Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat met deze regeling wordt beoogd om het provinciale cultuursysteem van de kunsteducatie en amateurkunstbeoefening te versterken door het geven van impulsen aan scholen voor voortgezet onderwijs en de kunstencentra in de provincie Noord-Brabant en door het ondersteunen van amateurkunstorganisaties die provinciaal opereren en die zich artistiek of bestuurlijk-organisatorisch onderscheiden door te werken aan inhoudelijke vernieuwing en maatschappelijke verankering van de amateurkunst;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten gebruik willen maken van de Verordening (EU) nr.651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB EU L 187 van 26 juni 2014);

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Kunsteducatie in het voortgezet onderwijs

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     beeldverslag: verslag van een activiteit met behulp van foto's of filmbeelden;

  • b.

     kunstonderwijs: onderwijs op basis- en voortgezet onderwijs met als doelstelling de kennis en vaardigheden van leerlingen op het gebied van de kunsten te vergroten;

  • c.

     lesmethodes: volgens een bepaalde didactiek gepresenteerde lesstof van een schoolvak in boeken en bijbehorende hulpmiddelen;

  • d.

     lokale culturele instelling: non-profit organisatie met een culturele doelstelling gericht op het maken of het ontsluiten van cultuur in een lokale gemeenschap;

  • e.

     onderwijskundige visie: opvatting over hoe het onderwijs aan kinderen op scholen voor basis en voortgezet onderwijs wordt ingericht;

  • f.

     pedagogisch-didactische vaardigheden: vaardigheden van docenten in het lesgeven en het zich kunnen verplaatsen in de leefwereld van kinderen;

  • g.

     professionele kunstinstelling: organisatie die kunst creëert met daartoe opgeleide professionals.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

  • a.

     scholen voor voortgezet onderwijs;

  • b.

     professionele kunstinstellingen.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     de ontwikkeling van kunsteducatie op scholen voor het voortgezet onderwijs door scholen als bedoeld in artikel 2, onder a;

  • b.

     de ontwikkeling van educatieve projecten gericht op het voortgezet onderwijs door kunstinstellingen als bedoeld in artikel 2, onder b.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     met het project reeds is gestart voor indiening van de subsidieaanvraag;

  • b.

     ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat.

Artikel 6 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant of komt de kunsteducatie in de provincie Noord-Brabant ten goede;

    • b.

       de subsidieaanvrager is statutair of feitelijk gevestigd op het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

    • c.

       bij de subsidieaanvrager is er sprake van goed ondernemerschap dat tot uiting komt in:

      • 1°.

         de ambitie om cultuureducatie op een kwalitatief goede wijze in de desbetreffende school te introduceren waarbij in voldoende mate wordt aangesloten op de behoefte van de school;

      • 2°.

         het werken aan de kwaliteit van de organisatie en de bedrijfsprocessen;

    • d.

       indien de subsidieaanvrager een school voor voortgezet onderwijs is, wordt samengewerkt met een of meerdere professionele kunstinstellingen of lokale culturele instellingen;

    • e.

       indien de subsidieaanvrager een professionele kunstinstelling is, wordt er samengewerkt met een of meerdere scholen voor het voortgezet onderwijs;

    • f.

       aan de aanvraag liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen ten minste voldaan aan een van de volgende vereisten:

    • a.

       het project draagt bij aan het ontwikkelen van een onderwijskundige visie, waarbij:

      • 1°.

         de ontwikkeling van de leerling centraal staat;

      • 2°.

         er een educatief samenhangend programma opgesteld gaat worden als eindresultaat;

    • b.

        het project draagt bij aan de pedagogisch-didactische vaardigheden en aan de vaardigheden in de verschillende kunstdisciplines;

    • c.

        het project is een aanvulling op of verdieping van het reguliere onderwijsaanbod op het gebied van kunsteducatie.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor accommodatie;

  • b.

     kosten voor huur of aanschaf van technische hulpmiddelen;

  • c.

     kosten voor vervoer;

  • d.

     kosten voor lesmethodes;

  • e.

     kosten voor consumpties;

  • f.

     kosten voor deskundigheidsbevordering voor zover die in totaal € 1.000 te boven gaan.

Artikel 9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 6 januari 2015 tot en met 15 december 2015.

Artikel 10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in:

  • a.

     artikel 4, onder a, voor de periode van 6 januari 2015 tot en met 15 december 2015, vast op € 30.000;

  • b.

     artikel 4, onder b, voor de periode van 6 januari 2015 tot en met 15 december 2015, vast op € 5.000.

Artikel 11 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4, onder a, bedraagt:

    • a.

       maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 1.500 voor een project met ten hoogste 150 deelnemende leerlingen;

    • b.

       maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 3.000 voor een project met meer dan 150 deelnemende leerlingen.

  • 2  De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4, onder b, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.000.

Artikel 12 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting om de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk te maken voor derden.

Artikel 14 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

     inhoudelijk verslag;

  • b.

     beeldverslag.

§ 2 Provinciaal opererende amateurkunstorganisaties

Artikel 15 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     achterban: lokale culturele organisaties die zich vertegenwoordigd weten door een provinciale koepelorganisatie;

  • b.

     beeldverslag: verslag van een activiteit met behulp van foto's of filmbeelden;

  • c.

     concours: wedstrijd op een bepaald vakgebied waarin deelnemers strijden om de eerste plaats in hun discipline, zulks ter beoordeling van een vakjury;

  • d.

     koepelorganisatie of bond: stichting of vereniging die optreedt als belangenbehartiger van de organisaties van amateurkunst;

  • e.

     projectorganisatie: non-profitorganisatie gericht op het organiseren van projecten met als doel de beoefening van een bepaalde kunstdiscipline te stimuleren;

  • f.

     topensemble: non-profitorganisatie gericht op het beoefenen van een bepaalde kunstdiscipline door amateurs op een hoog artistiek niveau;

  • g.

     talentontwikkeling: activiteiten met als doel om talentvolle kunstbeoefenaars te ontdekken en te begeleiden naar een hoger niveau.

Artikel 16 Doelgroep

  • 1  Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door rechtspersonen.

  • 2  In afwijking van het eerste lid zijn de volgende rechtspersonen uitgezonderd:

    • a.

       scholen;

    • b.

       kunstencentra.

Artikel 17 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf:

    • a.

       exploitatiesubsidies, voor activiteiten als bedoeld in artikel 20, eerste tot en met vijfde lid;

    • b.

       projectsubsidies, voor projecten als bedoeld in artikel 20, eerste en zesde lid.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 18 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op stimulering of versterking van de amateurkunst.

Artikel 19 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     met de activiteiten of het project reeds is gestart voor indiening van de subsidieaanvraag;

  • b.

     ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat.

Artikel 20 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 18 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

       de activiteiten wordt uitgevoerd op provinciale schaal;

    • c.

       de subsidieaanvrager is een organisatie met een culturele doelstelling gericht op de stimulering van de amateurkunst;

    • d.

       de activiteiten dragen bij aan de zichtbaarheid van de amateurkunst;

    • e.

       de activiteiten dragen bij aan de ontwikkeling van de amateurkunst;

    • f.

       aan de aanvraag liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een werkplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid wordt, indien de subsidieaanvrager een koepelorganisatie of bond is, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       bij de subsidieaanvrager zijn ten minste 50% van het aantal organisaties of beoefenaars van een kunstdiscipline aangesloten;

    • b.

       de subsidieaanvrager is op de hoogte van de behoeften van de achterban;

    • c.

       de subsidieaanvrager vertaalt de ontwikkelingen in de desbetreffende discipline naar deskundigheidsbevordering van de achterban;

    • d.

       de subsidieaanvrager organiseert activiteiten op provinciale schaal met een samenbindend, deskundigheid bevorderend of innovatief karakter.

  • 3  Onverminderd het eerste lid wordt, indien de subsidieaanvrager als primaire doelstelling het organiseren van een concours heeft, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het te organiseren concours is vrij toegankelijk;

    • b.

       de subsidieaanvrager is ingebed in een structuur van organisaties die talenten kunnen aanleveren;

    • c.

       de subsidieaanvrager is gekoppeld aan een landelijk concours.

  • 4  Onverminderd het eerste lid wordt, indien de subsidieaanvrager een topensemble is, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       de subsidieaanvrager heeft een artistiek topniveau;

    • b.

       de deelnemers aan de activiteiten van de subsidieaanvrager zijn minimaal voor 75% afkomstig uit de provincie Noord-Brabant;

    • c.

       de subsidieaanvrager werkt systematisch aan de ontwikkeling van de talenten van haar deelnemers of leden.

  • 5  Onverminderd het eerste lid wordt, indien de subsidieaanvrager een organisatie is gericht op het organiseren van kaderscholing, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       de organisatie is ingebed in de sector waarvoor de scholing wordt georganiseerd;

    • b.

       de organisatie werkt met gekwalificeerde docenten en biedt een passend programma aan voor de doelgroep;

    • c.

       de scholing is gericht op ontwikkeling van vaardigheden om amateurkunstorganisaties artistiek te leiden.

  • 6  Onverminderd het eerste lid, onder a tot en met e, wordt indien de subsidieaanvrager een projectorganisatie is, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project is artistiek inhoudelijk van toegevoegde waarde of is van belang voor de promotie van de amateurkunst in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

Artikel 21 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 22 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 21 komen de kosten voor aanschaf van duurzame gebruiksgoederen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 23 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 24 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor het jaar 2014 vast op € 480.000.

Artikel 25 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 18, bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 60.000.

Artikel 26 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 27 Externe adviescommissie

Gedeputeerde Staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 18 voor advies over artikel 20 voor aan de Adviescommissie amateurkunst ingesteld op grond van artikel 82 van de Provinciewet.

Artikel 28 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting om de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk te maken voor derden.

Artikel 29 Prestatieverantwoording

  • 1  Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • a.

       inhoudelijk verslag van de activiteiten;

    • b.

       beeldverslag.

  • 2  Bij subsidies van € 25.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • a.

       inhoudelijk verslag van de activiteiten;

    • b.

       beeldverslag.

Artikel 30 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Bij subsidies van € 25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in vier gelijke termijnen betaald.

  • 3  Gedeputeerde Staten bepalen in de beschikking tot subsidieverlening de hoogte en de tijdstippen waarop de termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden betaald.

§ 3 Stimulering ontwikkeling kunstencentra

Artikel 31 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     beeldverslag: verslag van een activiteit met behulp van foto's of filmbeelden;

  • b.

     community arts: artistieke oplossing voor een maatschappelijk probleem;

  • c.

     cultuurparticipatie: actief of passief deelnemen van een individu of groep aan een culturele activiteit;

  • d.

     cultuursysteem: totale culturele infrastructuur van Brabant in samenhang bekeken;

  • e.

     kunstencentrum: non-profitorganisatie met als hoofdtaken het verzorgen van lessen en cursussen binnen de kunsten, het verzorgen van cultuuronderwijs in het regulier en speciaal onderwijs en het ondersteunen van de amateurkunst in een lokale gemeenschap;

  • f.

     vereniging DOKe: vereniging voor kunstencentra, muziekscholen en creativiteitscentra met als doelstelling het behartigen van de belangen, het uitwisselen van kennis en het versterken van de kunstencentra van Brabant door het uitvoeren van projecten.

  • g.

     werkvelden: verschillende terreinen waarop een kunstencentrum actief is.

Artikel 32 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door kunstencentra.

Artikel 33 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 34 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     de ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening;

  • b.

     het voeren van de lokale regie op de terreinen van cultuureducatie, amateurkunst en community arts;

  • c.

      het bereiken van nieuwe klantgroepen en werkvelden.

Artikel 35 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     met het project reeds is gestart voor indiening van de subsidieaanvraag;

  • b.

     ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat.

Artikel 36 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 34 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     de subsidieaanvrager is lid van de vereniging DOKe;

  • c.

     de subsidieaanvrager werkt samen met lokale partners;

  • d.

     bij de subsidieaanvrager is er sprake van goed ondernemerschap dat tot uiting komt in:

    • 1°.

       het aannemen van een maatschappelijk verantwoorde houding;

    • 2°.

       het werken aan de kwaliteit van de organisatie en de bedrijfsprocessen;

  • e.

     het project is gericht op het stimuleren of vergroten van de cultuurparticipatie van de inwoners van de provincie Noord-Brabant;

  • f.

     de subsidieaanvrager is de regisseur over de lokale keten van organisaties die zich bezighouden met cultuurparticipatie;

  • g.

     het project draagt bij aan een duurzame versterking van het cultuursysteem;

  • h.

     het project maakt onderdeel uit van een strategie op beleids- en projectniveau van de subsidieaanvrager om te komen tot nieuwe dienstverlening;

  • i.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • . een sluitende begroting.

Artikel 37 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 38 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 37 komen de kosten voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 39 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 17 oktober 2014 tot en met 19 november 2014.

Artikel 40 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 33, voor de tenderperiode van 10 oktober 2014 tot en met 12 november 2014 vast op € 120.000.

Artikel 41 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 34, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 20.000.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 42 Verdeelcriteria

  • 1  Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 40, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

       de mate waarin het project innovatief is, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • b.

       de mate waarin het project inhoudelijk interessant is, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • c.

       de mate waarin het project is verankerd in het beleid van de instelling, te waarderen met maximaal 10 punten;

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 43 Externe adviescommissie

Gedeputeerde Staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 34 voor advies over artikel 42 voor aan de Adviescommissie regeling lokale partners ingesteld op grond van artikel 82 van de Provinciewet.

Artikel 44 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting om de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk te maken voor derden.

Artikel 45 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

     inhoudelijk verslag van de activiteiten;

  • b.

     beeldverslag.

§ 4 Crowdfunding

Artikel 46 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     amateurkunstorganisatie: organisatie waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op niet-professionele basis;

  • b.

     crowdfunding: aanvullende financiering voor projecten door particulieren of bedrijven;

  • c.

     culturele infrastructuur: culturele voorzieningen, de gebruikers daarvan en relaties hiertussen.

Artikel 47 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door amateurkunstorganisaties.

Artikel 48 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 49 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de versterking van de culturele infrastructuur.

Artikel 50 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     met het project reeds is gestart voor indiening van de subsidieaanvraag;

  • b.

     ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat.

Artikel 51 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 49 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project levert een bijdrage aan de Brabantse culturele sector;

  • b.

     het project is gericht op crowdfunding;

  • c.

     de crowdfunding wordt verkregen via een daarvoor bestemd crowdfunding platform;

  • d.

     de aanvrager verkrijgt 70% van het bedrag waarvoor crowdfunding gezocht wordt via het gekozen crowdfunding platform;

  • e.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

       een sluitende begroting voorzien van een specificatie en een toelichting.

Artikel 52 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 53 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 17 oktober 2014 tot en met 15 december 2014.

Artikel 54 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 49, voor de periode van 17 oktober 2014 tot en met 15 december 2014 vast op € 10.000.

Artikel 55 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikel 49, bedraagt 30% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.700.

Artikel 56 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 57 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting dat de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk worden gemaakt voor derden.

Artikel 58 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een inhoudelijk verslag.

§ 5 Jeugdcultuurfonds

Artikel 59 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt onder Jeugdcultuurfonds verstaan: stichting, die zich inzet om kinderen te ondersteunen, die door het ontbreken van financiële middelen bij de ouders of verzorgers, geen lid kunnen worden van een amateurkunstvereniging of zich niet kunnen scholen in een bepaalde kunstdiscipline.

Artikel 60 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door gemeenten.

Artikel 61 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 62 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op deelname van jeugd aan kunst en cultuurbeoefening.

Artikel 63 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 62 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

        de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

        de aanvrager is aangesloten bij het Jeugdcultuurfonds Brabant;

    • c.

        de activiteiten creëren kansen voor de culturele ontwikkeling van kinderen van 4 tot en met 17 jaar die om financiële redenen geen lid kunnen worden van een amateurkunstvereniging of geen lessen in een bepaalde kunstdiscipline kunnen volgen;

    • d.

        aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een berekening van het aantal kinderen, bedoeld onder c;

      • 3°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt indien er sprake is van het volgen van lessen, voldaan aan een van de volgende vereisten:

    • a.

       de lessen worden gevolgd bij een zelfstandig gekwalificeerde docent of kunstvakdocent;

    • b.

       de lessen worden gevolgd binnen een kunstencentrum of een ander type organisatie die onderwijs verzorgt in een bepaalde kunstdiscipline.

Artikel 64 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor contributie van een amateurkunstvereniging;

  • b.

     lesgelden voor het volgen van lessen..

Artikel 65 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2018.

Artikel 66 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 62:

  • a.

     voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, vast op € 100.000;

  • b.

     voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, vast op € 100.000;

  • c.

     voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, vast op € 100.000;

  • d.

     voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018, vast op € 100.000.

Artikel 67 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 62, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:

  • a.

     € 10.000 voor gemeenten met een aantal kinderen van 750 of meer als bedoeld in artikel 63, eerste lid, onder c;

  • b.

     € 7.500 voor gemeenten met een aantal kinderen tussen de 250 en 750 als bedoeld in artikel 63, eerste lid, onder c;

  • c.

     € 5.000 voor gemeenten met een aantal kinderen van maximaal 250 als bedoeld in artikel 63, eerste lid, onder c.

Artikel 68 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3   Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 69 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     ten minste twee jaar aangesloten te blijven bij het Jeugdcultuurfonds Brabant;

  • b.

     de kinderen volgen de lessen:

    • 1°.

       bij een zelfstandig gekwalificeerde docent of kunstvakdocent; of,

    • 2°.

       binnen een kunstencentrum of een ander type organisatie die onderwijs verzorgt in een bepaalde kunstdiscipline.

Artikel 70 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en de aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

§ 6 Slotbepalingen

Artikel 71 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2016 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk

Artikel 72 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 73 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kunsteducatie en amateurkunstbeoefening Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 14 oktober 2014

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

 

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling kunsteducatie en amateurkunstbeoefening Noord-Brabant.

Algemeen

Met deze regeling wordt beoogd om het provinciale cultuursysteem en meer specifiek de kunsteducatie en kunstbeoefening te versterken door het geven van impulsen aan scholen voor voortgezet onderwijs, de kunstencentra in de provincie Noord-Brabant en door het ondersteunen van amateurkunstorganisaties die provinciaal opereren en die zich artistiek of bestuurlijk-organisatorisch onderscheiden.

Het doel is om, door het verstrekken van subsidie, maatschappelijk effecten te bereiken. Een maatschappelijk effect van kunstbeoefening is dat kunstbeoefening kan leiden tot ontwikkeling van talenten van de inwoners van de provincie Noord-Brabant. Daarnaast heeft kunstbeoefening een effect op de sociale cohesie in een gemeenschap. Immers, mensen komen bij elkaar en gaan gezamenlijk iets maken. Ook is kunstbeoefening een kweekvijver voor talent en kan worden beschouwd als een proeftuin. Ideeën kunnen eerst worden uitgeprobeerd met vrijwilligers en bij succes doorontwikkeld worden naar professionele schaal. Voorts heeft kunstbeoefening een economisch effect omdat het leidt tot investeringen van individuen en organisaties in bijvoorbeeld zalen, materialen en scholing. Tenslotte verschaft kunstbeoefening werk aan kunstprofessionals die daardoor in de provincie Noord-Brabant blijven waardoor het cultureel systeem van Brabant vitaal blijft.

De regeling bestaat uit vier onderdelen, namelijk kunsteducatie in het voortgezet onderwijs, provinciaal opererende amateurkunstorganisaties, stimulering ontwikkeling kunstencentra, crowdfunding en jeugdcultuurfonds.

Een extra stimulans voor cultuureducatie in het voortgezet onderwijs. Deze subsidieregeling maakt het mogelijk dat VO-scholen net dat stapje extra zetten om hun cultuureducatieve activiteiten een kwaliteitsimpuls te geven. Juist dat geeft kennismaken, leren, doen en talentontwikkeling verder handen en voeten. Onderwijs is immers de vanzelfsprekende, want laagdrempelige, manier om veel kinderen en jongeren te bereiken. In tegenstelling tot het Rijk vindt de provincie cultuureducatie in het voortgezet onderwijs wel belangrijk. Het helpt jongeren zichzelf breed te ontplooien en ontwikkelingen in de samenleving te duiden en beter te begrijpen.

Deze paragraaf is gekoppeld aan het project De Cultuur Loper. Dit project is opgezet in het kader van het landelijke regeling Cultuureducatie met kwaliteit. Daarin krijgt iedere provincie de mogelijkheden om met het primair onderwijs gezamenlijk te werken aan de verdieping en verankering van cultuureducatie in het onderwijs. Conform de eisen van het Rijk speelt dit project zich hoofdzakelijk af in het primair onderwijs. Het voortgezet onderwijs wordt hier nauwelijks in meegenomen; slechts 10% van de begroting mag worden besteed aan de ontwikkeling van kunstonderwijs in het voortgezet onderwijs. Er wordt door de partners in dit project veel waarde gehecht aan het creëren van een doorlopende leerlijn van vier tot achttien jaar. Daarom is er gekozen voor een mogelijkheid voor scholen om subsidieaanvragen te doen die het kunstonderwijs in het voortgezet onderwijs een stimulans geven.

Versterking van de artistieke kwaliteit en de organisatiegraad van de amateurkunst in onze provincie. Er wordt met name aan een verdere versterking van de belangenbehartiging door de koepels gewerkt. Een tweede doel is het delen van kennis. Koepels fungeren nog te veel als eilandjes die te weinig met elkaar en andere beleidsvelden verbonden zijn. Ook stimuleert deze regeling dat amateurkunstorganisaties zichtbaar zijn: hun activiteiten moeten beter bekend worden bij grote groepen inwoners van Noord-Brabant. De activiteiten moeten bijdragen aan een eigentijds en positief imago voor de amateurkunst. Daarnaast wordt ook de verankering richting andere beleidsdomeinen gestimuleerd. Enerzijds stimuleert de regeling dus nieuwe ontwikkelingen. anderzijds bouwt ze de “oude” wijze van ondersteuning af. Dit proces van vernieuwing wordt gemonitord door een nieuwe adviescommissie amateurkunst, bestaande uit sleutelfiguren met veel kennis van de sector. De leden zullen met hun inbreng samen met Kunstbalie zorg dragen voor een goede doorontwikkeling van de provinciale amateurkunst in Brabant.

Een hoge cultuurparticipatie van mensen (zowel actief als receptief) kan bereikt worden door lokaal mogelijkheden te creëren om kennis te maken met de kunsten, mogelijkheden te creëren om een kunstdiscipline eigen te maken (ambacht) en door te stimuleren dat mensen ook daadwerkelijk het geleerde in de praktijk brengen (actieve kunstbeoefening in bijvoorbeeld een lokale amateurkunstorganisatie). Bovenstaande speelt zich hoofdzakelijk lokaal af, binnen een lokale gemeenschap. Financiering daarvoor dient ook hoofdzakelijk lokaal te worden gevonden, bijvoorbeeld via de subsidiëring bij gemeenten of lokale sponsoring.

De provinciale rol in de lokale cultuurparticipatie bestaat uit het subsidiëren van uitzonderlijke projecten en ontwikkelingen die een voorbeeld zouden kunnen zijn voor soortgelijke organisaties. Daarmee worden interessante lokale ontwikkelingen naar een provinciaal niveau getild. Naast een sterk lokaal veld waarin bovenstaande functies op een adequate manier zijn ingevuld, is het belangrijk dat er op provinciaal niveau sprake is van een goede vertegenwoordiging van de amateurkunstsector, concoursen, wedstrijden en top-ensembles en een verbinding met landelijke en professionele organisaties. Deze zaken zijn van belang voor de lokale organisaties omdat zij nieuwe impulsen afgeven, ontwikkelingen duiden en lokaal talent de mogelijkheid bieden om door te groeien. Deze paragraaf is met name gericht op het subsidiëren van organisaties die hierin voorzien op provinciaal niveau.

Het ondersteunen van centra voor de kunsten bij de gewenste transitie als gevolg van de veranderingen in vraag en aanbod van de amateurkunstbeoefening. Daarnaast willen de centra voor de kunsten zich ontwikkelen als partner in het realiseren van nieuwe maatschappelijke opgaven op grond van de Participatiewet en nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning. Dit heeft als gevolg gehad dat Kunstbalie en de centra voor de kunsten gezamenlijk hebben nagedacht over een nieuwe vorm van samenwerking. Dit is op hoofdlijnen vastgelegd in het Manifest van Veghel. Hierin is de dienstverlening van Kunstbalie (2e lijn) en de dienstverlening van de centra (1e lijn)beschreven. Uitgangspunt is dat Kunstbalie per centrum maatwerk levert. De subsidieregeling is, naast de afspraken die worden gemaakt in de "lokale werkafspraken", te zien als een uitwerking van het manifest.

Met behulp van deze paragraaf worden projecten mogelijk gemaakt die verbindingen leggen tussen cultuur, onderwijs, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Zo wordt gewerkt aan het nog beter ondersteunen van de culturele levensloop. Essentieel voor het bereiken van het gewenste effect is dat projecten die worden aangevraagd goed beleidsmatig zijn ingebed. Dat betekent dat projecten altijd bijdragen aan een strategische doelstelling. Daarnaast is lokale samenwerking essentieel waarbij het kunstencentrum de regie heeft. Dit heeft ook een effect naar het provinciale niveau, omdat de centra een van de weinige professionele organisaties zijn die een regierol kunnen spelen in lokaal amateurveld waarin veel vrijwilligers actief zijn.

Het stimuleren van knowhow bij amateurkunstorganisaties om gebruik te maken van crowdfunding. Cultuur moet breder ingebed worden in onze samenleving. Niet alleen publieke middelen maar ook private middelen moeten meer worden benut. Dit vraagt nieuwe expertise en een andere oriëntatie op de buitenwereld. De subsidieregeling moedigt die oriëntatie aan en “beloont” organisaties die naar andere samenwerkingsverbanden op zoek gaan.

In het voorjaar van 2014 is het jeugdcultuurfonds Brabant opgericht. De doelstelling van het fonds is om kinderen te ondersteunen, die door het ontbreken van financiële middelen bij de ouders of verzorgers, geen lid kunnen worden van een amateurkunstvereniging of zich niet kunnen scholen in een bepaalde kunstdiscipline.

Het fonds is een afdeling van het landelijke jeugdcultuurfonds en is bedoeld voor gemeenten met minder dan 100.000 inwoners die geen eigen jeugdcultuurfonds kunnen oprichten. Het werkt als volgt: een gemeente legt een bedrag in voor de deelname van haar eigen inwoners; het fonds vult dat bedrag aan met extra middelen die zij door middel van fondsenwerving heeft verkregen. Aanvragen lopen via een netwerk van intermediairs (bijvoorbeeld leerkrachten en maatschappelijk werkers) uit de deelnemende gemeente.

De provincie Noord-Brabant wil stimuleren dat gemeenten zich aansluiten bij dit fonds en wil door middel van deze regeling het door gemeenten ingelegde bedrag verhogen door het verstrekken van een eenmalige subsidie. De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het aantal kinderen in de doelgroep (dat wil zeggen het aantal kinderen dat leeft op het bestaansminimum zoals vastgesteld door het CBS).

Juridisch kader Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Subsidies en Europese staatssteunregels In het kader van staatssteun is er voor gekozen om voor de paragrafen 1 tot en met 4 van deze regeling aan te sluiten bij de vrijstellingsvereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening. In artikel 47 van deze verordening is bepaald dat onder bepaalde voorwaarden steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed is toegestaan.

Artikelsgewijs

Artikel 6 Subsidievereisten Eerste lid, onder c, en artikel 36, onder d, Goed ondernemerschap Goed ondernemerschap van organisaties die actief zijn in de kunstensector is van groot belang voor een gezonde sector op de langere termijn. Momenteel neemt het aantal organisaties in de kunsten af doordat opdrachtgevers ten gevolge van bezuinigingen andere prioriteiten hebben. Hierdoor komt er meer ruimte voor het particulier initiatief. Dat is op zich geen verkeerde ontwikkeling, maar het goed ondernemerschap mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Van belang is dan ook dat deze organisaties gebruik blijven maken van goed gekwalificeerde docenten en een passend salaris betalen, zodat het vak aantrekkelijk blijft en de sector blijft voortbestaan.

Artikel 20 Subsidievereisten Eerste lid, onder d, Zichtbaarheid Door bij te dragen aan de zichtbaarheid zorgen amateurkunstorganisaties ervoor dat de inwoners van de provincie Noord-Brabant gemakkelijk kennis kunnen nemen van hun activiteiten. Te vaak zijn er prachtige projecten, tentoonstellingen of voorstellingen waarvan slechts de directe kring rondom de organisatie op de hoogte is. Met dit vereiste wordt beoogd om organisaties te stimuleren goed te communiceren over wat ze doen. De redenering is dat bekendheid bij het grote publiek een blijvende instroom van mensen in de sector creëert, waardoor problemen als vergrijzing, een gebrek aan vrijwilligers en marginalisering van de amateurkunst wordt tegengegaan en wellicht op termijn voorkomen.Eerste lid, onder e, Ontwikkeling Met ontwikkeling van de amateurkunst wordt bedoeld dat amateurkunstorganisaties zich moeten blijven doorontwikkelen; niet alleen artistiek maar juist ook organisatorisch en bestuurlijk. De verwachting is dat in de toekomst de amateurkunst op een andere manier wordt beoefend dan nu. Dit komt onder andere naar voren uit het onderzoek SCP beoefening amateurkunst 2010. De eerste tekenen daarvan zijn nu al zichtbaar. Er zal door amateurkunstbeoefenaars onder andere meer gebruik gemaakt gaan worden van internet en er zal minder behoefte zijn aan een vast lidmaatschap van een amateurkunstorganisatie. De amateurkunstorganisaties zullen, om te kunnen blijven voortbestaan, zich moeten aanpassen aan deze ontwikkelingen. De provinciaal opererende amateurkunstorganisaties dienen hierin een voortrekkersrol te vervullen.Tweede lid Koepelorganisatie of bond De belangrijkste taak van deze organisaties is de belangenbehartiging van hun achterban. Zij moeten daarom ook laten zien hoe zij verbonden zijn met hun achterban en hoe hun activiteiten voortvloeien uit de wensen en behoeften van de achterban. Zij kunnen dit vervolgens omzetten in een werkplan met activiteiten met een samenbindend innovatief of deskundigheid bevorderend karakter.Derde lid Concours Bij de concoursen gaat het met name om talentontwikkeling. De hoofdtaak van concoursen is om wedstrijden te ontwikkelen waarin talent zich kan manifesteren. Daarnaast dienen zij ook het ontdekt talent een impuls te kunnen geven door middel van bijvoorbeeld masterclasses en optreedmogelijkheden. Het is belangrijk dat een concours zich verbindt zowel naar een groep aanbrengers van talent als naar de mogelijkheid om talent te bieden om zich door te ontwikkelen. Een verbinding met een landelijk concours is daarvoor de beste optie.Vierde lid Topensemble Hier is een combinatie van talentontwikkeling en artistiek niveau de belangrijkste reden voor subsidiëring. Deze organisaties zijn het vlaggenschip van een bepaalde sector en hebben een aanzuigende werking voor talentvolle beoefenaars. De beoefenaars dienen uiteraard in hoofdzaak uit Brabant te komen. De organisatie draagt er zorg voor dat een hoog artistiek niveau en scholing hand in hand gaan. Een en ander is goed beleidsmatig verankerd; er wordt immers "systematisch gewerkt aan de ontwikkeling van de talenten van de deelnemers". Zesde lid Projectorganisatie Hier wordt de mogelijkheid aan culturele organisaties geboden om grote projecten te organiseren op de schaal van Brabant. Dat kunnen bijvoorbeeld concertseries zijn of activiteiten met een uitgesproken provinciaal karakter. Het provinciaal karakter kan blijken uit het feit dat er wordt gewerkt op verschillende locaties in Brabant of doordat de deelnemers van een project uit de hele provincie komen. Ook kan een project wat betreft artistieke kwaliteit of thematiek een provinciale uitstraling hebben. Uiteraard is er meestal sprake van een combinatie van voorgaande argumenten.

Artikel 34 Subsidiabele activiteiten Onder b Community arts Een Community arts project is een project waarin een artistieke oplossing wordt gevonden voor een maatschappelijk probleem. Het vertrekpunt is dus altijd een maatschappelijk probleem, zoals bijvoorbeeld "er wordt te hard gereden op deze weg" of " in deze buurt kennen de buren elkaar niet of nauwelijks". Vervolgens wordt er aan dit probleem gewerkt met behulp van de kunsten: mensen gaan met elkaar een toneelstuk maken op basis van elkaars levensgeschiedenissen of leggen bijzondere plekken in een wijk vast op een kunstzinnige wijze. De ervaring is dat de inzet van de kunsten op deze wijze een krachtig effect kan hebben op bijvoorbeeld de sociale cohesie in een gemeenschap. Het is wel belangrijk dat de oplossing ook daadwerkelijk een hoog kunstzinnig gehalte heeft; daarom is de inzet van kunstprofessionals bij de vormgeving van dit soort projecten erg belangrijk.Onder c Klantgroepen Klantgroepen voor centra voor de kunsten zijn als het ware de segmenten van de markt die de centra bestrijken. Traditioneel zijn de klantgroepen het regulier en speciaal onderwijs en particulieren die zich willen verdiepen in een bepaalde kunstvorm. De laatste jaren is er een ontwikkeling gaande dat ouderen, mensen in de zorg of de commerciële sector (bedrijven die bijvoorbeeld met behulp van kunstenaars nieuwe concepten uitdenken of teambuilding voor bedrijven) nieuwe klantgroepen vormen.

Artikel 51, onder c, Crowdfunding platform Via een crowdfunding platform dat past bij de doelstellingen van het project kan toegang worden verkregen tot investeerders die bereid zijn om het project te ondersteunen.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitterde secretaris
prof. dr. W.B.H.J. van de Donkmw. ir. A.M. Burger

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling kunsteducatie en amateurkunstbeoefening Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling kunsteducatie en amateurkunstbeoefening Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpcultuur, onderwijs, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen. 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

* Reglement Adviescommissie amateurkunst Noord-Brabant

* Reglement Adviescommissie regeling lokale partners Noord-Brabant.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-10-201410-02-2015nieuwe regeling

14-10-2014

Provinciaal Blad, 2014, 120

3667237