Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 9 maart 2012 € 3.840.000 ten behoeve van het programma Mijn Mooi Brabant beschikbaar hebben gesteld, waarvan € 3.104.000, in twee periodes van openstelling, wordt ingezet voor het verstrekken van subsidies;

Overwegende dat het programma Mijn Mooi Brabant uitwerking geeft aan een van de 49 speerpunten uit de uitvoeringsagenda Tien voor Brabant;

Overwegende dat het programma Mijn Mooi Brabant het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit centraal stelt en vooral ingezet wordt op zes doelen: - het concreet en beleefbaar maken van ruimtelijke kwaliteit voor de Brabantse samenleving; - het samen met anderen genereren van inspirerende projecten waarvan de resultaten tot nieuwe initiatieven leiden; - het leveren van publiciteit voor de provincie en voor de nieuwe rol als regisseur, facilitator en deskundige op het gebied van ruimtelijke kwaliteit; - concrete en tastbare resultaten in deze bestuursperiode; - het actief betrekken van jongeren bij de initiatieven via het onderwijs; - het opnemen van ruimteiljke kwaliteit in de curriculae van de betrokken opleidingen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    belevingswaarde: mate waarin gebruikers het gebruik van de ruimte als kwalitatief ervaren;

  • b.

    de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • c.

    erfgoed: materiële en immateriële zaken zowel roerend als onroerend met cultuurhistorische waarde;

  • d.

    gebruikswaarde: mate waarin gebruikers de gebruiksmogelijheden van de ruimte als kwalitatief ervaren;

  • e.

    ruimtelijke kwaliteit: som van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving;

  • f.

    toekomstwaarde: mate waarin het gebruik van de ruimte innoverend is en positief bijdraagt aan de woon- en leefomgeving op langere termijn.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1 Subsidie kan worden aangevraagd door een:

    • a.

      rechtspersoon;

    • b.

      samenwerkingsverband van natuurlijke personen.

  • 2 In het samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder a:

    • a.

      treedt een deelnemer op als penvoerder en draagt zorg voor:

      • 1°.

        de subsidieaanvraag;

      • 2°.

        de overige correspondentie;

      • 3°.

        de inhoudelijke en financiële verantwoording;

    • b.

      draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2 Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

§ 2 Mijn Mooi Brabant

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden verstrekt voor projecten gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;

  • b.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt.

Artikel 6 Subsidievereisten

  • 1 Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

      het project draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit;

    • c.

      het project draagt bij aan de duurzame ontwikkeling van de woon- en leefomgeving door het gelijktijdig versterken van het economische, ecologische en sociaal-culturele kapitaal zonder dat verbetering van het ene onderdeel ten koste gaat van het andere onderdeel;

    • d.

      het project heeft een bovenlokaal karakter;

  • 2 Van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, bedoeld in het eerste lid, onder b, is sprake indien het project:

    • a.

      de gebruikswaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving vergroot, door:

      • 1°.

        het creëren of vergroten van maatschappelijk draagvlak;

      • 2°.

        meerdere partijen bij de uitvoering te betrekken; en

      • 3°.

        als voorbeeld te dienen voor andere vergelijkbare initiatieven;

    • b.

      de belevingswaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving vergroot, door:

      • 1°.

        een goede combinatie te vormen met de omgeving vanwege het contrast met de omgeving, de herkenbaarheid en de schoonheid ervan; en

      • 2°.

        vanuit de historie bij te dragen aan de belevingswaarde;

    • c.

      de toekomstwaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving vergroot, door:

      • 1°.

        te innoveren;

      • 2°.

        navolgbaar te zijn;

      • 3°.

        mogelijkheden te bieden voor het delen van kennis en inspiratie voor ontplooiing door de nabije omgeving; en

      • 4°.

        bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling.

  • 3 Aan het project liggen ten grondslag:

    • a.

      een projectplan waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in de voorgaande leden;

    • b.

      een sluitende begroting.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1 Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      organisatiekosten;

    • b.

      ontwerpkosten;

    • c.

      uitvoeringskosten;

    • d.

      kosten van voorbereiding, projectmanagement, procesbegeleiding en projectuitvoering, gemaakt door direct bij het project betrokken vrijwilligers en studenten.

  • 2 Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek toe, genoemd in artikel 10, onderdeel a, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant.

Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 24 oktober tot en met 20 november 2013.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, voor de periode 24 oktober 2013 tot 21 november 2013 vast op € 1.100.000.

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 200.000.

  • 2 Onverminderd het maximum, genoemd in het eerste lid, wordt, indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat voor het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen en €100.000 voor ondernemingen in het wegvervoer niet wordt overschreden.

  • 3 Indien toepassing van de voorgaande leden tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 11 Verdeelcriteria

  • 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2 Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3 Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1  De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      het project wordt vóór 1 januari 2015 gerealiseerd;

    • b.

      het project is na realisatie:

      • 1°.

        tenminste eenmaal per jaar toegankelijk voor publiek; of

      • 2°.

        zichtbaar vanaf de openbare weg.

    • c.

      de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

    • d.

      de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb;

    • e.

      de subsidieontvanger neemt deel aan de door de provincie georganiseerde campagne van Mijn Mooi Brabant.

  • 2  Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger voor het verstrijken van de periode, bedoeld in het eerste lid, onder a, eenmalig deze periode verlengen tot uiterlijk 31 december 2015.

Artikel 13 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3 Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 3 Erfgoed en erfgenamen

Artikel 15 Subsidiabele activiteiten

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden verstrekt voor projecten gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door inbreng van erfgoed in gebiedsontwikkeling.

Artikel 16 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • 1.

    voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;

  • 2.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt.

Artikel 17 Subsidievereisten

  • 1 Om voor subsidie als bedoeld in artikel 15 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • b.

      het project draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit;

    • c.

      het project heeft een bovenlokaal karakter;

    • d.

      het project draagt bij aan de duurzame ontwikkeling van de woon- en leefomgeving door het gelijktijdig versterken van het economische, ecologische en sociaal-culturele kapitaal zonder dat verbetering van het ene onderdeel ten koste gaat van het andere onderdeel;

    • e.

      erfgoed wordt in relatie gebracht tot zijn omgeving;

    • f.

      het project wordt uitgevoerd door of in samenwerking met vrijwilligers;

    • g.

      het project draagt bij aan het opbouwen, ondersteunen of professionaliseren van een betrokken groep vrijwilligers die zich inzet voor behoud, herstel of ontwikkeling van erfgoed;

  • 2 Van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, bedoeld in het eerste lid, onder b, is sprake indien het project:

    • a.

      de gebruikswaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving vergroot, door:

      • 1°.

        het creëren of vergroten van maatschappelijk draagvlak;

      • 2°.

        meerdere partijen bij de uitvoering te betrekken; en

      • 3°.

        als voorbeeld te dienen voor andere vergelijkbare initiatieven;

    • b.

      de belevingswaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving vergroot, door:

      • 1°.

        een goede combinatie te vormen met de omgeving vanwege het contrast met de omgeving, de herkenbaarheid en de schoonheid ervan; en

      • 2°.

        vanuit de historie bij te dragen aan de belevingswaarde;

    • c.

      de toekomstwaarde van de omgeving als woon- en leefomgeving vergroot, door:

      • 1°.

        te innoveren;

      • 2°.

        navolgbaar te zijn;

      • 3°.

        mogelijkheden te bieden voor het delen van kennis en inspiratie voor ontplooiing door de nabije omgeving; en

      • 4°.

        bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling.

  • 3 Aan het project liggen ten grondslag:

    • a.

      een projectplan waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in de voorgaande leden;

    • b.

      een sluitende begroting.

Artikel 18 Subsidiabele kosten

  • 1 Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      organisatiekosten;

    • b.

      ontwerpkosten;

    • c.

      uitvoeringskosten;

    • d.

      kosten van voorbereiding, projectmanagement, procesbegeleiding en projectuitvoering, gemaakt door direct bij het project betrokken vrijwilligers en studenten.

  • 2 Voor de berekening van uurtarieven past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek toe, genoemd in artikel 10, onderdeel a, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen Noord-Brabant.

Artikel 19 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 24 oktober 2013 tot en met 20 november 2013. 

Artikel 20 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 15, voor de periode 24 oktober 2013 tot 21 november 2013, vast op € 800.000. 

Artikel 21 Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 15 bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 200.000 per project.

  • 2 Onverminderd het maximum, genoemd in het eerste lid, wordt, indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat voor het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen en €100.000 voor ondernemingen in het wegvervoer niet wordt overschreden.

  • 3 Indien toepassing van de voorgaande leden tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 22 Verdeelcriteria

  • 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2 Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3 Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 23 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1  De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      het project wordt vóór 1 januari 2015 gerealiseerd;

    • b.

      het project is na realisatie:

      • 1°.

        tenminste eenmaal per jaar toegankelijk voor publiek; of

      • 2°.

        zichtbaar vanaf de openbare weg.

    • c.

      de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

    • d.

      de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb;

    • e.

      de subsidieontvanger neemt deel aan de door de provincie georganiseerde campagnes van Mijn Mooi Brabant en Erfgoed & Erfgenamen.

  • 2  Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger voor het verstrijken van de periode, bedoeld in het eerste lid, onder a, eenmalig deze periode verlengen tot uiterlijk 31 december 2015.

 Artikel 24 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 25 Bevoorschotting en betaling

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3 Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 4 Slotbepalingen

Artikel 26 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens na afloop van de regeling aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 27 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 28 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Mijn Mooi Brabant Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 7 mei 2013

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling Mijn Mooi Brabant Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling Mijn Mooi Brabant Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpleefomgeving, ruimtelijke ordening, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel D van de Tweede wijzigingsregeling Subsidieregeling Mijn Mooi Brabant Noord-Brabant werkt terug tot en met 15 mei 2013.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

<span baskerville="" new="" style="font-family: ">Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2</span>

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

31-10-201401-01-2016Art. 12, 14, 23, 25

28-10-2014

Provinciaal Blad, 2014, 127

3679597
24-10-201331-10-2014Art. 2, 4, 8, 9 ,10, 15 t/m 17 (hernummerd), 15 t/m 25 (nieuw)

22-10-2013

Provinciaal Blad, 2013, 143

S0274041
16-05-201301-01-2016nieuwe regeling

07-05-2013

Provinciaal Blad, 2013, 74

3395627