Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten d.d. 20 november 2012, alsmede de Memorie van Antwoord/Nota van Wijziging van Gedeputeerde Staten d.d. 8 januari 2013;

Gelet op de artikelen 105, 143 en 145 van de Provinciewet;

Gelet op het advies van de commissie voor Ecologie en Handhaving d.d. 14 december 2012;

Overwegende de uitvoering van het bestuursakkoord rijk – provincies 2008-2011, uitwerking bestuursakkoord rijk – provincies 2008-2011, de meicirculaire provinciesfonds 2011 en de uitvoeringsvisie externe veiligheid van het interprovinciaal overleg;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 21 december 2010 het Programma Brabant Veiliger 2011-2014 hebben vastgesteld;

Overwegende dat het Programma Brabant Veiliger 2011-2014 wordt uitgevoerd in samenwerking met de gemeenten, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten in Noord-Brabant.

Overwegende dat Provinciale Staten het in dat kader wenselijk achten regels op te stellen voor het verstrekken van bijdragen aan gemeenten, veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten ten behoeve van het borgen van een adequate en structurele uitvoering van de externe veiligheidstaken in Noord-Brabant;

besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bijdrage: aanspraak op financiële middelen, als bedoeld in artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    BRZO-inspecties: inspecties op grond van het Besluit risico’s zware ongevallen;

  • c.

    controleverklaring: accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek;

  • d.

    externe veiligheid: beheersen van risico’s die ontstaan voor de omgeving bij de opslag, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen, alsmede risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van luchthavens;

  • e.

    financieel verslag: verslag waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de bijdrage van belang zijn;

  • f.

    materiële kosten: kosten voor inhuur van een medewerker;

  • g.

    omgevingsdienst: de omgevingsdiensten Brabant-Noord, Midden- en West-Brabant en Zuidoost-Brabant;

  • h.

    regionaal samenwerkingsverband: Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en Samenwerkingsverband Regio Noordoost-Brabant;

  • i.

    veiligheidsregio: de veiligheidsregio’s Brabant-Noord, Midden- en West-Brabant en Zuidoost-Brabant.

Artikel 2 Toepasselijkheid

De Algemene subsidieverordening Noord-Brabant en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op deze verordening.

Artikel 3 Delegatie

Door Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels worden vastgesteld en besluiten worden genomen betreffende:

  • a.

    het vaststellen van een bijdrageplafond;

  • b.

    het verstrekken van bijdragen;

  • c.

    het weigeren, intrekken of wijzigen van bijdragebeschikkingen;

  • d.

    het verlenen van voorschotten;

  • e.

    het betalen van bijdragen in gedeelten;

  • f.

    het opschorten van de verplichting tot betaling van bijdragen;

  • g.

    het terugvorderen van onverschuldigd betaalde bijdragen;

  • h.

    alle overig ter zake van bijdragen te nemen uitvoeringsbesluiten, waaronder het beslissen op bezwaarschriften tegen bijdragebesluiten.

Artikel 4 Doelgroep

Een bijdrage kan worden aangevraagd door:

  • a.

    gemeenten;

  • b.

    veiligheidsregio’s;

  • c.

    omgevingsdiensten;

  • d.

    regionale samenwerkingsverbanden.

Artikel 5 Activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage

Een bijdrage kan worden verstrekt voor:

  • a.

    taken op het gebied van externe veiligheid;

  • b.

    samenwerkingsactiviteiten op het gebied van externe veiligheid.

Artikel 6 Vereisten voor een bijdrage

  • 1 Om voor een bijdrage als bedoeld in artikel 5, onder a, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de taken bijdragen aan de externe veiligheid in Noord-Brabant.

  • 2 Om voor een bijdrage als bedoeld in artikel 5, onder b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de activiteit voldoet aan de vereisten, genoemd in bijlage 1.

Artikel 7 Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage

  • 1 Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de bijdrage, komen alle daadwerkelijk gemaakte kosten voor een bijdrage in aanmerking.

  • 2 In afwijking van het eerste lid komen voor veiligheidsregio’s de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      kosten voor adviestaak groepsrisico;

    • b.

      kosten voor risicocommunicatie;

    • c.

      kosten voor BRZO-inspecties voor wat betreft kennisopbouw, ontwikkeling, onderhoud, onderhoud procedures en algemeen overleg.

  • 3 In afwijking van het eerste lid komen voor omgevingsdiensten de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      kosten voor het op peil houden van kennis en vaardigheden, stimuleren samenwerking en faciliteren van gemeenten;

    • b.

      kosten voor het borgen van een adequate en structurele uitvoering van externe veiligheidstaken die in opdracht van gemeenten en provincie worden uitvoerd.

Artikel 8 Vereisten aanvraag

Een aanvraag voor een bijdrage voldoet aan de volgende vereisten:

  • a.

    een aanvraag wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten;

  • b.

    aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 5, onder a, worden ingediend voor 1 april van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft;

  • c.

    aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 5, onder b, worden gedurende het hele jaar ingediend;

  • d.

    aan een aanvraag als bedoeld onder b, ligt een activiteitenplan ten grondslag waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijn opgenomen:

    • 1e

      een omschrijving van de taak;

    • 2e

      het aantal geplande uren;

    • 3e

      het uurtarief;

    • 4e

      de geplande materiële kosten.

  • e.

    aan een aanvraag als bedoeld onder c, ligt een activiteitenplan ten grondslag waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijn opgenomen:

    • 1e

      aanleiding, omschrijving, doel en resultaat van de activiteit;

    • 2e

      de deelnemende organisaties;

    • 3e

      de activiteitleiding van de deelnemende organisaties;

    • 4e

      de tijdsplanning;

    • 5e

      een sluitende begroting waaruit de financiële bijdrage blijkt die wordt geleverd door de deelnemende organisaties, inclusief de verdeling ervan;

    • 6e

      de communicatie gedurende en na uitvoering van de activiteit.

Artikel 9 Bijdrageplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks de bijdrageplafonds voor de activiteiten bedoeld in artikel 5, onder a en b, vast.

Artikel 10 Verdeelcriteria

  • 1 Bijdragen als bedoeld in artikel 5, onder b, worden verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de bijdrage de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3 Dreigt het bijdrageplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 11 Beslistermijnen verlenen van een bijdrage

  • 1 Gedeputeerde Staten beslissen op een aanvraag voor een bijdrage binnen 8 weken na afloop van de aanvraagperiode.

  • 2 De beslissing, bedoeld in het eerste lid, kan eenmaal met ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

Artikel 12 Verplichtingen van de ontvanger

Aan de ontvanger van de bijdrage worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de ontvanger bericht onverwijld aan Gedeputeerde Staten indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed zijn op de bijdrageverstrekking onder overlegging van de relevante stukken;

  • b.

    indien door of namens de ontvanger van de bijdrage een of meer publicaties worden gedaan met betrekking tot de bij te dragen activiteit, dient in de publicaties vermeld te worden dat de activiteit geheel of gedeeltelijk met financiële steun van de provincie wordt of is gerealiseerd. 

Artikel 13 Vaststelling bijdrage

  • 1 Aanvragen tot vaststelling van de bijdrage worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2 Aanvragen tot vaststelling van een bijdrage als bedoeld in artikel 5, onder a, worden ingediend voor 1 april van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de bijdrage is verleend.

  • 3 In afwijking van het tweede lid worden aanvragen tot vaststelling van een bijdrage ingediend voor 1 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de bijdrage is verleend, indien de bijdrage het bedrag van € 100.000 te boven gaat.

  • 4 Aanvragen tot vaststelling van een bijdrage als bedoeld in artikel 5, onder b, worden ingediend binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten.

  • 5 Aan de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, ligt een activiteitenverslag ten grondslag waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijn opgenomen:

    • a.

      de wijze waarop de taak is uitgevoerd;

    • b.

      werkelijk bestede uren;

    • c.

      uurtarief;

    • d.

      werkelijke materiële kosten;

    • e.

      indien van toepassing een toelichting op de afwijkingen tussen planning en realisatie.

  • 6 Aan de aanvraag, bedoeld in het derde lid, ligt een activiteitenverslag ten grondslag waarin in ieder geval de resultaten van de activiteiten zijn opgenomen.

  • 7 Onverminderd het derde en vierde lid gaat de aanvraag tot vaststelling van de bijdrage vergezeld van:

    • a.

      een financieel verslag dat gewaarmerkt is door het bestuur; of

    • b.

      een controleverklaring in het geval de bijdrage het bedrag van € 100.000 te boven gaat.

  • 8 Gedeputeerde Staten beslissen op een aanvraag tot vaststelling van de bijdrage binnen acht weken na ontvangst van die aanvraag.

  • 9 De beslissing, bedoeld in het achtste lid, kan eenmaal met ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

 Artikel 14 Intrekking en wijziging bijdrage

De bijdrage kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:

  • a.

    de taken of activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;

  • b.

    niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de beschikking tot verlening van de bijdrage verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • c.

    de ontvanger onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.

Artikel 15 Betaling en bevoorschotting

  • 1 Voor een bijdrage als bedoeld in artikel 5, onder a, bedraagt het voorschot in totaal ten hoogste 80% van de verleende bijdrage.

  • 2 Voor een bijdrage als bedoeld in artikel 5, onder b, vindt betaling plaats bij de beschikking tot vaststelling van de bijdrage.

Artikel 16 Hardheidsclausule

Door Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken, voor zover toepassing gelet op het belang van het borgen van een adequate en structurele uitvoering van de externe veiligheidstaken zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 17 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Bijdrageverordening Brabant Veiliger Noord-Brabant 2013-2014. 

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 25 januari 2013

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier, mw. drs. C.J.M. Dortmans

 

Bijlage 1 Vereisten samenwerkingsactiviteiten

Om de lokale en regionale uitvoering te faciliteren worden regionale samenwerkingsactiviteiten uitgevoerd. Het is ook mogelijk dat gezamenlijke activiteiten Brabantbreed worden uitgevoerd.

De samenwerkingsactiviteiten worden bepaald aan de hand van de volgende vereisten:

  • 1.

     Activiteiten die regionaal aangepakt worden, moeten noodzakelijk zijn.

    In de komende tijd staan vooral activiteiten in het kader van ruimtelijke ordening en transport van gevaarlijke stoffen centraal. Daarnaast zijn activiteiten die bijdragen aan het borgen van een structurele en adequate uitvoering van externe veiligheidstaken van belang. Er wordt voorrang gegeven aan activiteiten waarbij deze onderwerpen centraal staan.

  • 2.

     Alle betrokken organisaties (gemeenten, regionale omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s) tonen hun bereidheid om zelf bij te dragen aan de activiteiten die regionaal worden aangepakt (financieel of in personele bijdrage).

  • 3.

     De activiteiten zijn van belang voor het gros van de organisaties in de regio.

  • 4.

     De activiteiten dragen bij aan het behalen van de kwaliteitscriteria EV.

  • 5.

     Structurele overleggen of structurele taken komen niet in aanmerking voor een bijdrage. Van de omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en gemeenten wordt verwacht dat zij samenwerkingsactiviteiten initiëren, coördineren en begeleiden en hiervoor eigen middelen inzetten.

  • 6.

     Activiteiten waarvoor al andere middelen worden uitgekeerd (bv in het kader van expertisebundeling bij BRZO-toezicht) komen niet in aanmerking voor een bijdrage.

  • 7.

     Onderwerpen waarvoor landelijke trajecten (bv IPO-projecten) worden uitgevoerd, komen niet in aanmerking voor een bijdrage.

  • 8.

     Een gedeelte van het budget is gereserveerd voor communicatie (bv cofinanciering EV-bijeenkomsten). Bijdragen  voor communicatieactiviteiten per activiteit worden niet toegekend.

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingBijdrageverordening Brabant Veiliger 2013-2014
CiteertitelBijdrageverordening Brabant Veiliger Noord-Brabant 2013-2014
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpfinancieel kader, bijdrage

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet, art. 105, 143, 145

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-02-201301-01-2015nieuwe regeling

25-01-2013

Provinciaal Blad, 2013, 16

Statenvoorstel 77/12