Het landinrichtingsgebied Baarle-Nassau ligt ten zuidoosten van Breda en strekt zich uit tot België. Met een oppervlakte van 9.160 hectare behoort het gebied tot de grote landinrichtingsprojecten van Nederland.
Landinrichtingscommissie
De landinrichtingscommissie -voorheen ruilverkavelingscommissie- startte in 1991 met de uitvoering van het plan, ondersteund door de Dienst Landelijk Gebied. Het waterschap Brabantse Delta was vanaf 2008 de opdrachtgever voor de inrichting van de natuurterreinen, om daarmee ook de waterdoelen uit de Reconstructie bij de inrichting te realiseren.
De landinrichtingscommissie Baarle-Nassau bestaat uit vertegenwoordigers namens Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie, Brabantse Milieufederatie, waterschappen Brabantse Delta en De Dommel, gemeenten Baarle-Nassau en Alphen-Chaam. De provincie Noord-Brabant is de opdrachtgever en het Kadaster adviseert de commissie. Dienst Landelijk Gebied (DLG) is verantwoordelijk voor het procesmanagement van het project. Bureau Beheer Landbouwgronden (onderdeel DLG) heeft de benodigde gronden aangekocht.
Kavelstructuurverbetering
In het winterseizoen van 2006/2007 is gestart met de werkzaamheden voor de kavelstructuurverbetering van ruim 7.000 hectare landbouwgrond en de inrichting van zo’n 1.100 hectare natuurgebied. Deze gelijktijdige aanpak leidde er bijvoorbeeld toe dat de vrijkomende grond uit de natuurgebieden werd verwerkt in de kavelwerken. De uitvoering was eind 2010 nagenoeg gereed.
Waterschap legt basis voor natuurherstel
In goed overleg met vertegenwoordigers uit de streek stelde het waterschap in totaal 6 inrichtingsplannen op. Deze bevatten samen zo’n 80 deellocaties, waar het eigenlijke inrichtingswerk plaatsvond. Bij het opstellen van de plannen heeft het waterschap ingespeeld op oude structuren in het landschap en natuurwaarden die van oudsher voorkwamen. Zo kende het gebied rond 1850 vele natuurlijke beekdalen met een grote rijkdom aan amfibieën, uitgestrekte heidevelden en talrijke vennen en bosgronden. Ook tekende het jonge heide ontginningslandschap zich af met rechte kavels, greppels en sloten. Historische kenmerken, die een belangrijke plaats kregen in de plannen.
Dit leidde tot omvangrijke graafwerkzaamheden voor flauwe oevers, overstromingsvlaktes, herstelde vennen en nieuwe poelen. Ook werden stuwen verwijderd of juist geplaatst, slootbodems opgehoogd en verbindingen voor dieren (zoals vistrappen en faunaduikers) aangelegd. Het nieuwe landschap kreeg een eerste aankleding met bomen, struiken, planten en ingezaaide gras- en hooilanden. Dit alles om een stevige basis te leggen voor het natuurherstel dat zich nu inzet. Maar ook om een onder- en bovengronds waterpeil te bereiken dat door het jaar (en de jaren) heen rekening houdt met de natuur, landbouw en inwoners van de regio.
Het gebied kent nu oude akkercomplexen, beekdalen, heideontginningsgebieden met boerenbedrijven en bebouwing op de hogere gronden. De bosgebieden herbergen veel campings en andere recreatieterreinen. Verder is er gerealiseerd:
- aanleg van kilometers wegen, paden en waterlopen;
- aanleg van 50 amfibiepoelen;
- realisering van 170 erfbeplantingen;
- verplaatsing van 2 grondgebonden landbouwbedrijven;
- aanleg van vistrappen en landschapselemeneten;
- beplanting van bermen
Oplevering
Na afronding van de werkzaamheden heeft het waterschap de nieuw ingerichte gronden opgeleverd aan de landinrichtingscommissie, die op zijn beurt deze overdroeg aan Staatbosbeheer en Natuurmonumenten. Als eigenaren voeren zij nu het beheer en onderhoud over deze gronden. Het waterschap zorgt nog steeds voor het juiste onder- en bovengrondse waterpeil.