Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten een werkgelegenheidsimpuls willen geven aan het midden- en kleinbedrijf;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten de CO2-emissie van woningen in Noord-Brabant willen verlagen, waardoor de woonlasten voor bewoners worden verminderd en het energiebewustzijn wordt vergroot;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten dit wensen te bereiken door een subsidie te geven aan energiecoöperaties in Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten hierbij gebruik willen maken van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013);

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.12. 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

    • b.

      energie-coöperatie: coöperatie als bedoeld in artikel 2:53 van het Burgerlijk Wetboek, die zich blijkens de statuten ten doel stelt om in energiemaatregelen voor haar leden te voorzien;

    • c.

      energielabel: energieprestatiecertificaat bestaande woningen als bedoeld in artikel 1.1, onder 1, van het Besluit energieprestatie gebouwen, afgegeven door een gecertificeerd adviseur met een NL-EPDB keurmerk;

    • d.

      energielabelstap: verbetering van het niveau van het energielabel met een stap;

    • e.

      EnergiePrestatieAdvies: maatwerkrapport bestaande woningen als bedoeld in de BRL9500-00 en BRL9500-02, opgesteld door een gecertificeerd energie-adviseur;

    • f.

      gecertificeerd energie-adviseur: adviseur die beschikt over een geldig KOMO of NL-EPBD keurmerk voor het opstellen van een EnergiePrestatieAdvies of het afgeven van een energielabel;

    • g.

      gecertificeerd isolatiebedrijf: bedrijf dat beschikt over een geldig KOMO of NL-EPBD keurmerk voor het uitvoeren van isolatiemaatregelen;

    • h.

      KOMO keurmerk: keurmerk voor onafhankelijk getoetste kwaliteit in de bouw;

    • i.

      NL-EPBD keurmerk: keurmerk voor energielabels;

    • j.

      verdienmodel: manier waarop geld verdiend kan worden met een bepaalde activiteit;

    • k.

      projectorganisatie: samenwerkingsverband dat omwille van de uitvoering van een project in het leven wordt geroepen;

    • l.

      woningeigenaar: natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft en daarin zijn hoofdverblijf heeft, niet zijnde een appartementseigenaar als bedoeld in artikel 5:106 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2 Met een gecertificeerd adviseur of bedrijf als bedoeld in deze regeling, wordt gelijkgesteld een adviseur die of bedrijf dat voldoet aan beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het beroepsniveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1 Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      energiecoöperaties;

    • b.

      samenwerkingsverbanden van energiecoöperaties.

  • 2 Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit:

    • a.

      wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2 Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het opzetten van een projectorganisatie, die voorbereidende en begeleidende werkzaamheden verricht ten behoeve van woningisolatie.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    aan de subsidieaanvrager reeds op grond van deze regeling of een andere provinciale regeling op het gebied van energie subsidie is verstrekt;

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 125.000.

Artikel 6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de subsidieaanvrager heeft aantoonbare ervaring met het realiseren van energieprojecten;

  • b.

    de subsidieaanvrager zet een projectorganisatie voor woningisolatie op;

  • c.

    de subsidieaanvrager zorgt dat de woningisolatie, bedoeld onder b:

    • 1°.

      wordt aangebracht bij ten minste 400 van haar leden

    • 2°.

      wordt uitgevoerd bij particuliere woningeigenaren;

    • 3°.

      wordt uitgevoerd bij woningen gelegen in de provincie Noord-Brabant;

    • 4°.

      wordt uitgevoerd met isolatieproducten met het KOMO-certificaat;

    • 5°.

      leidt tot een verbetering van ten minste een energielabelstap per woning;

  • d.

    de op te zetten projectorganisatie, bedoeld onder b, is verantwoordelijk voor:

    • 1°.

      de administratie en het beheer van het woningisolatieproject;

    • 2°.

      het aanbesteden van de woningisolatie tegen gunstige voorwaarden voor haar leden in de markt;

    • 3°.

      de werving van nieuwe leden voor de energiecoöperatie ten behoeve van het woningisolatieproject;

    • 4°.

      de communicatie over het totale woningisolatieproject;

    • 5°.

      het geven van advies en voorlichting over woningisolatie op wijkniveau en individueel;

    • 6°.

      het bieden van een totaalpakket voor woningisolatie, dat de particuliere woningeigenaar ontzorgt;

  • e.

    de projectorganisatie sluit voor advisering over en uitvoering van de woningisolatie contracten met gecertificeerde energie-adviseurs en woningisolatiebedrijven;

  • f.

    aan het opzetten van de projectorganisatie voor woningisolatie ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      de wijze waarop aan de vereisten in deze regeling wordt voldaan;

    • 2°.

      een analyse van risico’s en kansen van het project;

    • 3°.

      een realistische sluitende begroting met onderbouwing;

    • 4°.

      een verdienmodel, waaruit blijkt dat de projectorganisatie zichzelf ten minste twee jaar na afronding van het project in stand kan houden teneinde nieuwe woningisolatieprojecten uit te kunnen voeren.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1 Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking.

  • 2 Subsidieaanvrager past bij de berekening van uurtarieven uitsluitend de berekeningswijze toe, bedoeld in artikel 10, onder c, juncto artikel 13 van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant.

Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 23 juni 2014 tot en met 15 oktober 2014.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, voor de tenderperiode van 23 juni 2014 tot en met 15 oktober 2014, vast op € 1.000.000.  

Artikel 10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, bedraagt 100% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000.

Artikel 11 Verdeelcriteria

  • 1 Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      een beoordeling van het totale project, op basis van de aanvraag en het projectplan, te waarderen met maximaal 20 punten, waarvan:

      • 1°.

        10 punten voor de kwaliteit van het project;

      • 2°.

        10 punten voor de uitvoerbaarheid van het project;

    • b.

      een beoordeling van het totale project, op basis van een mondelinge presentatie van de subsidieaanvrager, te waarderen met maximaal 20 punten, waarvan:

      • 1°.

        10 punten voor de kwaliteit van het project;

      • 2°.

        10 punten voor de uitvoerbaarheid van het project;

    • c.

      de mate waarin de subsidieaanvrager kennis en kunde heeft met het realiseren van energieprojecten, te waarderen met maximaal 20 punten;

    • d.

      de mate waarin het verdienmodel, bedoeld in artikel 6, onderdeel f, onder 4°, realistisch en renderend is, te waarderen met maximaal 20 punten;

    • e.

      als er sprake is van een samenwerkingsverband van ten minste 2 coöperaties of anderszins kan worden aangetoond dat er sprake is van samenwerking, die leidt tot kennisuitwisseling en vergroting van het te isoleren woningpotentieel, te waarderen met 10 punten;

    • f.

      als er sprake is van samenwerking met ten minste een gemeente, te waarderen met 10 punten.

  • 2 Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger isoleert ten minste het aantal te isoleren woningen conform het aantal te behalen labelstappen als genoemd in de subsidieaanvraag en het projectplan.

  • b.

    De subsidieontvanger betrekt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de uitvoering van het project;

  • c.

    de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • d.

    de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • e.

    het project is afgerond voor 15 december 2016.

Artikel 13 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag, waarin ten minste is opgenomen:

    • 1°.

      het aantal en de wijze waarop woningeigenaren zijn benaderd;

    • 2°.

      het totale aantal geïsoleerde woningen;

    • 3°.

      per geïsoleerde woning een bewijs van de energiesituatie voor aanvang van de woningisolatie en een afschrift van het energielabel na realisatie van de woningisolatie, waaruit het aantal gemaakte energielabelstappen blijkt;

    • 4°.

      het totaal van de gerealiseerde investeringen in woningisolatie;

  • b.

    een financieel overzicht waaruit de eerste deelresultaten blijken van het verdienmodel en een prognose wordt gegeven naar de jaren daarna.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80 % van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3 Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 15 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2017 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 16 Inwerkingtreding

 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 10 juni 2014

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris ir. A.M. Burger

 

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant.

Algemeen

Aanleiding subsidieregeling

De provincie Noord-Brabant heeft in december 2013 besloten om geld beschikbaar te stellen voor bevordering van de werkgelegenheid in Brabant. Door het instorten van de woningmarkt heeft met name het midden- en kleinbedrijf het zwaar. Daarom willen Gedeputeerde Staten een deel van de beschikbare middelen inzetten om te bevorderen dat woningen in Noord-Brabant worden geïsoleerd. Dat is een arbeidsintensief traject dat werkgelegenheid oplevert. Bijkomend effect van deze maatregelen is dat de woonlasten voor bewoners worden verminderd en het energiebewustzijn wordt vergroot en daarmee de CO2-emissie van woningen in Noord-Brabant wordt verlaagd. Om de middelen efficiënt in te kunnen zetten voor woningisolatie is er voor gekozen om energiecoöperaties als doelgroep aan te wijzen. Energiecoöperaties zijn door hun structuur zeer geschikt om een impuls te geven aan het isoleren van woningen van particuliere eigenaren. De provincie wil daarbij gebruik maken van de de-minimisregeling, waarbij staatssteun alleen geoorloofd is als deze minder is dan € 200.000 in een periode van drie jaar.

Juridisch kader

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in deze subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Artikelsgewijs

Artikel 2 Doelgroep

Eerste lid Wie kan aanvragen

Onder a Energiecoöperaties

Bij de uitvoering van dit project is het van belang dat de organisatie wordt gedragen door de lokale samenleving. Dat is een belangrijk kenmerk van energiecoöperaties. Een ander kenmerk van coöperaties is dat ze in praktijk grotendeels worden geleid door vrijwilligers. Dit past in het streven naar een participatiesamenleving.

Onder b: Samenwerkingsverband

Coöperaties kunnen ook gezamenlijk een goed projectplan opzetten dat voldoet aan alle vereisten en een subsidieaanvraag doen

Tweede lid Geen rechtspersoonlijkheid

Als het samenwerkingsverband niet officieel als rechtspersoon is ingesteld zal één coöperatie het penvoerderschap op zich moeten nemen. De overige energiecoöperaties dienen door ondertekening van een instemmingsverklaring duidelijk te maken dat zij achter de aanvraag staan en daar mede verantwoordelijkheid voor nemen.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

De subsidie wordt verstrekt voor het opzetten van een projectorganisatie die tot doel heeft om woningen te isoleren. De subsidie is dus niet bedoeld als bijdrage in de kosten van de isolatiemaatregelen zelf.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Onder a Andere subsidie

Een coöperatie die reeds eerder subsidie van de provincie heeft ontvangen om energie-activiteiten op te zetten kan niet deelnemen in deze subsidieregeling.

Onder b Subsidie onder € 125.000

De ondergrens voor deze subsidieregeling is vastgesteld op € 125.000, omdat de verwachting is dat de subsidieaanvragers niet voor een lager bedrag aan de vereisten kunnen voldoen. Dat betekent dat op deze projectsubsidies arrangement 3 van het verantwoordingsregime uit de Asv van toepassing is.  

Artikel 6 Subsidievereisten

Onder a Ervaring

Het is niet de bedoeling met de subsidie nieuwe methodieken en technieken te ontwikkelen. Er dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van alle reeds ontwikkelde kennis en kunde op het gebied van woningisolatie, zowel landelijk (Blok voor Blok-regeling) als regionaal (andere isolatieprojecten). Deze subsidieregeling is er op gericht dat de subsidieaanvragers zo veel mogelijk huiseigenaren benaderen en begeleiden om hun woning te isoleren. Om een project van deze omvang op een goede manier te kunnen uitvoeren is het derhalve noodzakelijk dat er binnen de energiecoöperatie reeds aantoonbare ervaring en kennis is met het uitvoeren van projecten of dat deze binnengehaald wordt. Dit kan blijken uit CV’s, portfolio’s, referentieprojecten en dergelijke.

Onder b Projectorganisatie

Op grond van dit vereiste moet de subsidieaanvrager een projectorganisatie oprichten die het woningisolatieproject gaat uitvoeren. Die projectorganisatie kan een integraal onderdeel zijn van de coöperatie of meer op afstand staan, het is aan de aanvrager om daar een optimale vorm in te kiezen. Belangrijk is dat de projectorganisatie duidelijk in staat moet zijn om het project uit te voeren.

Onder c Woningisolatie

Algemeen

Omdat de doelstelling van deze subsidieregeling is gelegen in bevordering van werkgelegenheid, is gekozen voor het isoleren van woningen. Dat is een arbeidsintensieve activiteit. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het aanbrengen van zonnecellen, dat met name een kapitaalsintensieve activiteit is. Ofschoon deze regeling daar niet op ziet mag het opwekken van duurzame energie wel worden gecombineerd met het uitvoeren van de woningisolatieprojecten.

Eerste onderdeel 400 leden

Om een substantieel effect op de werkgelegenheid en energiebesparing te realiseren is een aantal van minimaal 400 te isoleren woningen noodzakelijk.

Tweede onderdeel Particuliere woningeigenaren

Huurwoningen mogen geen deel uit maken van het woningisolatieproject.

Vierde en vijfde onderdeel KOMO-certificaat en energielabelstap

Om de kwaliteit van de isolatiematerialen te garanderen is een certificaat vereist. De isolatie moet leiden tot ten minste één labelstap, maar de voorkeur gaat uit naar vergaande isolatie.

Onder d Verantwoordelijkheid projectorganisatie

Tweede onderdeel Gunstig aanbesteden

Het is de bedoeling dat de projectorganisatie met de marktpartijen overeenkomsten gaat sluiten om aan de woningeigenaren een aantrekkelijk aanbod voor uitvoering van isolatiewerkzaamheden te kunnen doen. Daarin zit een belangrijk deel van de meerwaarde van dit project en de overtuigingskracht van het project naar de woningeigenaren.

Derde, vierde en vijfde onderdeel Werving nieuwe leden, communicatie, advies en voorlichting

Uit landelijke ervaring met soortgelijke regelingen is gebleken dat bij dit soort projecten veel aandacht besteed moet worden aan de werving van woningeigenaren die daadwerkelijk willen gaan isoleren, aan algemene communicatie over het project, maar ook het fungeren als vraagbaak voor de wijk of individuele woningeigenaren. Het is van belang dat de subsidieaanvrager goed onderbouwt hoe hij dit gaat aanpakken.

Zesde onderdeel Totaalpakket

Het is van wezenlijk belang dat het project aan woningeigenaren een totaalpakket kan aanbieden waar alle onderdelen van het organiseren van het woningisolatietraject onderdeel van zijn. Dus: een intake met vaststellen van indicatief label, een advies met opties voor energiebesparing inclusief baten en lasten, een aantrekkelijk aanbod voor de uitvoering van de werkzaamheden en een optie om de investering te financieren. Voor veel woningeigenaren zal het ontzorgen in dit traject een overtuigend argument zijn.

Onder e Gecertificeerde energie-adviseur en woningisolatiebedrijven

Alleen subsidieaanvragers die met gecertificeerde adviseurs en bedrijven werken komen in aanmerking voor deze subsidieregeling. Woningen die worden geïsoleerd door niet gekwalificeerde bedrijven of bijvoorbeeld door de bewoner zelf, tellen niet mee voor het aantal te isoleren woningen waartoe de subsidieaanvrager zich heeft verplicht.

Onder f Projectplan

Derde onderdeel Realistische sluitende begroting met onderbouwing Een realistische en onderbouwde begroting is noodzakelijk om de subsidie te kunnen verlenen. Voor de beoordeling is van belang dat de verschillende kostensoorten in de begroting zijn gespecificeerd. Tevens is van belang dat de berekeningswijze inzichtelijk is gemaakt en onderbouwd door middel van bijvoorbeeld bestekken, prijsopgaven of offertes. Met “sluitend” wordt bedoeld dat de begroting wordt voorzien van een financieringsplan, waaruit kan worden opgemaakt op welke wijze en door wie de kosten van het project worden gedekt. Van belang is dat uit de begroting blijkt dat het project financieel haalbaar is. Dat wil zeggen dat de baten, inclusief de subsidie, voldoende zijn om de kosten te dekken. Hierbij dient de eigen bijdrage van de aanvrager te worden vermeld, alsmede het totaal gevraagde subsidiebedrag, zodat het financieringsplan uitkomt op 100% dekking van de totale projectkosten. De in de begroting genoemde kosten moeten aansluiten bij de in het projectplan genoemde activiteiten.

Vierde onderdeel Verdienmodel

Deze subsidieregeling is bedoeld als een startsubsidie voor de opzet van een blijvende projectorganisatie die woningisolatie realiseert. De subsidieaanvrager dient een verdienmodel te overleggen waaruit blijkt, dat als het project loopt en de opstartkosten zijn overbrugd, de projectorganisatie ook na de subsidieperiode kan voortbestaan om nieuwe woningisolatieprojecten of andere energieprojecten te realiseren zonder subsidie.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Tweede lid Berekening uurtarieven

 

Bij de berekening van uurtarieven dient de subsidieaanvrager de berekeningswijze, bedoeld in artikel 10, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant toe te passen. Dat wil zeggen berekening op basis van een forfaitair vastgesteld uurtarief. In artikel 13 van die regeling staat de berekeningswijze.

Artikel 10 Subsidiehoogte

Het bedrag van € 200.000 komt overeen met het drempelbedrag dat de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de-minimissteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel behoeft niet te worden aangemeld. In deze subsidieregeling is ervoor gekozen om bij de subsidietoekenning dit bedrag niet te overschrijden. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of een andere vorm van steun van een overheidsorgaan heeft ontvangen. Dit moet blijken uit de “Verklaring de-minimissteun”. Indien de te verlenen subsidie tezamen met de reeds ontvangen steun een bedrag van € 200.000 overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige subsidieverlening aangemeld moeten worden.

Artikel 11 Verdeelcriteria

Eerste lid Tender

De verwachting is dat er meer aanvragen binnen zullen komen dan het subsidieplafond toe laat. Er zijn zes verdeelcriteria op basis waarvan de aanvragen zullen worden beoordeeld. Per criterium kan een maximaal aantal punten worden gescoord. Hoe hoger het aantal punten dat kan worden gescoord, des te belangrijker is het criterium voor de uitvoering van het project. De subsidieaanvrager hoeft niet op alle criteria te scoren, maar hoe meer punten een aanvraag in totaal scoort, hoe hoger de aanvraag eindigt in de ranking en hoe groter de kans dat de aanvraag binnen het subsidieplafond kan worden gehonoreerd. Dit is natuurlijk ook mede afhankelijk van het aantal aanvragen dat binnen komt.  

Onder a en b Beoordeling van het totale project

De subsidieaanvraag en het projectplan worden zowel schriftelijk als middels een mondelinge presentatie beoordeeld op kwaliteit en uitvoerbaarheid. Voor het schriftelijke deel zijn maximaal 20 punten te scoren en voor het mondelinge deel ook maximaal 20 punten. Bij de beoordeling wordt er op gelet dat uit de aanvraag en het projectplan duidelijk en onderbouwd blijken hoe de subsidieaanvrager aan alle vereisten en verplichtingen van deze regeling denkt te gaan voldoen. Het projectplan moet bovendien realistisch en uitvoerbaar zijn, hetgeen onder andere ook moet blijken uit de vereiste analyse van risico’s en kansen (zie artikel 6, onder f, tweede onderdeel). Hoe beter de subsidieaanvrager hier in slaagt, des te meer punten krijgt hij voor dit onderdeel.

Onder c Kennis en kunde

Bij dit tendercriterium kan een subsidieaanvrager meer punten scoren als hij kan aantonen dat hij reeds ervaring heeft met of de kennis in huis heeft om dergelijke projecten uit te kunnen voeren. Hoe meer kennis en kunde, hoe meer punten, met een maximum van 20 punten.

Onder d Verdienmodel

Beoordeeld wordt in welke mate het verdienmodel realistisch en renderend is. Hoe renderender en realistischer het model is, hoe meer punten gescoord kunnen worden op dit onderdeel, met een maximum van 20 punten.

Onder e en f Samenwerking

De subsidieregeling is gericht op het selecteren van de voorstellen die het meeste perspectief bieden op professionalisering en continuïteit. Om de projecten voldoende volume en robuustheid te geven is er een ondergrens gesteld van 400 woningen. Er zal echter een nog groter aantal huiseigenaren benaderd moeten worden om uiteindelijk 400 woningen te kunnen realiseren. Het bundelen van de daarvoor benodigde kennis en kunde en de verantwoordelijkheid voor de besteding van € 200.000 vraagt om voldoende organisatiekracht en om een duidelijke structuur. Het is daarom van belang dat coöperaties zo veel mogelijk samenwerken. Voor deze samenwerking kunnen 10 punten extra worden gescoord. Uit de praktijk is gebleken dat ook de participatie van gemeenten de kansen op een succesvol project sterk kan vergroten. Reden waarom voor dit onderdeel ook 10 punten extra kunnen worden gescoord.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

Uit de begroting blijkt wanneer prestaties worden gerealiseerd, uitgaven zullen worden gedaan en wanneer daar baten tegenover staan. Op basis van deze uitgavenplanning wordt de hoogte van het voorschot bepaald. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de subsidie. Het subsidiabele project kan gesplitst worden in het opzetten van de projectorganisatie zelf en alle voorbereidende werkzaamheden voor de woningisolatie (werven nieuwe leden, voeren gesprekken, aanvragen offertes, sluiten contracten, etc.) en de begeleiding tijdens de uitvoering van de woningisolatie (het ontzorgen). 60% van het voorschot is met name bedoeld voor het opzetten van de projectorganisatie en de voorbereidende werkzaamheden. Over dit geld dient door middel van de jaarlijkse voortgangsrapportage te worden gerapporteerd. De volgende 20 procent van het voorschot wordt uitbetaald op het tijdstip dat de subsidieontvanger start met de daadwerkelijke begeleiding van de woningisolatie. Het resterende deel van de subsidie wordt uitbetaald als de subsidie is vastgesteld, dat wil zeggen als de prestatieverantwoording is ingediend en goedgekeurd door de provincie. Als de subsidieontvanger niet kan aantonen dat de prestaties zijn geleverd, kunnen Gedeputeerde Staten de subsidie lager vaststellen. In dat geval ligt het voor de hand dat de subsidie naar rato van het aantal woningen waarbij de isolerende maatregelen niet zijn gerealiseerd, lager wordt vastgesteld. Er hebben dan immers ook geen begeleidende werkzaamheden plaatsgevonden.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitterde secretaris
prof. dr. W.B.H.J. van de Donkmw. ir. A.M. Burger

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling woningisolatie Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerpduurzaamheid, leefomgeving, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-06-201420-09-2014nieuwe regeling

10-06-2014

Provinciaal Blad, 2014, 76

S3595220