“Een groot deel van zuidelijk Nederland, het westen van Brabant en Zeeland verworden tot een cultureel niemandsland”, zo staat in de brief te lezen.
De brief aan de staatssecretaris
In de plannen van Zijlstra is geen sprake van een evenredige verdeling van de rijksmiddelen voor kunst en cultuur. In de brief stellen provincie en gemeenten dat Brabant een sterke en belangrijke economische provincie is, en dat het belangrijk is dat de culturele infrastructuur versterkt wordt omdat het een belangrijke randvoorwaarde is voor het vestigings- en leefklimaat.
BrabantBod
In het gesprek, dat twee weken geleden werd gevoerd, is ook niet gesproken over het BrabantBod, het alternatief dat Brabant biedt en waarin overheden en het culturele veld zich samen sterk maken voor het behoud van de culturele infrastructuur. “De voorstellen van Zijlstra zoals we die nu kennen, leiden tot een halvering van de rijksbijdrage aan cultuur in Brabant. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar”, stelt Brigite van Haaften, gedeputeerde van onder meer cultuur.
Commissaris Wim van de Donk: 'Als de bezuinigingen op cultuur Brabant onevenredig raken, dan wordt het tijd dat we de Brabantse gemoedelijkheid inruilen voor boosheid en zetten wij het Brabants Orkest maar even op de Moerdijkbrug.'
Het Brabants Orkest reageert op de cultuurnota met een video-noodkreet.
Op 10 juni wordt het voorstel van het kabinet officieel bekend, de Tweede Kamer debatteert er over op 27 juni.