Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 7 december 2012 hebben besloten om ondersteuning te gaan bieden aan de opvang van inheemse dieren in nood;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten deze doelstelling willen bereiken door subsidies beschikbaar te stellen voor investeringen in infrastructuur van opvangcentra en voor de exploitatie van opvangcentra;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    beschermde inheemse dieren: dieren als bedoeld in artikel 4 van de Flora- en faunawet;

  • b.

    centrum voor specialistische opvang: opvangcentrum dat is gespecialiseerd in een specifieke diersoort;

  • c.

    eerste opvangfaciliteit: faciliteit voor vooropvang en noodopvang;

  • d.

    hoofdcentrum: opvangcentrum dat zich richt op de opvang van inheemse dieren in het algemeen;

  • e.

    ontheffing voor opvang beschermde inheemse diersoorten: door de Directie Regelingen van het ministerie van Economische Zaken verleende ontheffing op basis van de Beleidsregels kwaliteit opvang beschermde inheemse diersoorten;

  • f.

    opvangcentrum: hoofdcentrum of centrum voor specialistische opvang.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door privaatrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken:

    • a.

      projectsubsidies op grond van artikel 4, onder a;

    • b.

      exploitatiesubsidies op grond van artikel 4, onder b.

  • 2 Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

    een investering in de infrastructuur van een opvangcentrum;

  • b.

    de exploitatie van een opvangcentrum.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager reeds een subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, heeft ontvangen;

  • b.

    het project gericht is op het nastreven van commerciële doeleinden.

Artikel 6 Subsidievereisten

  • 1 Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

      de subsidieaanvrager is statutair of feitelijk gevestigd op het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

    • c.

      de subsidieaanvrager is exploitant van een opvangcentrum voor inheemse dieren;

    • d.

      de subsidieaanvrager beschikt over een ontheffing voor opvang beschermde inheemse diersoorten;

    • e.

      het project draagt bij aan de opvang van inheemse dieren in nood;

    • f.

      aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

        voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder a, een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling;

      • 2°.

        voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, een werkplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling;

      • 3°.

        een sluitende begroting.

  • 2 Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder b, in aanmerking te komen voldaan aan ten minste een van de volgende vereisten:

    • a.

      het project draagt bij aan de afstemming of samenwerking tussen de opvangcentra;

    • b.

      het project draagt bij aan de communicatie of voorlichting over de opvang inheemse dieren in nood.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1 Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder a, de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      kosten voor nieuw- en verbouw van gebouwen, opvangkooien en eerste opvangfaciliteiten;

    • b.

      kosten voor inrichting van erf, gebouwen, opvangkooien en eerste opvang faciliteiten.

  • 2 Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      salariskosten vaste medewerkers en dierenartsen;

    • b.

      kosten voor onderhoud van roerende en onroerende zaken;

    • c.

      kosten voor educatie, voorlichting en communicatie;

    • d.

      kosten voor samenwerking tussen de opvangcentra;

    • e.

      kosten voor voer, medicijnen en overige verzorging.

  • 3 Onverminderd het tweede lid komt een hoofdcentrum in aanmerking voor kosten voor dierenambulancevervoer à € 0,19 per kilometer tot een maximum van € 17.500 per jaar.

Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Subsidieaanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder a, worden ingediend van 18 november 2013 tot en met 30 september 2015.

  • 2 Subsidieaanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, worden ingediend:

    • a.

      van 18 november 2013 tot en met 31 januari 2014 voor het jaar 2014;

    • b.

      van 1 oktober 2014 tot en met 15 december 2014 voor het jaar 2015;

    • c.

      van 1 oktober 2015 tot en met 15 december 2015 voor het jaar 2016.

Artikel 9 Subsidieplafond

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder a, voor de periode van 18 november 2013 tot en met 30 september 2015 vast op € 300.000.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b:

    • a.

      voor de periode van 18 november 2013 tot en met 31 januari 2014, vast op € 150.000;

    • b.

      voor de periode van 1 oktober 2014 tot en met 15 december 2014, vast op € 150.000;

    • c.

      voor de periode van 1 oktober 2015 tot en met 15 december 2015, vast op € 150.000.

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, onder a, bedraagt:

    • a.

      voor een hoofdcentrum maximaal € 215.000;

    • b.

      voor een centrum voor gespecialiseerde opvang maximaal € 5.000.

  • 2 De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, onder b, bedraagt:

    • a.

      voor een hoofdcentrum maximaal € 72.000 per jaar;

    • b.

      voor een centrum voor gespecialiseerde opvang maximaal € 4.500 per jaar.

Artikel 11 Verdeelcriteria

  • 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2 Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3 Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    voor subsidies als bedoeld in artikel 4 onder a, wordt het project voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

    bij subsidies van € 25.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • c.

    bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • d.

    indien de subsidieontvanger tevens commerciële activiteiten verricht, wordt een gescheiden boekhouding gevoerd.

Artikel 13 Prestatieverantwoording

  • 1 Bij subsidies tot € 25.000 leggen Gedeputeerde Staten in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 2 Bij subsidies van € 125.000 en hoger leggen Gedeputeerde Staten in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

  • 1 Bij subsidies van € 25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3 Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 15 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opvang inheemse dieren Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 5 november 2013

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling opvang inheemse dieren Noord-Brabant

Algemeen

Sinds 1 juli 2012 is en opvangprotocol van kracht dat volgt uit de nota dierenwelzijn (2007). In het opvangprotocol staan beleidsregels die de sector beogen te professionaliseren en de kwaliteit van de opvang te stabiliseren. Deze kwaliteitseisen hebben tot gevolg dat opvangcentra meer kosten moeten maken en striktere regels moeten volgen met een grotere tijdsbelasting tot gevolg. Als centra voldoen aan de eisen van de beleidsregels wordt een ontheffing verleend op grond van de Flora- en faunawet. Het gaat hierbij om een ontheffing om dieren te vervoeren, onder zich te hebben, te bemachtigen of te doden. De beleidsregels zijn opgesteld om een impuls te geven aan de verbetering van de kwaliteit van opvangcentra. Met deze subsidieregeling wordt beoogd om opvangcentra die reeds in het bezit zijn van een ontheffing de komende jaren financieel te ondersteunen om te komen tot een gestructureerde opvang.

Juridisch kader Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in deze subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

Niet-economische activiteit Bij niet-economische activiteiten is er geen sprake van ongeoorloofde staatssteun, indien er subsidie wordt verleend aan privaatrechtelijke rechtspersonen voor activiteiten en taken die een algemeen belang dienen, maar niet economisch van aard zijn. De opvang van inheemse dieren wordt beschouwd als een niet-economische activiteit, zodat bij subsidieverlening geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Indien de opvangcentra naast het opvangen van inheemse dieren, commerciële activiteiten ontplooien, dienen zij een gescheiden boekhouding te voeren om te voorkomen dat het subsidiedeel vloeit in het commerciële deel. De subsidie is derhalve alleen bestemd voor de niet-economische activiteiten.

Artikelsgewijs

Artikel 7 Subsidiabele kosten Eerste lid onder b Eerste opvang faciliteiten Het betreft hier eenvoudige opvangfaciliteiten, zoals bijvoorbeeld kooien, ten behoeve van vooropvang- en doorgeefcentra die als enig doel hebben tijdelijke opvang te bieden aan inheemse dieren. Deze centra zorgen voor de eerste hulp en voorkomen op die manier onnodig lijden van dieren. De dieren blijven niet langer dan nodig in deze vooropvang en worden overgebracht naar een hoofdcentrum of centrum voor specialistische opvang. De verwachting is dat ieder opvangcentrum drie of vier van dergelijke vooropvangcentra nodig heeft om de hele provincie Noord-Brabant te dekken.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger Onder d Gescheiden boekhouding Indien de subsidieontvanger naast het opvangen van inheemse dieren, commerciële activiteiten ontplooit, dient hij een gescheiden boekhouding te voeren om te voorkomen dat het subsidiedeel vloeit in het commerciële deel. De subsidie is alleen bestemd voor de niet-economische activiteiten.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter de secretaris
prof. dr. W.B.H.J. van de Donkdrs. W.G.H.M. Rutten

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling opvang inheemse dieren Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling opvang inheemse dieren Noord-Brabant.
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpflora en fauna, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

<span new="" baskerville="" style="font-family: ">Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2</span>

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-11-201331-03-2016nieuwe regeling

05-11-2013

Provinciaal Blad, 2013, 157

S3485402