Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 41, vijfde lid van de Wet op de jeugdzorg;

Gelet op artikel 3, derde lid, van de Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant 2009;

Overwegende dat de Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant 2009 op enkele onderdelen nadere uitwerking behoeft, onder meer wat betreft de bekostigingssystematiek en de beoordeling van prestaties op grond van prestatie-indicatoren;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Bureau Jeugdzorg: Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant;

  • b.

    cliënttraject jeugdhulp: gehele uitvoering van jeugdhulp door een zorgaanbieder, waarmee de zorgaanspraak op jeugdhulp van de cliënt tot gelding wordt gebracht;

  • c.

    cliënttraject observatiediagnostiek: gehele uitvoering van observatiediagnostiek door een zorgaanbieder, waarmee de zorgaanspraak op observatiediagnostiek van de cliënt tot gelding wordt gebracht;

  • d.

    cofinanciering: medefinanciering door de aanvrager(s) of (een) andere subsidieverstrekker(s);

  • e.

    deelnemer: organisatie die participeert in een samenwerkingsverband;

  • f.

    direct cliëntcontactuur: uur waarin de hulpverlener daadwerkelijk zorginhoudelijk in contact staat met de cliënt, via fysieke aanwezigheid en telefonisch contact;

  • g.

    effectladder: schaal waarbij van laag tot hoog de treden steeds meer zekerheid bieden over de effectiviteit van jeugdzorginterventies;

  • h.

    effectiviteitsmeting: meting van de mate van verwezenlijking van doelstelling;

  • i.

    innovatie: (her)ontwikkeling en succesvolle invoering van nieuwe ideeën, goederen, diensten of processen;

  • j.

    intersectorale samenwerking: samenwerking tussen organisaties uit tenminste twee van de sectoren jeugdzorg;

  • k.

    landelijke prestatie-indicatoren jeugdzorg: prestatie-indicatoren betreffende kerndoelen van de jeugdzorg, zoals opgesteld door betrokken partijen in de jeugdzorg met behulp van het Nederlands Jeugdinstituut, zoals opgenomen in de ‘raamwerkafspraken prestatie-indicatoren, definities en spelregels’

  • l.

    logistieke verbetering: ontwikkeling van nieuwe werkwijzen of instrumenten om de procesgang binnen de organisaties of tussen de organisaties te verbeteren;

  • m.

    loonkosten: extra loonkosten die betrekking hebben op het project met een maximum van € 90 per uur, inclusief sociale lasten en kosten van overhead;

  • n.

    methodische vernieuwing: vernieuwing bestaande uit het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen of methodieken of het verder ontwikkelen van bestaande werkwijzen of methodieken van hulpverlening;

  • o.

    penvoerder: Bureau Jeugdzorg of één van de jeugdzorgaanbieders waarmee de provincie een subsidierelatie onderhoudt, die optreedt als contactorganisatie namens alle deelnemers van een samenwerkingsverband;

  • p.

    samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden, rechtspersonen uit de sectoren jeugdzorg

  • q.

    sectoren jeugdzorg: sectoren jeugdzorg bestaande uit gemeentelijk WMO-beleid voor jeugdigen, provinciale jeugdzorg, gesloten jeugdzorg, Jeugd Geestelijke Gezondheidszorg en Jeugd Licht Verstandelijk Gehandicaptenzorg;

  • s.

    verzorgingsdag: dag waarop een cliënt verblijft in de accommodatie van de zorgaanbieder en zorg ontvangt;

  • t.

    zorgaanspraak: aanspraak op één van de acht vormen van jeugdzorg, waarvoor Bureau Jeugdzorg kan indiceren op grond van artikel 6 van de Wet op de jeugdzorg en de artikelen 18, 19 en 20 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg.

Paragraaf 2 Bureau Jeugdzorg

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door Bureau Jeugdzorg.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten en producten

Subsidie in het kader van de wettelijke taken van Bureau Jeugdzorg kan worden verleend voor de activiteiten en producten, opgenomen in bijlage 1.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

De noodzakelijke kosten voor het realiseren van de activiteiten en producten, bedoeld in artikel 3, komen in aanmerking voor subsidie, voor zover voor deze kosten niet reeds uit andere hoofde subsidie kan worden verkregen.

Artikel 5 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Bureau Jeugdzorg dient de subsidieaanvraag in bij Gedeputeerde Staten vóór 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2 Indien Bureau Jeugdzorg verplicht wordt extra taken uit te voeren of het aantal subsidiabele activiteiten en producten significant stijgt ten opzichte van het moment van subsidieverlening, kan Bureau Jeugdzorg een aanvullende subsidieaanvraag indienen bij Gedeputeerde Staten.

Artikel 6 Subsidieplafond

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2010 vast op € 58.500.000.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 59.300.000.

Artikel 7 Subsidiehoogte

  • 1 De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de verwachting van Gedeputeerde Staten omtrent de aantallen subsidiabele producten die Bureau Jeugdzorg in het subsidiejaar zal realiseren.

  • 2 Indien Bureau Jeugdzorg gedurende het subsidiejaar aantoont dat het aantal te realiseren subsidiabele activiteiten en producten significant stijgt ten opzichte van het verwachte aantal waarop het subsidiebedrag is gebaseerd, dan wordt het subsidiebedrag ambtshalve naar verhouding verhoogd met maximaal 5% extra subsidie ten opzichte van het bij de subsidieverlening genoemde subsidiebedrag.

Artikel 8 Subsidieverlening

Gedeputeerde Staten leggen in de subsidiebeschikking aan Bureau Jeugdzorg vast welke normen worden gehanteerd bij de prestatie-indicatoren voor Bureau Jeugdzorg, genoemd in bijlage 2.

Artikel 9 Registratie en rapportages

  • 1 Bureau Jeugdzorg registreert de gerealiseerde prestaties op de diverse prestatie-indicatoren, genoemd in bijlage

  • 2 Bureau Jeugdzorg rapporteert maandelijks aan Gedeputeerde Staten over de gerealiseerde aantallen subsidiabele activiteiten en producten, genoemd in bijlage

  • 3 Bureau Jeugdzorg rapporteert per kwartaal aan de provincie over:

    • a.

      de beleidsrapportage conform het landelijk rapportageformat beleidsinformatie jeugdzorg;

    • b.

      de financiële rapportage over de realisatie in het afgelopen kwartaal en een raming betreffende de besteding van de verleende subsidie;

    • c.

      de resultaten op de prestatie-indicatoren voor Bureau Jeugdzorg, genoemd in bijlage 2;

    • d.

      gegevens ten behoeve van de jeugdbalans Noord-Brabant.

Artikel 10 Subsidievaststelling

  • 1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt bij Gedeputeerde Staten ingediend vóór 1 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen een eventueel positief exploitatiesaldo geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien Bureau Jeugdzorg de normen bij de prestatie-indicatoren zoals vastgelegd in de subsidiebeschikking niet heeft gerealiseerd.

Paragraaf 3 Jeugdzorgaanbod

Artikel 11 Doelgroep

  • 1 Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door jeugdzorgaanbieders die voldoen aan de vereisten zoals genoemd in de artikel 24 en 25 van de Subsidieverordening jeugdzorg provincie Noord-Brabant 2009

  • 2 Voor 2011 en 2012 kan alleen subsidie worden aangevraagd door zorgaanbieders die voor 2010 subsidie hebben ontvangen voor de uitvoering van jeugdzorg op grond van de Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant 2009 en de Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009.

Artikel 12 Subsidiabele activiteiten en producten

  • 1 De subsidieverlening voor de uitvoering van jeugdzorg waarop ingevolge de Wet op de jeugdzorg aanspraak bestaat, heeft betrekking op de activiteiten en producten zoals genoemd in tabellen 3a, 3b en 3c van bijlage 3.

  • 2 De zorgaanbieder levert de zorg gericht op realisatie van de hulpverleningsdoelen zoals genoemd in het indicatiebesluit van de cliënt.

Artikel 13 Subsidiabele kosten

  • 1 Subsidiabele kosten zijn de normbedragen, genoemd in de tabellen 3a, 3b en 3c van bijlage 3.

  • 2 In geval van experimenten als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Wet op de jeugdzorg, komen uitsluitend de kosten in aanmerking, voor zover voor deze kosten niet reeds uit andere hoofde subsidie kan worden verkregen,

Artikel 14 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Een nieuwe zorgaanbieder die nog geen subsidie ontvangt van de provincie Noord-Brabant voor de uitvoering van jeugdzorg, maar voor een volgend jaar subsidie wil aanvragen:

    • a.

      meldt zich als nieuwe zorgaanbieder aan bij Gedeputeerde Staten vóór 1 maart, voorafgaand aan het jaar waarvoor de zorgaanbieder subsidie wil aanvragen;

    • b.

      maakt bij zijn aanmelding als nieuwe zorgaanbieder gebruik van het ‘aanmeldformulier nieuwe jeugdzorgaanbieders’, als opgenomen in bijlage 5.

  • 2 Een toegelaten zorgaanbieder maakt bij het aanvragen van subsidie gebruik van het ‘aanvraagformulier jeugdzorgsubsidie voor zorgaanbieders’, als opgenomen in bijlage 6.

  • 3 Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten vóór 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 4 Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om gedurende een subsidiejaar een aanvullende mogelijkheid te bieden tot het indienen van subsidieaanvragen.

Artikel 15 Subsidieplafond

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2010 vast op € 134.400.000.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 130.500.000.

Artikel 16 Subsidiehoogte verblijf

De hoogte van de subsidie voor verblijf bedraagt het aantal gesubsidieerde verzorgingsdagen vermenigvuldigd met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde normtarief per verzorgingsdag, zoals weergegeven in tabel 3a in bijlage 3.

Artikel 17 Subsidiehoogte jeugdhulp

  • 1 De hoogte van de subsidie voor jeugdhulp thuis bedraagt het aantal gerealiseerde directe cliëntcontacturen vermenigvuldigd met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde normtarief, genoemd in tabel 3b in bijlage 3, met dien verstande dat, uitgaande van het totaal aantal directe cliëntcontacturen gedeeld door het aantal cliënttrajecten, per cliënttraject gemiddeld maximaal 40 directe cliëntcontacturen in aanmerking worden genomen.

  • 2 De hoogte van de subsidie voor jeugdhulp accommodatie zorgaanbieder individueel bedraagt het aantal gerealiseerde directe cliëntcontacturen vermenigvuldigd met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde normtarief, genoemd in tabel 3b in bijlage 3, met dien verstande dat, uitgaande van het totaal aantal directe cliëntcontacturen gedeeld door het aantal cliënttrajecten, per cliënttraject gemiddeld maximaal 30 directe cliëntcontacturen in aanmerking worden genomen.

  • 3 De hoogte van de subsidie voor jeugdhulp accommodatie zorgaanbieder groep bedraagt het aantal gerealiseerde directe cliëntcontacturen vermenigvuldigd met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde normtarief, genoemd in tabel 3b in bijlage 3, met dien verstande dat, uitgaande van het totaal aantal directe cliëntcontacturen gedeeld door het aantal cliënttrajecten, per cliënttraject gemiddeld maximaal 22 directe cliëntcontacturen in aanmerking worden genomen.

Artikel 18 Subsidiehoogte observatiediagnostiek

  • 1 De hoogte van de subsidie voor observatiediagnostiek bedraagt het aantal gesubsidieerde directe cliëntcontacturen vermenigvuldigd met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde normtarief per direct cliëntcontactuur, zoals weergegeven in tabel 3c in bijlage 3.

  • 2 Per zorgaanspraak observatiediagnostiek komen maximaal 30 directe cliëntcontacturen voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 19 Beoordeling en afweging subsidieaanvragen

  • 1 De verwachte provinciale vraag naar jeugdzorg in het komende subsidiejaar wordt weergegeven in een prognose die jaarlijks door Gedeputeerde Staten wordt gesteld, voorafgaand aan de beoordeling van subsidieaanvragen.

  • 2 Op grond van de prognose, bedoeld in het eerste lid, beoordelen Gedeputeerde Staten of de subsidieaanvraag zorgaanbod past binnen de verwachte vraag naar jeugdzorg.

Artikel 20 Subsidieverlening verblijf

  • 1 Indien subsidie wordt verleend voor de uitvoering van zorgaanspraken verblijf, wordt het aantal verzorgingsdagen verblijf waarvoor subsidie wordt verleend in de subsidiebeschikking vastgelegd, waarbij wordt aangegeven welke bekostigingseenheden dit betreft.

  • 2 Indien de subsidieverlening betrekking heeft op de uitvoering van zorgaanspraken verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs of deeltijd, dan wordt in de subsidiebeschikking eveneens vastgelegd:

    • a.

      de minimale instroom van cliënten, inhoudende het minimum aantal nieuwe cliënten dat in zorg wordt genomen voor verblijf gedurende het subsidiejaar;

    • b.

      de minimale uitstroom van cliënten, inhoudende het minimum aantal cliënten waarbij het verblijf wordt beëindigd gedurende het subsidiejaar.

  • 3 Gedeputeerde Staten stellen de minimale instroom en uitstroom van cliënten vast op basis van informatie over de provinciale gemiddelde hulpduur bij verblijf en de gemiddelde hulpduur verblijf bij de desbetreffende zorgaanbieder in het voorgaande subsidiejaar.

Artikel 21 Subsidieverlening jeugdhulp

Indien subsidie wordt verleend voor de uitvoering van zorgaanspraken op jeugdhulp, wordt in de subsidiebeschikking vastgelegd voor hoeveel directe cliëntcontacturen subsidie wordt verleend en hoeveel cliënttrajecten de zorgaanbieder hiermee minimaal realiseert

Artikel 22 Subsidieverplichtingen

  • 1 Een zorgaanbieder die subsidie ontvangt voor de uitvoering van zorgaanspraken verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs of deeltijd, realiseert de minimale instroom en uitstroom van cliënten zoals genoemd in de subsidiebeschikking.

  • 2 De uitvoering van een zorgaanspraak verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs of deeltijd duurt maximaal 1 jaar.

  • 3 De termijn, genoemd in het tweede lid, kan met maximaal 1 jaar worden verlengd, indien uit een evaluatie door de zorgaanbieder, Bureau Jeugdzorg en de cliënt blijkt, dat voortzetting van de zorg noodzakelijk is.

Artikel 23 Registratie en rapportages

  • 1 De zorgaanbieder registreert de hoeveelheid geleverde zorg per bekostigingseenheid in het uniforme registratiesysteem voor alle Brabantse jeugdzorgaanbieders.

  • 2 De zorgaanbieder registreert de gerealiseerde prestaties op de diverse prestatie-indicatoren, genoemd in tabel 4 van bijlage 4.

  • 3 De zorgaanbieder rapporteert over de in het eerste lid genoemde prestatie-indicatoren, op de wijze zoals aangegeven in tabel 4 van bijlage 4.

  • 4 De zorgaanbieder rapporteert per kwartaal over de stand van zaken betreffende de zorgverlening conform het door Gedeputeerde Staten vastgestelde ‘rapportageformat kwartaalrapportage uitvoering jeugdzorg’.

Artikel 24 Subsidievaststelling

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt bij Gedeputeerde Staten ingediend vóór 1 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is verleend. Paragraaf 4 Vertrouwenspersonen

Artikel 25 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de Stichting Zorgbelang.

Artikel 26 Subsidiabele activiteiten en producten

Subsidie kan worden verleend voor de werkzaamheden van de vertrouwenspersonen ten behoeve van cliënten van Bureau Jeugdzorg en van zorgaanbieders.

Artikel 27 Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen alleen die kosten in aanmerking die direct noodzakelijk zijn voor de werkzaamheden van de vertrouwenspersonen.

Artikel 28 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Subsidieaanvragen voor de werkzaamheden van de vertrouwenspersonen worden ingediend vóór 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2 In de subsidieaanvraag wordt aangegeven welke werkzaamheden de vertrouwenspersonen verrichten, qua aard en volume, en welke kosten hiermee zijn gemoeid.

Artikel 29 Subsidieplafond

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2010 vast op € 645.000.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 645.000.

Artikel 30 Subsidiehoogte

Gedeputeerde Staten toetsen de kosten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, aan subsidieaanvragen van Stichting Zorgbelang uit voorgaande jaren en aan die van andere zorgaanbieders voor soortgelijke dienstverlening, waarna Gedeputeerde Staten bepalen of zij de voorgestelde kosten geheel of voor een bepaald percentage subsidiëren.

Artikel 31 Subsidievaststelling

Aanvragen tot subsidievaststelling worden ingediend vóór 1 mei van het jaar, volgend op het jaar waarvoor de subsidie werd verleend.

Paragraaf 5 Cliëntparticipatie

Artikel 32 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de Stichting Zorgbelang.

Artikel 33 Subsidiabele activiteiten en producten

Subsidie kan worden verleend voor individuele cliëntondersteuning en werkzaamheden van de participatiewerkplaats jeugd ten behoeve van cliënten van Bureau Jeugdzorg en van zorgaanbieders die door de provincie Noord-Brabant worden gesubsidieerd voor jeugdzorg.

Artikel 34 Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen alleen die kosten in aanmerking die direct noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.

Artikel 35 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1 Subsidieaanvragen voor cliëntparticipatie worden ingediend vóór 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2 In de aanvraag wordt aangegeven voor hoeveel cliënten cliëntenondersteuning wordt geboden, welke activiteiten de participatiewerkplaats zal verrichten en welke kosten hiermee gemoeid zijn.

Artikel 36 Subsidieplafond

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2010 vast op € 500.000.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 500.000.

Artikel 37 Subsidiehoogte

Gedeputeerde Staten toetsen de kosten, bedoeld in artikel 35, tweede lid, aan subsidieaanvragen van Stichting Zorgbelang uit voorgaande jaren en aan die van andere zorgaanbieders voor soortgelijke dienstverlening, waarna Gedeputeerde Staten bepalen of zij de voorgestelde kosten geheel of voor een bepaald percentage subsidiëren.

Artikel 38 Subsidievaststelling

Aanvragen tot subsidievaststelling worden ingediend vóór 1 mei van het jaar, volgend op het jaar waarvoor de subsidie werd verleend.

Paragraaf 6 Acute noodsituatie

Artikel 39 Jeugdzorg in acute noodsituaties

  • 1 Op verzoek van Bureau Jeugdzorg kunnen Gedeputeerde Staten in het geval van een acute noodsituatie:

    • a.

      voor het verkrijgen van jeugdzorg op grond van de Wet op de jeugdzorg een zorgaanbieder inschakelen waarmee Gedeputeerde Staten op dat moment geen subsidierelatie onderhouden op grond van de Wet op de jeugdzorg;

    • b.

      bij de zorgaanbieders waarmee Gedeputeerde Staten een subsidierelatie onderhouden op grond van de Wet jeugdzorg, zorg inkopen die niet is opgenomen in de bestaande zorgafspraken.

  • 2 Het verzoek van Bureau jeugdzorg, bedoeld in het eerste lid:

    • a.

      betreft een indicatie voor jeugdzorg, als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op de jeugdzorg, waarop ingevolge de Wet op de jeugdzorg aanspraak bestaat;

    • b.

      kan worden ingediend, indien sprake is van een voor een jeugdige zéér dringende zorgvraag waarvoor binnen de zorgafspraken met de jeugdzorgaanbieders, waarmee Gedeputeerde Staten subsidierelaties onderhouden op grond van de Wet op de jeugdzorg, geen of passende jeugdzorg kan worden geboden.

Artikel 40 Subsidiabele kosten

  • 1 De noodzakelijke kosten voor het leveren van de in het verzoek, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onder a, geïndiceerde jeugdzorg komen in aanmerking voor subsidie, voor zover deze redelijk zijn en voor deze kosten niet reeds uit andere hoofde subsidie kan worden verkregen.

  • 2 De noodzakelijke kosten, bedoeld in het eerste lid, worden onderbouwd met een gespecificeerde kostenberekening.

  • 3 Indien de jeugdzorg, genoemd in artikel 39, eerste lid, zorg betreft zoals weergegeven in de tabellen 3a, 3b of 3c van bijlage 3, zijn de subsidiabele kosten de normbedragen, genoemd in deze tabellen.

Artikel 41 Subsidieplafond

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2010 vast op € 200.000.

  • 2 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 200.000.

Artikel 42 Subsidiehoogte

  • 1 Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onder a, dan zijn de artikelen 16, 17 en 18 van paragraaf 3 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onder b, toetsen Gedeputeerde Staten de door de zorgaanbieder voorgestelde gespecificeerde kostenberekening aan de tarieven van andere zorgaanbieders die soortgelijke zorg leveren, waarna Gedeputeerde Staten bepalen of zij de voorgestelde kosten geheel of voor een bepaald percentage subsidiëren.

Artikel 43 Subsidieverlening

De subsidie wordt verleend voor een periode van maximaal 3 maanden en kan worden verlengd met nogmaals een periode van maximaal 3 maanden.

Artikel 44 Subsidievaststelling

Op een aanvraag tot subsidievaststelling wordt door Gedeputeerde Staten binnen 6 weken beslist.

Paragraaf 7 Innovatie Fonds

Artikel 45 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een samenwerkingsverband;

  • b.

    Bureau Jeugdzorg;

  • c.

    een jeugdzorgaanbieder waarmee de provincie een subsidierelatie onderhoudt.

Artikel 46 Subsidiabele activiteiten

  • 1 Subsidie kan worden verleend voor innovatieve projecten ten behoeve van jeugdigen in de provincie Noord-Brabant, gericht op het verbeteren van intersectorale of sectorale logistieke samenwerking of methodische vernieuwing.

  • 2 Subsidie kan alleen worden verleend voor activiteiten die plaatsvinden in 2011, met eventueel een vervolg in 2012.

Artikel 47 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het project of enige van de daarvoor te ondernemen activiteiten samenhangen met het op enigerlei wijze nastreven van een direct of indirect commercieel belang of commerciële baat;

  • b.

    de activiteiten reeds eerder door Gedeputeerde Staten zijn gesubsidieerd;

  • c.

    bij de uitvoering van het project verplichtingen worden aangegaan, welke de looptijd van het project overschrijden, tenzij de financiering ervan op voorhand zeker is gesteld;

  • d.

    de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van het project af te dekken..

Artikel 48 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 46 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    activiteiten van de aanvrager hebben een duidelijke voorbeeldwerking en bieden een direct toepasbare Brabantbrede implementatiemogelijkheid;

  • b.

    de activiteiten zijn gericht of komen aanwijsbaar ten goede aan inwoners van de provincie Noord-Brabant;

  • c.

    projecten in het kader van methodische vernieuwing hebben:

    • 1e.

      niveau 2 van de effectladder bij het ontwikkelen van een nieuwe methodiek of het verbeteren van een bestaande methodiek;

    • 2e.

      niveau 3 van de effectladder bij het invoeren van reeds elders ingevoerde en bewezen methodieken.

Artikel 49 Subsidiabele kosten

De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    loonkosten;

  • b.

    overige kosten die rechtstreeks uit het project voortvloeien.

Artikel 50 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    exploitatiekosten die behoren tot de reguliere bedrijfsvoering;

  • b.

    verrekenbare BTW op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968

  • c.

    compensabele BTW op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds 2003.

Artikel 51 Vereisten subsidieaanvraag

En subsidieaanvraag voldoet aan de volgende vereisten:

  • a.

    de subsidieaanvraag wordt ingediend vóór 1 februari 2011;

  • b.

    de subsidieaanvrager maakt bij het aanvragen van subsidie gebruik van het ‘aanvraagformulier Innovatie Fonds’, als opgenomen in bijlage 7.

Artikel 52 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 1.200.000.

Artikel 53 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt maximaal 50 % van de totale subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000.

Artikel 54 Beoordeling en afwegingscriteria

  • 1 Indien de subsidieaanvragen het in artikel 52 vermelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de criteria, opgenomen in de tabellen 5a en 5b van bijlage 8.

  • 2 De projecten worden op basis van de afwegingscriteria gescoord en op volgorde op een scoringslijst geplaatst, waarbij de hoogste scores in aanmerking komen voor subsidie, totdat het subsidieplafond, genoemd in artikel 52, is bereikt.

Artikel 55 Subsidieverlening

  • 1 Gedeputeerde Staten nemen vóór 1 mei 2011 een beslissing op de subsidieaanvraag.

  • 2 Indien Gedeputeerde Staten later dan 1 mei 2011 beschikken, doen zij hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval vóór 1 mei 2011, schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder vermelding van de reden hiervoor en een termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

  • 3 Gedeputeerden Staten kunnen besluiten om ten aanzien van bepaalde aanvragen advies in te winnen van deskundigen.

  • 4 Indien Gedeputeerden Staten advies inwinnen van deskundigen als bedoeld in het derde lid, wordt van het advies melding gemaakt in de subsidiebeschikking.

Artikel 56 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de penvoerder is te allen tijde verantwoordelijk voor communicatie en verantwoording van het project;

  • b.

    in het geval dat één of meerdere deelnemers aan het samenwerkingsverband niet in staat is of zijn aan de verplichtingen in het kader van het project te voldoen, is het samenwerkingsverband zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een adequate vervanging van de te leveren diensten;

  • c.

    in een geval als bedoeld in het tweede lid, worden Gedeputeerde Staten direct op de hoogte gesteld;

  • d.

    bij publiciteit over het project wordt bekend gemaakt dat het project mede mogelijk is gemaakt door de provincie Noord-Brabant, waarbij het logo van de provincie Noord-Brabant wordt opgenomen;

  • e.

    het project wordt uitgevoerd volgens de planning, genoemd in het aanvraagformulier;

  • f.

    bij afwijking van het onder e bepaalde, wordt vooraf schriftelijk toestemming gevraagd aan Gedeputeerde Staten;

  • g.

    projecten gericht op effectmeting in het kader van methodische vernieuwing worden in ieder geval afgerond binnen vier jaar na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening;

  • h.

    projecten, niet zijnde projecten als bedoeld onder f, worden in ieder geval afgerond binnen twee jaar na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening;

  • i.

    financiële verantwoording aan Gedeputeerde Staten van een project, als bedoeld in artikel 46, vindt plaats via een afzonderlijke bijlage van het jaarverslag en de jaarrekening die onderdeel uitmaakt van de accountantscontrole;

  • j.

    inhoudelijke verantwoording over de inzet, resultaten en effect op daadwerkelijke hulpverlening vindt plaats via de reguliere rapportage aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 57 Bevoorschotting en betaling

  • 1 Subsidie wordt per kalenderjaar voor 80% van het voor dat jaar toegezegde subsidiebedrag bevoorschot

  • 2 Indien een samenwerkingsverband de subsidie ontvangt, ontvangt de penvoerder het voorschot

  • 3 De penvoerder, bedoeld in het vorige lid, is verantwoordelijk voor de betaling van voorschotten aan de afzonderlijke deelnemers.

  • 4 Betaling van het restantbedrag vindt plaats na vaststelling van de subsidie..

Artikel 58 Subsidievaststelling

De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt bij Gedeputeerde Staten ingediend vóór 1 mei van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

Paragraaf 8 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 59 Intrekking

  • 1 De Subsidieregeling jeugdzorg Noord Brabant wordt ingetrokken.

  • 2 De Beleidsregel vernieuwende projecten jeugdzorg 2007 wordt ingetrokken

Artikel 60 Overgangsrecht Bureau Jeugdzorg

Indien Bureau Jeugdzorg in de subsidieaanvraag voor 2010 aannemelijk maakt dat het niet mogelijk is om een of meerdere prestatie-indicatoren voor Bureau Jeugdzorg, zoals genoemd in bijlage 2, te registreren, kunnen Gedeputeerde Staten in de subsidiebeschikking aan Bureau Jeugdzorg voor 2010 vastleggen dat Bureau Jeugdzorg voor die prestatie-indicatoren op een later door hen te bepalen moment start met de registratie dan per 1 januari 2010.

Artikel 61 Overgangsrecht jeugdzorgaanbod

  • 1 Indien en voorzover de geleverde prestaties in 2010 gelijk zijn aan de geleverde prestaties in 2009, wordt voor het jaar 2010 de daarvoor te verlenen subsidie gesteld op het subsidiebedrag dat daarvoor in 2009 is ontvangen.

  • 2 Voorzover cliënttrajecten jeugdhulp in 2010 zijn gestart en in 2011 worden afgerond, dan worden de bij deze trajecten in 2010 gerealiseerde directe cliëntcontacturen vergoed bij de vaststelling van de subsidie voor 2010.

Artikel 62 Overgangsrecht vernieuwende projecten jeugdzorg

Voor subsidieaanvragen gedaan voor de inwerkingtreding van deze subsidieregeling blijft de Beleidsregel vernieuwende projecten jeugdzorg 2007 zijn gelding behouden.

Artikel 63 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op een door Gedeputeerde Staten te bepalen tijdstip.

Artikel 64 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 21 juli 2009

Gedeputeerde Staten voornoemd,

De voorzitter de secretaris

J.R.H. Maij-Weggen drs. W.G.H.M. Rutten

Bijlagen

Bijlage 1 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Tabel 1: subsidiabele activiteiten en producten Bureau Jeugdzorg (BJZ)

Jeugd-beschermingUitoefenen van voogdijArt. 10, eerste lid sub a WJZ Artt. 40 t/m 42 UB WJZ
..Uitoefenen van voorlopige voogdijArt. 10, eerste lid sub a WJZ Artt. 40 t/m 42 UB WJZ
..Uitvoeren van een onder-toezichtstelling na het eerste jaar (gezinsvoogdij)Art. 10, eerste lid sub b WJZ Artt. 43 t/m 45 UB WJZ
..Uitvoeren van een voorlopige ondertoezichtstelling + ondertoezichtstelling in het eerste jaarArt. 10, eerste lid sub b WJZ Art. 43 t/m 45 UB WJZ
Jeugd-reclasseringUitvoeren van jeugd-reclassering regulierArt. 10, eerste lid sub c WJZ Art. 46 t/m 49 UB WJZ
 Uitvoeren van ITB Harde KernArt. 10, eerste lid, sub d WJZ
..Uitvoeren van ITB CriemArt. 10, eerste lid, sub d WJZ
..Uitvoeren van STP (scholings- en trainingsprogramma)Art. 10, eerste lid, sub d WJZ
Toegang jeugdzorgUitvoeren indicatietraject leidend tot indicatiebesluitArtt. 5 en 6 WJZ Artt. 15 t/m 20 UB WJZ + artt. 30 t/m 36 UB WJZ
..Uitvoeren van ‘casemanagement’Art. 10, eerste lid, sub f t/m j WJZ
..Behandeling zorgmeldingArt. 5 WJZ
Toegang Jeugd Geestelijke Gezondheids-zorg (GGZ)Uitvoeren indicatietraject leidend tot ‘resultaat’ nieuwe cliëntArt. 5 en 6 WJZ Artt. 21 en 30 t/m 36 UB WJZ
..Uitvoeren indicatietraject leidend tot ‘resultaat’ bestaande cliënt Zorg in Natura (ZIN)Art. 5 en 6 WJZ Artt. 21 en 30 t/m 36 UB WJZ
..Uitvoeren indicatietraject leidend tot ‘resultaat’ bestaande cliënt Persoonsgebonden Budget (PGB)Art. 5 en 6 WJZ Artt. 21 en 30 t/m 36 UB WJZ
..Uitvoeren van ‘casemanagement’Art. 10, eerste lid, sub f t/m j WJZ
Advies en Meldpunt Kindermis-handeling (AMK)Advisering door het AMKArt. 10, eerste lid, sub e WJZ Artt. 50 t/m 55 UB WJZ
 ..Consult door het AMKArt. 10, eerste lid, sub e WJZ Artt. 50 t/m 55 UB WJZ
 ..Onderzoek door het AMKArt. 10, eerste lid, sub e WJZ Artt. 50 t/m 55 UB WJZ
KindertelefoonVoeren van telefoongesprekken en chatsessies Art. 10, derde lid, sub c WJZ
AansluittakenBijdragen aan deskundigheidsbevordering en het onderhouden van contacten met algemene voorzieningen voor jeugdigenArt. 10, derde lid, sub a WJZ
Keten-coördinatieCoördinatie van zorg door meerdere hulpverlenende instantiesWetsvoorstel m.b.t. nieuwe hoofdstuk Centrum voor jeugd en gezin in WJZ, artikel 1c, vierde lid.
ExperimentenOntwikkelen en in de praktijk beproeven van nieuwe en het verbeteren van bestaande methoden, werkvormen of hulpmiddelen ten behoeve van het functioneren van Bureau JeugdzorgArt. 41, eerste lid WJZ en art. 1 sub k WJZ
Overige activiteitenOrganisatie spoedeisende zorgArtt. 5 en 6 WJZ Artt. 15 t/m 20 UB WJZ + artt. 30 t/m 36 UB WJZ
..Onderzoeken gesloten jeugdzorgArttt. 5, 6 en 10 WJZ
..Gedragsbeïnvloedende maatregelenArtt. 5, 6 en 10 WJZ
..Traject- en netwerkberadenArtt. 5, 6 en 10 WJZ
..Overige activiteiten die passen in het provinciaal jeugdbeleid ..

Bijlage 2 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Tabel 2: Prestatie-indicatoren (PI’s) Bureau Jeugdzorg (BJZ)

Landelijke PI’s m.b.t. BJZ

Cliënttevredenheid resultatenVastleggen cliënttevredenheid bij beëindiging maatregel of jeugdreclasseringPer kwartaal
Reden beëindiging hulpVastleggen reden beëindiging zorg..
Vermindering problematiekVastleggen ernst van de problematiek bij uitvaardigen indicatiebesluit en/of maatregel + bij beëindiging zorg en/of maatregel..
Herhaald beroep op jeugdzorgVastleggen of sprake is van herhaald beroep op jeugdzorg bij uitvaardigen indicatiebesluit en/of maatregel..
Zwaarte vervolghulpVastleggen van aard van verwijzing naar vervolghulp..
Reden beëindiging beschermingsmaatregelVastleggen van reden voor beëindiging van ondertoezichtstelling en voogdij..
Uitblijven van nieuwe beschermingsmaatregelVastleggen of sprake is van herhaalde beschermingsmaatregel bij start van uitvoering van een maatregel..
Reden beëindiging jeugdreclasseringVastleggen van reden voor beëindiging jeugdreclassering..
PI’s m.b.t. bedrijfs-voering BJZMinimale registratie-verplichtingenRapportage aan provincie
CliëntgerichtheidVastleggen van aantallen klachten en bezwaarschriften + resultaten klanttevredenheidsonderzoekenPer kwartaal
Medewerkers-gerichtheidVastleggen van gegevens over ziekteverzuim, personeelsverloop en opleidingsbudget..
Kwaliteit van dienst-verleningVastleggen van doorlooptijden en wachttijden voor cliënten..
Financiële positieVastleggen van gegevens over besteding subsidie, omvang weerstandsvermogen, rechtmatigheid..

Bijlage 3 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Tabellen 3a t/m 3c: subsidiabele activiteiten en producten zorgaanbod HYPERLINKL NAAR TABELLEN VIA PROVINCIAAL BLAD VAN NOORD-BRABANT 45/11

Bijlage 4 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Tabel 4: Prestatie-indicatoren (PI’s) zorgaanbod

Landelijke PI’s zorgaanbieders

DoelrealisatieVastleggen score per einddoel volgens GAS (= Goal Attainment Scaling)Per kwartaal
Cliënttevredenheid resultatenVastleggen cliënttevredenheid bij beëindiging zorgPer kwartaal
Reden beëindiging hulpVastleggen reden beëindiging hulp bij beëindiging zorgPer kwartaal
Vermindering problematiekBureau Jeugdzorg (BJZ) registreert ernst problematiek bij aanvang en einde zorgPer kwartaal door Bureau Jeugdzorg
Herhaald beroep op jeugdzorgBureau Jeugdzorg (BJZ) registreert of sprake is van herhaald beroep op jeugdzorg bij uitvaardigen indicatiebesluitPer kwartaal door Bureau Jeugdzorg
Zwaarte vervolghulpBureau Jeugdzorg (BJZ) registreert zwaarte vervolghulp bij beëindiging zorg Per kwartaal door Bureau Jeugdzorg
PI’s m.b.t. bedrijfsvoering zorgaanbiederDoelstellingen 2011Rapportage aan provincie
Bij verblijf: gemiddelde hulpduur per zorgaanspraakDe gemiddelde hulpduur per afgeronde zorgaanspraak verblijf is in 2011 per zorgaanbieder korter dan in 2010. Overschrijding door zorgaanbieder van gemiddelde provinciale hulpduur wordt zo veel mogelijk teruggebracht tot provinciaal gemiddelde.Per kwartaal
Vermijden van wachtlijst langer dan 9 wekenDe zorgaanbieder neemt cliënten van de wachtlijst tijdig in zorg, zodat cliënten maximaal 9 weken op de wachtlijst staan.Per maand
Realisatie van productie-afsprakenDe hoeveelheid zorg waarvoor subsidie is verleend, wordt volgens afspraak gerealiseerdPer maand
Aanlevering van gegevens aan provincieDe zorgaanbieder levert tijdig en volledig de afgesproken gegevens aan de provincie (wachtlijstcijfers, productie-cijfers, PI’s)conform rapportage-vereisten

Bijlage 5 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Bijlage bij artikel 14, eerste lid, onder b, aanmeldformulier nieuwe jeugdzorgaanbieders

Aanmeldformulier nieuwe jeugdzorgaanbieders behorend bij de Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant 2009 en de Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009  Algemene toelichting t.a.v. dit formulier: Nieuwe zorgaanbieders die subsidie willen aanvragen bij de provincie Noord-Brabant voor de uitvoering van jeugdzorg, dienen voorafgaand aan het indienen van een aanvraag, aan te tonen dat zij voldoen aan de vereisten aan jeugdzorgaanbieders op grond van de Wet op de jeugdzorg, de Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant  2009 en de Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009. Deze vereisten zijn weergegeven in artikel 24 van de Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant 2009. De zorgaanbieder dient gebruik te maken van dit formulier ‘Aanmeldformulier nieuwe jeugdzorgaanbieders’. Dit formulier geeft aan welke documenten en informatie de zorgaanbieder moet verstrekken om aan te tonen dat hij aan de gestelde vereisten voldoet. Op iedere bijlage duidelijk aan te geven op welk vereiste de bijlage betrekking heeft.   NAAM ZORGAANBIEDER    : ADRES ZORGAANBIEDER   : HANDTEKENING                 : 
VereisteAan te leveren informatie, documentenBijgevoegd?
AANBIEDEN VAN JEUGDZORG VAN VOLDOENDE KWALITEIT .. ..
a. De zorgaanbieder biedt jeugdzorg, zoals bedoeld in de Wet op de jeugdzorg: ‘ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun ouders, stiefouders of anderen, die een jeugdige als behorend tot hun gezien verzorgen en opvoeden, bij opgroei- of opvoedingsproblemen of dreigende zodanige problemen’.            - De jeugdzorg dient van voldoende kwaliteit te zijn, zoals beschreven in hoofdstuk IV, paragraaf 3 van de Wet op de jeugdzorg. - Dit houdt in dat de zorgaanbieder verantwoorde zorg moet verlenen, waaronder wordt verstaan: zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt.- Hiertoe dient de zorgaanbieder o.a. zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende personeel en materieel in te zetten.  - Daarnaast behoort de zorg in ieder geval te worden gebaseerd op een hulpverleningsplan.- De zorgaanbieder dient ook zorg te dragen voor systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg.Modulebeschrijvingen van de jeugdzorg die wordt aangeboden.Voor iedere basismodule, als genoemd in het basismodulenboek ‘Eenheid van Taal’ , een aparte modulebeschrijving bijvoegen.De modulebeschrijving moet worden opgesteld conform het werkblad modulebeschrijving, dat is bijgevoegd bij dit formulier.  Ja/nee
b. De zorgaanbieder is een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, gevestigd in de Europese Economische Ruimte, die zich blijkens zijn statuten ten doel stelt het bieden van jeugdzorg waarop in gevolge de wet aanspraak bestaat (zoals genoemd in artikel 18 lid 1 Wet op de Jeugdzorg)Gewaarmerkte kopie van de akte van oprichting van de zorgaanbieder, bevattende de statuten. Een gewaarmerkte kopie van de inschrijving van de zorgaanbieder in het handelsregister als bedoeld in artikel 2:289 BW, ofwel de volgende informatie: - de rechtsvorm - het adres van de rechtspersoon - aantal werknemers - gegevens aandeelhouders (indien van toepassing) - gegevens bestuurders - gegevens directie-->Ja/nee   Ja/nee
c. De zorgaanbieder legt een verklaring omtrent het gedrag rechtspersonen, zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvordelijke gegevens, over aan Gedeputeerde Staten.Verklaring omtrent het gedrag betreffende de rechtspersoonJa/nee
d. De zorgaanbieder beschikt over een HKZ-certificering voor jeugdzorg, dan wel maakt aannemelijk dat de HKZ-certificering op korte termijn zal worden verkregen.HKZ-certificaat, dan wel documentatie waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat HKZ-certificering op korte termijn zal worden verkregenJa/nee
e. De zorgaanbieder verkeert in een solide financiële positie, inhoudende een solvabiliteit van tenminste 10% (verhouding eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen) De laatst opgestelde balans en resultatenrekening, beide met toelichting, voorzien van een accountantsverklaring.  Informatie over: - Of de zorgaanbieder zich met zijn aanbod ook richt op andere financieringsbronnen, zoals AWBZ of gemeenten. - Of de zorgaanbieder is/ wordt gefinancierd vanuit andere financieringsbronnen dan jeugdzorgsubsidie (bijv. AWBZ). Ja/nee  Ja/nee 
ZORGAANBOD: CAPACITEIT, LOCATIE, ACCOMMODATIE, SAMENWERKING .. ..
f. Indien de zorgaanbieder beschikt over capaciteitsplaatsen verblijf pleegouder of verblijf accommodatie zorgaanbieder dient in ieder geval voldoende jeugdhulp beschikbaar te zijn voor het aantal verblijfsplaatsen. Informatie over:- aantal plaatsen voor verblijf pleegouder en/of verblijf accommodatie zorgaanbieder;- hoeveelheid jeugdhulp die beschikbaar is (in aantal directe cliëntcontacturen op jaarbasis)Ja/nee

Bijlage 6 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Bijlage bij artikel 14, eerste lid, onder b, aanvraagformulier jeugdzorgsubsidie voor zorgaanbieders

Download in pdf-formaat bijlage 6, behorende bij deze subsidieregeling: Aanvraagformulier jeugdzorgsubsidie voor zorgaanbieders 2011.

Bijlage 7 bij Subsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009

Bijlage bij artikel 51, onder b.

Download in pdf-formaat bijlage 7, behorende bij deze subsidieregeling: , klik Aanvraagformulier Subsidieregeling Innovatiefonds Jeugdzorg.

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009
CiteertitelSubsidieregeling jeugdbeleid Noord-Brabant 2009
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpjeugdzorg, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bij bijlage 6 behoort bij artikel 14, tweede lid; bij de bijlage zelf wordt per abuis verwezen naar artikel 14, eerste lid, onder b.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet op de jeugdzorg, art. 41, lid 5
  2. Subsidieverordening jeugdbeleid Noord-Brabant 2009, art. 3, lid 3

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-02-201112-07-2012art. 6, art. 15, bijlage 3

08-02-2011

Provinciaal Blad 2011, 45

45/11