: organisatie die zich richt op activiteiten in de buurt;

  • c.

     zzp-er: zelfstandig ondernemend natuurlijk persoon zonder personeel met een inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel.

Artikel 2.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

  • a.

     zzp-ers gericht op waternatuurontwikkeling;

  • b.

     rechtspersonen.

Artikel 2.3 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op versterking van de waternatuur in buurten door:

  • a.

     het aanleggen, onderhouden of optimaliseren van meer watergerelateerd groen in buurten, of;

  • b.

     het stimuleren van waterberging en infiltratie in de bebouwde omgeving.

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     de uitvoering van het project reeds is gestart voor het indienen van de volledige subsidieaanvraag;

  • b.

     het project behoort tot de reguliere projecten of werkzaamheden van de aanvrager;

  • c.

     de aanvrager een provinciale steunfunctie of landelijk kenniscentrum is.

Artikel 2.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     het project is een initiatief of idee van bewoners, hobbyisten of buurtorganisaties;

  • c.

     het project heeft een kleinschalig en buurtgericht karakter;

  • d.

     het project getuigd van vakmanschap;

  • e.

     het project is gericht op verbinding en participatie;

  • f.

     het project wordt uitgevoerd in samenwerking met natuurorganisaties of andere organisaties of bedrijven;

  • g.

     het project heeft een breed draagvlak in de samenleving;

  • h.

     het project wordt uitgevoerd door of in samenwerking met de initiatiefnemers, bedoeld onder b;

  • i.

     het project is gericht op duurzame borging in de buurt waarop het project is gericht;

  • j.

     het project levert een bijdrage aan klimaatbestendigheid, waterbewustzijn, educatie en een gezonde leefomgeving;

  • k.

     aan het project wordt financieel bijgedragen door de subsidieaanvrager, de initiatiefnemers, bedoeld onder b, of derden;

  • i.

     aan het project ligt ten grondslag:

    • 1°.

       een realistische en sluitende projectbegroting met onderbouwing en offertes van de te maken kosten;

    • 2°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf.

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

  • 1  Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten van het project voor subsidie in aanmerking.

  • 2  Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek, genoemd in artikel 10, onder c en 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe.

  • 3  Onverminderd het uurtarief, bedoeld in het tweede lid, wordt, indien de in het kader van het project aan betrokken uit te betalen uurtarieven lager zijn dan € 50 per uur, het gehanteerde uurtarief toegepast.

Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 zijn structurele loonkosten van de subsidieaanvrager niet subsidiabel.

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 november 2015 tot 31 december 2016.

Artikel 2.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de periode, genoemd in artikel 2.9, vast op € 50.000.

Artikel 2.11 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, bedraagt 30% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 5.000.

Artikel 2.12 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

 Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     de subsidieontvanger verschaft inzicht in de resultaten en opzet van het project aan derden;

  • b.

     de subsidieontvanger draagt bij aan communicatie over het project.

Artikel 2.14 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 3 Buurtkerken

Artikel 3.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     buurtorganisatie: organisatie die zich richt op activiteiten in de buurt;

  • b.

     commerciële herbestemming: herbestemming gericht op winkels, kantoren of appartementen;

  • c.

     cultuurinstelling: instelling die actief zijn in beeldende kunst, bouwkunst, erfgoed, dans, film, letteren, muziek, theater of vormgeving;

  • d.

     herbestemmen van een kerk: geven van een nieuwe functie of substantiële nevenfunctie aan een kerk;

  • e.

     her te bestemmen kerk: kerk waarvoor een gehele of gedeeltelijke herbestemming dient te worden gevonden;

  • f.

     welzijnsorganisatie: organisatie voor bevordering van het welbevinden van mensen in lichamelijk en geestelijk opzicht;

  • g.

     zorgorganisatie: organisatie die zich richt op zorgverlening.

Artikel 3.2 Doelgroep

  • 1  Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

       parochies of kerkelijke gemeenten;

    • b.

       buurtorganisaties;

    • c.

       cultuurinstellingen;

    • d.

       welzijnsorganisaties;

    • e.

       zorgorganisaties.

  • 2  De aanvragers, bedoeld in het eerste lid, bezitten rechtspersoonlijkheid.

 Artikel 3.3 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     het vinden van een bestemming voor her te bestemmen kerken;

  • b.

     het herbestemmen van kerken.

Artikel 3.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     het betreft een her te bestemmen kerk, die:

    • 1°.

       geheel is of wordt onttrokken aan de eredienst, of;

    • 2°.

       een nevenfunctie krijgt die een substantieel deel van het gebruik uitmaakt.

  • c.

     de kerk heeft niet al een functie, anders dan een kerkelijke;

  • d.

     het project heeft in ieder geval betrekking op:

    • 1°.

       een onderzoek naar het herbestemmen van een kerk, of;

    • 2°.

       de herbestemming zelf.

  • e.

     het project heeft de instemming van de eigenaar van de kerk, indien de aanvrager niet tevens de eigenaar is;

  • f.

     het project heeft een breed draagvlak in de samenleving;

  • g.

     de beoogde herbestemming heeft de instemming van de desbetreffende gemeente;

  • h.

     de door de subsidieaanvrager eventueel ingehuurde deskundigen staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;

  • i.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling;

    • 2°.

       een sluitende begroting.

Artikel 3.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten van kleine bouwkundige of interieur aanpassingen ten behoeve van het nieuwe gebruik tot een maximum van € 25.000;

  • b.

     kosten van de inhuur van deskundigen tot een maximum van € 25.000;

  • c.

     kosten van noodreparaties tot een maximum van € 15.000;

  • d.

     kosten voor extra hoogwaardige, innovatieve en energiezuinige maatregelen tot een maximum van € 10.000.

Artikel 3.7 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.6 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor de aankoop van onroerende zaken;

  • b.

     reguliere loonkosten van de subsidieaanvrager;

  • c.

     kosten voor reguliere activiteiten van de eigenaar van de kerk;

  • d.

     loonkosten voor de inhuur van deskundigen boven een maximum van € 93 per uur, inclusief sociale lasten en overhead;

  • e.

     vergoeding voor ureninzet van vrijwilligers;

  • f.

     reiskosten;

  • g.

     kosten als bedoeld in artikel 3.6, onder a en c, indien het project een commerciële herbestemming betreft.

Artikel 3.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 november 2015 tot 31 december 2016.

Artikel 3.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, voor de periode, genoemd in artikel 3.8, vast op € 400.000

Artikel 3.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, bedraagt 70% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000.

  • 2  In afwijking van het eerste lid bedraagt de hoogte van de subsidie maximaal € 60.000, indien er extra maatregelen zijn uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, onder d.

Artikel 3.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 3.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichtingen dat de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk worden gemaakt voor derden.

Artikel 3.13 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 3.14 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 4 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.1 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2017 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk

Artikel 4.2 Intrekking

De Subsidieregeling buurtcultuurfonds Noord-Brabant wordt ingetrokken.  

Artikel 4.3 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 10 november 2015

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

 

 

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant

Algemeen

Achtergrond

Buurtcultuur Sinds 2011 verstrekken Gedeputeerde Staten subsidie aan het Prins Bernhard Cultuurfonds opdat zij bijdragen kunnen verstrekken aan buurtprojecten waarin de kracht van cultuur ingezet wordt om de leefbaarheid van buurten te vergroten. Buurtcultuurprojecten dragen bij aan versteviging van netwerken in de buurt, wijk of dorpskern waarop het is gericht. Op 11 november 2014 hebben Gedeputeerde Staten deze werkwijze bestendigd door de vaststelling van de Subsidieregeling buurtcultuurfonds Noord-Brabant, waarbij door het Prins Bernard Cultuurfonds in mandaat subsidie wordt verstrekt aan buurtcultuurprojecten, die de leefbaarheid in buurten versterken.

Met die regeling en met de uitvoering daarvan in mandaat door het Prins Bernard Cultuurfonds zijn goede ervaringen opgedaan en een reeks aansprekende voorbeeldprojecten mogelijk gemaakt. Dit heeft geleid tot het over de streep trekken van andere financiers en het Prins Bernard Cultuurfonds zelf om ook in buurtcultuur te investeren.

Deze succesvolle aanpak bij de buurtcultuurprojecten wordt in deze regeling nu ook toegepast op buurtprojecten gericht op waternatuur en het herbestemmen van kerken.

Buurtnatuur en buurtwater Ten aanzien van waternatuurprojecten, zoals waterberging en infiltratie in de bebouwde omgeving, geldt dat wanneer deze projecten door middel van buurtparticipatie worden opgepakt, dit niet alleen positieve effecten heeft voor de klimaatbestendigheid, het waterbewustzijn, educatie en een duurzame leefomgeving, maar tevens de leefbaarheid van buurten versterkt.

Buurtkerken Ten aanzien van her te bestemmen kerken hebben Gedeputeerde Staten op 19 maart 2013 de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant vastgesteld, waarin twee paragrafen zijn opgenomen voor het verstrekken van subsidie voor de restauratie en procesondersteuning van her te bestemmen kerken. In het kader van die regeling zijn aansprekende herbestemmingen voor kerken gevonden en deze worden nu in deze regeling gekoppeld aan buurtparticipatie. Her te bestemmen kerken in woongebieden bieden kansen voor nieuwe culturele, welzijn- of zorgbestemmingen, die de leefbaarheid van de buurt versterken.

Prins Bernard Cultuurfonds Het in 2011door de provincie geopende buurtcultuurfonds bij het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft veel positieve ontwikkelingen losgemaakt. Zeven woningcorporaties hebben het voorbeeld van de provincie gevolgd met eigen buurtcultuurfondsen. Ook zijn centra voor de kunsten over heel Brabant mee gaan doen. De Kunstbalie heeft op provinciaal niveau extra dienstverlening ontwikkeld en ondersteunt samen met het Prins Bernhard Cultuurfonds een netwerk van informatie-uitwisseling. Gezien de succesvolle werkwijze wordt de uitvoering van deze subsidieregeling eveneens gemandateerd aan het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Juridisch kader Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Europese regelgeving- en staatssteun Een ongunstige invloed op het handelsverkeer tussen lidstaten door de subsidies wordt niet aanwezig geacht. Aldus is er geen sprake van staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 van het EU werkingsverdrag (VWEU). Hierbij zijn de volgende factoren meegewogen:

  • a.

     De zuiver lokale aard van de projecten. De subsidies zijn gericht op lokale projecten, uit te voeren in samenwerking met lokale organisaties, bewoners etc.

  • b.

     De beperkte hoogte van het subsidieplafond en de beperkte maximale subsidiehoogte.

Subsidiearrangementen

Eerste arrangement (ambtshalve vaststelling) De hoogte van de subsidie in paragraaf 1 is maximaal € 5.000 voor zzp-ers of € 10.000 voor rechtspersonen en in paragraaf 2 maximaal € 5.000. Dit betekent dat artikel 13, eerste en vierde lid, artikel 20, en artikel 23, tweede en derde lid, van de Asv van toepassing zijn. De beslistermijn op een aanvraag om subsidieverlening is in artikel 15, onder a, van de Asv, bepaald op 13 weken. Dit betekent dat de beslistermijn maximaal 13 weken is, korter mag altijd. Er vindt geen gedeeltelijke bevoorschotting plaats in het eerste arrangement. Na verlening wordt direct een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag verstrekt en in een keer betaald. De subsidie wordt ambtshalve vastgesteld en desgevraagd levert de aanvrager gegevens aan Gedeputeerde Staten waarmee wordt aangetoond dat de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Dit betreft bijvoorbeeld beeldmateriaal waaruit blijkt hoe de activiteit is verlopen. Binnen 22 weken beslissen Gedeputeerde Staten op de aanvraag tot vaststelling.

Tweede arrangement De hoogte van de subsidie in paragraaf 3 is maximaal € 50.000. Dit betekent dat artikel 13, tweede lid, artikel 21 en artikel 23, vierde en vijfde lid, van de Asv van toepassing zijn. De beslistermijn op een aanvraag om subsidieverlening is in artikel 15, onder a, van de Asv, bepaald op 13 weken. Dit betekent dat de beslistermijn maximaal 13 weken is, korter mag altijd. Na verlening van de subsidie wordt een voorschot van 80% verstrekt en in een keer betaald. De subsidieaanvrager dient binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in en toont daarbij aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. Binnen 22 weken beslissen Gedeputeerde Staten op de aanvraag tot vaststelling.

Artikelsgewijs

§ 1 Buurtcultuur

Artikel 1.2 Doelgroep Het project kan worden uitgevoerd door of in samenwerking met bewoners, amateurs, buurtorganisaties en verenigingen. Deze, maar ook de professionele cultuurmaker of de lokale cultuurorganisaties kunnen de aanvraag indienen. Dit betekent dat de aanvrager zowel een rechtspersoon kan zijn, als een natuurlijk persoon die een eigen zelfstandig onderneming zonder personeel voert (zzp-er). Zzp-ers zijn geen rechtspersoon, derhalve is deze groep apart benoemd. Rechtspersonen zijn aangeduid in artikel 2:2 en 2:3 van het Burgerlijk Wetboek. Dit zijn verenigingen (opgericht bij notariële akte), coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten De subsidie is gericht op verbetering of verhoging van het cultureel vermogen in wijken, buurten of dorpen in Noord-Brabant. De bedoeling is het stimuleren van het cultureel vermogen en culturele zelfredzaamheid in wijken, buurten of dorpskernen in Brabant, omdat cultuur wordt gezien als versterker van het sociale weefsel op buurtniveau. Cultuur wordt gezien als verbindende factor tussen generaties, culturen en de muzen. Met cultuur wordt verbinding, ontmoeting en uitwisseling beoogd tussen bewoners van een straat, buurt of wijk. Dit kan door middel van een breed scala aan projecten, denk bijvoorbeeld aan een toneelvoorstelling in de wijk, waarbij een professioneel maker de acteurs uit de buurtbewoners haalt.

Artikel 1.6 Subsidievereisten Zowel aan de aanvrager als aan de activiteit worden verschillende vereisten gesteld, mede om de kwaliteit te borgen en te zorgen dat het project een voorbeeld kan zijn voor andere projecten. Onder a. Samenwerking Het vereiste van samenwerking met een professionele kunst- of cultuurorganisatie of professionele maker wordt gesteld om de kwaliteit van de projecten te borgen. Van belang is dat het project bijdraagt aan versteviging van netwerken in de buurt, wijk of dorpskern. Samenwerking met bewoners, buurtorganisaties uit de buurt draagt hier aan bij. Onder b. Buurt Buurtbetrokkenheid is een van de belangrijke pijlers.Onder c. Culturele zelfredzaamheid Het versterken van het cultureel vermogen en culturele zelfredzaamheid heeft een bindend vermogen, vormt een verbindende factor in de wijk die leidt tot het vergrote van de leefbaarheid. Dit wordt mede bepaald door looptijd en omvang van een project.Onder f. Artistieke kwaliteit Door de artistieke dimensie van een project stijgt het project uit boven reguliere, andere buurtprojecten. De artistieke kwaliteit wordt mede door het samenwerken met een professionele maker geborgd omdat deze een diepte aan het project meegeeft die meerwaarde genereert ten opzichte van andere buurtinitiatieven. Wat als artistieke kwaliteit wordt herkend is afhankelijk van het tijdsgewricht en de omstandigheden en daarnaast altijd gerelateerd aan het totaal van het aanbod. Artistieke kwaliteit is gebaseerd op de onderdelen vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Bij het onderdeel vakmanschap gaat het om de mate waarin binnen het project door een van de meewerkende partijen aantoonbaar wordt beschikt over de vaardigheden en het inzicht in de discipline of een mengvorm van disciplines, om de thema’s of het repertoire zodanig vorm te geven dat de persoonlijke fascinatie daarvoor zicht- of hoorbaar wordt. Bij het onderdeel zeggingskracht gaat het om het vermogen van een kunstuiting om het publiek zo aan te spreken, dat de wijze van waarnemen en de verbeeldingskracht van dat publiek wordt verrast en uitgedaagd. Zeggingskracht geeft aan in hoeverre een werk erin slaagt uitdrukking te geven aan een oorspronkelijk idee. Bij het onderdeel oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin het project zich onderscheidt van het overige aanbod in de culturele sector in Noord-Brabant. Hierbij is de artistieke signatuur van een instelling of de visie van de maker bepalend.

Onder g. Duurzame borging Het project dient er op gericht te zijn dat het na afloop zelfstandig kan worden voortgezet en dat het een blijvende plek in de gemeenschap krijgt.

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten Derde lid Op grond van artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant bedraagt het uurtarief € 50 tenzij door Gedeputeerde Staten een ander uurtarief is bepaald. In het derde lid is opgenomen dat een lager uurtarief wordt gehanteerd, indien een lager uurtarief door bijvoorbeeld de professionele maker in rekening wordt gebracht voor de diensten die hij in het kader van het project levert.

Artikel 1.10 Subsidiehoogte Tweede lid De subsidiehoogte voor zzp-ers is lager dan voor rechtspersonen om financiële risico’s te verkleinen. Rechtspersonen hebben veelal meer financiële buffers om in verhaalsituaties gelden terug te betalen. Bovendien zijn rechtspersonen door hun omvang doorgaans beter in staat de gewenste projecten te ontwikkelen.

Artikel 1.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger Onder b. Deze verplichting is gesteld met als doel het vasthouden en vermenigvuldigen van de opgedane kennis en zo de culturele zelfredzaamheid te verhogen.

§ 2 Buurtnatuur en buurtwater

Artikel 2.2 Doelgroep De aanvrager kan zowel een rechtspersoon als een natuurlijk persoon zijn, die een eigen zelfstandig onderneming zonder personeel voert (zzp-er). Zzp-ers zijn geen rechtspersoon, derhalve is deze groep apart benoemd. Rechtspersonen zijn aangeduid in artikel 2:2 en 2:3 van het Burgerlijk Wetboek. Dit zijn verenigingen (opgericht bij notariële akte), coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen.

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten Het betreft hier projecten die zijn gericht op het anders omgaan met hemelwater. De rol van waternatuur in projecten die het sociale weefsel op buurtniveau versterken staat daarbij centraal: waternatuur is het middel. Het gaat om waternatuuractiviteiten in de woonomgeving, alsmede duurzame omvang van regenwater in de bebouwde omgeving. Cross-overs van waternatuur met cultuur, waternatuur met welzijn, waternatuur met zorg en waternatuur met sport zijn mogelijk

Artikel 2.6 Subsidievereisten Onder e Verbinding en participatie Het gaat om het bij elkaar brengen van mensen, ontmoeting, uitwisseling, verbinding creëren tussen stad en platteland. Onder f Natuurorganisaties of andere organisaties of bedrijven Een professionele instelling of professionele begeleider is betrokken voor een kwaliteitsimpuls.

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten Derde lid Op grond van artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant bedraagt het uurtarief € 50 tenzij door Gedeputeerde Staten een ander uurtarief is bepaald. In het derde lid is opgenomen dat een lager uurtarief wordt gehanteerd, indien een lager uurtarief door bijvoorbeeld de professionele maker in rekening wordt gebracht voor de diensten die hij in het kader van het project levert.

Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Deze verplichting is gesteld met als doel het vasthouden en vermenigvuldigen van de opgedane kennis.

§ 3 Buurtkerken

Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten Deze paragraaf is bedoeld om lokale processen tot herbestemming van kerkgebouwen stimuleren. Dit is de fase voorafgaand aan het opstellen van een restauratieplan en het komen tot restauratie. De afgelopen jaren zijn in Noord-Brabant diverse kerkgebouwen buiten gebruik geraakt. Ook de komende jaren zullen nog veel kerkgebouwen leeg komen. Onderhoud van deze gebouwen vergt grote inspanningen van de kerkeigenaren. Kerksluitingen hebben niet alleen sociale gevolgen voor de kerkgangers. Vaak gaat het ook om monumentale of beeldbepalende gebouwen die belangrijk zijn voor de identiteit van een stad of dorp en daarmee ook voor het leef- en vestigingsklimaat. Wat een goede nieuwe bestemming van een kerkgebouw zou kunnen zijn is vaak niet op voorhand duidelijk. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om mogelijke nieuwe functies van de kerk en de financiële haalbaarheid daarvan te onderzoeken. Deze paragraaf is niet bedoeld voor restauratie en onderzoek bij behoud van gebouwen. Hiervoor zijn al diverse andere subsidiemogelijkheden vanuit het provinciale en landelijke erfgoedbeleid.

Artikel 3.5 SubsidievereistenOnder b, tweede onderdeel Nevenfunctie Maatwerkoplossing kan ook zijn dat de kerk nog voor een deel van het gebouw of een deel van de tijd voor de eredienst wordt gebruikt.

Artikel 3.6 Subsidiabele kostenOnder b Deskundigen Het doel van de ondersteuning is om partijen te verbinden om met respect voor elkaars positie, op een creatieve manier en in goede samenwerking tot een maatwerkoplossing te komen voor her te bestemmen kerkgebouwen.Onder d Extra energiemaatregelen Als de subsidieaanvrager in zijn project hoogwaardige, innovatieve en energiezuinige maatregelen treft, kan hij voor deze extra maatregelen een vergoeding van maximaal € 10.000 ontvangen.

Artikel 3.7 Niet subsidiabele kosten Onder g Commerciële herbestemming Maatwerkoplossingen voor ter te bestemmen kerken kunnen naast culturele en maatschappelijke bestemmingen ook commerciële bestemmingen zijn, bijvoorbeeld winkels, kantoren of appartementen. Deze laatste bestemming is echter zeker niet het hoofddoel. Gestreefd wordt naar het behoud van de centrale plaats van het gebouw in de lokale gemeenschap. Daarom zijn de kosten voor kleine bouwkundige of interieur aanpassingen en de kosten van noodreparaties bij commerciële herbestemmingen niet subsidiabel gesteld. Onder c. Reguliere activiteiten Onder reguliere activiteiten wordt verstaan dat de eigenaar goed eigenaarschap heeft uitgevoerd. De eigenaar moet vanuit zijn reguliere taak als eigenaar al op de hoogte zijn van de bouwkundige staat, de onderhoudskosten en de bestemmingsgegevens.