Dat is bewust zo gedaan, omdat in de meeste gevallen waterschappen, gemeenten en waterleidingbedrijven het waterbeleid uitvoeren. Deze instanties zijn veel beter dan de provincie bekend met de lokale omstandigheden die voor een goede uitvoering van maatregelen belangrijk zijn. Zij krijgen daarom de ruimte om – binnen de door de provincie aangegeven hoofdlijnen – de uitvoering gedetailleerd uit te werken.
Provinciale verordeningen
Toch kan het belangrijk zijn dat ook de provincie zelf in detail aangeeft hoe met het water en met de uitvoering moet worden omgegaan. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de doelstellingen voor natuur eisen stellen aan het waterbeheer in de omgeving van natuurgebieden. In dergelijke gevallen stelt de provincie regels op. Dat gebeurt niet in het Provinciale Waterplan zelf, maar in zogenaamde provinciale verordeningen die Provinciale Staten afzonderlijk vaststelt. Voor het waterbeleid zijn drie verordeningen belangrijk, namelijk de Verordening water, de Provinciale Milieuverordening en de Verordening ruimte.