Bouwen aan het huis van de nabije toekomst

Stel je voor. Je woont in een huis dat gebouwd is met materialen die volledig recyclebaar zijn. Een huis dat bestaat uit modules, waardoor je het kunt bouwen, zoals je het zelf wilt hebben. En een huis waar duurzame energie altijd voorhanden is. Ook op de dagen dat de zon niet volop schijnt. Zo’n duurzaam huis gaan wij als studententeam Living Lab Home van de TU/e volgend jaar op de campus neerzetten.

Samen met partners uit de wetenschap en het bedrijfsleven zijn we vorig jaar begonnen om dit concept uit te werken. Maar zelf liep ik al veel langer rond met het idee om iets met duurzaam bouwen te doen. Zo heb ik een deel van mijn jeugd doorgebracht op een Caribisch eiland midden in de natuur waar mijn ouders een sustainable resort wilden opzetten. Een paar jaar later verhuisden we naar het Belgische Genk. Wat een tegenstelling! Ik woonde op een plek waar je in harmonie met de natuur woont en kwam terecht in een industriestad waar het milieu alleen maar wordt belast. Dat moet anders kunnen, dacht ik. 

Dat het anders moet, daar zijn ook mijn studiegenoten uit het studententeam Living Lab Home van overtuigd. Zo zien we dat de bouwwereld nog vrij conservatief en traag is als het om duurzaam bouwen gaat. Door dit concept kunnen we dat veranderen en zo echt de energietransitie aanjagen. Tel daarbij onze interesse in duurzame energietechnieken op plus de kansen die we daarvoor zien in de bouwwereld en een team gemotiveerde studenten is geboren.

Met het studententeam Living Lab Home zetten we dan ook een nieuwe, hogere standaard neer voor woningen. Niet alleen op het gebied van duurzaamheid, maar ook als het gaat om zaken als comfort en prijs. We willen een duurzaam huis ontwerpen dat de gewone Nederlander kan betalen en waarin hij prettig kan wonen. En dat alles niet pas over 20 jaar, maar het liefst zo snel mogelijk. 
Dat betekent dat we in ons ontwerp zo veel mogelijk bestaande en betaalbare technieken moeten integreren. Zo passen we bijvoorbeeld het principe van seizoensopslag toe. Dat houdt in dat we de warmte van de zon gaan gebruiken om water te verwarmen. Dat water bevindt zich in een waterreservoir in de grond onder het huis. Met dat warme water kunnen we dan vervolgens het huis verwarmen als het winter wordt.

Het is nog even afwachten of het allemaal precies zo gaat werken, zoals we nu voor ogen hebben. Dat weten we pas wanneer de twee demonstratiehuizen volgend jaar op de campus staan. Een van die twee woningen wordt dan een soort speelplaats. Een plek waar we aan het publiek kunnen laten zien hoe de technieken werken, maar waar we ook technieken kunnen testen en aanpassen of onderdelen van het huis kunnen vervangen. In het andere huis komen vaste bewoners. Zij kunnen ervaren hoe comfortabel het is om in zo’n duurzaam huis te wonen.
Als alles eenmaal goed werkt, breekt de tijd aan om te zoeken naar een bedrijf dat dit concept naar de markt wil brengen. De volgende uitdaging waar ik ook zeker mijn steentje aan ga bijdragen. Maar eerst maar eens voor elkaar krijgen dat de huizen volgend jaar op de campus staan.

Antoine Post, projectleider studententeam Living Lab Home, Technische Universiteit Eindhoven