Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingLegesverordening Noord-Brabant 2012
CiteertitelLegesverordening Noord-Brabant 2012
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpleges, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet, art. 220

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen. 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-10-201203-07-2013nieuwe regeling

21-09-2012

Provinciaal Blad, 2012, 244

Statenvoorstel 19/12

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Provinciale Staten van Noord-Brabant;

Gelet op het voorstel van Gedeputeerde Staten van 3 juli 2012;

Gelet op artikel 220 van de Provinciewet;

Gezien het advies van de Commissie voor Mobiliteit en Financiën van 31 augustus 2012;

Gelet op de Memorie van Antwoord van Gedeputeerde Staten van 11 september 2012;

Overwegende dat Provinciale Staten op grond van artikel 223 van de Provinciewet rechten kunnen heffen ter zake van het genot van door of vanwege het provinciebestuur verstrekte diensten.

Overwegende dat Provinciale Staten daartoe op 26 juni 2001 de Legesverordening provincie Noord-Brabant 2002 hebben vastgesteld, laatstelijk gewijzigd op 9 juli 2010;

Overwegende dat Provinciale Staten die verordening wensen te wijzigen, om meer duidelijkheid en consistentie in de verordening aan te brengen en zij daarbij tevens van de gelegenheid gebruik maken om de regeling in overeenstemming te brengen met de Aanwijzingen voor de Provinciale Regelgeving;

Overwegende dat Provinciale Staten vanwege het grote aantal wijzigingen een geheel nieuwe verordening wensen vast te stellen;

Besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder leges: rechten als bedoeld in artikel 223, eerste lid, onder b, van de Provinciewet.

Artikel 2. Belastingplichtig

Leges worden geheven van degene:

  •  

    op wiens aanvraag een in de tarieventabel, behorende bij deze verordening, omschreven dienst wordt verricht;

  •  

    ten behoeve van wie een in de tarieventabel, bedoeld onder a, omschreven dienst wordt verricht.

Artikel 3. Voorwerp van de belasting

Leges worden geheven ter zake van de categorieën, opgenomen in de tarieventabel, bedoeld in artikel 2, onder a.

Artikel 4 . Belastbaar feit

Leges is verschuldigd voor het aanvragen van een dienst als bedoeld in artikel 223, eerste lid, onder b, van de Provinciewet.

Artikel 5. Heffingsmaatstaf en tarieven

Leges worden geheven naar de heffingsmaatstaven en de tarieven, opgenomen in de tarieventabel, bedoeld in artikel 2, onder a.

Artikel 6 Tijdstip ingang heffing

Leges is verschuldigd vanaf het moment van indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 4.

Artikel 7 Heffingswijze

Leges wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

Artikel 8 Wijze bekendmaking heffing

Kennisgeving van het gevorderde legesbedrag vindt plaats door middel van toezending van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, aan de belastingplichtige.

Artikel 9 Vrijstelling

Geen leges worden geheven voor drukwerk als bedoeld in categorie 1.2, indien en voor zover de in rekening te brengen vergoeding minder bedraagt dan € 100,--.

Artikel 10 Vermindering of teruggaaf

  •  

    De belastingplichtige kan een aanvraag tot vermindering of teruggaaf van leges doen, indien de aanvraag om een vergunning, ontheffing, toestemming, vrijstelling of andere beschikking waarvoor leges worden geheven op grond van deze verordening:

    •  

      ingevolge artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling wordt genomen;

    •  

      door de belastingplichtige ingetrokken wordt voordat op de aanvraag is beschikt;

    •  

      wordt afgewezen of geweigerd.

  •  

    De hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt:

    •  

      50% van het basistarief voor een aanvraag, indien sprake is van een basistarief, plus 100% van alle toeslagen en verhogingen;

    •  

      50% van het volledige tarief voor een aanvraag, indien er geen sprake is van een basistarief.

  •  

    De hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt:

    •  

      75% van de geheven leges, indien intrekking geschiedt door de aanvrager;

    •  

      100% van de geheven leges, indien intrekking geschiedt op verzoek van Gedeputeerde Staten.

  •  

    De hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, onder c, bedraagt 50% van de geheven leges.

  •  

    In afwijking van het eerste lid vindt geen teruggaaf plaats als leges zijn geheven als gevolg van het bepaalde in onderdeel 5.1 Omgevingsvergunning van de tarieventabel als bedoeld in artikel 3.

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Door Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken, voor zover toepassing gelet op het belang van het doel van deze regeling zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13 Intrekking

De Legesverordening provincie Noord-Brabant 2002 wordt ingetrokken.

Artikel 14 Overgangsrecht

Voor aanvragen ingediend voor 1 oktober 2012 blijft de Legesverordening provincie Noord-Brabant 2002 zijn werking behouden.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2012.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Noord-Brabant 2012.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 21 september 2012

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier mw. drs. C.J.M. Dortmans

 Toelichting bij de Legesverordening Noord-Brabant 2012

Algemeen

Ingevolge artikel 220 van de Provinciewet besluiten Provinciale Staten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een provinciale belasting. Zij doen dit door het maken van belastingverordeningen. Deze bevoegdheid kan niet aan Gedeputeerde Staten worden overgedragen. Een belastingverordening vermeldt de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.

Deze belastingverordening vormt de basis voor de heffing en invordering van rechten, ook wel leges genoemd, als vergoeding voor individuele tegenprestaties door of vanwege het provinciebestuur. Van dienstverlening kan worden gesproken als het gaat om een zuiver publiekrechtelijke handeling van de overheid, zoals het afgeven van een vergunning of het verlenen van een ontheffing.

Ingevolge artikel 225 van de Provinciewet worden de tarieven zodanig vastgesteld dat de geraamde opbrengsten uit leges, de baten, niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. Er is dus ten hoogste 100% lastendekking toegestaan. Met andere woorden de prijs van een vergunning mag voor een bedrijf niet hoger zijn dan de kosten die Provincie maakt.

Bij de opzet voor deze nieuwe legesverordening is aangesloten bij de volgorde en systematiek van artikel 220a van de Provinciewet. Bij het opstellen van deze verordening is uiteraard ook acht geslagen op de Aanwijzingen voor de Provinciale Regelgeving.

Verordening en tarieventabel

Bij de indeling van de tarieventabel is gebruik gemaakt van de functionele indeling, bedoelt in artikel 71 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Deze indeling is opgenomen in de Regeling informatie voor derden betreffende de informatie, waaronder de begroting, die de provincie jaarlijks vóór 15 november dient te zenden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan het CBS.

Actualisering tarieven

De tarieven van de legesverordening worden voortaan jaarlijks geactualiseerd. Bij de vaststelling van de begroting worden tegelijkertijd door de Staten de nieuwe legestarieven voor het volgende jaar vastgesteld. In de laatste bijeenkomst van de Staten in datzelfde jaar wordt aan de Staten, onder verwijzing naar de vaststelling van de begroting, voorgesteld in te stemmen met de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel vast te stellen.

Overige wijzingen

Van de gelegenheid is tegelijkertijd gebruik gemaakt om de volgende aanpassingen in de opsomming van de diensten en de daaraan gekoppelde tarieven door te voeren:

  • a.

     in de rubriek drukwerk en dergelijke zijn geen tarieven meer opgenomen voor de diverse jaarabonnement. Het Provinciaal Blad wordt sinds 1 januari 2011 alleen digitaal uitgegeven. De stukken die in de vergadering van Provinciale Staten zullen worden behandeld, de notulen van de vergadering van Provinciale Staten en de stukken van de vergadering van een statencommissie zijn tegenwoordig digitaal verkrijgbaar of raadpleegbaar via de website van de provincie. Er is daarom geen vraag meer naar abonnementen op deze stukken. Verder is in deze rubriek niet langer opgenomen een tarief voor ‘het doen van nasporingen in het provinciaal archief en/of gegevensbestanden door of met behulp van een provinciaal ambtenaar’. Zoals bevestigd door recente jurisprudentie, is het niet toegestaan om voor de behandeling van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, waar het hier feitelijk om gaat, leges te heffen. Het in rekening brengen van kosten voor fotokopieën is geen voorwerp van dispuut geweest; in de praktijk zal dit ook niet snel tot problemen leiden gezien de drempel van € 100,- (onderdeel 1.3 tarieventabel);

  • b.

     de vrijstelling van leges voor de pers, openbare bibliotheken en politieke groeperingen is in de voorgestelde tarieventabel niet opgenomen, omdat de verstrekking van die documenten veeleer is gebaseerd op onderlinge afspraken en overeenkomsten, waardoor ze buiten het bestel van de leges vallen. Los daarvan geldt ook hier, dat wegens de digitale beschikbaarheid de behoefte aan deze documenten op papier sterk is afgenomen. Bovendien zal verstrekking in incidentele gevallen niet snel leiden tot heffing van leges gezien de drempel van € 100,- (onderdeel 1.3 tarieventabel );

  • c.

     in de huidige verordening was qua tarifering voorzien in een samenloop in de afhandeling van een melding in het kader van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant en een vergunning op grond van artikel 16 van de Natuurbeschermingswet 1998 inzake beschermde natuurmonumenten. Tot aan de uitspraak van de Raad van State van 7 september 2011 werd ervan uitgegaan, dat in geval van melding op grond van voornoemde verordening, geen vergunningsplicht meer gold in het kader van de natuurbeschermingswet 1998 voor zover het een Natura 2000-gebied (artikel 19d) betrof. De Raad van State oordeelde echter, dat naast de melding ook een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet noodzakelijk is. De behandeling van de vergunningaanvraag brengt voor de provincie nagenoeg geen extra werk met zich mee, omdat dit wordt meegenomen bij de afhandeling van de melding. Daarom is het redelijk maar eenmaal leges in rekening te brengen. Daarnaast blijkt de hoeveelheid werk hiervoor op dit moment zodanig, dat het legestarief kan worden verminderd (onderdelen 6.1 en 6.2 tarieventabel);

  • d.

     bij de wijziging van de Legesverordening begin 2010 zijn uit een oogpunt van deregulering enkele artikelen ‘met beperkte geprognosticeerde en gerealiseerde inkomsten’ komen te vervallen. Het betreft hier de ontheffingen in het kader van Wet geluidhinder, vergunningen in het kader van de Wet Ambulancevervoer en ontheffingen in het kader van de Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en zwemgelegenheden. De verordening kent echter een kapstokbepaling op grond waarvan voor alle niet met name genoemde beschikkingen een basistarief geldt van € 34,-. Omdat het duidelijk de bedoeling is geweest voor deze drie categorieën helemaal geen leges te heffen en niet het basistarief, zijn deze nu wel opgenomen in de tarieventabel met als tarief ‘nihil’. Voor de volledigheid zijn nu ook, met als tarief ‘nihil’ opgenomen de vaststelling van hogere geluidswaarden op grond van de wet geluidhinder en de ontheffing voor activiteiten in stiltegebieden op grond van de PMV (onderdelen 4.2, 5.2, 5.3, 8.1 tarieventabel);

  • e.

     een nieuwe categorie betreft de Wet luchtvaart, waarvoor de provincies bevoegd gezag zijn geworden als gevolg van de wijziging van de Wet luchtvaart. Zoals ook in IPO-verband is afgesproken, zullen de provincies hiervoor geen leges heffen vanwege de bijdragen die zij voor de uitoefening van deze taak van het rijk ontvangen (onderdeel 5.4 tarieventabel);

  • f.

     tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de omschrijving van bepaalde belastbare feiten binnen verkeer en vervoer beter te laten aansluiten bij de praktijk. Ook is gebleken dat sommige tarieven niet geheel kostendekkend waren; om die reden zijn deze verhoogd (onderdelen 3.1, 3.2.1 en 3.2.6).

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donkdrs. W.G.H.M. Rutten