Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen kaders biedt op het gebied van staatssteunregels en -procedures;

Overwegende dat Provinciale Staten op 9 december 2011 het statenvoorstel “Sportplan Brabant 2016” hebben vastgesteld;

Overwegende dat het “Sportplan Brabant 2016” een katalysator is voor de economische, sociale en ruimtelijke ontwikkeling van Brabant en daarmee een bijdrage levert aan de ambities van de Agenda van Brabant, waarbinnen een onderscheidend vestigings- en leefklimaat en een krachtige regionale identiteit centraal staan;

Overwegende dat de provincie wil bijdragen aan het op nationaal niveau opgestelde Olympisch Plan 2028 door in 2016 het sportklimaat in de provincie Noord-Brabant op olympisch niveau te hebben;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten zich daarbij specifiek richten op accommodaties voor topsportwedstrijden en -evenementen, accommodaties voor topsporttraining, fieldlabs voor topsportonderzoek, topsport en onderwijs, ontwikkeling van sporttalenten, gehandicaptensport en breedtesport voor bijzondere groepen;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten daartoe op 13 december 2011 de Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 hebben vastgesteld;

Overwegende dat Provinciale Staten op 12 oktober 2012 de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarin de uitgangspunten van het Kader financieel beheer rijkssubsidies zijn geïmplementeerd, alsmede een algehele actualisatie is doorgevoerd;

Overwegende dat aanpassing van de Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 aan de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant leidt tot een groot aantal noodzakelijke wijzigingen en Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten een geheel nieuwe regeling vast te stellen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen algemeen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

     Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

     Besluit: Besluit (2012/21/EU) van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen;

  • c.

     breedtesport: sport die wordt beoefend door grote groepen uit alle lagen van de bevolking vanwege de recreatieve functie ervan;

  • d.

     Centrum voor Topsport en Onderwijs: centrum dat door NOC*NSF is geaccrediteerd waar topsporters van meerdere topsportprogramma’s trainen, wonen, studeren of werken onder regie van de sportbonden;

  • e.

     economische spin-off: bestedingen door burgers en organisaties, of investeringen door bedrijven die zonder het project niet zouden plaatsvinden;

  • f.

     haalbaarheidsonderzoek: onderzoek of een project haalbaar is in ruimtelijke en financiële zin;

  • g.

     kernsport: door Provinciale Staten op 9 december 2011 in het “Sportplan Brabant 2016” aangewezen sport, te weten hockey, hippische sport, wielrennen, zwemmen, voetbal, atletiek en turnen;

  • h.

     meerjarenopleidingsplan: plan van een sportbond waarin de richtlijnen staan voor de opleiding van topsporters en sporttalenten dat is goedgekeurd door NOC*NSF;

  • i.

     multifunctioneel gebruik: bieden van faciliteiten voor verschillende gebruikers en activiteiten die ten goede komen aan de algemene bevolking;

  • j.

     Nationaal Topsportcentrum: centrum dat door NOC*NSF is geaccrediteerd waar topsporters uit een topsportprogramma trainen, wonen, studeren of werken onder regie van de desbetreffende sportbond;

  • k.

     NOC*NSF: Nederlands Olympisch Comité * Nationale Sport Federatie;

  • l. 

    programmabegeleiding en coördinatie: alle activiteiten ten behoeve van de topsport en talentontwikkeling die plaatsvinden onder regie van de sportbond en onder leiding van een coach, waaronder mede begrepen het trainings- en wedstrijdprogramma;

  • m.

     regionaal talentencentrum: door een sportbond aangewezen regionaal talentencentrum voor het opleiden van sporttalenten, door middel van instroomprogramma’s die voldoen aan de criteria van NOC*NSF, onder regie van de desbetreffende sportbond;

  • n.

     reglement Topsport- en Internationale Wedstrijdsportdisciplines: reglement dat door de Algemene Vergadering van NOC*NSF wordt vastgesteld waarin wordt bepaald welke topsportprogramma’s voldoen aan de criteria voor topsport;

  • o.

     sportbond: landelijke sportorganisatie van de desbetreffende sport die lid is van NOC*NSF;

  • p.

     sporttalent: aankomend topsporter die voldoet aan het talentprofiel Nationaal Talent of Internationaal Talent zoals vastgesteld door NOC*NSF;

  • q.

     talentcoach: coach onder regie van de sportbond die verantwoordelijk is voor toepassing van het meerjarenopleidingsplan van de sportbond, binnen de langetermijnvisie en het langetermijnbeleid van de (topsport)organisatie, waarbij programma en doelstellingen primair gericht zijn op de lange termijn ontwikkeling van sporttalenten en hun prestaties;

  • r.

     talentprofiel: profiel vastgesteld door NOC*NSF, met daarin criteria voor de ontwikkeling van internationale en nationale sporttalenten op het gebied van leeftijd, prestatieniveau en het trainings- en wedstrijdprogramma;

  • s.

     topsport: sport op het hoogste internationale niveau of nationale competitieniveau;

  • t.

     topsporter: individuele sporter die, al dan niet via een vereniging, lid is van een sportbond of een aansluitingsovereenkomst met die sportbond heeft en die op het hoogste internationale niveau of nationale competitieniveau een sport beoefent uit een topsportprogramma;

  • u.

     topsportevenement of -wedstrijd: evenement of wedstrijd, te weten Olympische en Paralympische Spelen, Wereldkampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldbekerwedstrijd, Nederlands Kampioenschap voor senioren op het hoogste niveau;

  • v.

     topsportprogramma: programma dat is opgenomen in het reglement Topsport- en Internationale Wedstrijdsportdisciplines van NOC*NSF of erkend is door een sportbond;

  • w.

     topsporttraining: training van topsporters en sporttalenten die deel uitmaken van een topsportprogramma;

  • x.

     trainings- en wedstrijdprogramma: jaarlijks programma dat door een sportbond is erkend en dat door een sporttalent wordt uitgevoerd op het gebied van topsporttrainingen en wedstrijden.

Artikel 1.2 Subsidievorm

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2  Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

  • 3  In afwijking van het tweede lid, worden subsidies als bedoeld in artikel 2.2 verstrekt in de vorm van een geldlening.

§ 2 Sportaccommodaties voor topsportwedstrijden of topsportevenementen

Artikel 2.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     CDI2*: internationale dressuurwedstrijd met een classificatie van twee sterren;

  • b.

     CIC2* of CCI2*: internationale eventingwedstrijd met een classificatie van twee sterren;

  • c.

     CSI2*: internationale springwedstrijd met een classificatie van twee sterren;

  • d.

     hippische topsportwedstrijden: hippische wedstrijden in de Olympische disciplines springen, dressuur en eventing die staan genoemd op de internationale wedstrijdkalender van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie voor 2013 en 2014;

  • e.

     kleine onderneming: onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal niet de € 10.000.000 overschrijdt;

  • f.

     KNHS: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie.

Artikel 2.1a Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door kleine ondernemingen.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het verbouwen of herinrichten van sportaccommodaties ten behoeve van de organisatie van hippische topsportwedstrijden.

Artikel 2.3 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien de subsidieaanvrager voor dezelfde kernsport een aanvraag heeft ingediend onder paragraaf 3 van deze subsidieregeling.

Artikel 2.4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de sportaccommodatie is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     het project is gericht op het laten voldoen van de sportaccommodatie aan de actuele eisen die door de desbetreffende internationale sportorganisaties gesteld worden;

  • c.

     uit de prestaties blijkt dat er in de sportaccommodatie in 2013 ten minste een hippische topsportwedstrijd heeft plaatsgevonden die geclassificeerd is als CSI2*, CDI2*, CIC2* of CCI2* en hoger;

  • d.

     in 2014 worden binnen de sportaccommodatie ten minste twee hippische topsportwedstrijden gehouden die geclassificeerd zijn als CSI2*, CDI2*, CIC2* of CCI2* en hoger;

  • e.

     de sportaccommodatie omvat faciliteiten die voor ten minste 80% van de capaciteit bedoeld zijn voor sportbeoefening;

  • f.

     de sportaccommodatie wordt jaarlijks voor ten minste 20% door andere prof- of amateursporters gebruikt;

  • g.

     de sportaccommodatie wordt gebruikt voor trainingen van Brabantse sporters met de KNHS-status ‘Belofte’, ‘Nationaal talent’ of ‘Internationaal talent’;

  • h.

     tot de sportaccommodatie wordt op transparante en niet-discriminerende basis toegang verleend of zal toegang worden verleend;

  • i.

     de sportaccommodatie is geschikt of wordt geschikt gemaakt voor gehandicapten en breedtesport;

  • j.

     de sportaccommodatie biedt organisaties die mensen met een beperking begeleiden, scholen, en organisaties die Beloftentrainingen van de KNHS Noord-Brabant uitvoeren de mogelijkheid om tegen gereduceerd tarief gebruik te maken van de accommodatie;

  • k.

     het project draagt in positieve zin bij aan de ontwikkeling van de economie of regionale economie;

  • l.

     het project leidt binnen drie jaar na realisatie tot een netto toename van het aantal werknemers in de betrokken sportaccommodatie in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije twaalf maanden, waarbij deze werkgelegenheid ten minste voor drie jaar blijft behouden;

  • m.

     het project kan voor 1 januari 2018 worden gerealiseerd, blijkend uit planning en een overzicht van de procedures van publiekrechtelijke besluitvorming die ten behoeve van het project worden doorlopen;

  • n.

     het project heeft de instemming en planologische medewerking van de gemeente waarin het project plaatsvindt, blijkend uit een schriftelijke verklaring;

  • o.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

       een sluitende exploitatiebegroting voor ten minste tien jaar;

    • 3°.

       een sluitende investeringsbegroting;

    • 4°.

       een definitieve financieringsofferte van een bankinstelling.

Artikel 2.5 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.6 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.5 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     exploitatiekosten;

  • d.

     kosten voor de inrichting van de sportaccommodatie, die niet aard- en nagelvast met de sportaccommodatie zijn verbonden;

  • e.

     eigen apparaatskosten van de subsidieaanvrager;

  • f.

     kosten van leges en vergunningen;

  • g.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures;

  • h.

     kosten voor de verwerving van grond of het inbrengen van de waarde van de grond die de aanvrager reeds in bezit heeft.

Artikel 2.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de periode van 6 januari 2014 tot en met 30 juni 2014.

Artikel 2.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.2, voor de periode van 6 januari 2014 tot en met 30 juni 2014, vast op € 1.000.000.

Artikel 2.9 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.2, bedraagt maximaal € 500.000.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 200.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 2.10 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 2.10a Subsidieverlening

  • 1  Subsidie in de vorm van een geldlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en de provincie een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt.

  • 2  In de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, en in de beschikking tot subsidieverlening wordt een regime voor betaling van rente en aflossing opgenomen.

Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2018 gerealiseerd;

  • b.

     de accommodatie wordt ten minste gedurende vijf jaar na vaststelling van de subsidie gebruikt ten behoeve van de organisatie van topsportwedstrijden;

  • c.

     de sportaccommodatie is openbaar toegankelijk;

  • d.

     de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • e.

     de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 2.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 2.13 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 3 Sportaccommodaties voor topsporttraining

Artikel 3.1 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door gemeenten.

Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het bouwen, verbouwen, inrichten of herinrichten van sportaccommodaties ten behoeve van topsporttrainingen.

Artikel 3.3 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt;

  • b.

     de subsidieaanvrager reeds op grond van deze paragraaf subsidie voor dezelfde kernsport heeft ontvangen;

  • c.

     de subsidieaanvrager voor dezelfde kernsport een aanvraag heeft ingediend onder paragraaf 2 van deze subsidieregeling;

  • d.

     het project is gericht op voetbalstadions of sportaccommodaties ten behoeve van betaald voetbal organisaties.

Artikel 3.4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de sportaccommodatie is of zal zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     de sportaccommodatie wordt gebruikt of zal worden gebruikt voor een kernsport;

  • c.

     de sportaccommodatie is bestemd voor een Centrum voor Topsport en Onderwijs, een Nationaal Topsportcentrum of een regionaal talentencentrum;

  • d.

     de sportaccommodatie is geschikt of wordt geschikt gemaakt voor:

    • 1°.

       multifunctioneel gebruik;

    • 2°.

       gehandicaptensport;

    • 3°.

       breedtesport.

  • e.

     de sportaccommodatie is openbaar toegankelijk of zal openbaar toegankelijk worden gemaakt;

  • f.

     het project is gericht op het geschikt maken van de sportaccommodatie voor topsporttrainingen;

  • g.

     het project is gericht op technologische innovatie;

  • h.

     het project is gericht op het laten voldoen van de sportaccommodatie aan de actuele eisen die door de sportbond gesteld worden;

  • i.

     het project is gericht op internationale en nationale promotie van de provincie Noord-Brabant;

  • j.

     het project heeft een economische spin-off;

  • k.

     het project heeft een regionale functie;

  • l.

     in het project werken overheid, onderwijs- of kennisinstellingen en ondernemers samen;

  • m.

     aan het project ligt een positieve verklaring van de sportbond ten grondslag;

  • n.

     het project kan voor 1 januari 2017 worden gerealiseerd, blijkend uit een planning en een overzicht van de procedures van publiekrechtelijke besluitvorming die ten behoeve van het project worden doorlopen;

  • o.

     het project heeft de instemming van de grondeigenaar en de eigenaar van de sportaccommodatie, blijkend uit een schriftelijke verklaring;

  • p.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

       een sluitende exploitatiebegroting voor ten minste tien jaren;

    • 3°.

       een sluitende investeringsbegroting.

Artikel 3.5 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.6 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.5 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     exploitatiekosten;

  • d.

     kosten gerelateerd aan kantineruimte en -inventaris;

  • e.

     eigen apparaatskosten van de subsidieaanvrager;

  • f.

     kosten van leges en vergunningen;

  • g.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures.

Artikel 3.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 1 april 2013 tot en met 31 december 2013.

Artikel 3.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.2, voor de tenderperiode van 1 april 2013 tot en met 31 december 2013, vast op € 0.

Artikel 3.9 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.2, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 2.000.000.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 25.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 3.10 Verdeelcriteria

  • 1  Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 3.8, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige subsidieaanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

       de mate waarin het project een regionale functie heeft, blijkend uit de mate waarin sporters uit andere gemeenten en sportbonden gebruik maken van de accommodatie, te waarderen met maximaal 20 punten;

    • b.

       de mate waarin het project bijdraagt aan de internationale en nationale promotie van de provincie Noord-Brabant, te waarderen met maximaal 20 punten;

    • c.

       de mate waarin het project bijdraagt aan gehandicaptensport en breedtesport, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • d.

       de mate waarin het project bijdraagt aan technologische innovatie, te waarderen met maximaal 10 punten;

    • e.

       de mate waarin overheid, onderwijs- of kennisinstellingen en ondernemers samenwerken, te waarderen met maximaal 5 punten;

    • f.

       de mate waarin het project bijdraagt aan economische spin-off in de provincie Noord-Brabant, te waarderen met maximaal 5 punten.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

     de sportaccommodatie wordt na realisatie voor een periode van ten minste tien jaren gebruikt ten behoeve van topsporttrainingen;

  • c.

     de sportaccommodatie wordt multifunctioneel gebruikt;

  • d.

     de sportaccommodatie is openbaar toegankelijk;

  • e.

     bij subsidies van € 125.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • f.

     bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 3.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 3.13 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 4 Fieldlabs voor (top)sportonderzoek

Artikel 4.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • b.

    fieldlab: locatie voor onderzoek en innovatie ten behoeve van (top)sport, waar sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen structureel samenwerken;

  • c.

     InnosportNL: landelijke organisatie die sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenbrengt teneinde sportinnovaties tot stand te brengen;

  • d.

     onderzoek: onderzoek gericht op het ontwikkelen en uittesten van sportproducten of sporttoepassingen ten behoeve van (top)sport;

  • e.

    RJO: door de KNVB gecertificeerde regionale jeugdopleiding;

  • f.

     Sports & Technology: regionale organisatie die sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenbrengt teneinde technologische sportinnovaties tot stand te brengen;

  • g.

    topsporttrainingslocatie: accommodatie van een sportvereniging die binnen de desbetreffende sport op het hoogste competitieniveau in Nederland uitkomt.

Artikel 4.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door rechtspersonen.

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het bouwen, verbouwen, inrichten of herinrichten van fieldlabs voor:

  • a.

     hockey;

  • b.

     hippische sport;

  • c.

     wielrennen;

  • d.

     zwemmen;

  • e.

     atletiek;

  • f.

     turnen; of

  • g.

     voetbal.

Artikel 4.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt;

  • b.

     de aanvraag is gericht op een nieuw fieldlab voor een kernsport waarvoor reeds een door Gedeputeerde Staten gesubsidieerd fieldlab bestaat.

Artikel 4.5 Subsidievereisten

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project is gericht op het geschikt maken van de locatie als fieldlab;

    • b.

       het project is gericht op technologische innovatie;

    • c.

       het project heeft een economische spin-off;

    • d.

       in het project werken sport, overheid, onderwijs- of kennisinstellingen en ondernemers samen;

    • e.

       het project levert een actieve bijdrage aan internationale en nationale promotie van de provincie Noord-Brabant;

    • f.

       het fieldlab is of zal zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

    • g.

       het fieldlab is bestemd voor een of meerdere kernsporten;

    • h.

       het fieldlab is openbaar toegankelijk of zal openbaar toegankelijk worden gemaakt;

    • i.

       het project is inhoudelijk afgestemd met Sports & Technology;

    • j.

       aan het project ligt een positief advies vanuit de sportbond ten grondslag, blijkend uit een schriftelijke verklaring;

    • k.

       het project heeft de instemming en planologische medewerking van de gemeente waarin het project plaatsvindt, blijkend uit een schriftelijke verklaring;

    • l.

      de sporttechnische analyses door het fieldlab vinden plaats op een of meerdere topsporttrainingslocaties in de provincie Noord-Brabant;

    • m.

       het project heeft de instemming van de vereniging of verenigingen op wiens accommodatie de sporttechnische analyses gaan plaatvinden, blijkend uit een schriftelijke verklaring, tenzij de vereniging zelf de aanvrager is

    • n.

       ten behoeve van het project is een inhoudelijk plan opgesteld, waarin staan beschreven:

      • 1°.

         de organisatie of voorgenomen organisatie die het fieldlab operationeel beheert;

      • 2°.

         de voorgenomen activiteiten door de organisatie die het fieldlab operationeel beheert;

      • 3°.

         de wijze waarop deze activiteiten leiden tot business creatie;

      • 4°.

         de wijze waarop het fieldlab een unieke positie kan verkrijgen ten opzichte van al bestaande initiatieven in Nederland;

      • 5°.

         de wijze waarop het fieldlab het principe van open innovatie toepast en zich committeert aan de mogelijkheden tot kennisuitwisseling en facility sharing met andere fieldlabs in de regio of daarbuiten.

    • o.

       het project kan voor 1 januari 2017 worden gerealiseerd, blijkend uit een planning en een overzicht van de procedures van publiekrechtelijke besluitvorming die ten behoeve van het project worden doorlopen;

    • p.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende exploitatiebegroting voor ten minste tien jaren;

      • 3°.

         een sluitende investeringsbegroting.

  • 2. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3, onder g, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat in het project wordt samengewerkt met een of meerdere RJO’s in de provincie Noord-Brabant.

Artikel 4.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4.7 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 4.6 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     exploitatiekosten;

  • d.

     kosten gerelateerd aan kantineruimte en -inventaris;

  • e.

     eigen apparaatskosten van de subsidieaanvrager;

  • f.

     kosten van leges en vergunningen;

  • g.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures.

Artikel 4.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend voor 29 november 2014.

Artikel 4.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.3, voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 28 november 2014, vast op:

  • a.

     € 200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder a;

  • b.

     € 200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder b;

  • c.

     € 0 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder c;

  • d.

     € 0 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder d;

  • e.

     € 0 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder e;

  • f.

     € 0 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder f;

  • g.

    € 200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 4.3, onder g.

Artikel 4.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4.3, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 200.000.

  • 2  Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 25.000, wordt de subsidie niet verstrekt.

  • 3 Onverminderd het maximum, genoemd in het eerste lid, wordt indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat voor het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen niet wordt overschreden.

Artikel 4.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 4.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

     het fieldlab wordt voor een periode van ten minste tien jaren gebruikt voor innovatie en onderzoek ten behoeve van (top)sport;

  • c.

     het fieldlab is openbaar toegankelijk of zal openbaar toegankelijk worden gemaakt;

  • d.

     bij subsidies van € 125.000 en hoger overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • e.

     bij subsidies van € 125.000 en hoger houdt de subsidieontvanger een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 4.13 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 4.14 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 4a Technologische sportinnovatie

Artikel 4a.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • b.

     fieldlab: locatie voor innovatie en onderzoek ten behoeve van sport of topsport, waar sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen structureel samenwerken;

  • c.

     MKB-bedrijf: bedrijf waar minder dan 250 personen voltijds werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet de 50 miljoen of het jaarlijks balanstotaal de 43 miljoen niet overschrijdt;

  • d.

     kennisinstelling: geheel of gedeeltelijk door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden, niet zijnde een fieldlab.

Artikel 4a.2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

     MKB-bedrijven;

  • b.

     onderwijs- of kennisinstellingen.

Artikel 4a.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op technologische innovatie in de sport.

Artikel 4a.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien aan de subsidieaanvrager reeds voor twee projecten op grond van deze paragraaf subsidie is verstrekt.

Artikel 4a.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4a.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     het project is gericht op het ontwikkelen, testen en maken van testversies van sportproducten;

  • c.

     het project wordt uitgevoerd vanuit een door Gedeputeerde Staten gesubsidieerd fieldlab;

  • d.

     in het project participeren ten minste twee van de volgende organisaties:

    • 1°.

        sportorganisatie;

    • 2°.

       onderwijs- of kennisinstelling;

    • 3°.

       MKB-bedrijf;

  • e.

     het project is gericht op een beoogde marktintroductie van de innovatie na afronding van het project;

  • f.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan inclusief activiteitenplanning, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

       een sluitende begroting.

Artikel 4a.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4a.7 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 4a.6 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor de accommodatie van het fieldlab;

  • b.

     kosten voor reguliere activiteiten van de subsidieaanvrager en zijn partners als bedoeld in artikel 4a.5, onder d;

  • c.

     reis- en verblijfkosten;

  • d.

     kosten voor de aanvraag van patenten;

  • e.

     kosten voor deelname aan cursussen, beurzen of workshops;

  • f.

     kosten voor salesactiviteiten;

  • g.

     kosten voor de aanschaf van productiemiddelen.

Artikel 4a.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 6 januari 2014 tot en met 15 december 2014.

Artikel 4a.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4a.3 voor de periode van 6 januari 2014 tot en met 15 december 2014 vast op € 90.000.

Artikel 4a.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4a.3, bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 7.500 per project.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen niet wordt overschreden.

Artikel 4a.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

Artikel 4a.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1  De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting dat het project binnen een jaar na subsidieverlening wordt gerealiseerd.

  • 2  De subsidieontvanger kan een aanvraag indienen tot ontheffing van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om te voldoen aan deze verplichting.

Artikel 4a.13 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

§ 5 Topsport en onderwijs

Artikel 5.1 

Vervallen.

Artikel 5.2 

Vervallen.

Artikel 5.3 

Vervallen.

Artikel 5.4 

Vervallen.

Artikel 5.5 

Vervallen.

Artikel 5.6 

Vervallen.

Artikel 5.7 

Vervallen.

Artikel 5.8 

Vervallen.

Artikel 5.9 

Vervallen.

Artikel 5.10 

Vervallen.

Artikel 5.11 

Vervallen.

Artikel 5.12 

Vervallen.

Artikel 5.13 

Vervallen.

 § 6 Ontwikkeling van sporttalenten

Artikel 6.1 

Vervallen.

Artikel 6.2 

Vervallen.

Artikel 6.3 

Vervallen.

Artikel 6.4 

Vervallen.

Artikel 6.5 

Vervallen.

Artikel 6.6 

Vervallen.

Artikel 6.7 

Vervallen.

Artikel 6.8 

Vervallen.

Artikel 6.9 

Vervallen.

Artikel 6.10 

Vervallen.

Artikel 6.11 

Vervallen.

Artikel 6.12 

Vervallen..

Artikel 6.13 

Vervallen.

Artikel 6.14 

Vervallen.

§ 7 Gehandicaptensport

Artikel 7.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • b.

     gehandicapte: persoon die wordt belemmerd in zijn lichamelijk of geestelijk functioneren;

  • c.

     sportloket voor gehandicapten: loket waar gehandicapten terecht kunnen voor advies en doorverwijzing met betrekking tot het sportaanbod, hulpmiddelen en vervoer.

Artikel 7.2 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door rechtspersonen.

Artikel 7.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     deelname van gehandicapten aan sport door het aanbieden van sportactiviteiten;

  • b.

     het inrichten van sportloketten.

Artikel 7.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     de totale projectkosten minder dan € 5.000 bedragen;

  • b.

     voor projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder b de aanvrager op grond van die bepaling reeds subsidie heeft ontvangen.

Artikel 7.5 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project heeft betrekking op ten minste twee gemeenten;

    • b.

       het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • c.

       het project heeft een regionaal bereik;

    • d.

       het project is gericht op gehandicapten in de provincie Noord-Brabant;

    • e.

       het project is breed toegankelijk;

    • f.

       het project sluit aan op de infrastructuur met betrekking tot gehandicaptensport in de provincie Noord-Brabant;

    • g.

       het project is gericht op het leveren van maatwerk;

    • h.

       het project is gericht op de verbetering van de sociale binding en maatschappelijke participatie;

    • i.

       het project kan voor 1 januari 2017 worden gerealiseerd;

    • j.

       het project voldoet aan de eisen van het Besluit;

    • k.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf en het tweede, derde of vierde lid;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.3, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het sportloket is fysiek en digitaal goed bereikbaar;

    • b.

       het sportloket is regionaal gericht.

Artikel 7.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     loonkosten voor de uitvoering van het project door de subsidieaanvrager;

  • b.

     kosten van advisering, bemiddeling of begeleiding ten behoeve van het project;

  • c.

     huurkosten van de sportaccommodatie voor de uitvoering van het project;

  • d.

     reis- en verblijfkosten van de gehandicapte;

  • e.

     huurkosten van de accommodatie voor het sportloket;

  • f.

     inrichtingskosten van het sportloket;

  • g.

     voorlichtings- en promotiekosten ten behoeve van het project.

Artikel 7.7 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     kosten ten behoeve van de aanpassing van de sportaccommodatie;

  • d.

     exploitatiekosten;

  • e.

     kosten gerelateerd aan kantineruimte en -inventaris;

  • f.

     kosten van activiteiten met een commercieel oogmerk;

  • g.

     kosten van leges en vergunningen;

  • h.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures;

  • i.

     kosten voor deskundigheidsbevordering.

Artikel 7.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014.

 Artikel 7.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 7.3, voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, vast op € 640.000.

Artikel 7.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 7.3, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van:

    • a.

       € 50.000 voor projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder a;

    • b.

       € 100.000 voor projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder b.

  • 2  Onverminderd het eerste lid onder a, wordt indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen niet wordt overschreden.

Artikel 7.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 7.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     projecten als bedoeld in artikel 7.3, onder a zijn voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

     het project is breed toegankelijk;

  • c.

     de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.

Artikel 7.13 Prestatieverantwoording

  • 1  Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

  • 2  Bij subsidies van € 25.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door het overleggen van een activiteitenverslag.

Artikel 7.14 Bevoorschotting en betaling

  • 1  Gedeputeerde Staten verstrekken voor subsidies van € 25.000 en hoger een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2  Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte.

  • 3  Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in een keer.

§ 8 Sport voor ouderen vanaf 55 jaar

Artikel 8.1 Begripsbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt verstaan onder: de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen..

Artikel 8.2 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door rechtspersonen.

Artikel 8.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op deelname van ouderen van 55 jaar en ouder door het aanbieden van sportactiviteiten.

Artikel 8.4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien de totale projectkosten minder dan € 5.000 bedragen.

Artikel 8.5 Subsidievereisten

  • 1  Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project heeft betrekking op ten minste twee gemeenten;

    • b.

       het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

    • c.

       het project heeft een regionaal bereik;

    • d.

       het project is gericht op ouderen vanaf 55 jaar in de provincie Noord-Brabant;

    • e.

       het project is breed toegankelijk;

    • f.

       het project is aantoonbaar gericht op uitvoering van en inpassing in reguliere activiteiten;

    • g.

       het project is gericht op de verbetering van de sociale binding en maatschappelijke participatie;

    • h.

       het project kan voor 1 januari 2017 worden gerealiseerd;

    • i. 

      het project voldoet aan de eisen van het Besluit;

    • j.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende begroting.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.3 in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat het project aansluit bij landelijk erkende sportprogramma’s voor breedtesport.

Artikel 8.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     loonkosten voor de uitvoering van het project;

  • b.

     kosten van advisering, bemiddeling of begeleiding ten behoeve van het project;

  • c.

     huurkosten van de sportaccommodatie voor de uitvoering van het project;

  • d.

     voorlichtings- en promotiekosten ten behoeve van het project.

Artikel 8.7 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek;

  • b.

     aanbestedingskosten;

  • c.

     kosten ten behoeve van de aanpassing van de sportaccommodatie;

  • d.

     exploitatiekosten;

  • e.

     kosten gerelateerd aan kantineruimte en -inventaris;

  • f.

     kosten van activiteiten met een commercieel oogmerk;

  • g.

     kosten van leges en vergunningen;

  • h.

     kosten van gerechtelijke of juridische procedures;

  • i.

     kosten voor deskundigheidsbevordering.

Artikel 8.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014.

Artikel 8.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 8.3, voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, vast op € 260.000.

Artikel 8.10 Subsidiehoogte

  • 1  De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 8.3, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 20.000.

  • 2  Onverminderd het eerste lid, wordt indien aan de subsidieaanvrager reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 voor rechtspersonen niet wordt overschreden.

Artikel 8.11 Verdeelcriteria

  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 8.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is voor 1 januari 2017 gerealiseerd;

  • b.

     het project is breed toegankelijk.

Artikel 8.13 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en de aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 8.14

Vervallen.

§ 8a Jeugdsportfonds

Artikel 8a.1 Begripbepalingen specifiek

In deze paragraaf wordt onder Jeugdsportfonds verstaan: stichting, die zich inzet om kinderen te ondersteunen, die door het ontbreken van financiële middelen bij de ouders, geen lid kunnen worden van een sportvereniging.

Artikel 8a.2 Doelgroep

Subsidie kan op grond van deze paragraaf worden aangevraagd door gemeenten.

Artikel 8a.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op deelname van jeugd aan sportbeoefening.

Artikel 8a.4 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager reeds voor 1 januari 2014 was aangesloten bij het Jeugdsportfonds Brabant.

Artikel 8a.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8a.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

     de aanvrager is na 1 januari 2014 aangesloten bij het Jeugdsportfonds Brabant;

  • c.

     het project creëert sportkansen voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar die om financiële redenen geen lid kunnen worden van een sportvereniging;

  • d.

     aan het project liggen ten grondslag:

  • 1°.

     een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

  • 2°.

     een berekening van het aantal kinderen, bedoeld onder c;

  • 3°.

     een sluitende begroting.

Artikel 8a.6 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten voor contributie van een sportvereniging;

  • b.

     kosten voor sportkleding en materialen die specifiek bestemd zijn voor het desbetreffende type sport.

Artikel 8a.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014.

Artikel 8a.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 8a.3, voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014, vast op € 100.000.

Artikel 8a.9 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 8a.3, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:

  • a.

     € 10.000 voor gemeenten met een aantal kinderen van 750 of meer als bedoeld in artikel 8a.5, onder c;

  • b.

     € 7.500 voor gemeenten met een aantal kinderen tussen de 250 en 750 als bedoeld in artikel 8a.5, onder c;

  • c.

     € 5.000 voor gemeenten met een aantal kinderen van maximaal 250 als bedoeld in artikel 8a.5, onder c.

Artikel 8a.10 Verdeelcriteria

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 8a.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting om ten minste drie jaar aangesloten te blijven bij het Jeugdsportfonds Brabant.

Artikel 8a.12 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en de aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

§ 9 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9.1 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 9.2 Intrekking

De Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 wordt ingetrokken.

Artikel 9.3 Overgangsrecht

Voor subsidieaanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling blijft de Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2011-2016 zijn werking behouden.

Artikel 9.4 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Artikel 9.5 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sport Noord-Brabant 2013-2016.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 19 maart 2013

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

     

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling sport Noord-Brabant 2013-2016
CiteertitelSubsidieregeling sport Noord-Brabant 2013-2016
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpsport, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen. 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen. 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-04-201411-12-2014Art. 3.4, 4.1, 4.2, 4.5, 4.8, 4.9, 4.10, 7.5, 7.7, 8.5, 8.7

15-04-2014

Provinciaal Blad, 2014, 48

S3556997
01-01-201417-04-2014Art. 1.2, 2.1, 2.1a, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.10a, 2.11, 2.13, 4.9, 4a.1 t/m 4a.13, §5 en 6 (vervallen), art. 7.1, 7.5, 7.8, 7.9, 7.10, 8.1, 8.3, 8.5, 8.8, 8.9, 8.10, 8.12, 8.13, 8.14, 8a.1 t/m 8a.12

10-12-2013

Provinciaal Blad, 2013, 179

3500353
28-06-201301-01-2014Art. 4.9

18-06-2013

Provinciaal Blad, 2013, 94

S0267872
01-04-201328-06-2013Nieuwe regeling

19-03-2013

Provinciaal Blad, 2013, 45

3370774