Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Provinciale Staten van Noord-Brabant;

Gelezen het voorstel van het presidium d.d. 19 december 2011;

Gelet artikel 16 van de Provinciewet;

Gelezen de Nota van Wijziging van het presidium d.d. 19 januari 2012;

Overwegende dat Provinciale Staten op 17 maart 2007 het Reglement van orde Provinciale Staten 2007 hebben vastgesteld;

Overwegende dat Provinciale Staten dit reglement wensen te wijzigen in verband met het vervallen van de agendacommissie, alsmede het doorvoeren van een aantal technische aanpassingen ter verbeteringen van de toegankelijkheid van de regeling, waaronder het toevoegen van begripsbepalingen, het herschikken van de volgorde van de artikelen en het wegnemen van herhalingen van de Provinciewet;

Overwegende dat gezien de omvang van de wijzigingen het de voorkeur heeft hiertoe het huidige reglement in te trekken en te vervangen door een geheel nieuw reglement;

besluiten vast te stellen het volgende reglement:

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing als bedoeld in artikel 143b van de wet;

  • b.

    initiatiefvoorstel: voorstel voor een verordening of een ander voorstel als bedoeld in artikel 143a van de wet;

  • c.

    motie: voorstel tot het doen van een uitspraak;

  • d.

    statencommissie: commissie als bedoeld in artikel 80 van de wet;

  • e.

    sub-amendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement;

  • f.

    wet: Provinciewet.

Artikel 2 Fracties

  • 1 Leden van Provinciale Staten kunnen zich verenigen tot een groepering, fractie genaamd.

  • 2 Van de vorming van een fractie, bedoeld in het eerste lid, doen de desbetreffende leden mededeling aan de voorzitter onder vermelding van de benaming en de samenstelling van de fractie, alsmede van de samenstelling van het bestuur van die fractie.

Artikel 3 Geloofsbrieven

  • 1 De voorzitter benoemt uit de leden van Provinciale Staten één of meer commissies, die tot taak hebben het onderzoeken van de geloofsbrieven van de benoemden.

  • 2 De commissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit ten minste drie leden.

  • 3 Aan de commissie wordt een ambtelijk secretaris toegevoegd.

  • 4 De commissie brengt van haar onderzoek verslag uit aan Provinciale Staten.

Artikel 4 Nevenfuncties

  • 1 De leden van Provinciale Staten doen de griffier binnen drie maanden na aanvang van een nieuwe zittingsperiode opgave welke andere functies dan het lidmaatschap van Provinciale Staten zij vervullen.

  • 2 Met het oog op artikel 11, tweede lid, van de wet draagt de griffier zorg voor het openbaar maken van deze opgaven door terinzagelegging op het provinciehuis, alsmede via de website van de provincie.

  • 3 Van de terinzagelegging, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan in het Provinciaal Blad.

  • 4 Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op andere functies dan het lidmaatschap van Provinciale Staten die leden na de opgave, bedoeld in het eerste lid, hebben aanvaard.

  • 5 Om de actualiteit van de opgave van de andere functies te borgen, verstrekt de griffier aan de leden van Provinciale Staten jaarlijks een overzicht van de tot dat moment door hen opgegeven andere functies met het verzoek deze opgave te controleren en zo nodig te wijzigen.

  • 6 Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen als bedoeld in het vijfde lid.

§ 2 Het presidium

Artikel 5 Instelling en samenstelling

Provinciale Staten stellen een presidium in bestaande uit:

  • a.

    de fractievoorzitters;

  • b.

    de voorzitter van Provinciale Staten;

  • c.

    de vice-voorzitter van Provinciale Staten.

Artikel 6 De voorzitter

  • 1 De voorzitter van Provinciale Staten is voorzitter van het presidium.

  • 2 Bij verhindering van de voorzitter en diens plaatsvervangers, wijst het presidium een vervanger aan.

Artikel 7 De secretaris

  • 1 De griffier is de secretaris van het presidium.

  • 2 De griffier bereidt de vergaderingen van het presidium voor en stelt de agenda op.

Artikel 8 Werkwijze en taken

  • 1 Het presidium bepaalt haar eigen werkzaamheden.

  • 2 Het presidium heeft de volgende taken:

    • a.

      bepalen van de werkwijze van Provinciale Staten, zoals het doorgeleiden van door de griffie voorbereide statenvoorstellen en het vaststellen van de conceptagenda’s van de vergaderingen van Provinciale Staten, buitenlandse reizen, fractievergoedingen, bijeenkomsten van Provinciale Staten niet zijnde vergaderingen;

    • b.

      jaarlijks vaststellen van het vergaderschema voor Provinciale Staten en de statencommissies;

    • c.

      bewaken van de uitvoering van de lange termijn agenda van Provinciale Staten;

    • d.

      uitnodigen van gasten voor Provinciale Staten;

    • e.

      aansturen van de griffier en griffie;

    • f.

      vaststellen griffiejaarplan en -jaarverslag;

    • g.

      vervullen van een stimulerende rol in verbetering van het functioneren van Provinciale Staten in een duaal stelsel.

Artikel 9 Vergaderorde

  • 1 De vergaderingen van het presidium zijn openbaar.

  • 2 In afwijking van het eerste lid worden de deuren gesloten wanneer een van de leden daarom verzoekt of indien de voorzitter dat nodig oordeelt.

  • 3 Het presidium beslist of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 4 Indien het presidium het nodig acht, kunnen derden uitgenodigd worden om aan de vergadering deel te nemen.

  • 5 Indien de voorzitter van het presidium of één van de leden dit nodig oordeelt, vindt een extra vergadering plaats.

  • 6 De extra vergadering, bedoeld in het vorige lid, wordt minimaal 48 uur tevoren aan alle leden van het presidium bekend gemaakt.

  • 7 Van de vergaderingen van het presidium worden besluitenlijsten opgesteld.

  • 8 De besluitenlijsten van het presidium worden openbaar gemaakt via de website van de provincie.

§ 3 Voorbereiding van de vergadering

Artikel 10 Vergaderschema

  • 1 De vergaderingen van Provinciale Staten vinden overeenkomstig het vergaderschema, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, plaats op vrijdag en vangen aan om 9.30 uur.

  • 2 De voorzitter kan, in overleg met het presidium, bepalen dat van het bepaalde in het eerste lid wordt afgeweken.

  • 3 Indien overeenkomstig artikel 17, tweede lid, van de wet een vergadering door tenminste een vijfde van het aantal leden waaruit Provinciale Staten bestaat schriftelijk en met opgave van redenen, wordt gevraagd, wordt zij binnen veertien dagen gehouden.

Artikel 11 De agenda

  • 1 Het presidium stelt de voorlopige agenda van de vergadering vast.

  • 2 In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende voorlopige agenda vaststellen.

  • 3 De agenda wordt, voor zover het geen zaken betreft waarop krachtens artikel 25 van de wet geheimhouding rust, geplaatst op de website van de provincie.

  • 4 Bij aanvang van de vergadering stellen Provinciale Staten de agenda vast.

Artikel 12 Oproeping

  • 1 De voorzitter roept de leden van Provinciale Staten schriftelijk tenminste veertien dagen vóór de dag van de vergadering ter vergadering op, tenzij wegens spoed een kortere termijn noodzakelijk is.

  • 2 De dag van de vergadering en het uur van de opening, alsmede de plaats van de vergadering en de voorlopige agenda worden tegelijk met de oproeping toegezonden aan Gedeputeerde Staten en door plaatsing op de website van de provincie ter openbare kennis gebracht.

  • 3 Indien de aanwezigheid van één of meer Gedeputeerden ter vergadering is gewenst, maakt de agenda hiervan uitdrukkelijk melding.

  • 4 De voorlopige agenda en de daarbij behorende vergaderstukken worden zoveel mogelijk tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de Statenleden verzonden.

  • 5 Indien omtrent bijlagen bij vergaderstukken op grond van artikel 25, eerste dan wel tweede lid, van de wet, geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting van de griffier en verleent de griffier de Statenleden inzage.

Artikel 13 Ter inzagelegging stukken

  • 1 Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het provinciehuis ter inzage gelegd.

  • 2 De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 12, tweede lid.

  • 3 Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de Statenleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 4 Het origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het provinciehuis gebracht.

  • 5 Indien omtrent stukken, bedoeld in het eerste lid, op grond van artikel 25, eerste dan wel tweede lid van de wet, geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken, in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de Statenleden inzage.

Artikel 14 Ingekomen stukken

  • 1 Bij Provinciale Staten ingekomen stukken, waaronder begrepen schriftelijke mededelingen van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten, worden op een lijst geplaatst.

  • 2 De lijst, bedoeld in het eerste lid wordt aan de Statenleden toegezonden en voor eenieder op het provinciehuis ter inzage gelegd.

  • 3 Na de vaststelling van de notulen van de vorige vergadering, stellen Provinciale Staten op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 15 Presentielijst

  • 1 Ieder lid plaatst bij het binnenkomen in de vergaderzaal zijn handtekening op de presentielijst.

  • 2 Tijdens het houden van een stemming kunnen geen namen aan de lijst worden toegevoegd.

  • 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een geheel nieuwe zitting of zittingsdag.

§ 4 Tijdens de vergadering

Artikel 16 Zitplaatsen

  • 1 Bij de aanvang van iedere zittingsperiode van Provinciale Staten wijst de voorzitter, na overleg in het presidium, aan de voorzitter, de Statenleden en de griffier een vaste zitplaats aan.

  • 2 Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter na overleg binnen het presidium de indeling herzien.

  • 3 De leden van Gedeputeerde Staten nemen plaats op de daartoe in de vergaderzaal voor hen gereserveerde plaatsen.

Artikel 17 Publieke tribune

De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen van Provinciale Staten bijwonen.

Artikel 18 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de statenvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 19 Verbod gebruik mobiele telefoons

  • 1 Tijdens vergaderingen is het niet toegestaan mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen in de vergaderzaal, daaronder begrepen de publieke tribune, te gebruiken voor zover dit de orde van de vergadering verstoort of kan verstoren.

  • 2 Onder gebruik als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het stand-by houden van deze apparatuur.

  • 3 De voorzitter kan toestemming geven om van het verbod, bedoeld in het eerste lid, af te wijken.

Artikel 20 Opening

  • 1 De vergadering wordt geopend met een moment van stilte.

  • 2 Na de opening, bedoeld in het eerste lid, leest de griffier de namen op van de leden die bericht van verhindering hebben gezonden.

Artikel 21 Taken van de voorzitter

De voorzitter is ter vergadering belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering;

  • b.

    het handhaven van de orde in de vergadering;

  • c.

    het doen naleven van dit reglement van orde;

  • d.

    hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

Artikel 22 Spreekplaats

  • 1 Statenleden spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.

  • 2 Bij interrupties en bijzondere gelegenheden kan de voorzitter toestaan dat een Statenlid vanaf een andere plaats spreekt.

Artikel 23 Voorstel van orde

  • 1 Een voorstel van orde betreft uitsluitend de gang van de werkzaamheden.

  • 2 Een voorstel over de orde van de vergadering kan door de voorzitter of door een Statenlid worden gedaan.

  • 3 De beraadslaging en de beslissing over een voorstel als bedoeld in het eerste lid hebben onmiddellijk na het indienen plaats, tenzij Provinciale Staten anders besluiten.

Artikel 24 Volgorde sprekers

  • 1 Een Statenlid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 2 De volgorde van de sprekers wordt door de voorzitter bepaald.

  • 3 De voorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit niet dan nadat de verzoeker een voorlopige aanduiding van dat feit heeft gegeven.

  • 4 De beoordeling of iets een persoonlijk feit vormt, is voorbehouden aan de voorzitter.

  • 5 De voorzitter kan de griffier uitnodigen in de vergadering het woord te voeren.

Artikel 25 Aantal spreektermijnen

  • 1 De beraadslaging over een onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij Provinciale Staten anders beslissen.

  • 2 Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3 Een Statenlid mag in een termijn niet meer dan één keer het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing op:

    • a.

      de rapporteur van een statencommissie;

    • b.

      het Statenlid dat een amendement of subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend en daarover het woord voert.

  • 5 Voor het bepalen van het aantal keren dat een Statenlid over eenzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over de orde van de vergadering.

Artikel 26 Spreektijd

Provinciale Staten kunnen op voorstel van een Statenlid of van de voorzitter regels stellen over de spreektijd van de Statenleden en leden van Gedeputeerde Staten.

Artikel 27 Handhaving orde, schorsing

  • 1 Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een Statenlid hem interrumpeert.

  • 2 De voorzitter kan in gevallen bedoeld in het eerste lid, onder b, bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 3 Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.

  • 4 Indien de spreker geen gevolg geeft aan de oproep, bedoeld in het vorige lid, kan de voorzitter hem gedurende die vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen.

Artikel 28 Sluiting beraadslaging

Wanneer de voorzitter meent dat een punt voldoende is besproken sluit hij de beraadslaging, tenzij Provinciale Staten voortzetting wensen.

§ 5 Stemming

Artikel 29 Stemming algemeen

  • 1 Nadat de beraadslaging over een onderwerp is gesloten stelt de voorzitter de stemming aan de orde.

  • 2 De voorzitter stelt in eerste instantie de ingediende amendementen aan de orde, vervolgens het besluit en ten slotte de ingediende moties.

Artikel 30 Stemming over personen

  • 1 Voor een stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen benoemt de voorzitter vier leden tot stemopnemers.

  • 2 De stemopnemers tellen het aantal ingeleverde stembriefjes.

  • 3 De inhoud van elk stembriefje wordt door één van de stemopnemers voorgelezen, door een andere nagezien en door elk van de overigen aangetekend.

  • 4 De voorzitter maakt de uitslag van de stemming terstond bekend.

  • 5 Een stemming is nietig indien het getal van de in de stembus gevonden stembriefjes groter is dan dat van de leden die de presentielijst hebben getekend en zich niet van stemming moeten onthouden en dit verschil van invloed heeft kunnen zijn op de uitslag.

Artikel 31 Aantal stemmingen

  • 1 Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen zijn.

  • 2 Indien een aantal personen tegelijk moet worden benoemd, voorgedragen of aanbevolen, kan dit geschieden met één stembriefje, mits dit zodanig is ingericht dat voldaan wordt aan het bepaalde in het vorige lid.

Artikel 32 Inhoud stembriefje

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje, beslissen Provinciale Staten.

Artikel 33 Aantal herstemmingen

  • 1 Wanneer niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid krijgt, wordt een tweede vrije stemming gehouden.

  • 2 Is ook bij de tweede vrije stemming geen volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt een herstemming gehouden.

  • 3 De herstemming vindt plaats over de twee personen die het grootste aantal stemmen hebben verkregen.

  • 4 Indien bij de tweede vrije stemming niet is uitgemaakt over welke twee personen de herstemming moet plaatshebben, wordt bij een tussenstemming beslist wie van degenen die een gelijk aantal stemmen verkregen in de herstemming komen.

  • 5 Staken bij her - of tussenstemming de stemmen, hetgeen het geval is als de stemmen gelijkelijk zijn verdeeld, dan beslist terstond het lot.

  • 6 Voor het tot stand brengen van een beslissing bij het lot worden de vereiste naambriefjes, na waarmerking door de voorzitter, behoorlijk gevouwen, door één van de stemopnemers in de stembus geworpen.

  • 7 De persoon wiens naam op het door de voorzitter uit de stembus genomen naambriefje is vermeld, is benoemd, voorgedragen, aanbevolen of komt in herstemming.

Artikel 34 Vernietiging stembriefjes

De voorzitter ziet erop toe dat de stembriefjes onmiddellijk na de vaststelling van de uitkomst van de stemming worden vernietigd.

Artikel 35 Mondelinge stemming

  • 1 Een lid brengt bij mondelinge stemmingen zijn stem uit met het woord ‘voor’ of ‘tegen’ zonder enige bijvoeging.

  • 2 Ieder lid is bevoegd een korte stemverklaring af te leggen direct na het uitbrengen van zijn stem.

  • 3 De stemming vindt plaats naar de volgorde van de presentielijst, te beginnen met het door middel van loting door de voorzitter aangewezen lid.

  • 4 De volgorde die is vastgesteld overeenkomstig het derde lid, geldt vervolgens voor de gehele vergaderdag.

  • 5 Indien de vergadering door een lid van Provinciale Staten wordt voorgezeten, dan brengt deze als laatste zijn stem uit.

Artikel 36 Vergissing uitbrengen stem

  • 1 Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen tot aan het moment waarop het volgende lid gestemd heeft.

  • 2 Bemerkt een lid een vergissing als bedoeld in het eerste lid op een later moment, dan kan hij na afloop van de stemming aantekening vragen in de notulen, dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist.

  • 3 De mededeling, bedoeld in het tweede lid, heeft geen invloed op de uitslag van de stemming.

Artikel 37 Niet-hoofdelijke stemming

Tenzij de voorzitter of een lid een stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt, kan op voorstel van de voorzitter stemming bij zitten en opstaan of bij handopsteken plaatshebben.

Artikel 38 Stemmen met elektronische apparatuur

  • 1 Bij een stemming kan gebruik worden gemaakt van de elektronische stemapparatuur.

  • 2 De stemming vindt plaats nadat daarvoor de apparatuur in werking is gesteld en gedurende de daarvoor door de voorzitter aangewezen tijdsduur.

  • 3 Elk lid mag per stemming één stem uitbrengen met gebruikmaking van de apparatuur behorende bij de hem aangewezen plaats in de vergaderzaal, bedoeld in artikel 16.

  • 4 Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing binnen de tijdsduur van de stemming, bedoeld in het tweede lid, herstellen.

  • 5 De voorzitter maakt de uitslag van de stemming bekend.

  • 6 De resultaten van de stemming worden opgenomen in de notulen van de statenvergadering.

  • 7 Een uitdraai van de stemming kan tijdens de vergadering bij de griffier worden ingezien.

  • 8 Op uitdrukkelijk verzoek hiertoe van één of meer leden kan de uitslag per afzonderlijk lid in de notulen worden opgenomen.

Artikel 39 Stemverklaring

In geval geen stemming per hoofdelijke oproeping plaats heeft, kan een lid, al dan niet met vermelding van redenen, verzoeken in de notulen te laten aantekenen dat hij geacht wil worden te hebben tegengestemd.

§ 6 Notulen en toezeggingen

Artikel 40 Notulen

  • 1 Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gemaakt.

  • 2 De notulen behelzen:

    • a.

      de namen van de aanwezige leden en van de afwezige leden, wat de laatsten betreft onder vermelding of een bericht van verhindering is ontvangen;

    • b.

      de besluiten;

    • c.

      de uitslagen van de stemmingen, met dien verstande dat bij mondelinge stemmingen de namen van hen die vóór en die tegen hebben gestemd worden vermeld;

    • d.

      de mededelingen, voorstellen, moties, kennisgevingen en voorts alle handelingen die in de vergadering hebben plaatsgehad.

  • 3 De voorzitter kan gelasten dat in het verslag niet worden opgenomen de gedeelten van het besprokene, die tot het nemen van de in artikel 27, derde lid, genoemde maatregel hebben geleid.

  • 4 De notulen van een besloten vergadering worden afzonderlijk gehouden.

  • 5 De notulen worden door Provinciale Staten vastgesteld.

  • 6 De conceptnotulen worden vanaf een week voorafgaande aan de vergadering waarin de vaststelling van de notulen aan de orde wordt gesteld, op het provinciehuis ter inzage gelegd.

  • 7 Een lid dat voornemens is een voorstel tot wijziging van de ontwerpnotulen in te dienen, doet hiervan vooraf schriftelijk mededeling aan de voorzitter onder vermelding van de door hem gewenste wijziging.

  • 8 Tenzij Provinciale Staten anders bepalen, worden de notulen van een besloten vergadering niet aan de leden toegezonden, doch blijven deze onder berusting van de griffier en de griffier verleent hen hierin inzage.

Artikel 41 Toezeggingen

  • 1 De griffier registreert de door de voorzitter en Gedeputeerde Staten gedane toezeggingen.

  • 2 De leden van Provinciale Staten worden periodiek geïnformeerd over de stand van zaken betreffende de tenuitvoerlegging van hetgeen was toegezegd.

§ 7 Rechten van Statenleden

Artikel 42 Vragenuurtje

  • 1 Voor elke statenvergadering wordt als agendapunt opgevoerd ‘het vragenuurtje’.

  • 2 Ieder lid kan Gedeputeerde Staten een vraag stellen over een actueel en urgent onderwerp.

  • 3 Het lid, dat van dit recht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk op de dag van de vergadering vóór 8.45 uur aan de voorzitter, onder vermelding van het onderwerp.

  • 4  Het presidium weigert een onderwerp tijdens het vragenuurtje aan de orde te stellen indien:

    • a.

       de vraag geen actueel en urgent karakter heeft;

    • b.

       de vraag gaat over een onderwerp dat geagendeerd staat voor de eerstvolgende vergadering van een statencommissie;

    • c.

      er sprake is van een vraag over een zaak die nog onder de rechter is;

    • d.

      er sprake is van een vraag over een zaak of een verzoek om informatie, die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet openbaar is;

    • e.

      de vraag gaat over nog niet beantwoorde schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 43.

  • 5 In bijzondere gevallen kan het presidium besluiten de beslissing over agendering van de vraag als bedoeld in het tweede lid over te laten aan de vergadering van Provinciale Staten.

  • 6 De behandeling van de vragen vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanmeldingen.

  • 7 De vragensteller krijgt de gelegenheid maximaal twee minuten zijn vraag toe te lichten.

  • 8 Gedeputeerde Staten geven antwoord op de gestelde vraag in maximaal drie minuten.

  • 9  De vragensteller krijgt de gelegenheid om in maximaal een minuut vervolgvragen te stellen.

  • 10 Gedeputeerde Staten geven antwoord op de gestelde vervolgvragen in maximaal een minuut per vervolgvraag.

  • 11  Andere leden van Provinciale Staten dan de vragensteller kunnen vervolgvragen stellen in maximaal een minuut per lid.

  • 12 De voorzitter kan afwijken van de termijnen genoemd in de leden 7 tot en met 11 van dit artikel indien het onderwerp daartoe aanleiding geeft

  • 13 Interruptie tijdens het vragenuurtje is toegestaan indien de tijd dit naar het oordeel van de voorzitter toelaat.

  • 14 Indien de aard of hoeveelheid van de gestelde vragen hiertoe aanleiding geeft, maken Provinciale Staten nadere afspraken over de verdere afhandeling.

Artikel 43 Schriftelijke vragen

  • 1 Ieder lid kan, ook wanneer geen vergadering wordt gehouden, aan Gedeputeerde Staten vragen stellen over het door hen gevoerde bestuur.

  • 2 De vragen, bedoeld in het eerste lid, worden nauwkeurig en zo zakelijk mogelijk omschreven, bij Gedeputeerde Staten ingediend.

  • 3 Gedeputeerde Staten antwoorden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de vragen.

  • 4 De termijn, bedoeld in het vorige lid, wordt gesteld op zes weken indien de termijn van vier weken afloopt binnen de voor de regio Zuid officieel vastgestelde zomervakantie voor het voortgezet onderwijs.

  • 5 De voorzitter zendt de tekst van de vragen en van het schriftelijke antwoord daarop onverwijld door aan de leden van Provinciale Staten.

  • 6 Gedeputeerde Staten kunnen de voorzitter van de desbetreffende statencommissie verzoeken de vragen niet schriftelijk, maar mondeling te mogen beantwoorden, wanneer mondelinge beantwoording binnen vier weken na ontvangst van de vragen mogelijk is.

  • 7 Indien Gedeputeerde Staten een verzoek als bedoeld in het vorige lid indienen, besluit de voorzitter van de desbetreffende statencommissie of de mondelinge beantwoording wordt opgenomen in de concept-agenda van de eerstvolgende vergadering van de desbetreffende statencommissie.

  • 8 De commissievoorzitter wijst het verzoek als bedoeld in het zesde lid in ieder geval af, indien de vragensteller als bedoeld in het eerste lid bezwaar heeft tegen mondelinge beantwoording.

  • 9 Indien binnen vier weken na het indienen van de vragen, bedoeld in het tweede lid, een vergadering van de desbetreffende statencommissie zal plaatsvinden, kan de vragensteller Gedeputeerde Staten verzoeken de vragen niet schriftelijk maar mondeling te beantwoorden.

  • 10 Indien Gedeputeerde Staten bereid zijn een verzoek als bedoeld in het vorige lid in te willigen, zijn het zevende en achtste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 44 Interpellatie

  • 1 Een lid dat ten aanzien van onderwerpen vreemd aan de orde van de dag tijdens een vergadering van Provinciale Staten inlichtingen aan Gedeputeerde Staten wil vragen, heeft daartoe verlof van Provinciale Staten nodig.

  • 2 Een verzoek tot het vragen van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste twee dagen vóór de dag van de eerstvolgende vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend en bevat een korte en duidelijke omschrijving van de verlangde inlichtingen.

Artikel 45 Initiatief

  • 1 Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend.

  • 2 De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering.

  • 3 De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda op een daarop volgende vergadering, indien op het in het tweede lid bedoelde moment de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende vergadering reeds is verzonden.

  • 4 De behandeling van het voorstel vindt plaats voordat alle op de agenda voorkomende onderwerpen of voorstellen worden behandeld, tenzij Provinciale Staten oordelen dat:

    • a.

      het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd onderwerp of voorstel wordt behandeld;

    • b.

      het voorstel voorafgaand aan de behandeling door Provinciale Staten wordt behandeld in een statencommissie; of

    • c.

      het voorstel voorafgaande aan de behandeling door Provinciale Staten ter voorbereiding wordt gezonden aan Gedeputeerde Staten.

  • 5 Indien Provinciale Staten toepassing geven aan het vierde lid, onder c, bepalen zij daarbij tevens voor welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 46 Amendement

  • 1 Een Statenlid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen of sub-amendementen indienen.

  • 2 Een amendement of sub-amendement wordt op een zodanige wijze ingericht, dat het geschikt is om direct in het ontwerp, respectievelijk in het amendement te worden opgenomen.

  • 3 Een sub-amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

  • 4 Over een amendement of sub-amendement wordt slechts beraadslaagd, indien de indiener ervan de presentielijst getekend heeft en in de vergadering aanwezig is.

  • 5 Een amendement of subamendement wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij hij van oordeel is dat gelet op het eenvoudige karakter daarvan met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 6 Intrekking van het amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming door Provinciale Staten heeft plaatsgevonden.

Artikel 47 Motie

  • 1 Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen over een geagendeerd onderwerp.

  • 2 Een motie wordt, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter ingediend.

  • 3 De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

  • 4 De indiener van de motie geeft bij de behandeling van de motie aan, of deze bedoeld is als een intern dan wel extern gerichte motie.

  • 5  Ieder lid kan een motie indienen over een niet geagendeerd actueel en urgent onderwerp.

  • 6  Op een motie als bedoeld in het vijfde lid zijn het derde tot en met veertiende lid van artikel 42 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het presidium alleen op grond van het bepaalde in het vierde lid, onder a, van dat artikel kan weigeren de motie aan de orde te stellen.

  • 7 De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

§ 8 Slotbepalingen

Artikel 48 Uitleg reglement

Bij twijfel omtrent de uitlegging van dit reglement en in gevallen waarin het niet voorziet, raadpleegt de voorzitter Provinciale Staten, die een beslissing nemen.

Artikel 49 Intrekking

Het Reglement van orde Provinciale Staten 2007 wordt ingetrokken.

Artikel 50 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 51 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde Provinciale Staten Noord- Brabant 2012.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 20 januari 2012

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier mw. drs. C.J.M. Dortmans

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingReglement van orde Provinciale Staten Noord-Brabant 2012
CiteertitelReglement van orde Provinciale Staten Noord- Brabant 2012
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbestuurlijke organisatie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet, art. 16

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-01-201305-12-2015art.42, art.47

25-01-2013

Provinciaal Blad, 2013, 8

Statenvoorstel 86/12
01-02-201229-01-2013Nieuwe regeling

20-01-2012

Provinciaal Blad, 2012, 21

Statenvoorstel 69/11