Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen kaders biedt op het gebied van staatssteunregels en -procedures;

Overwegende dat Provinciale Staten op 9 december 2011 het statenvoorstel “Sportplan Brabant 2016” hebben vastgesteld;

Overwegende dat het “Sportplan Brabant 2016” een katalysator is voor de economische, sociale en ruimtelijke ontwikkeling van Brabant en daarmee een bijdrage levert aan de ambities van de Agenda van Brabant, waarbinnen een onderscheidend vestigings- en leefklimaat en een krachtige regionale identiteit centraal staan;

Overwegende dat de provincie wil bijdragen aan het op nationaal niveau opgestelde Olympisch Plan 2028 door in 2016 het sportklimaat in de provincie Noord-Brabant op olympisch niveau te hebben;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten zich daarbij specifiek richten op accommodaties voor topsportwedstrijden en -evenementen, accommodaties voor topsporttraining, fieldlabs voor topsportonderzoek, topsport en onderwijs, ontwikkeling van sporttalenten, gehandicaptensport en breedtesport voor bijzondere groepen;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten daartoe op 13 december 2011 de Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 hebben vastgesteld;

Overwegende dat Provinciale Staten op 12 oktober 2012 de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarin de uitgangspunten van het Kader financieel beheer rijkssubsidies zijn geïmplementeerd, alsmede een algehele actualisatie is doorgevoerd;

Overwegende dat aanpassing van de Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 aan de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant leidt tot een groot aantal noodzakelijke wijzigingen en Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten een geheel nieuwe regeling vast te stellen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen algemeen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

     Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

     Besluit: Besluit (2012/21/EU) van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen;

  • c.

     breedtesport: sport die wordt beoefend door grote groepen uit alle lagen van de bevolking vanwege de recreatieve functie ervan;

  • d.

     Centrum voor Topsport en Onderwijs: centrum dat door NOC*NSF is geaccrediteerd waar topsporters van meerdere topsportprogramma’s trainen, wonen, studeren of werken onder regie van de sportbonden;

  • e.

     economische spin-off: bestedingen door burgers en organisaties, of investeringen door bedrijven die zonder het project niet zouden plaatsvinden;

  • f.

     haalbaarheidsonderzoek: onderzoek of een project haalbaar is in ruimtelijke en financiële zin;

  • g.

     kernsport: door Provinciale Staten op 9 december 2011 in het “Sportplan Brabant 2016” aangewezen sport, te weten hockey, hippische sport, wielrennen, zwemmen, voetbal, atletiek en turnen;

  • h.

     multifunctioneel gebruik: bieden van faciliteiten voor verschillende gebruikers en activiteiten die ten goede komen aan de algemene bevolking;

  • i.

     Nationaal Topsportcentrum: centrum dat door NOC*NSF is geaccrediteerd waar topsporters uit een topsportprogramma trainen, wonen, studeren of werken onder regie van de desbetreffende sportbond;

  • j.

     NOC*NSF: Nederlands Olympisch Comité * Nationale Sport Federatie;

  • k.

     regionaal talentencentrum: door een sportbond aangewezen regionaal talentencentrum voor het opleiden van sporttalenten, door middel van instroomprogramma’s die voldoen aan de criteria van NOC*NSF, onder regie van de desbetreffende sportbond;

  • l.

     reglement Topsport- en Internationale Wedstrijdsportdisciplines: reglement dat door de Algemene Vergadering van NOC*NSF wordt vastgesteld waarin wordt bepaald welke topsportprogramma’s voldoen aan de criteria voor topsport;

  • m.

     sportbond: landelijke sportorganisatie van de desbetreffende sport die lid is van NOC*NSF;

  • n.

     sporttalent: aankomend topsporter die voldoet aan het talentprofiel Nationaal Talent of Internationaal Talent zoals vastgesteld door NOC*NSF;

  • o.

     talentprofiel: profiel vastgesteld door NOC*NSF, met daarin criteria voor de ontwikkeling van internationale en nationale sporttalenten op het gebied van leeftijd, prestatieniveau en het trainings- en wedstrijdprogramma;

  • p.

     topsport: sport op het hoogste internationale niveau of nationale competitieniveau;

  • q.

      topsporter: individuele sporter die, al dan niet via een vereniging, lid is van een sportbond of een aansluitingsovereenkomst met die sportbond heeft en die op het hoogste internationale niveau of nationale competitieniveau een sport beoefent uit een topsportprogramma;

  • r.

     topsportevenement of -wedstrijd: evenement of wedstrijd, te weten Olympische en Paralympische Spelen, Wereldkampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldbekerwedstrijd;

  • s.

     topsportprogramma: programma dat is opgenomen in het reglement Topsport- en Internationale Wedstrijdsportdisciplines van NOC*NSF of erkend is door een sportbond;

  • t.

     topsporttraining: training van topsporters en sporttalenten die deel uitmaken van een topsportprogramma;

  • u.

     trainings- en wedstrijdprogramma: jaarlijks programma dat door een sportbond is erkend en dat door een sporttalent wordt uitgevoerd op het gebied van topsporttrainingen en wedstrijden.

Artikel 1.2 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

§ 2 Sportaccommodaties voor topsportwedstrijden of topsportevenementen

Artikel 2.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     internationaal topsportevenement : Wereldkampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldbekerwedstrijd of een ander aansprekend internationaal evenement waar sporters op het hoogste competitieniveau tegen elkaar uitkomen;

  • b.

     KNZB: Koninklijke Nederlandse Zwembond.

Artikel 2.1a Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door gemeenten.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het renoveren, verbouwen of herinrichten van sportaccommodaties ten behoeve van de organisatie van internationale zwemsportevenementen.

Artikel 2.3

Vervallen.

Artikel 2.4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de sportaccommodatie is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     het project is gericht op het laten voldoen van de sportaccommodatie aan de actuele eisen die door de desbetreffende internationale sportorganisaties gesteld worden;

  • c.

     de accommodatie beschikt over een tienbaans 50 meter zwembad;

  • d.

     uit de prestaties blijkt dat er in de sportaccommodatie in de periode 2012-2014 meerdere internationale topsportevenementen voor de zwemsport hebben plaatsgevonden;

  • e.

     in 2015 wordt binnen de sportaccommodatie ten minste een internationaal topsportevenement voor de zwemsport gehouden;

  • f.

     de sportaccommodatie omvat faciliteiten die voor ten minste 80% van de capaciteit bedoeld zijn voor sportbeoefening;

  • g.

     de sportaccommodatie wordt jaarlijks voor ten minste 20% door andere prof- of amateursporters gebruikt;

  • h.

     de sportaccommodatie wordt gebruikt voor trainingen van sporttalenten;

  • i.

     tot de sportaccommodatie wordt op transparante en niet-discriminerende basis toegang verleend of zal toegang worden verleend;

  • j.

     de sportaccommodatie is geschikt of wordt geschikt gemaakt voor gehandicapten en breedtesport;

  • k.

     het project draagt in positieve zin bij aan de ontwikkeling van de economie of regionale economie;

  • l.

     het project kan voor 1 januari 2019 worden gerealiseerd, blijkend uit planning en een overzicht van de procedures van publiekrechtelijke besluitvorming die ten behoeve van het project worden doorlopen;

  • m.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

       een sluitende exploitatiebegroting voor ten minste tien jaar;

    • 3°.

       een sluitende investeringsbegroting.

Artikel 2.5 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.6 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.5 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     exploitatiekosten;

  • d.

     kosten van leges en vergunningen;

  • e.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures;

  • f.

     kosten voor de verwerving van grond of het inbrengen van de waarde van de grond die de aanvrager reeds in bezit heeft.

Artikel 2.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de periode van 5 januari 2015 tot en met 26 juni 2015.

Artikel 2.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.2, voor de periode van 5 januari 2015 tot en met 26 juni 2015, vast op € 1.000.000.

Artikel 2.9 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.2, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 200.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 2.10 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 2.10a

Vervallen.

Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2019 gerealiseerd;

  • b.

     de accommodatie wordt ten minste gedurende vijf jaar na vaststelling van de subsidie gebruikt ten behoeve van de organisatie van topsportwedstrijden;

  • c.

     de sportaccommodatie is openbaar toegankelijk;

  • d.

     de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • e.

     de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 2.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 2.13 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 3 Sportaccommodaties voor topsporttraining

Artikel 3.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     KNWU: Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie;

  • b.

     regio West-Brabant: gebied bestaande uit de Nederlandse gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert;

  • c.

     topsportvriendelijke school: instelling voor voortgezet, middelbaar, hoger of universitair onderwijs die beschikt over specifiek beleid gericht op het combineren van topsportbeoefening en het volgen van onderwijs.

Artikel 3.1a Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door gemeenten.

Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het bouwen, verbouwen, inrichten of herinrichten van sportaccommodaties ten behoeve van topsporttrainingen voor de wielersport.

Artikel 3.3 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt;

  • b.

     de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, Verordening (EU) 651/2014 dan wel daarvoor in de plaats tredende regelgeving;

  • c.

     ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat;

  • d.

     de activiteit waarvoor subsidie is gevraagd door een aanvrager die wordt aangemerkt als onderneming geen stimulerend effect heeft.

Artikel 3.4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de sportaccommodatie is of zal zijn gelegen binnen het grondgebied van de regio West-Brabant;

  • b.

     de sportaccommodatie is onder meer bestemd voor trainingen van een door de KNWU aangewezen Nationaal Trainingscentrum of Regionaal Trainingscentrum voor de wielerdisciplines BMX, mountainbike, veldrijden of weg;

  • c.

     de sportaccommodatie is geschikt voor topsporttrainingen van ten minste twee verschillende wielerdisciplines;

  • d.

     aan het project ligt een positieve verklaring van het bondsbureau van de KNWU ten grondslag;

  • e.

     vanuit de sportaccommodatie wordt samengewerkt met een topsportvriendelijke school die tevens opleidingen aanbiedt gericht op het werken in de wielersport;

  • f.

     in het project werken overheid, onderwijs- of kennisinstellingen en ondernemers samen;

  • g.

     de sportaccommodatie is geschikt of wordt geschikt gemaakt voor gehandicapten en breedtesport;

  • h.

     tot de sportaccommodatie wordt op transparante en niet-discriminerende basis toegang verleend of zal toegang worden verleend;

  • i.

     de sportaccommodatie omvat faciliteiten die voor ten minste 80% van de capaciteit bedoeld zijn voor sportbeoefening;

  • j.

     de sportaccommodatie wordt jaarlijks voor ten minste 20% door andere prof- of amateursporters gebruikt;

  • k.

     het project draagt in positieve zin bij aan de ontwikkeling van de regionale economie;

  • l.

     het project heeft een regionale functie en heeft draagvlak bij de gemeenten in de regio West-Brabant;

  • m.

     het project kan voor 1 januari 2019 worden gerealiseerd, blijkend uit een planning en een overzicht van de procedures van publiekrechtelijke besluitvorming die ten behoeve van het project worden doorlopen;

  • n.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1˚.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2˚.

       een sluitende exploitatiebegroting voor ten minste tien jaren;

    • 3˚.

       een sluitende investeringsbegroting.

Artikel 3.5 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.6 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.5 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     exploitatiekosten;

  • d.

     kosten voor het ter beschikking stellen van grond, die reeds in eigendom is van de aanvrager;

  • e.

     kosten gerelateerd aan horeca- en retailfaciliteiten;

  • f.

     eigen apparaatskosten van de subsidieaanvrager;

  • g.

     kosten van leges en vergunningen;

  • h.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures.

Artikel 3.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 april 2015 tot en met 1 december 2015.

Artikel 3.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.2, voor de periode van 1 april 2015 tot en met 1 december 2015, vast op € 700.000.

Artikel 3.9 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.2, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 350.000.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 125.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 3.10 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2019 gerealiseerd;

  • b.

     de accommodatie wordt ten minste gedurende vijf jaar na vaststelling van de subsidie gebruikt ten behoeve van topsporttrainingen;

  • c.

     tot de sportaccommodatie wordt op transparante en niet-discriminerende basis toegang verleend;

  • d.

     de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • e.

     de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 3.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 3.13 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 4 Fieldlabs voor (top)sportonderzoek

Artikel 4.1 

Vervallen.

Artikel 4.2 

Vervallen.

Artikel 4.3 

Vervallen.

Artikel 4.4 

Vervallen.

Artikel 4.5

Vervallen.

Artikel 4.6

Vervallen.

Artikel 4.7 

Vervallen.

Artikel 4.8

Vervallen.

Artikel 4.9 

Vervallen.

Artikel 4.10 

Vervallen.

Artikel 4.11 

Vervallen.

Artikel 4.12

Vervallen.

Artikel 4.13 

Vervallen

Artikel 4.14 

Vervallen.

§ 4a Technologische sportinnovatie

Artikel 4a.1

Vervallen.

Artikel 4a.2 

Vervallen.

Artikel 4a.3 

Vervallen.

Artikel 4a.4 

Vervallen.

Artikel 4a.5 

Vervallen.

Artikel 4a.6 

Vervallen.

Artikel 4a.7 

Vervallen.

Artikel 4a.8 

Vervallen.

Artikel 4a.9 

Vervallen.

Artikel 4a.10 

Vervallen.

Artikel 4a.11 

Vervallen.

Artikel 4a.12 

Vervallen.

Artikel 4a.13 

Vervallen.

§ 5 Topsport en onderwijs

Artikel 5.1 

Vervallen.

Artikel 5.2 

Vervallen.

Artikel 5.3 

Vervallen.

Artikel 5.4 

Vervallen.

Artikel 5.5 

Vervallen.

Artikel 5.6 

Vervallen.

Artikel 5.7 

Vervallen.

Artikel 5.8 

Vervallen.

Artikel 5.9 

Vervallen.

Artikel 5.10 

Vervallen.

Artikel 5.11 

Vervallen.

Artikel 5.12 

Vervallen.

Artikel 5.13 

Vervallen.

 § 6 Ontwikkeling van sporttalenten

Artikel 6.1 

Vervallen.

Artikel 6.2 

Vervallen.

Artikel 6.3 

Vervallen.

Artikel 6.4 

Vervallen.

Artikel 6.5 

Vervallen.

Artikel 6.6 

Vervallen.

Artikel 6.7 

Vervallen.

Artikel 6.8 

Vervallen.

Artikel 6.9 

Vervallen.

Artikel 6.10 

Vervallen.

Artikel 6.11 

Vervallen.

Artikel 6.12 

Vervallen..

Artikel 6.13 

Vervallen.

Artikel 6.14 

Vervallen.

§ 7 Gehandicaptensport

Artikel 7.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • b.

     gehandicapte: persoon die wordt belemmerd in zijn lichamelijk of geestelijk functioneren;

  • c.

     sportloket voor gehandicapten: loket waar gehandicapten terecht kunnen voor advies en doorverwijzing met betrekking tot het sportaanbod, hulpmiddelen en vervoer.

Artikel 7.2 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door rechtspersonen.

Artikel 7.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     deelname van gehandicapten aan sport door het aanbieden van sportactiviteiten of het organiseren van evenementen voor gehandicapten;

  • b.

     het inrichten van sportloketten.

Artikel 7.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien voor projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder b, de aanvrager op grond van die bepaling reeds subsidie heeft ontvangen.

Artikel 7.5 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project heeft betrekking op ten minste twee gemeenten;

    • b.

       het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • c.

       het project heeft een regionaal bereik;

    • d.

       het project is gericht op gehandicapten in de provincie Noord-Brabant;

    • e.

       het project is breed toegankelijk;

    • f.

       het project sluit aan op de infrastructuur met betrekking tot gehandicaptensport in de provincie Noord-Brabant;

    • g.

       het project is gericht op het leveren van maatwerk;

    • h.

       het project is gericht op de verbetering van de sociale binding en maatschappelijke participatie;

    • i.

       het project kan voor 1 januari 2017 worden gerealiseerd;

    • j.

       het project voldoet aan de eisen van het Besluit;

    • k.

       de subsidieaanvrager draagt zorg voor minimaal 50% van de subsidiabele kosten, waarvan de eigen bijdrage van de gehandicapte sporters maximaal 10% bedraagt;

    • l.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf en het tweede, derde of vierde lid;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.3, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het sportloket is fysiek en digitaal goed bereikbaar;

    • b.

       het sportloket is regionaal gericht.

Artikel 7.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     loonkosten voor de uitvoering van het project door de subsidieaanvrager;

  • b.

     huurkosten van de sportaccommodatie voor de uitvoering van het project;

  • c.

     reis- en verblijfkosten van de gehandicapte;

  • d.

     huurkosten van de accommodatie voor het sportloket;

  • e.

     inrichtingskosten van het sportloket.

Artikel 7.7 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     kosten ten behoeve van de aanpassing van de sportaccommodatie;

  • d.

     exploitatiekosten;

  • e.

     kosten gerelateerd aan kantineruimte en -inventaris;

  • f.

     kosten van activiteiten met een commercieel oogmerk;

  • g.

     kosten van leges en vergunningen;

  • h.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures;

  • i.

     kosten voor deskundigheidsbevordering.

Artikel 7.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015.

 Artikel 7.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 7.3, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, vast op € 640.000.

Artikel 7.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 7.3, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van:

    • a.

       € 30.000 voor projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder a;

    • b.

       € 100.000 voor projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder b.

  • 2  Onverminderd het eerste lid onder a, wordt indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen niet wordt overschreden.

Artikel 7.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 7.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder a zijn voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

     het project is breed toegankelijk;

  • c.

     de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.

Artikel 7.13 Prestatieverantwoording

  • 1  Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

  • 2  Bij subsidies van € 25.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 7.14 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken voor subsidies van € 25.000 en hoger een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 8 Sport voor ouderen vanaf 55 jaar

Artikel 8.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder: de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen..

Artikel 8.2 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door rechtspersonen.

Artikel 8.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op deelname van ouderen van 55 jaar en ouder door het aanbieden van sportactiviteiten.

Artikel 8.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien de totale projectkosten minder dan € 5.000 bedragen.

Artikel 8.5 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project heeft betrekking op ten minste twee gemeenten;

    • b.

       het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • c.

       het project heeft een regionaal bereik;

    • d.

       het project is gericht op ouderen vanaf 55 jaar in de provincie Noord-Brabant;

    • e.

       het project is breed toegankelijk;

    • f.

       het project is aantoonbaar gericht op uitvoering van en inpassing in reguliere activiteiten;

    • g.

       het project is gericht op de verbetering van de sociale binding en maatschappelijke participatie;

    • h.

       het project kan voor 1 januari 2017 worden gerealiseerd;

    • i. 

      het project voldoet aan de eisen van het Besluit;

    • j.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.3 in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat het project aansluit bij landelijk erkende sportprogramma’s voor breedtesport.

Artikel 8.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     loonkosten voor de uitvoering van het project;

  • b.

     kosten van advisering, bemiddeling of begeleiding ten behoeve van het project;

  • c.

     huurkosten van de sportaccommodatie voor de uitvoering van het project;

  • d.

     voorlichtings- en promotiekosten ten behoeve van het project.

Artikel 8.7 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     kosten ten behoeve van de aanpassing van de sportaccommodatie;

  • d.

     exploitatiekosten;

  • e.

     kosten gerelateerd aan kantineruimte en -inventaris;

  • f.

     kosten van activiteiten met een commercieel oogmerk;

  • g.

     kosten van leges en vergunningen;

  • h.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures;

  • i.

     kosten voor deskundigheidsbevordering.

Artikel 8.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015.

Artikel 8.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 8.3, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, vast op € 260.000.

Artikel 8.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 8.3, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 20.000.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen niet wordt overschreden.

Artikel 8.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 8.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

     het project is breed toegankelijk.

Artikel 8.13 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en de aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 8.14

Vervallen.

§ 8a Jeugdsportfonds

Artikel 8a.1 Begripbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt onder Jeugdsportfonds verstaan: stichting, die zich inzet om kinderen te ondersteunen, die door het ontbreken van financiële middelen bij de ouders, geen lid kunnen worden van een sportvereniging.

Artikel 8a.2 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door gemeenten.

Artikel 8a.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op deelname van jeugd aan sportbeoefening.

Artikel 8a.4 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager reeds voor 1 januari 2014 was aangesloten bij het Jeugdsportfonds Brabant.

Artikel 8a.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8a.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     de aanvrager is na 1 januari 2014 aangesloten bij het Jeugdsportfonds Brabant;

  • c.

     het project creëert sportkansen voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar die om financiële redenen geen lid kunnen worden van een sportvereniging;

  • d.

     aan het project liggen ten grondslag:

  • 1°.

     een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

  • 2°.

     een berekening van het aantal kinderen, bedoeld onder c;

  • 3°.

     een sluitende begroting.

Artikel 8a.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor contributie van een sportvereniging;

  • b.

     kosten voor sportkleding en materialen die specifiek bestemd zijn voor het desbetreffende type sport.

Artikel 8a.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015.

Artikel 8a.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 8a.3, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015, vast op € 100.000.

Artikel 8a.9 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 8a.3, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:

  • a.

     € 10.000 voor gemeenten met een aantal kinderen van 750 of meer als bedoeld in artikel 8a.5, onder c;

  • b.

     € 7.500 voor gemeenten met een aantal kinderen tussen de 250 en 750 als bedoeld in artikel 8a.5, onder c;

  • c.

     € 5.000 voor gemeenten met een aantal kinderen van maximaal 250 als bedoeld in artikel 8a.5, onder c.

Artikel 8a.10 Verdeelcriteria

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 8a.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting om ten minste drie jaar aangesloten te blijven bij het Jeugdsportfonds Brabant.

Artikel 8a.12 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en de aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

§ 9 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9.1 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 9.2 Intrekking

De Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 wordt ingetrokken.

Artikel 9.3 Overgangsrecht

Voor subsidieaanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling blijft de Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 zijn werking behouden.

Artikel 9.4 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Artikel 9.5 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2013-2016.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 19 maart 2013

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

     

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling sport Noord-Brabant 2013-2016
CiteertitelSubsidieregeling sport Noord-Brabant 2013-2016
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpsport, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen. 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen. 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-04-201503-02-2016art. 3.1, 3.1a, 3.2, 3.3, 3.4, 3.6, 3.7, 3.8, 3.9, 3.10, 3.11, 7.3

10-03-2015

Provinciaal Blad, 2015, 25

S0295894
11-12-201401-04-2015Art. 1.1, 1.2, 2.1, 2.1a, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10a, 2.11a, 2.13, 4.1 t/m 4.14, 4a.1 t/m 4a.13, 7.4, 7.8, 7.9, 7.10, 8.8, 8.9, 8.10, 8a.7, 8a.8

09-12-2014

Provinciaal Blad, 2014, 155

S0292256
17-04-201411-12-2014Art. 3.4, 4.1, 4.2, 4.5, 4.8, 4.9, 4.10, 7.5, 7.7, 8.5, 8.7

15-04-2014

Provinciaal Blad, 2014, 48

S3556997
01-01-201417-04-2014Art. 1.2, 2.1, 2.1a, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.10a, 2.11, 2.13, 4.9, 4a.1 t/m 4a.13, §5 en 6 (vervallen), art. 7.1, 7.5, 7.8, 7.9, 7.10, 8.1, 8.3, 8.5, 8.8, 8.9, 8.10, 8.12, 8.13, 8.14, 8a.1 t/m 8a.12

10-12-2013

Provinciaal Blad, 2013, 179

3500353
28-06-201301-01-2014Art. 4.9

18-06-2013

Provinciaal Blad, 2013, 94

S0267872
01-04-201328-06-2013Nieuwe regeling

19-03-2013

Provinciaal Blad, 2013, 45

3370774