Maashorst levert een breed pakket aan jeugd-, opvoedhulp en speciaal onderwijs aan kinderen en hun gezinnen. Reimert draait ‘al een tijdje’ mee in de jeugdhulpverlening en weet waar hij het over heeft. Zijn motto: doe wat je doet ook goed. Of, zoals Reimert zelf zegt: “Haast u langzaam”.
“Het is goed dat de verantwoordelijkheid voor kinderen en jongeren die het zonder hulp niet redden dichter bij de burgers komt te liggen. De problemen waarmee we te maken hebben, zijn heel divers. Die kun je niet in een dag oplossen. Maar als de gemeenten verantwoordelijk zijn en samenwerking gebeurt regionaal, kan dat wel efficiënter, effectiever en adequater”, verwacht Reimert.
"Dat vreselijke indicatie stellen"
“Maar hoe wordt dat praktisch uitgevoerd?”, vraagt hij zich af. “We moeten goed nadenken over wat alle veranderingen betekenen.” Als voorbeeld noemt hij de ontregeling van de jeugdzorg. “Het moet natuurlijk niet zo zijn dat we alleen maar nieuwe regels maken. Het moet een transformatie worden. Niet alleen veranderen, maar verbeteren. Neem bijvoorbeeld dat verschrikkelijke indicatie stellen. Nu moet er een etiket met een stempeltje op mensen zitten voor ze hulp krijgen. Dat kan veel eenvoudiger. De professionals in de sector doen goed werk en kunnen prima een plan van aanpak opstellen zonder indicatie. Daardoor kunnen we gezinnen gezamenlijk helpen, in plaats van het kind in het ene traject en de ouders in het andere.”
Zuinig zijn op kennis
De muren tussen organisaties moeten weg. “Al die subsidiestromen en regels. Daar is veel winst te behalen.” Maar ook nog veel werk in te doen, zo weet Reimert. “Onder onze koepel van Koraalgroep, waaronder ook AWBZ-zorg, speciaal onderwijs en arbeidsintegratie vallen, proberen wij dit al te doen. Organisaties hebben een grote verantwoordelijkheid. Zij moeten initiatief nemen in dit transformatieproces. Maar, laten we zuinig zijn op de specifieke kennis die in de verschillende sectoren. Die moeten we niet overboord gooien.”
Hoofd koel houden
Reimert en zijn organisatie zien de transitie zeker zitten, maar hij plaatst ook kanttekeningen. “We gaan niet zitten wachten op de ‘beroemde’ brief van de staatssecretaris waarin komt te staan wat de rijksoverheid wil. We gaan enthousiast aan de slag en regelen het goed. Die verantwoordelijkheid hebben we voor de kwetsbare groep jongeren en hun ouders in de samenleving waar wij ons aan hebben verbonden. Wij laten deze mensen niet in de steek.”