Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Subsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 in de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met als doel behoud en herstel van biodiversiteit, waardoor herziening van het hieraan gekoppelde subsidiebeleid aan de orde is;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling: 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

     beheerplan Natura 2000: plan waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een gebied gehaald worden

  • b.

     leefgebiedsplan: plan waarin een analyse is gemaakt van de bedreigde biodiversiteit in een bepaald leefgebied, met daaruit volgend een gebiedenlijst met maatregelen op hoofdlijnen per gebied, zoals vastgesteld op 22 oktober 2013 en gepubliceerd in het Provinciaal Blad van 30 oktober 2013, nummer 151/13;

  • c.

    maatregelkaart: kaart van een bepaald gebied waarop de maatregelen staan aangegeven die noodzakelijk zijn voor behoud en herstel van de karakteristieke biodiversiteit, zoals vastgesteld op 22 oktober 2013 en gepubliceerd in het Provinciaal Blad van 30 oktober 2013, nummer 151/13;

  • d.

    prioritaire plant- en diersoorten: bedreigde of zeldzame plant- en diersoorten die karakteristiek zijn voor de provincie Noord-Brabant.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1  Subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4 onder a kan worden aangevraagd door rechtspersonen.

  • 2  Subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4 onder b kan worden aangevraagd door:

    • a.

       rechtspersonen, met uitzondering van waterschappen;

    • b.

       natuurlijke personen.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2 Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     het behoud of herstel van leefgebieden van prioritaire plant- of diersoorten;

  • b.

     het behoud of verbetering van habitattypen, plant- of diersoorten.

Artikel 5 Weigeringsgronden

  • 1  Subsidie wordt geweigerd indien het project geheel of ten dele gericht is op het edelhert, de bever, de otter, de wisent of de lynx.

  • 2  Subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, wordt geweigerd indien het project reeds is gestart op het moment van indiening van de subsidieaanvraag.

  • 3  Subsidie als bedoeld in artikel 4, onder b, wordt geweigerd indien het project is gestart voor 1 januari 2014.

Artikel 6 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

       het project voorziet in de monitoring van de resultaten van het project voor de plant- of diersoorten, met uitzondering van onderzoeksprojecten;

    • c.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling;

      • 2°.

         ondersteunend kaartmateriaal;

      • 3°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       de plant- of diersoorten waarop het project ziet zijn opgenomen in een leefgebiedsplan;

    • b.

       indien voor het leefgebied van de plant- of diersoorten waar het project op ziet, een maatregelkaart is vastgesteld zijn de maatregelen voor ontwikkeling of herstel van de plant- of diersoorten die binnen het project worden uitgevoerd hierin opgenomen;

    • c.

       het project levert een aantoonbare verbetering op voor de plant- of diersoorten.

  • 3  Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder b, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat het project ziet op habitattypen, plant- of diersoorten waarop instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd die opgenomen zijn in:

    • a.

       een aanwijzingsbesluit Natura2000 gebied vastgesteld door de minister van Economische Zaken;

    • b.

       een ontwerp beheerplan Natura2000; of,

    • c.

       een definitief vastgesteld beheerplan Natura2000.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor regulier beheer en onderhoud;

  • b.

    de subsidiabele kosten zoals genoemd in:

    • 1°.

      de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant;

    • 2°.

      de Subsidieregeling verbindingen en landschap Noord-Brabant.

Artikel 9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, worden ingediend in de tenderperiode van 29 mei 2014 tot en met 24 juli 2014.

Artikel 10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4:

  • a.

     onder a, vast op € 0;

  • b.

     onder b, voor de tenderperiode van 29 mei 2014 tot en met 24 juli 2014, vast op € 10.000.000.

Artikel 11 Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.000 per project.

  • 2 Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 12 Verdeelcriteria

  • 1 Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende afwegingscriteria:

    • a.

      de mate waarin het project bijdraagt aan het versterken van het leefgebied van prioritaire planten- of diersoorten, te waarderen met maximaal 75 punten;

    • b.

      de mate waarin het project gebruik maakt van bijdragen van derden, te waarderen met maximaal 25 punten.

  • 2 Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door de hoogste score op basis van het afwegingscriterium in het eerste lid, onder a.

  • 3 Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project is uiterlijk binnen drie jaar na de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd;

  • b.

    de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • c.

    de subsidieontvanger voert monitoring uit naar de resultaten van het project voor de plant- of diersoorten en stelt deze resultaten ter beschikking van de provincie met uitzondering van projecten die onderzoeken betreffen;

  • d.

    bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 14 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 15 Bevoorschotting en betaling

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 90% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte.

  • 3 Het voorschot, bedoeld in het tweede lid, wordt betaald in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 16 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens telkens na vijf jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de regeling.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 5 november 2013

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling biodiversiteit en leefgebieden Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpflora en fauna, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene Subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-05-201401-01-2015Art. 1, 2, 4, 5, 6, 9, 10, 13

27-05-2014

Provinciaal Blad, 2014, 69

3569104
06-12-201329-05-2014nieuwe regeling

05-11-2013

Provinciaal Blad, 2013, 175

S0272860