Foto: Provinciehuis door Erik van der Burgt

Gebruikte materialen

Maaskant wordt wel eens 'een ontwerper van het grote gebaar' genoemd. Hij bouwde veel grote monumentale bouwwerken, zoals de Euromast in Rotterdam. Als voorvechter van het 'Nieuwe Bouwen' verzette hij zich tegen het traditionele bouwen in baksteen. Tegelijkertijd pleitte hij voor het gebruik van moderne bouwmaterialen als beton, glas en staal. Dit zijn precies de materialen die hij gebruikte voor de buitenkant het provinciehuis. Voor het interieur paste hij sobere materialen als natuursteen, wol en leer toe.

Afgestemd op functie

Maakant vond ook dat een bouwwerk zo goed mogelijk moest zijn afgestemd op zijn uiteindelijke functie. Dit principe is duidelijk van toepassing op het provinciehuis: het geheel kent een grote laagbouw met twee verdiepingen, waarin zich de publieksruimten bevinden. Midden in de hal van de laagbouw 'zweeft' als het ware de Statenzaal met zijn vleugelvormige dak. Daarnaast bevindt zich de hoogbouw met werkruimtes voor de ambtenaren. Deze zijn verspreid over 23 verdiepingen. Het gebouw wordt omgeven door een waterpartij en een groot voorplein. Onder het gebouw is een parkeerruimte voor ruim 500 auto's.

Kunst opgaan in bouwwerk

Maaskant zag architectuur als 'moeder van de kunsten'. Binnen een bouwwerk konden weliswaar andere kunstvormen worden opgenomen worden, maar deze dienden ondergeschikt aan het gebouw te blijven. Zij moesten er als het ware in opgaan. Ook in het provinciehuis streefde Maaskant deze opvatting na. Zijn visie gaat overigens terug tot in de 19e eeuw. Een groot voorbeeld voor architecten en kunstenaars vormde destijds de Gothische kathedraal, een concept waarbij kunstwerken:

  • aan in het bouwwerk
  • worden ontworpen in nauwe relatie tot het betreffende bouwwerk

Een voorbeeld van deze zogenaamde 'gemeenschapskunst' zijn de wandschilderingen van de kunstenaar A.J. Derkinderen in het stadhuis van 's-Hertogenbosch.

Zie ook