"Soms is lichte ondersteuning niet voldoende."
06-12-2011

“De transitie is een gegeven. Wij zijn als organisatie scherp op de uitvoering daarvan.” Dat zegt Peter Nouwens, voorzitter van de Raad van Bestuur van Prisma.

Peter Nouwens

Prisma begeleidt onder meer licht verstandelijk gehandicapten met een IQ tussen de 70 en 85. “Die groep gaat straks uit de AWBZ. Maar het IQ zegt niets over de hoeveelheid zorg die iemand nodig heeft. Vaak is er sprake van een meervoudige diagnose en een opeenstapeling van problemen, bijvoorbeeld in het gezin. Voor deze groep zijn wij de laatste halte”, aldus Nouwens.

Verlengde zorg
Prisma begeleidt deze kinderen en jongeren in het leiden van het dagelijks leven. Ook als ze uitbehandeld zijn in de jeugdzorg. “Dat gebeurt als ze achttien zijn. Maar uitbehandeld is niet hetzelfde als genezen. De jongeren die bij ons komen, hebben verlengde zorg nodig. Hulp bij het vinden van een passende baan of woonomgeving."

Tussen wal en het schip
"Prisma zit achteraan in de keten. De ketenregie moet verbeteren." Daar ligt volgens hem een grote kans met de transitie. “De keten moet erop gericht zijn om te beginnen met lichte ondersteuning in het eigen huis. Maar er is nu eenmaal een groep waarbij dat niet voldoende is. Die mensen komen uiteindelijk bij ons. Ik ben bang dat juist zij door de transitie tussen wal en schip gaan vallen”, vertelt Nouwens.

Twee kanten
“Aan de ene kant moeten we op onderdelen terug naar de reguliere voorzieningen, de familie en de buurt. Veel mensen zijn bereid om bij te springen. Soms gaan we dat coördineren. Uithuisplaatsing willen we zoveel mogelijk voorkomen. Aan de andere kant moeten we ook durven opsplitsen. Zwaardere problemen vragen om een andere benadering.”

Rol CJG
"Gemeenten voelen zich nu al verantwoordelijk. Maar er komt heel veel op ze af. Ik heb het idee dat ze soms de complexiteit van de problemen onderschatten. Het is onze rol om ze daarop te wijzen. Wij denken graag samen met gemeenten en andere instellingen na over verbeteringen. Door bijvoorbeeld meer te investeren in preventie, vroege signalering en goede verwijzing. Het Centrum voor Jeugd en Gezin kan daar ook een grote rol in spelen”, besluit Nouwens.