Meer stikstofruimte voor ontwikkelingen met extern salderen

Daarmee kunnen meer transacties van stikstofruimte plaatsvinden, zowel binnen als tussen sectoren. Bij elke transactie komt 30% van de aangekochte stikstofruimte ten goede aan de natuur, waarmee per saldo de depositie van stikstof daalt.

Voor een bedrijfsuitbreiding, de aanleg van een weg of het starten van een andere activiteit die stikstofuitstoot veroorzaakt is een natuurvergunning nodig. Met het wegvallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is het veel moeilijker geworden een vergunning te verkrijgen, omdat de initiatiefnemer ervoor moet zorgen dat de stikstofuitstoot in totaal niet omhoog gaat. Extern salderen geeft initiatiefnemers de mogelijkheid om, door het overnemen van stikstofruimte van een ander bedrijf, ruimte te creëren voor nieuwe economische of maatschappelijke activiteiten. Dit instrument staat naast de ADC-toets (alleen bruikbaar in geval van groot maatschappelijk belang) en intern salderen (binnen het bedrijf stikstofruimte vrij maken met bijvoorbeeld emissiearme technieken). Bij extern salderen kan een initiatiefnemer maximaal 70% van de overgenomen stikstofruimte inzetten voor nieuwe activiteiten, 30% komt ten goede aan de natuur. Extern salderen is nu al mogelijk, behalve met veehouderijen met productierechten. De wijziging van de beleidsregel maakt dat laatste ook mogelijk. Ook verleasen, het tijdelijk uitlenen van stikstofruimte, wordt met de wijziging mogelijk.

Structurele aanpak nodig

“Extern salderen is op dit moment een van de weinige beschikbare opties, en daarmee een heel belangrijk instrument om op korte termijn vergunningverlening verder op gang te krijgen en ontwikkelingen mogelijk te maken,” licht Erik Ronnes, coördinerend portefeuillehouder Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof, toe. “Voor de lange termijn moet wel werk gemaakt worden van een structurele aanpak. Daar blijven wij ons met het Rijk en de andere provincies voor inzetten. Het advies van de Commissie Remkes geeft goede handvatten. Intussen biedt extern salderen mogelijkheden. Bijvoorbeeld voor veehouders die vrijwillig willen stoppen of omschakelen, maar óók voor bedrijven die op duurzame wijze verder willen en daarvoor, al dan niet tijdelijk, extra stikstofruimte nodig hebben.”

Overleg betrokkenen

Het besluit komt nadat de provincies en minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kort voor de zomer overeenstemming bereikten over de randvoorwaarden voor het zorgvuldig openstellen van deze vorm van extern salderen. De datum waarop provincies extern salderen openstellen verschilt, afhankelijk van de situatie in verschillende provincies. Ook voert de provincie overleg met de Brabantse landbouwpartijen. Die wijzen op de mogelijkheid dat (te)veel stikstofruimte van de landbouw afvloeit naar andere sectoren, ten nadele van veehouders die zich in de toekomst verder willen ontwikkelen. Het monitoren van transacties van stikstofruimte via een landelijke meldplicht en de afspraak het beleid na één jaar te evalueren, nemen naar verwachting van het college van GS de zorg van de agrarische sector deels weg.

Elies Lemkes-Straver, gedeputeerde Landbouw, Voedsel en Natuur: “Daarnaast hebben we nader overleg met de landbouwpartijen over eventuele aanvullende waarborgen in de toekomst. Vrijkomende stikstofruimte is beschikbaar voor alle economische ontwikkelingen. Daarbij staan we ook open voor initiatieven van de landbouwsector zelf om te zorgen dat er voldoende stikstofruimte voor ontwikkelingen in de eigen sector behouden blijft.”

Tegelijkertijd blijft de provincie bij het Rijk aandringen op een legalisering van de zogenoemde PAS-meldingen. Activiteiten met een beperkte stikstofuitstoot die onder het PAS waren vrijgesteld van de vergunningplicht en konden volstaan met een melding hebben nu alsnog een vergunning nodig. Om de activiteiten van deze ondernemers – die te goeder trouw hebben gehandeld – te legaliseren is extra stikstofruimte nodig. De minister heeft het op zich genomen hiervoor met oplossingen te komen.

Ontwikkelruimte in Brabant

Uit de eerste ervaringen met het Ondersteuningsloket Stikstof ontstaat het beeld dat er in Brabant, anders dan in veel andere provincies, meer aanbod is dan vraag naar stikstofruimte, als gevolg van de transitie van de veehouderij. In de praktijk moet blijken in hoeverre aanbod ook daadwerkelijk te matchen is met de vraag. Met het Ondersteuningsloket zet de provincie zich er bovendien voor in dat beschikbare ontwikkelruimte zo goed mogelijk wordt benut. Er is een regionaal stikstofregistratiesysteem in ontwikkeling dat het mogelijk maakt stikstofruimte die bij een transactie niet direct wordt benut, naast de 30% afroming die ten goede komt aan de natuur, te bewaren.

Sinds december 2019 gold in de Beleidsregel natuurbescherming een beperking op extern salderen met veehouderijen met dier- en fosfaatrechten, vanwege een verwachte wijziging van de meststoffenregelgeving door het ministerie van LNV. Nu deze wijziging niet nodig blijkt, vervalt de beperking. Hiermee kan een aantal economische en maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder Logistiek Park Moerdijk en de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat, naar verwachting op korte termijn vergund worden en doorgang vinden. Ook kan de provincie een aantal wachtende vergunningaanvragen van agrarische en industriële bedrijven vergunnen.

Contact

Meer stikstofruimte voor ontwikkelingen met extern salderen

Reageer

Vul hier uw reactie in
Velden met een * zijn verplicht
  • Anti-spamvraag: 3-1=?

Reactiespelregels

  • wilt u antwoord stel dan een een vraag via ons contactformulier;
  • reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden verwijderd;
  • uw mailadres gebruiken we uitsluitend om u eventueel rechtstreeks te antwoorden;
  • reactie gever kan contact opnemen om reactie te laten verwijderen.